Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY8437

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-09-2006
Datum publicatie
19-09-2006
Zaaknummer
44285 HA ZA 2004-438
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen staat vast dat Greenworld haar thans in geschil zijnde vordering uit onverschuldigde betaling jegens Sagro bij akte van cessie d.d. 22 maart 2005 heeft overgedragen aan Grünland.

Het rechtsgevolg van de cessie is dat Greenworld haar vorderingsrecht ten gunste van Grünland heeft verloren. Grünland treedt als schuldeiser in de plaats van Greenworld, zodat Greenworld geen vordering meer heeft. Haar stelling, dat zij desalniettemin belang heeft bij een toewijzend vonnis in deze, omdat zij het bestaan en de omvang van de vordering aan Grünland heeft gegarandeerd, maakt dit niet anders. Een titel tot executie komt niet haar toe, maar Grünland. Sagro kan haar niet meer bevrijdend betalen ten gevolge van de cessie. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 13 september 2006 in de zaak van:

rolnr: 438/04

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASB GREENWORLD B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

eiseres in conventie,

gedaagde in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. J. Boogaard

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SAGRO AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ,

gevestigd te 's-Heerenhoek,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. P.M.E. Bilterijst.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 juli 2005;

- akte van de zijde van Sagro;

- antwoordakte in conventie en voorwaardelijke reconventie van de zijde van Greenworld;

- akte uitlating producties van de zijde van Sagro.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De verdere beoordeling in conventie en in voorwaardelijke reconventie

2.1.1 In haar tussenvonnis van 20 juli 2005 heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de parkeerrol in afwachting van het arrest van de Hoge Raad op het cassatieberoep met betrekking tot het arbitrale tussenvonnis dat op 11 februari 2000 tussen partijen is gewezen. Dit arrest is thans door Sagro overgelegd.

2.1.2 In dit arrest van 20 januari 2006 heeft de Hoge Raad Greenworld in haar beroep tegen het arrest van het Hof van 18 februari 2004 niet ontvankelijk verklaard, omdat zij daarbij geen belang meer heeft. Zij was reeds door het Hof in het gelijk gesteld.

De Hoge Raad heeft het beroep van Grünland verworpen. Hij heeft geoordeeld dat een scheidsrechterlijk oordeel gedeeltelijk kan worden vernietigd op de grond dat voor een deel een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt. Greenworld is niet gebonden aan het tussen Sagro en Grünland gesloten arbitraal beding. Het hof heeft naar het oordeel van de Hoge Raad bovendien terecht geoordeeld, dat er van een onverbrekelijke samenhang in het arbitrale vonnis geen sprake is, zodat de vernietiging van het arbitrale vonnis van 11 februari 2000 ten aanzien van Greenworld er niet toe leidt, dat dit vonnis ten aanzien van Grünland niet in stand kan blijven. De Hoge Raad heeft ten slotte ook het incidentele beroep van Sagro verworpen.

2.1.3 Vervolgens heeft de rechtbank op 21 juni 2006 eindvonnis gewezen in de zaak met rolnummer 119/04. Zij heeft het arbitrale eindvonnis van 12 november 2003 tussen Sagro en Greenworld vernietigd en de vordering tot vernietiging van dit vonnis tussen Sagro en Grünland afgewezen.

In conventie

De gevorderde hoofdsom

2.2 Tussen partijen staat vast dat Greenworld haar thans in geschil zijnde vordering uit onverschuldigde betaling jegens Sagro bij akte van cessie d.d. 22 maart 2005 heeft overgedragen aan Grünland.

Het rechtsgevolg van de cessie is dat Greenworld haar vorderingsrecht ten gunste van Grünland heeft verloren. Grünland treedt als schuldeiser in de plaats van Greenworld, zodat Greenworld geen vordering meer heeft. Haar stelling, dat zij desalniettemin belang heeft bij een toewijzend vonnis in deze, omdat zij het bestaan en de omvang van de vordering aan Grünland heeft gegarandeerd, maakt dit niet anders. Een titel tot executie komt niet haar toe, maar Grünland. Sagro kan haar niet meer bevrijdend betalen ten gevolge van de cessie. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen. De rechtbank komt aan een inhoudelijke beoordeling, alsmede aan de vordering tot vergoeding van wettelijke rente, niet toe.

De gevorderde verklaring voor recht en verwijzing naar de schadestaatprocedure

2.3 Greenworld vordert voor recht te verklaren dat Sagro jegens haar aansprakelijk is uit hoofde van onrechtmatige daad door haar in een arbitrale procedure te betrekken en betrokken te houden en jegens haar executiemaatregelen te treffen op grond van het scheidsrechtelijk tussenvonnis tevens gedeeltelijk eindvonnis d.d. 11 februari 2000 en gehouden is de dientengevolge door haar geleden en nog te lijden schade, te vergoeden.

Greenworld stelt schade te hebben geleden, omdat zij kosten heeft moeten maken voor het voeren van verweer in de arbitrageprocedure, in diverse kort gedingprocedures en in de vernietigingsprocedure in twee instanties.

Deze vorderingen moeten worden afgewezen. Het enkele feit dat Greenworld, naar achteraf is vastgesteld, onterecht, door Sagro in een arbitrageprocedure is betrokken en daarmee samenhangend executie- en bodemprocedures heeft gevoerd, brengt niet met zich mee dat Sagro uit hoofde van een onrechtmatige daad de kosten van het verweer van Greenworld in die procedures dient te vergoeden. Het voeren van een gerechtelijke procedure heeft altijd een zeker procesrisico in zich. Het uitgangspunt is dat degene die in het ongelijk wordt

gesteld dat risico draagt in die zin dat die in de kosten van de in het gelijk gestelde partij wordt veroordeeld volgens gebruikelijk gehanteerde liquidatietarieven. Een dergelijke kostenveroordeling vindt zijn grondslag derhalve niet in de omstandigheid dat de verliezer onrechtmatig heeft gehandeld, maar in een, behoudens bijzondere omstandigheden, ieder toekomende en aanvaardbare mate van procesvrijheid en procesrisico. Bijzondere omstandigheden die in onderhavig geval tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, zijn gesteld noch gebleken.

De gevorderde executiekosten ad € 1.162,50

2.4 Op grond van het overwogene onder 2.4 moet ook deze vordering worden afgewezen.

In voorwaardelijke reconventie

2.5 Sagro heeft voorwaardelijk een tegenvordering ingediend, namelijk voor het geval de rechtbank tot het oordeel zou komen dat Greenworld onverschuldigd heeft betaald. Deze voorwaarde is niet vervuld, zodat de rechtbank aan beoordeling van de vordering in reconventie niet toekomt. Deze zal worden afgewezen.

De proceskosten in conventie en in reconventie

2.6 Als de in het ongelijk gestelde partij zal Greenworld in de proceskosten in conventie worden veroordeeld en Sagro in de proceskosten in reconventie.

De beslissing

De rechtbank:

In conventie

wijst de vorderingen van Greenworld af;

veroordeelt Greenworld in de proceskosten aan de zijde van Sagro gevallen, tot dusver begroot op € 2.990,-- aan verschotten, zijnde griffierecht en op € 4.973,50 aan salaris van haar procureur;

In voorwaardelijke reconventie

wijst de vordering van Sagro af;

veroordeelt Sagro in de proceskosten aan de zijde van Greenworld gevallen, tot dusver begroot op nihil aan verschotten en op € 1.421,-- aan salaris van haar procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 september 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.