Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0694

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-04-2006
Datum publicatie
24-10-2006
Zaaknummer
51537 KG 06-38
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KSG vordert o.a. Sagro te gebieden om schriftelijke aansprakelijkheid te erkennen voor alle door KSG en de Stichting geleden en nog te lijden schade als gevolg van de sloopwerkzaamheden. Sagro heeft bij een eerder kort geding op 6 april 2006 aansprakelijkheid erkend tot een bedrag van ongeveer € 12.000,--.

Vorderingen worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 4 april 2006 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 38/2006

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Koninklijke Schelde Groep B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

eiseres,

procureur: mr. drs. M.J. Wolf,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Sagro Aannemingsmaatschappij Zeeland B.V.,

gevestigd te ‘s-Heerenhoek,

gedaagde,

procureur: mr. S.D. Spruijt.

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als KSG en Sagro.

Het dossier bevat de volgende processtukken:

- dagvaarding met bijlagen;

- brief d.d. 22 maart 2006 met bijlagen zijdens Sagro;

- pleitaantekeningen zijdens beide partijen.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 23 maart 2006, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

De zaak is, gelet op de onderlinge samenhang, gelijktijdig behandeld met de zaak met Kort gedingnr. 37/2006 tussen KSG en de Stichting Bouw- en Exploitatie Koninkrijkszaal Centrum (hierna: de Stichting).

2. De feiten

2.1. Het onroerend goed van de Stichting, staande en gelegen aan de Van Dishoeckstraat 534-536 te 4381 VZ Vlissingen grenst aan de achterzijde en aan de linkerzijde aan de onroerende zaken welke in eigendom toebehoorden aan KSG.

2.2. KSG heeft in november 2004 een sloopvergunning verkregen om onder meer voormelde onroerende zaken te slopen.

2.3. De uitvoering van voormelde sloopwerkzaamheden heeft KSG opgedragen aan Sagro. In dit kader hebben partijen op 17 december 2004 een beheer- en sloopovereenkomst gesloten. Hierin is, voorzover van belang, het navolgende opgenomen:

“(…)

Artikel 18: Overige voorwaarden

(…)

18.2 Sagro vrijwaart de Schelde voor aanspraken van derden tot vergoeding van schade, voor zover deze door de uitvoering van Sagro’s werkzaamheden is toegebracht en te wijten is aan nalatigheid, onvoorzichtigheid of verkeerde handelingen van Sagro, zijn personeel, zijn onderaannemers of zijn leveranciers.

(…).”

2.4. Op 19 april 2005 heeft taxatie- en adviesbureau Geschiere-Josiasse in opdracht van Sagro een vooropname rapport opgesteld met betrekking tot de onroerende zaak van de Stichting.

2.5. Direct voorafgaand aan de sloop van de onroerende zaak van KSG grenzend aan het onroerend goed van de Stichting heeft een kort gedingprocedure tussen hen plaatsgevonden.

In het kader van die procedure hebben zij afspraken gemaakt over de omstandigheden waaronder tot sloop van voormelde onroerende zaak zal worden overgegaan.

2.6. Op 8 november 2005 heeft Sagro bij de uitvoering van haar sloopwerkzaamheden schade toegebracht aan de achtergevel van de onroerende zaak van de Stichting.

2.7. Bij brief d.d. 8 november 2005 heeft KSG bevestigd dat zij ervoor instaat dat de schade prompt en volledig wordt hersteld door Sagro.

2.8. Sagro heeft voormelde schade gemeld bij haar verzekeraar. De verzekeraar heeft vervolgens een expert, Bureau Lengkeek, Laarman & De Hosson, ingeschakeld.

Op 22 maart 2006 heeft de expert gerapporteerd aan de verzekeraar van Sagro. Het schadebedrag wordt begroot op € 11.750,00 exclusief BTW.

2.9. Op 6 december 2005 is verlof verleend door de voorzieningenrechter van deze rechtbank om onder KSG op een groot aantal onroerende goederen, staande en gelegen aan de Glacisstraat, de Koningsweg, de Aagje Dekenstraat en de Commandoweg te Vlissingen, beslag te mogen leggen ter verzekering van verhaal van voormelde vordering.

De deurwaarder heeft vervolgens op 7 december 2005 beslag gelegd op het recht van opstal op een groot aantal onroerende zaken, staande en gelegen aan de Glacisstraat, de Koningsweg, de Aagje Dekenstraat en de Commandoweg te Vlissingen.

2.10. In opdracht van de Stichting heeft het Regionaal BouwComité Zuidwest (hierna: Regionaal BouwComité) op 19 december 2005 gerapporteerd over de gevolgen van de sloop voor de onroerende zaak van de Stichting. Het Regionaal BouwComité begroot de schade aan de onroerende zaak van de Stichting op een bedrag van € 644.490,00.

