Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY7075

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
19-04-2006
Datum publicatie
29-08-2006
Zaaknummer
50727 HA ZA 2005/636
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onbevoegdheidsverklaring voor de rechtbank om over de hoogte van de in rekening gebrachte bedragen te oordelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 19 april 2006 in de zaak van:

rolnr: 636/2005

De besloten vennootschap Schieman Advocaten B.V.,

gevestigd te Middelburg,

eiseres in de hoofdzaak,

gedaagde in het incident,

procureur: mr. W.T.J. Schieman,

tegen:

[gedaagde], h.o.d.n. Autobedrijf A.R. Focke,

gevestigd en kantoorhoudende te Middelburg,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

procureur: mr. J. Wind,

advocaat: mr. F. Kemp.

1. Het verloop van de procedure

De volgende processtukken zijn gewisseld:

In de hoofdzaak:

- dagvaarding.

In het incident:

- incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring;

- conclusie van antwoord in het incident.

2. De feiten in het incident

2.1. Eiseres in de hoofdzaak, gedaagde in het incident - verder: Schieman - heeft in opdracht en voor rekening van gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident - verder: Focke - werkzaamheden verricht.

In verband met deze werkzaamheden heeft Schieman aan Focke twee declaraties verzonden, één d.d. 30 september 2005 ten bedrage van € 529,79 en één d.d. 27 oktober 2005 ten bedrage van € 34.167,70.

2.2. Schieman vordert in de hoofdzaak betaling door Focke van beide voornoemde declaraties voor een totaalbedrag van € 34.697,49, vermeerderd met rente en kosten.

Schieman stelt dat Focke, ondanks aanmaning en sommaties daartoe, weigert de declaraties te voldoen.

3. Het geschil in het incident

3.1. Volgens Focke is de rechtbank niet bevoegd om van onderhavig geschil kennis te nemen.

Hij stelt dat in geschil is de hoogte van de door Schieman in rekening gebrachte bedragen. Indien een geschil de hoogte betreft van het honorarium van een advocaat terzake van voor zijn cliënt verrichte diensten is een bijzondere rechtsgang voorzien, te weten begroting door de Raad van Toezicht, zoals bedoeld in de artikelen 32-40 van de Wet tarieven in burgerlijke zaken.

3.2. Schieman stelt dat uit hetgeen Focke in zijn conclusie in het incident heeft gesteld kan worden afgeleid dat Focke mogelijk nog andere bezwaren heeft tegen de declaraties dan alleen de hoogte van het in rekening gebrachte salaris. Focke heeft namelijk tevens aangevoerd dat het optreden van Schieman zeer te wensen overliet.

Gelet hierop is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van het geschil waar het betreft andere bezwaren van Focke dan die, ziende op de hoogte van de declaraties. Aangezien Focke in de hoofdzaak nog niet heeft geconcludeerd bestaat terzake geen duidelijkheid.

Gelet op het bezwaar van Focke tegen de hoogte van de declaraties legt Schieman deze ten spoedigste voor aan de Raad van Toezicht van de NovA. Schieman verzoekt onderhavige hoofdzaak hangende de uitspraak in de begrotingsprocedure aan te houden voor onbepaalde tijd.

4. De beoordeling van het geschil in het incident

4.1. Bij de beantwoording van de vraag naar de bevoegdheid om over een vordering te oordelen geldt als maatstaf de grondslag van de vordering zoals die blijkens de dagvaarding door de eiser is gesteld.

Schieman vordert betaling door Focke van de door hem verstuurde facturen. De rechtbank is, gelet op de hoogte van de gevorderde bedragen, bevoegd om van een dergelijke vordering kennis te nemen.

Focke betwist (thans) echter de hoogte van de declaraties. Partijen zijn het er over eens dat de rechtbank op dit punt onbevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Schieman heeft aangevoerd zo spoedig mogelijk een begrotingsprocedure bij de Raad van Toezicht aanhangig te zullen maken.

Aangezien de rechtbank wel bevoegd is om over de vordering van Schieman tot betaling van de declaraties te oordelen, voorzover het betreft andere geschilpunten dan de hoogte van de declaraties, zal de rechtbank de vordering in het incident van Focke afwijzen.

De hoofdzaak zal voor voortprocederen - hetgeen inhoudt dat een conclusie van antwoord van de zijde van Focke kan worden genomen - worden verwezen naar de rolzitting. Het staat partijen vrij om aanhouding van de hoofdzaak te vragen, in afwachting van de uitkomst van de begrotingsprocedure bij de Raad van Toezicht.

4.2. Focke zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij in de kosten in het incident worden veroordeeld.

5. De beslissing

De rechtbank:

in het incident:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt Focke in de kosten van het incident, aan de zijde van Schieman begroot op € 579,--aan procureurssalaris;

in de hoofdzaak:

- verwijst de zaak naar de rolzitting van 31 mei 2006 voor het nemen van een conclusie van antwoord door Focke;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende- Mulder Smit en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 19 april 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

FM