Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY8438

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
06-09-2006
Datum publicatie
19-09-2006
Zaaknummer
50381 HA ZA 05-596
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 6:43 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de toerekening van de betaling op de schuld die de schuldenaar bij de betaling aanwijst. In dit geval heeft Pronova bij de betaling de facturen waarop de betaling betrekking had nauwkeurig aangeduid en stond het Fairwood niet vrij om die betalingen in mindering te doen strekken op andere facturen, laat staan op facturen van een andere onderneming. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de vordering slechts zal toewijzen tot het door Pronova schuldig erkende bedrag

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 50381 / HA ZA 05-596

Vonnis van 6 september 2006

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FAIRWOOD B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres,

procureur mr. C.J. de Wit,

advocaat mr. E.G. Karel te Middelharnis,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRONOVA INTERIEUR EN PROJECTINRICHTING B.V.,

gevestigd te Goes,

gedaagde,

procureur mr. B.H. Vader.

Partijen zullen hierna Fairwood en Pronova genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 april 2006

- de akte uitlating tussenvonnis van de zijde van Pronova

- de antwoordakte van de zijde van Fairwood

- de pleitaantekeningen van mr B.H. Vader

- de pleitnotities van mr E.G. Karel.

De verdere beoordeling

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 5 april 2006 Pronova in de gelegenheid gesteld aan de hand van over te leggen bankbescheiden aan te tonen dat zij de door Fairwood aan haar vordering ten grondslag gelegde facturen op een bedrag van € 246,00 na heeft voldaan. Pronova heeft bij akte uitlating tussenvonnis overgelegd een kopie van een dagafschrift van de ABN AMRO bank van rekeningnummer 58.59.22.519 ten name van Pronova Interieurbouw en Projectinrichting B.V., gedateerd 29 januari 2004. Dit dagafschrift vermeldt een overboeking van een bedrag van € 7.125,51 van de rekening van Pronova naar rekeningnummer 68.60.52.102 ten name van Fairwood met als omschrijving 031370/031369/031830. Het nummer 031369 correspondeert met de factuur gedateerd 5 september 2003 ten bedrage van € 7.011,30 waarvan Fairwood blijkens de dagvaarding betaling vordert. Uit dit rekeningafschrift blijkt derhalve dat Pronova deze factuur op 29 januari 2004 heeft voldaan. Het eveneens door Pronova overgelegde dagafschrift gedateerd 23 februari 2004 vermeldt een overboeking van een bedrag van € 546,00 van de rekening van Pronova naar de rekening van Fairwood. Deze overboeking vermeldt als omschrijving 31385/31403. Ook deze nummers corresponderen met de in de dagvaarding genoemde facturen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt daaruit onweerlegbaar dat Pronova van de onder 2 van de dagvaarding genoemde bedragen op 23 februari 2004 reeds € 7.557,30 had betaald en dat door haar nog slechts resteerde te voldoen een bedrag van € 246,47, zoals zij zelf steeds heeft aangegeven. Fairwood heeft daartegenover aangevoerd dat Pronova zowel producten heeft afgenomen van Fairwood als van Homé Hout B.V. en dat het Fairwood en Homé Hout B.V. vrij stond om de door Pronova betaalde bedragen te verdelen over de openstaande facturen van beide bedrijven. De rechtbank passeert dit standpunt. Op grond van artikel 6:43 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de toerekening van de betaling op de schuld die de schuldenaar bij de betaling aanwijst. In dit geval heeft Pronova bij de betaling de facturen waarop de betaling betrekking had nauwkeurig aangeduid en stond het Fairwood niet vrij om die betalingen in mindering te doen strekken op andere facturen, laat staan op facturen van een andere onderneming. Dit leidt ertoe dat de rechtbank de vordering slechts zal toewijzen tot het door Pronova schuldig erkende bedrag van € 246,47. Fairwood dient als de voor het grootste deel in het ongelijk te stellen partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De rechtbank

- veroordeelt Pronova om aan Fairwood tegen kwijting te betalen de som van € 246,47, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf éénentwintig november 2005 tot die der voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- veroordeelt Fairwood in de kosten van het geding welke aan de zijde van Pronova tot aan dit moment worden begroot op € 294,00 wegens griffierecht en € 1.582,00 wegens procureurssalaris;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2006.?