2.11. Op 22 december 2005 heeft de oplevering van de eerste fase van de sloopwerkzaamheden plaatsgevonden tussen KSG en de gemeente Vlissingen. Als gevolg van die oplevering is de gemeente een bedrag van € 2.086.667,00 verschuldigd aan KSG.

2.12. Met daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft de Stichting op 6 januari 2006 beslag gelegd ten laste van KSG onder de gemeente Vlissingen op al hetgeen KSG opeisbaar te vorderen heeft van de gemeente ter verzekering van verhaal van een vordering begroot op € 650.000,00.

2.13. In opdracht van KSG heeft Konstruktieburo Factor B.V. (hierna: Factor) op 19 januari 2006 op voormeld rapport van het Regionaal BouwComité Zuidwest gereageerd. Bovendien heeft Factor aannemingsbedrijf Letzer verzocht een raming van de herstelkosten te geven. Deze kosten bedragen volgens Letzer en Factor € 12.564,46 exclusief BTW.

2.14. De Stichting heeft een bodemprocedure tussen partijen aanhangig gemaakt strekkende tot een verklaring voor recht dat KSG aansprakelijk is voor de schade die de Stichting heeft geleden aan de onroerende zaak en de daaruit voortvloeiende gevolgschade, onder veroordeling tot vergoeding van die schade aan de Stichting.

2.15. Op 21 maart 2006 heeft advies- en tekenburo bouwkunde R. Willems (hierna: Willems) in opdracht van de Stichting de schade aan de onroerende zaak van de Stichting. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van schade die moet worden hersteld zonder vermelding van een begroting van de kosten van herstel.

2.16. Na het uitbrengen van de dagvaarding in deze procedure heeft de Stichting het beslag onder de gemeente Vlissingen opgeheven voorzover dit een bedrag van

€ 650.000,00 te boven gaat.

3. Het geschil

3.1. KSG vordert, kort samengevat en bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- Sagro te gebieden om schriftelijk aansprakelijkheid te erkennen voor alle door KSG en de Stichting geleden en nog te lijden schade als gevolg van de sloopwerkzaamheden;

- Sagro te gebieden om een bankgarantie te stellen ten behoeve van de Stichting;

- Sagro te veroordelen tot betaling van een voorschot op de door KSG geleden schade welke verband houdt met de door Sagro aan het pand van de Stichting toegebrachte schade;

- Sagro te veroordelen in de kosten van het geding.

KSG stelt dat Sagro op grond van de tussen hen gesloten beheer- en sloopovereenkomst aansprakelijk is voor alle schade die zij als gevolg van de uitvoering van de sloop-werkzaamheden aan het pand van de Stichting heeft toegebracht. Uit het rapport van Lengkeek volgt dat de schade aan de achtergevel van het pand van de Stichting

€ 11.750,00 exclusief BTW bedraagt en dat voor die schade aansprakelijkheid wordt erkend. In ieder geval is de aansprakelijkheidstelling door KSG niet betwist door Sagro. Sagro dient derhalve voor dat bedrag een bankgarantie te stellen ten behoeve van de Stichting.

Gelet op voorgaande aansprakelijkheid van Sagro is gegeven dat zij eveneens de renteschade van KSG moet vergoeden die voortvloeit uit de schade van de Stichting, aangezien de Stichting voor die schade beslag heeft gelegd ten laste van KSG en zij daardoor niet over de aan haar toekomende vergoeding van de gemeente kan beschikken. Bovendien wordt zij als gevolg van het beslag voor het jaar 2006 als opstalgerechtigde aangeslagen wegens verschuldigde onroerendezaakbelasting. Verder is KSG door de opstelling van Sagro dan wel haar verzekeraar gedwongen om zich te verweren tegen aanspraken van de Stichting. De kosten die daarmee gepaard gaan, leveren ook schade op voor KSG en dienen door Sagro te worden vergoed.

3.2. Sagro stelt dat de vordering met betrekking tot de aansprakelijkheid zich niet leent voor behandeling in kort geding. Bovendien valt gelet op de hoogte van de gepretendeerde schade in verhouding tot de hoogte van de verzekerde som niet in te zien dat een bodemprocedure niet afgewacht kan worden. Het spoedeisend belang van KSG bij haar vorderingen wordt dan ook door Sagro betwist.

