Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY9544

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
18-07-2006
Datum publicatie
05-10-2006
Zaaknummer
52979 KG 06-115
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vereniging vordert, kort samengevat, een verbod tot betreding van de bij de vereniging in gebruik zijnde locaties met volkstuinen, alsmede een verbod om contact op te nemen met het bestuur van de vereniging en hun gezinsleden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 18 juli 2006 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 115/2006

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Volkstuinvereniging Kweeklust,

statutair gevestigd te Middelburg,

eiseres,

procureur: mr. C.J. IJdema,

advocaat: mr. M.J.A. Gaber te Maastricht,

tegen:

[g[gedaagde],

wonende te Middelburg,

gedaagde,

procureur: mr. M. Krijger.

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als de vereniging en [gedaagde].

Het dossier bevat de volgende processtukken:

- dagvaarding met bijlagen;

- brief d.d. 30 juni met producties zijdens de vereniging;

- akte overlegging producties d.d. 10 juli 2006 zijdens [gedaagde];

- pleitaantekeningen zijdens beide partijen.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 11 juli 2006, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

2. De feiten

2.1. De vereniging heeft ten doel om de belangen van haar leden te behartigen en de liefde voor de natuur bij hen op te wekken. Dit tracht zij onder meer te bereiken door grond aan te kopen dan wel te huren en deze tegen een op de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering vast te stellen pachtprijs aan de leden te verhuren.

2.2. In de statuten van de vereniging is, voorzover van belang, het navolgende opgenomen:

“(…)

Artikel 4: Beëindiging lidmaatschap en donateurschap.

(…)

d. door ontzetting.

Ontzetting uit het lidmaatschap kan alleen plaatsvinden, wanneer een lid of donateur,

hetzij handelt in strijd met de statuten, de reglementen of een besluit van de vereniging, hetzij de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Zij geschiedt met inachtneming van de voorwaarden die de wet stelt.

(…).”

2.3. In het huishoudelijk reglement is, voorzover van belang, het navolgende opgenomen:

“(…)

Artikel 2

De rechten van de leden zijn:

(…)

b. grond van de vereniging te huren tot een maximum van 300 vierkante meter.

(…)

n. zich tegenover bestuursleden en medeleden correct te gedragen in woord en gebaar; voorkomende conflicten en/of geschillen van mening, voorzover niet onderling oplosbaar, voor te leggen aan het bestuur. Dit zal dan, met inachtneming van de wettelijke regels, trachten een voor partijen aanvaardbare oplossing aan te dragen.

(…).”

2.4. [gedaagde] is sedert februari 2004 lid van de vereniging en huurt als zodanig een tuin op de locatie Griffioen (I/II). Sedert 1 januari 2006 huurt hij de tuin met nummer [nummer] van de vereniging.

2.5. Tussen partijen zijn geschillen gerezen die er toe hebben geleid dat het bestuur van de vereniging bij brief d.d. 27 april 2006 [gedaagde] heeft medegedeeld dat zij voornemens is om hem te ontzetten uit het lidmaatschap per 8 mei 2006.

Op 8 mei 2006 heeft het bestuur besloten om [gedaagde] te ontzetten uit zijn lidmaatschap. Bij brief d.d. 9 mei 2006 is dit besluit aan [gedaagde] medegedeeld en hem is in deze brief tot 15 mei 2006 de gelegenheid gegeven om zijn eigendommen van de tuin te verwijderen.

2.6. Ondanks sommaties van de vereniging aan [gedaagde] om de locatie Griffioen en de tuin [nummer] niet meer te betreden, blijft [gedaagde] tot op heden zijn tuin onderhouden en de locatie betreden.

3. Het geschil

3.1. De vereniging vordert, kort samengevat, een verbod tot betreding van de bij de vereniging in gebruik zijnde locaties met volkstuinen, alsmede een verbod om contact op te nemen met het bestuur van de vereniging en hun gezinsleden, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

De vereniging stelt daartoe dat zij [gedaagde] op basis van de statuten, het huishoudelijk reglement en de wet op juiste gronden heeft ontzet uit zijn lidmaatschap. [gedaagde] heeft zich door zijn wangedrag herhaaldelijk niet correct gedragen tegenover het bestuur en hij heeft de vereniging onredelijk benadeeld. Voorts is hierbij de juiste procedure gevolgd. Als gevolg van de ontzetting is [gedaagde] verstoken van de lidmaatschaps-rechten en mag hij de volkstuincomplexen niet meer betreden.

[gedaagde] heeft de gelegenheid gehad om het voorgenomen besluit tot ontzetting aan de orde te stellen binnen een bijeen te roepen Algemene Ledenvergadering en daarvan heeft hij geen gebruik gemaakt.

Gedurende de afgelopen maanden heeft [gedaagde] het bestuur, en meer in het bijzonder de secretaris en diens gezin, lastig gevallen. In dat kader heeft hij beledigingen en bedreigingen geuit, vertoont hij provocerend gedrag waarbij hij toespelingen maakt op de dood en heeft hij de secretaris hinderlijk gevolgd. Dit gedrag van [gedaagde] moet een halt worden toegeroepen.

