Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1066

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
27-01-2006
Datum publicatie
27-10-2006
Zaaknummer
51036 KG 06-7
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Kort geding
Inhoudsindicatie

eiseres vordert schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 19 september 2005 voor de duur van de schuldsaneringsregeling. In dit vonnis is de huurovereenkomst met betrekking tot haar woning ontbonden.

''...Hiertegenover staat dat aannemelijk is dat een gedwongen ontruiming voor [eiseres] de kans van slagen van de schuldsaneringsregeling in gevaar brengt. Immers met een verhuizing zijn in elk geval weer aanzienlijke kosten gemoeid.

In het licht van het bovenstaande is naar voorlopig oordeel sprake van een zodanige onevenredigheid van de belangen over en weer dat L’Escaut in de gegeven situatie thans in redelijkheid niet tot ontruiming van de woning kan overgaan....''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 27 januari 2006 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 7/2006

[eiseres],

wonende te Vlissingen,

eiseres,

procureur: mr. H.C.M. van den Boezem,

tegen:

Stichting L’Escaut Woonservice,

gevestigd te Vlissingen,

gedaagde,

procureur: mr. N.A. Koole.

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als [eiseres] en L’Escaut.

Het dossier bevat de volgende processtukken:

- dagvaarding met bijlagen;

- brief d.d. 20 januari 2006 met producties zijdens L’Escaut;

- brief d.d. 24 januari 2006 met productie zijdens [eiseres];

- pleitaantekeningen zijdens L’Escaut.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 24 januari 2006, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

2. De feiten

2.1. [eiseres] huurt de woning aan de [adres] te Vlissingen van L’Escaut.

2.2. Op 10 juni 2002 en op 12 mei 2003 is [eiseres] bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank bij verstek veroordeeld om onder meer de woning te verlaten en te ontruimen. Als gevolg van een tussen partijen getroffen regeling is L’Escaut op basis van die vonnissen niet tot ontruiming over gegaan.

2.3. Bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 19 september 2005 is, bij verstek, de huurovereenkomst met betrekking tot voornoemde woning ontbonden en is [eiseres] veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van dat vonnis met de haren en het hare te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter volle en vrije beschikking van L’Escaut te stellen, met machtiging om die ontruiming zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke macht, indien [eiseres] daarmee zelf in gebreke blijft.

2.4. Voornoemd vonnis is op 7 oktober 2005 betekend aan [eiseres] en ontruiming is aangezegd tegen 2 november 2005.

2.5. Bij beschikking van 26 oktober 2005 heeft deze rechtbank de schuldsanering van toepassing verklaard op [eiseres] en is mr. P. Buijs, advocaat te Vlissingen, benoemd tot bewindvoerder.

2.6. Door de rechter-commissaris in de schuldsanering is op 28 oktober 2005 en vervolgens op 23 december 2005 een afkoelingsperiode van telkens één maand afgekondigd in verband met de dreigende ontruiming.

2.7. Bij deurwaardersexploit van 13 januari 2006 is voornoemd vonnis van 19 september 2005 nogmaals aan [eiseres] betekend en is ontruiming aangezegd tegen 1 februari 2006.

2.8. Tot op heden is L’Escaut, ondanks verzoeken daartoe van [eiseres], niet bereid gebleken om de ontruiming voor de duur van de schuldsaneringsregeling op te schorten.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert, kort samengevat en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 19 september 2005 voor de duur van de schuldsaneringsregeling, alsmede veroordeling van L’Escaut in de kosten van dit geding.

Zij stelt daartoe dat het voor het slagen van de schuldsaneringsregeling van groot belang is dat zij in de woning kan blijven wonen. Zij beschikt niet over vervangende woonruimte, bovendien biedt de woning haar pyschosociale stabiliteit en moet voorkomen worden dat zij nieuwe schulden maakt in verband met verhuis- en huisvestingskosten. In verband met haar financiële problemen heeft [eiseres] een weloverwogen beslissing genomen om gebruik te maken van de schuldsanerings-regeling. Er is geen sprake van het frustreren van haar schuldeisers. Zij heeft zich aan strikte afspraken gebonden om geen nieuwe schulden te maken en neemt vrijwillig deel aan budgetbeheer.