Ondanks de door haar in acht genomen zorgvuldigheid is er door de sloopwerkzaam-heden toch schade ontstaan aan het pand van de Stichting. Deze schade bedraagt volgens de expert van de verzekeraar € 13.990,00 inclusief BTW. Tot dit bedrag wordt de schade derhalve erkend en dit bedrag zal door de verzekeraar worden uitgekeerd aan Sagro. De vrijwaring van Sagro jegens KSG beperkt zich derhalve tot dit bedrag. Voorzover er bij de Stichting schade is ontstaan als gevolg van de gehele sloop van het aangrenzende terrein van KSG is Sagro daarvoor niet aansprakelijk. Hiervoor is de opdrachtgever van de sloop aansprakelijk. De aansprakelijkheid van Sagro beperkt zich tot de schade die is veroorzaakt tijdens de werkzaamheden en binnen de perken van artikel 18 lid 3 van de beheer- en sloopovereenkomst. Gelet hierop bestaat geen grond voor het stellen van een bankgarantie ter hoogte van € 650.000,00, zoals door KSG is gevorderd.

De inhoud van de polisvoorwaarden, op grond waarvan Sagro zich dient te onthouden van het erkennen van schuld of het doen van een toezegging tot enige betaling, staat aan toewijzing van de vordering van KSG in de weg.

De schade die KSG lijdt als gevolg van de gelegde beslagen en de juridische procedures kan niet aan Sagro worden tegengeworpen. Deze schade valt niet onder artikel 18 lid 3 van de tussen partijen gesloten overeenkomst en bovendien had KSG die schade kunnen voorkomen door onmiddellijk nadat beslag was gelegd daarvoor een bankgarantie te stellen.

4. De beoordeling

4.1. Gelet op de stellingen van KSG is voldoende aannemelijk geworden dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen, zodat zij ontvankelijk is in haar vorderingen.

4.2. In het vonnis van 6 april 2006 met Kort gedingnr. 37/2006, gewezen tussen KSG enerzijds en de Stichting anderzijds, is overwogen dat aannemelijk is dat de schade aan het pand van de Stichting ongeveer € 12.000,00 exclusief BTW bedraagt. Verder is in dat vonnis overwogen dat verdere schade van zowel de Stichting als KSG vooralsnog niet aannemelijk is

gemaakt.

Voormeld schadebedrag is onder meer vastgesteld door de expert van de verzekeraar van Sagro, Lengkeek, in het overgelegde rapport van 22 maart 2006. Gelet op de inhoud van de schademelding van Sagro aan haar verzekeraar, het rapport van de expert van haar verzekeraar en de tussen KSG en Sagro gesloten beheer- en sloopovereenkomst, is voorshands voldoende aannemelijk geworden dat Sagro aansprakelijk is voor die schade. Aannemelijk is derhalve dat de verzekeraar van Sagro tot uitbetaling van dat schadebedrag zal overgaan. Sagro heeft uiteindelijk, bij monde van haar advocaat, ter zitting aansprakelijkheid tot dit bedrag erkend. Gelet hierop heeft KSG thans geen belang meer bij haar vordering ertoe strekkende dat Sagro na betekening van het vonnis schriftelijk aansprakelijkheid dient te erkennen. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.3. De vordering van KSG strekkende tot het stellen van een bankgarantie door Sagro ten behoeve van de schade van de Stichting heeft blijkens de stellingen van KSG als doel om haar een grond te verschaffen op basis waarvan tot opheffing van het door de Stichting gelegde beslag kan worden gekomen. Nu, in voornoemd tussen KSG en de Stichting gewezen vonnis, het beslag reeds is opgeheven, heeft KSG geen belang meer bij deze vordering.

Hierbij komt dat ten aanzien van de schade tot een bedrag van ongeveer € 12.000,00 exclusief BTW onder 4.2. is overwogen dat aannemelijk is dat de verzekeraar van Sagro deze schade zal vergoeden en er overigens gesteld noch gebleken is dat Sagro ter zake voormeld bedrag niet kredietwaardig is, zodat op basis van het voorgaande ook geen grond aanwezig is om Sagro op basis van de tussen partijen gesloten beheer- en sloopovereenkomst te gebieden voor deze schade van de Stichting een bankgarantie te doen stellen.

4.4. Met betrekking tot het door KSG gevorderde voorschot op de schadevergoeding wordt als volgt overwogen.

Gelet op de betwisting daartoe door Sagro en het ontbreken van stukken ter onderbouwing van de stellingen van KSG op dit punt, is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat KSG schade heeft geleden welke voortvloeit uit of verband houdt met de door Sagro aan het pand van de Stichting toegebrachte schade. Deze vordering zal derhalve worden afgewezen.

4.5. KSG, de Stichting en Sagro, deze laatste onder voorbehoud van instemming van haar verzekeraar, hebben ter terechtzitting nog afgesproken dat zij gezamenlijk een arbiter van de Raad van Arbitrage voor de bouw zullen verzoeken een bindend advies uit te brengen ten aanzien van de omvang van de schade aan het pand van de Stichting en de verdeling van de aansprakelijkheid voor die schade tussen alle betrokken partijen.

4.6. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van KSG af;

- compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 4 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

cb