Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AZ1053

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
29-03-2006
Datum publicatie
27-10-2006
Zaaknummer
26158 HA ZA 00-401
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

eiseres is bij tussenvonnis toegelaten te bewijzen dat het door gedaagde geplaatste kroon- en brugwerk niet deugdelijk is gedaan.

De eerste en de tweede benoemde deskundige stellen zich op hetstandpunt dat zij niet in staat zijn om de zaak als deskundige te beoordelen omdat er veel medische informatie ontbreekt en omdat de bovenkaak inmiddels voorzien is van een volledige prothese zodat het oorspronkelijk geplaatst kroon- en brugwerk niet meer kan worden beoordeeld.

eiseres ziet af van verdere bewijslevering waardoor de rechtbank slechts kan concluderen dat zij niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. De vorderingen zijn afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 29 maart 2006 in de zaak van:

rolnr: 401/00

[eiseres],

wonende te Kapellebrug, gemeente Hulst,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres],

procureur: mr. E.H.A. Schute,

tegen

1. [gedaagde s[gedaagde sub 1],

wonende te De Klinge, België,

hierna te noemen: [gedaagde sub 1],

en

2. de vennootschap naar Belgisch recht N.V. [gedaagde [gedaagde sub 1] & Co,

gevestigd te De Klinge, België,

hierna te noemen: de vennootschap,

gedaagden,

procureur: mr. K.P.T.G. Flos,

alsmede

3. de vennootschap naar Belgisch recht N.V. Axa Royal Belge,

gevestigd te Brussel, België,

gevoegde partij,

hierna te noemen: Axa,

procureur: mr. C.H. Brinkman.

1. Het verdere procesverloop

De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 4 mei 2005. Daarna zijn de volgende processtukken overgelegd:

- akte a.d.z.v. [gedaagde sub 1]

- akte a.d.z.v. [eiseres]

- akte a.d.z.v. [gedaagde sub 1].

2. De verdere beoordeling van het geschil

2.1 Bij voornoemd tussenvonnis van 4 mei 2005 heeft de rechtbank [eiseres] toegelaten te bewijzen dat het door [gedaagde sub 1] geplaatste kroon- en brugwerk niet deugdelijk is gedaan. De rechtbank heeft Prof. Dr. M.A.J. van Waas tot deskundige benoemd.

2.2 Bij brief van 2 juni 2005 heeft de deskundige aan de rechtbank laten weten dat hij na het lezen van de stukken tot de conclusie is gekomen niet in staat te zijn de taak als deskundige op zich te nemen. Hij schrijft daarover onder meer:

(…) Uit de stukken maak ik op dat een medisch dossier of een groot deel daarvan ontbreekt, er geen of nauwelijks te beoordelen röntgenfoto’s ter beschikking zijn, dat beide partijen strijden over wat er precies wel en niet aan werkzaamheden zijn gericht, en last but not least dat [eiseres] op dit moment een volledige prothese heeft bovenkaak en dat derhalve niet meer het oorspronkelijk geplaatst kroon- en brugwerk klinisch kan worden beoordeeld. (…)

2.3 [eiseres] heeft de zaak vervolgens aan een andere mogelijke deskundige voorgelegd, die zich ook op het standpunt stelt dat hij niet in staat is om de zaak als deskundige te beoordelen omdat er veel medische informatie ontbreekt en omdat de bovenkaak inmiddels voorzien is van een volledige prothese zodat het oorspronkelijk geplaatst kroon- en brugwerk niet meer kan worden beoordeeld. [eiseres] verzoekt de rechtbank af te zien van het benoemen van een deskundige.

2.4 [eiseres] stelt zich op het standpunt dat de rechtbank de feiten als gevolg van het ontbreken van het medisch dossier in het voordeel van [eiseres] dient uit te leggen, te meer nu professor Eijkman en tandarts de [M.] al hebben geoordeeld dat de behandelingen door [gedaagde sub 1] zijn uitgevoerd op een wijze die niet verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en zorgvuldig handelend tandarts.

2.5 [gedaagde sub 1] voert aan dat, nu [eiseres] heeft gekozen voor een volledige prothese aan de bovenkaak, zodat het oorspronkelijk geplaatste kroon- en brugwerk niet meer beoordeeld kan worden, dit een omstandigheid is die voor risico van [eiseres] moet komen.

2.6 De rechtbank overweegt dat, nu het aan [eiseres] is om bewijs te leveren en zij daar thans van afziet, geen nieuwe deskundige benoemd zal worden.

2.7 In het licht van de stellingen van partijen zoals onder 2.4 en 2.5 weergegeven overweegt de rechtbank als volgt. De reden waarom geen deskundigenbericht uitgebracht kan worden is onder meer gelegen in het ontbreken van het medisch dossier, hetgeen – zoals de rechtbank bij tussenvonnis d.d. 21 juli 2004 onder 2.4 heeft overwogen – aan [gedaagde sub 1] is te wijten, als ook in het feit dat [eiseres] inmiddels een volledige prothese aan de bovenkaak heeft, hetgeen aan [eiseres] is te wijten. Onder 2.2 in het hiervoor genoemde tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat hetgeen door [eiseres] in de procedure was ingebracht – waaronder de bevindingen van professor [E.] en tandarts de [M.] – onvoldoende tot bewijs strekt. Het feit dat thans geen deskundigenbericht kan worden uitgebracht maakt dit niet anders. Nu [eiseres] afziet van verdere bewijslevering kan de rechtbank slechts concluderen dat zij niet in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen.

2.8 Het is in belangrijke mate aan [gedaagde sub 1] te wijten dat geen deskundigenbericht kan worden uitgebracht, omdat hij geen medisch dossier tot zijn beschikking heeft of heeft gehouden, terwijl dat van hem op grond van zijn professie wel verwacht had mogen worden. In deze omstandigheid ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat [eiseres] en [gedaagde sub 1] ieder de eigen kosten dragen.

2.9 Axa heeft in de hoofdzaak niet geconcludeerd. Haar procureur heeft de comparitie gedeeltelijk bijgewoond, doch heeft geen inhoudelijke argumenten in de zaak naar voren gebracht. De rechtbank is van oordeel dat Axa om die reden haar eigen kosten dient te dragen.

3. De beslissing

De rechtbank

- wijst de vorderingen af;

- compenseert de proceskosten zo dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 29 maart 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

NvdP