Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY7316

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
01-03-2006
Datum publicatie
11-09-2006
Zaaknummer
47259 HA ZA 2005/150
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over een afzuigapparaat dat niet voldoende roet filtert, waardoor Schade is ontstaan. Deze problemen werden echter pas ná een redelijke termijn van 2 maanden bekend gemaakt. Omdat het hier niet ging om bijzondere omstandigheden, zal de late melding niet gezien worden als melding en zal de koper niet in aanmerking komen voor een schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 1 maart 2006 in de zaak van:

rolnr: 150/05

[eiser], h.o.d.n. [restaurant],

wonende Wolphaartsdijk,

eiseres,

procureur: mr. M.L. Huisman,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Hakvoort Horeca Zeeland B.V.,

gevestigd te Vlissingen,

gedaagde,

procureur: mr. J. Boogaard,

advocaat : D. Warnink.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Tussen partijen zijn de navolgende processtukken gewisseld:

- inleidende dagvaarding;

- conclusie van antwoord;

- conclusie van repliek;

- conclusie van dupliek.

1.2. Hoewel zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft [eiser] zich niet meer uitgelaten over de bij conclusie van dupliek overgelegde producties.

2. De feiten

Het restaurant [restaurant] is in de jaren 1998-1999 grondig verbouwd en gerenoveerd. Hakvoort is een expert op het gebied van keukens. In het kader van die renovatie heeft Hakvoort de inrichting van de keuken geleverd, bestaande onder meer uit een debrasseertafel, afvalcontainer, aanvoertafel, doorschuifvaatwasser, afvoertafel, wasmachine, wandkast, servieskast, een koel-vriescelcombinatie en een spoeltafel en voorts afzuigapparatuur, in totaal voor een bedrag van ƒ 159.822,00 exclusief BTW.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank dat de rechtbank bij vonnis, voor zover de wet dit toelaat uitvoerbaar bij voorraad, gedeeltelijk de ontbinding uit te spreken van de tussen partijen gesloten overeenkomst en om gedaagde te veroordelen aan haar te betalen € 4.000,00 als vervangende schadevergoeding, € 16.960,50 ter zake het schoonmaken van de woning en herstel in oude toestand en € 4.778,39 ter zake de redelijke kosten in verband met het vaststellen van de schade en aansprakelijkheid, danwel tot betaling van de met deze posten gemoeide bedragen als de rechtbank in goede justitie zal menen te moeten vaststellen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan die der algehele voldoening.

3.2. [eiser] legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Nadat Hakvoort het werk eind 1999 had opgeleverd bleek in het jaar 2000 dat er sprake was van een vuilafzetting op de muur en wanden in de woning en op het dak van het restaurant. In opdracht van [eiser] heeft SGS Belgium N.V. een onderzoek ingesteld en een rapport uitgebracht, gedateerd 27 januari 2003. Uit dit onderzoek is naar voeren gekomen dat de zwarte aanslag elementaire koolstof oftewel roet bevatte. Ook het waswater van de ramen bevatte roet. Het rapport maakt melding van een gezondheidsrisico. Als mogelijke oorzaak geeft het rapport aan de afzuiging van de fornuizen van de keuken van het onder de woning gelegen restaurant. Bij aangetekend schrijven van 16 juni 2003 heeft [eiser] Hakvoort aansprakelijk gesteld en haar uitgenodigd om mee te doen aan een door SGS nader in te stellen onderzoek. Hakvoort heeft daar op gereageerd met de mededeling eerst het onderzoek te willen afwachten. SGS heeft vervolgens een nader onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport, gedateerd 15 september 2003. De conclusie in dit rapport luidt dat de afzuiging van de keuken een verhoogd stof(roet) gehalte in de omgevingslucht in en rond de woning boven het restaurant veroorzaakt en leidt tot roetafzetting op het pand en in de woning. Het rapport suggereert dat dit kan worden ondervangen door de buis op het dak, waarin de ventilator is geplaatst, te verlengen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de in de keuken geplaatste apparatuur en/of de afzuiging niet voldoet aan de redelijkerwijs te stellen normen. Volgens [eiser] is Hakvoort verantwoordelijk voor de ontstane situatie. Zij is toerekenbaar te kort geschoten in de uitvoering van de overeenkomst en is aansprakelijk voor de schade. Ruisoord begroot de kosten van herstel overeenkomstig de door haar als productie 8 overgelegde offerte op € 4.000,00, de kosten van het schoonmaken van de woning c.q. herstel in oude toestand op € 16.960,50 en de kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid op € 4.7779,39.