3.2. [gedaagde] betwist dat aan de wettelijke vereisten voor ontzetting uit het lidmaatschap is voldaan, alsmede dat hij in strijd met de statuten en/of het huishoudelijk reglement heeft gehandeld en de vereniging onredelijk heeft benadeeld.

[gedaagde] erkent dat er een geschil is geweest over het houden van kippen in de door hem gehuurde tuin en dat de gemoederen in dit kader verhit zijn geraakt aan beide zijden. Uiteindelijk heeft [gedaagde] tijdig aan de sommatie van de vereniging tot verwijdering van de kippen voldaan. Wangedrag jegens het bestuur wordt door [gedaagde] betwist.

De statuten en het huishoudelijk reglement voorzien niet in een interne beroeps-mogelijkheid om tegen het besluit van het bestuur op te komen. Het bijeenroepen van een Algemene Ledenvergadering valt hier niet onder. Bovendien was dit praktisch niet haalbaar geweest, gelet op het daarvoor benodigde aantal stemmen en voorts was de daarvoor gegunde termijn te kort.

Vanaf het moment van inroepen van de nietigheid van het besluit tot ontzetting heeft [gedaagde] zijn tuin weer betreden en hij heeft zich daarbij aan de regels van de vereniging gehouden.

4. De beoordeling

4.1. In het midden kan worden gelaten de vraag of het bestuur van de vereniging op juiste gronden tot ontzetting van [gedaagde] uit het lidmaatschap heeft kunnen besluiten en of bij het nemen van dat besluit de juiste procedures zijn gevolgd.

Gelet op de overgelegde stukken is aannemelijk geworden dat rondom het houden van kippen en het bouwen van een kippenhok op het volkstuincomplex van de vereniging de gemoederen tussen partijen verhit zijn geraakt en dat [gedaagde] zich hierbij niet altijd correct heeft gedragen jegens het bestuur. Daarentegen valt het het bestuur te verwijten dat, ondanks dat er in de huurovereenkomst tussen de gemeente en de vereniging een verbod tot het houden van kippen op het volkstuincomplex is opgenomen, dit binnen de vereniging ten opzichte van de leden niet is gecommuniceerd. Het had op de weg van de vereniging gelegen om hieromtrent een bepaling op te nemen in het huishoudelijk reglement. Voorts is onweersproken dat [gedaagde] tijdig aan de sommaties van de vereniging met betrekking tot het verwijderen van de kippen en het kippenhok heeft voldaan. Verder is onweersproken dat [gedaagde] zich na het incident samenhangend met het houden van de kippen en het besluit tot ontzetting zich correct heeft gedragen ten opzichte van het bestuur en dat hij zich aan de statuten en de reglementen heeft gehouden. Ook is aannemelijk dat er voorafgaand aan voornoemd incident geen noemenswaardige conflicten tussen partijen zijn geweest.

Gelet op het voorgaande en de wederzijdse belangen van partijen tegen elkaar afwegend is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van [gedaagde] bij het kunnen blijven gebruiken van zijn volkstuin, mede ook gelet op de doelstelling van de vereniging en tegen de achtergrond van de omstandigheid dat sprake is geweest van een incident, zwaarder weegt dan het belang van (het bestuur van) de vereniging bij beëindiging van dat gebruik door [gedaagde]. De vordering strekkende tot een verbod tot betreding van het volkstuincomplex door [gedaagde] zal dan ook worden afgewezen.

4.2. Voor toewijzing van het gevorderde contactverbod moet aannemelijk zijn geworden dat [gedaagde] zich zodanig heeft gedragen dat dit aangemerkt kan worden als ernstig onrechtmatig handelen jegens het bestuur van de vereniging en dat die gedragingen de conclusie rechtvaardigen dat er sprake is van een concrete dreiging van continuering of herhaling van dit onrechtmatig handelen.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.1. is overwogen, is voldoende aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een incident waarbij de gemoederen tussen partijen verhit zijn geraakt. Verder is onweersproken dat [gedaagde] zich na dat incident correct heeft gedragen ten opzichte van het bestuur en dat hij zich aan de statuten en de reglementen heeft gehouden. Ook is aannemelijk dat er voorafgaand aan voornoemd incident geen noemenswaardige conflicten tussen partijen zijn geweest.

Tegen de achtergrond van het voorgaande kunnen de gedragingen van [gedaagde], voorzover deze al als onrechtmatig handelen waren aan te merken, niet de conclusie rechtvaardigen dat er thans nog sprake is van een concrete dreiging van continuering of herhaling van dat handelen. Het door de vereniging gevorderde contactverbod ten behoeve van het bestuur zal dan ook worden afgewezen.

4.3. In het licht van het bovenstaande behoeven de overige geschilpunten tussen partijen geen verdere bespreking en beslissing meer.

4.4. De vereniging zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen van de vereniging af;

- veroordeelt de vereniging in de kosten van dit geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 248,00 wegens griffierechten en € 1.054,00 wegens procureurssalaris.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 18 juli 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

cb