Onderdeel van het budgetbeheer is dat de huur maandelijks aan L’Escaut wordt overgemaakt door de budgetbeheerder, zodat gewaarborgd is dat de verplichtingen in de toekomst stipt worden nagekomen. Sedert het aanstellen van de budgetbeheerder betaalt hij na binnenkomst van het loon van [eiseres], op de vijfentwintigste van iedere maand, de huur aan L’Escaut. Budgetbeheer vindt thans nog plaats via de bewindvoerder. Er is echter een aanvraag gedaan bij de Kredietbank Walcheren om dit over te nemen.

Het financiële belang van L’Escaut is slechts relatief van omvang en weegt niet op tegen het belang van [eiseres] om de schuldsaneringsregeling te laten slagen. In redelijkheid kan L’Escaut derhalve niet tot ontruiming overgaan. Het voorgaande wordt bevestigd in de jurisprudentie op dit punt en anticipeert op het aanhangige wetsvoorstel 29 942. Bovendien is de handelwijze van L’Escaut in strijd met haar eigen beleid, aangezien zij in een convenant met de gemeente Vlissingen en de Kredietbank Walcheren heeft afgesproken gedurende de duur van de schuldsaneringsregeling de ontruiming op te schorten voor huurschulden die daarvoor zijn ontstaan. Voorwaarde hierbij is dat er sprake is van budgetbeheer via de Kredietbank Walcheren. Aan deze voorwaarde wordt voldaan.

3.2. L’Escaut stelt dat zij, gelet op het ontstaan van de huurschuld, de huidige situatie en verwachting voor de toekomst, recht en belang heeft om de executie door te zetten.

In een periode van drie jaar is reeds drie jaar een ontruimingsvonnis uitgesproken. Na de eerste twee vonnissen was [eiseres] een gewaarschuwd mens. Vanaf het aanvragen van de toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling heeft [eiseres] geen huur meer betaald en de achterstand laten oplopen. Gelet hierop wordt ernstig getwijfeld aan de goede trouw en het goed huursterschap van [eiseres], temeer nu [eiseres] een redelijk inkomen geniet.

Verder blijkt uit de parlementaire geschiedenis van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen dat het niet de bedoeling is geweest dat de schuldsaneringsregeling aan de executie van een ontruimingsvonnis in de weg zou staan. Dit is ook bevestigd in de jurisprudentie.

Voorts is het doorzetten van de executie gerechtvaardigd, omdat van L’Escaut niet verwacht mag worden dat zij na het aanzienlijke tekortkomen van [eiseres] ook vanaf de toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling wederom wordt geconfronteerd met een nieuwe huurachterstand. Dit blijkt uit het overgelegde betalingsoverzicht. Het had op de weg van [eiseres] gelegen om in ieder geval vanaf de toepasselijkheid van de schuldsaneringsregeling voor uiterst zorgvuldige en stipte huurbetaling zorg te dragen.

Gezien alle omstandigheden wegen de belangen van L’Escaut zwaarder dan de belangen van [eiseres]. [eiseres] heeft alle kansen aan zich voorbij laten gaan en het is niet reëel om te verwachten dat de situatie in de toekomst zal verbeteren.

Het belang van [eiseres] bij behoud van de woning is reeds meegewogen en is geen nieuwe omstandigheid die is ontstaan na het wijzen van het vonnis. De enige nieuwe omstandigheid is de schuldsaneringsregeling, maar dat is geen reden om de executie te schorsen.

4. De beoordeling

4.1. L’Escaut heeft een aanvang genomen met de executie van bovengenoemd vonnis van de sector kanton van deze rechtbank van 19 september 2005. Dit vonnis is onherroepelijk geworden en op grond daarvan kan L’Escaut in beginsel tot executie overgaan. Dit is slechts anders indien zij geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid om tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn, indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk berust op een juridische of feitelijke misslag, of indien na het wijzen van het vonnis feiten of omstandigheden aan het licht zijn gekomen, die klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand doen ontstaan, waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van een klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag in voornoemd vonnis.

4.3. Vaststaat dat de kantonrechter de huurovereenkomst tussen partijen heeft ontbonden, zodat [eiseres] thans zonder recht of titel in de woning verblijft. De na het vonnis ontstane omstandigheid dat de schuldsaneringsregeling van toepassing is geworden, maakt dit niet anders. Op grond van voormeld vonnis is [eiseres] in beginsel gehouden tot ontruiming van de woning over te gaan.