3.3. Hakvoort voert verweer. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten was [eiser] mede vennoot in de vennootschap onder firma V.O.F. [V.o.f.]. Deze vennootschap is opgericht op 1 juli 1998. Per 10 december 1998 is de naam [restaurant] aan de handelsnaam toegevoegd. Deze vennootschap is ontbonden met ingang van 24 augustus 1999. Deze mededeling is op 30 augustus 1999 door het handelsregister ontvangen. Derden mochten er derhalve vanuit gaan dat van 8 december 1998 tot 30 augustus 1999 sprake was van een vennootschap onder firma die handelde onder de naam [restaurant]. Hakvoort heeft de eerste offerte uitgebracht op 18 december 1998 aan [restaurant] ter attentie van de familie [eiser]. De eerste door Hakvoort uitgebrachte offertebevestiging dateert van 5 februari 1999 en het renvooi van 20 mei 1999. Er kan geen misverstand zijn geweest over de contractspartijen. Dat was enerzijds Hakvoort Horeca Zeeland B.V. en anderzijds de vennootschap onder firma [restaurant]. Op grond van artikel 3:170 van het Burgerlijk Wetboek dient het instellen van een vordering door de deelgenoten gezamenlijk te geschieden. Weliswaar biedt artikel 3:171 van het Burgerlijk Wetboek de mogelijkheid dat een deelgenoot op eigen naam een vordering instelt ten behoeve van de gemeenschap, maar dat laatste blijkt niet uit de dagvaarding. [eiser] is in haar vordering derhalve niet ontvankelijk. Subsidiair betwist Hakvoort dat zij wanprestatie heeft gepleegd. Zij heeft aanvankelijk een afzuigventilator in box type DRAD 315-4 met een standenregelaar geoffreerd. Dit is een afzuigventilator die niet alleen trekkracht heeft, maar ook duwkracht. Deze ventilator behoort tot de relatief krachtiger apparaten. De luchtuitblaas zou moeten plaatsvinden 2 meter boven het hoogste punt binnen een straal van 25 meter. Daartoe zouden twee pijpen geplaatst moeten worden, één pijp van 2 meter en één pijp van 6 meter. De architect van [eiser] vond dat niet fraai en [eiser] heeft aangedrongen op een andere afzuiginstallatie. Hakvoort heeft uiteindelijk een afzuigventilator met minder vermogen, de KDV 630-6D geleverd. Deze ventilator is in principe uitsluitend geschikt om lucht af te zuigen en ter plaatse (van het apparaat) weer af te voeren. Hakvoort heeft deze installatie niet gemonteerd. Zij heeft ook de afvoerkanalen en de afzuig niet gemonteerd. Hakvoort voert voorts aan dat [eiser] niet binnen bekwame tijd na ontdekking heeft gereageerd. Zij kan er geen beroep meer op doen dat hetgeen niet is geleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt. Afgezien daarvan is de verjaringstermijn van twee jaar verstreken. Zij betwist dat de vuilafzetting iets te doen heeft met de door haar geleverde apparaten. Hakvoort is niet betrokken geweest bij de in opdracht van [eiser] plaatsgevonden onderzoeken. Haar verzekeraar heeft een onderzoek laten instellen door GAB Robbins. Deze heeft vastgesteld dat de herkomst dat de herkomst van de aanslag in het woongedeelte niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Op grond van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden kan [eiser] geen beroep doen op het feit dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien daarvan niet binnen uiterlijk zes maanden na aflevering melding is gedaan bij Hakvoort. [eiser] heeft binnen zes maanden na aflevering geen klachten geuit. Op grond van dezelfde voorwaarden geldt een beperking van de aansprakelijkheid.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Het meest verstrekkende verweer is dat [eiser] niet ontvankelijk is omdat zij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst medevennoot was in de vennootschap onder firma [V.o.f.] en uit de dagvaarding niet blijkt dat zij de vordering heeft ingesteld ten behoeve van die gemeenschap. De rechtbank passeert dit verweer. Uit niets blijkt immers dat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst met Hakvoort gehandeld heeft voor of namens een vennootschap onder firma en dat Hakvoort die vennootschap onder firma als contractspartij heeft beschouwd. Hakvoort heeft de facturen ook telkens op naam van [eiser] gesteld.

4.2. Tussen partijen staat onweersproken vast dat Hakvoort een expert is op het gebied van keukens en in totaal voor een bedrag van ƒ 159.822,00 exclusief BTW aan apparatuur heeft geleverd. Zij kan zich thans niet verschuilen achter het argument dat [eiser] destijds heeft aangedrongen op een andere afzuiginstallatie omdat de architect van [eiser] het niet fraai vond dat op het dak twee pijpen moesten worden geplaatst. Met dat argument geconfronteerd had zij vanuit haar expertise met de wetenschap dat een alternatief niet tot het beoogde resultaat zou leiden voet bij stuk moeten houden. Door een alternatief voor te stellen en te leveren heeft Hakvoort de verantwoordelijkheid voor dat alternatief op zich genomen en aanvaard. Hakvoort is derhalve in beginsel tegenover [eiser] aansprakelijk indien de door haar geleverde afzuigventilator KDV 630-6D niet geschikt blijkt te zijn voor het doel waarvoor deze afzuigventilator was bestemd. De rechtbank komt aan een nader onderzoek echter niet toe. De rechtbank is weliswaar van oordeel dat Hakvoort, gelet op de aard van de klachten en de noodzaak om een onderzoek in te stellen geen beroep toekomt op de in artikel 11.4 van de door haar gehanteerde verkoopvoorwaarden - waarvan de toepasselijkheid niet is betwist - genoemde vervaltermijn van 6 maanden, maar dat laat onverlet dat [eiser] gehouden was Hakvoort binnen bekwame tijd na ontdekking van de mogelijke oorzaak van de roetvorming daarvan in kennis te stellen. De tussen partijen gesloten overeenkomst bevat zowel kenmerken van koop als van aanneming van werk. Met betrekking tot de keuze van de afzuigventilator zijn in dat geval de regels van koop van toepassing. Op grond van artikel 7:23 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek dient de koper de verkoper na ontdekking van een gebrek binnen bekwame tijd van dit gebrek op de hoogte stellen. Onder bekwame tijd wordt verstaan binnen twee maanden na ontdekking. Een melding ná twee maanden na ontdekking kan onder bijzondere omstandigheden worden aangemerkt als een melding "binnen bekwame tijd" ofwel een spoedige kennisgeving in de zin van artikel 7:23 (eerste volzin) van het Burgerlijk Wetboek. ( vergelijk Kamerstukken II, 2001-220, 27809 nr. 6 p.6 met betrekking tot de slotzin van artikel 7:23 lid 1 BW). De wetsbepaling is mede geschreven in het belang van verkopers. Zij moeten er op kunnen rekenen dat de koper met bekwame spoed onderzoek pleegt en deze eveneens met spoed aan hen mededeelt. Tussen partijen staat vast dat SGS Belgium N.V. in opdracht van [eiser] een onderzoek ingesteld en een rapport uitgebracht gedateerd 27 januari 2003 en dat dit rapport als mogelijke oorzaak voor de roetvorming de afzuiging van de fornuizen van de keuken van het onder de woning gelegen restaurant aangeeft en dat [eiser] Hakvoort hiervan vervolgens eerst bij aangetekend schrijven van 16 juni 2003 in kennis heeft gesteld. De hiervoor bedoelde termijn van twee maanden was toen reeds verstreken. Gesteld, noch gebleken is er sprake was van bijzondere omstandigheden die met zich mee brachten dat de kennisgeving toch als tijdig dient te worden aangemerkt. Dat betekent dat [eiser] er geen beroep meer op kan doen dat de afzuigventilator niet aan de overeenkomst beantwoordde en dat de vordering derhalve dient te worden afgewezen. [eiser] dient als de in het ongelijk te stellen partij te worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering van [eiser] af;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding welke aan de zijde van Hakvoort tot aan dit moment worden begroot op € 565,00 wegens griffierecht en € 1.158,00 wegens procureurssalaris;

- verklaart dit vonnis met betrekking tot de kosten van het geding uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 maart 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.