4.4. Onweersproken staat vast dat sinds de schuldsaneringsregeling van toepassing is geworden op [eiseres] zij deelneemt aan budgetbeheer als gevolg waarvan haar gehele inkomen ter beschikking wordt gesteld aan de budgetbeheerder, onder aftrek van een bedrag aan huishoudgeld. De budgetbeheerder draagt zorg voor betaling van de vaste lasten, waaronder de huur van [eiseres].

Uit het door L’Escaut overgelegde betalingsoverzicht tegen de achtergrond van hetgeen door [eiseres] is aangevoerd, volgt voorshands dat door het moment waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is geworden en [eiseres] is gaan deelnemen aan budgetbeheer, alsmede door de betaaldatum van het loon van [eiseres] (op de 25ste van iedere maand), de budgetbeheerder pas nadat het loon in november 2005 is gestort met de betalingen van de huurverplichtingen is kunnen beginnen. Gelet hierop is één maand achterstand in de betalingen ontstaan aan het begin van de schuldsanerings-regeling. Een logisch gevolg van het systeem van budgetbeheer, betaling uit het ontvangen inkomen, is dat huurbetaling in plaats van vooruit, achteraf geschiedt. Aldus is er steeds een achterstand van één maand.

L’Escaut heeft met het deelnemen van [eiseres] aan budgetbeheer echter een voldoende waarborg dat aan de huurbetalingsverplichtingen wordt voldaan en dat geen verdere achterstand in de betalingen zal ontstaan. Bovendien voldoet [eiseres] hiermee aan de eisen van het onweersproken gebleven beleid van L’Escaut, inhoudende dat zij gedurende de schuldsaneringsregeling niet tot ontruiming overgaat voor huurschulden die dateren van voor de toepassing van de schuldsaneringsregeling, mits door de huurder gebruik wordt gemaakt van budgetbeheer. De omstandigheid dat het budgetbeheer thans nog door de bewindvoerder wordt uitgevoerd in afwachting van de verwerking van de aanvraag van [eiseres] bij de Kredietbank Walcheren maakt het voorgaande niet anders. Voornoemd beleid van L’Escaut strookt bovendien ook met de toekomstige wetgeving waarin dit beleid naar verwachting in de wet zal worden neergelegd.

4.5. Gelet op hetgeen onder 4.4. is overwogen en zonder af te doen aan het belang van L’Escaut bij tenuitvoerlegging van een vonnis tot ontruiming indien een huurder een (aanzienlijke) huurachterstand heeft, lijkt het gerechtvaardigd het thans aan de orde zijnde belang van L’Escaut aan te duiden als een financieel belang van relatief geringe omvang. Hiertegenover staat dat aannemelijk is dat een gedwongen ontruiming voor [eiseres] de kans van slagen van de schuldsaneringsregeling in gevaar brengt. Immers met een verhuizing zijn in elk geval weer aanzienlijke kosten gemoeid.

In het licht van het bovenstaande is naar voorlopig oordeel sprake van een zodanige onevenredigheid van de belangen over en weer dat L’Escaut in de gegeven situatie thans in redelijkheid niet tot ontruiming van de woning kan overgaan. De executie van het ontruimingsvonnis zal dan ook worden geschorst voor de duur van de schuld-saneringsregeling, maar dit uitsluitend voor zover en voor zolang door [eiseres] stipt aan haar verplichtingen jegens L’Escaut wordt voldaan.

4.6. L’Escaut zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Middelburg, sector kanton van 19 september 2005 voor de duur dat de schuldsaneringsregeling uit hoofde van de beschikking van 26 oktober 2005 van de rechtbank Middelburg van toepassing is, maar dit uitsluitend voor zover en voor zolang door [eiseres] stipt aan haar verplichtingen jegens L’Escaut wordt voldaan;

- veroordeelt L’Escaut in de kosten van dit geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op € 84,87 wegens kosten dagvaarding, € 244,00 wegens griffierechten en € 1.054,00 wegens procureurssalaris;

- bepaalt dat nu [eiseres] met een toevoeging procedeert, die kostenbetaling dient te geschieden door voldoening

a. aan de griffier van deze rechtbank:

- wegens het in debet gestelde deel griffierecht € 183,00;

- wegens kosten dagvaarding € 84,87;

- wegens procureurssalaris € 1.054,00;

b. aan [eiseres]:

- het voor rekening van die partij gekomen deel van het griffierecht ad € 61,00;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 27 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

cb