Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY7030

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
07-06-2006
Datum publicatie
29-08-2006
Zaaknummer
50379 HA ZA 2005/595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

werkzaamheden schip

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 50379 / HA ZA 05-595

Vonnis van 7 juni 2006

in de zaak van

de vennootschap naar Engels recht

LLOYD'S REGISTER EMEA,

gevestigd te Londen, Engeland,

eiseres,

procureur mr. J. van der Wijst,

advocaat mr. L. Pas te Barendrecht,

tegen

1. de vennootschap onder firma

V.O.F. HARTMANS EN ZOON,

gevestigd te Sas van Gent, en haar vennoten

2. [gedaagde sub 2],

wonende te Sas van Gent,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te Sas van Gent,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te Sas van Gent,

gedaagden,

procureur mr. K.P.T.G. Flos,

advocaat mr. M.J. van Dam te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Lloyd's en Hartmans genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 8 februari 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 6 april 2006.

De feiten

De bedrijfsactiviteiten van Lloyd's bestaan uit de classificatie, certificering en inspectie van schepen, land- en offshore-installaties. Hartmans exploiteert met het ms Charon een internationaal binnenscheepvaartbedrijf. Lloyd's heeft het ms Charon in 2002 gekeurd voor klasse. Lloyd's heeft in de periode van 6 januari 2003 tot 16 januari 2003 in opdracht van Hartmans een onderzoek ("Special Survey") verricht naar de mogelijkheid van het in klasse brengen van het ms Charon. Lloyd's heeft voor dit onderzoek een bedrag van € 1.347,75 gefactureerd. Hartmans heeft deze factuur voldaan. Dit onderzoek heeft geleid tot het advies om een aantal werkzaamheden aan het schip te laten uitvoeren. Hartmans heeft de door Lloyd's geadviseerde werkzaamheden vervolgens laten uitvoeren door Scheepswerf de Schroef te Sas van Gent.

Het geschil

Lloyd's vordert dat de rechtbank bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Hartmans hoofdelijk veroordeelt om haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 9.393,98, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 30 dagen na factuurdatum, alsmede een bedrag van € 768,00 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding, met veroordeling van Hartmans in de kosten van het geding.

Lloyd's legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Lloyd's heeft in opdracht en voor rekening van Hartmans tussen 26 augustus 2003 en 16 september 2003 5 inspectiebezoeken gebracht aan de scheepswerf te Sluiskil om onderzoek te verrichten in verband met het nazicht van de naar aanleiding van haar eerder onderzoek uitgevoerde werkzaamheden en met het in klasse brengen van het schip. De surveyor heeft meerdere malen een test op de reparaties moeten bijwonen. Lloyd's heeft daarvoor aan Hartmans een factuur gezonden voor een bedrag van € 11.289,91. Hartmans heeft deze factuur behouden en slechts gevraagd om het eerder betaalde bedrag daarop in mindering te brengen. Uit coulance overwegingen heeft Lloyd's daarmee ingestemd en heeft zij aan Hartmans een vervangende factuur verzonden van € 9.393,98. Zij heeft Hartmans in gebreke gesteld bij schrijven van het door haar ingeschakelde incassobureau van 30 december 2004 en bij brief van 24 februari 2005. Zij heeft zowel intern als extern kosten moeten maken die rechtstreeks verband houden met pogingen om in der minne betaling te verkrijgen. Deze kosten hebben € 768,00 exclusief BTW bedragen. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft de heer [D.] verklaard dat de factuur voor een bedrag van € 5.655,00 betrekking heeft op drie onderzoeken, waarvan het eerste onderzoek heeft plaats gevonden in 2000/2001, een tweede onderzoek in 2002 en een derde onderzoek in januari 2003.

Hartmans voert verweer. Het schip was al in december 2002 voor klasse gekeurd. In januari 2003 heeft de heer [D.] van Lloyd's een lijst opgesteld waarop alle punten stonden vermeld waar het bij het ms Charon nog aan schortte. Zij heeft in verband met de mogelijke verkoop van het schip de door Lloyd's geadviseerde werkzaamheden door Scheepswerf de Schroef laten uitvoeren. Lloyd's is vervolgens in verband met de controle van de geadviseerde werkzaamheden een keer aan boord geweest. De werkzaamheden aan het trimdek werden goedgekeurd en naar aanleiding van het persen van de tanks moesten enkele pakkingen worden vernieuwd. Nadat deze waren vervangen is Lloyd's nog een keer geweest om deze te controleren. Beide bezoeken van Lloyd's werden gecombineerd met een bezoek aan andere schepen op de werf. De tweede keer is het schip nog een keer gekeurd en het schip is afgenomen. Direct na de ontvangst van de factuur heeft Hartmans daartegen geprotesteerd. Die klacht heeft geleid tot een nieuwe factuur van € 9.393,98. Lloyd's heeft niet gespecificeerd welke werkzaamheden zij heeft uitgevoerd. Voor twee bezoeken aan de werf in combinatie met de keuring van andere schepen is het in rekening gebrachte bedrag volstrekt niet gerechtvaardigd en behoefde Hartmans een dergelijke rekening ook niet te verwachten.

De beoordeling

Lloyd's legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van Hartmans tussen 26 augustus 2003 en 16 september 2003 5 inspectiebezoeken heeft gebracht aan de scheepswerf te Sluiskil om onderzoek te verrichten in verband met het nazicht van de naar aanleiding van haar eerder onderzoek uitgevoerde werkzaamheden en met het in klasse brengen van het schip. Deze stelling laat zich echter niet rijmen met de verklaring die de heer [D.] ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft afgelegd. Volgens de heer [D.] heeft de factuur voor een bedrag van € 5.655,00 betrekking op drie onderzoeken, waarvan het eerste onderzoek heeft plaats gevonden in 2000/2001, een tweede onderzoek in 2002 en een derde onderzoek in januari 2003. Anders dan Lloyd's aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd heeft dit gedeelte van de factuur geen betrekking op de tussen 26 augustus 2003 en 16 september 2003 plaatsgevonden inspectiebezoeken. De rechtbank is van oordeel dat Lloyd's de overige onderdelen van deze factuur onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd. Hartmans heeft zich tegen de vordering verweerd met de stelling dat Lloyd's in verband met het nazicht op de reparatie van het trimdek en de controle van de pakkingen twee keer aan boord is geweest, beide keren in combinatie met een bezoek aan andere schepen op de werf. Lloyd's is daar niet meer op teruggekomen. Zonder nadere toelichting van de zijde van Lloyd's, die ontbreekt, kan de rechtbank niet vaststellen welke van de overige op de factuur voorkomende posten betrekking hebben op die controle. Het vorenstaande leidt ertoe dat de rechtbank de vordering zal afwijzen. Lloyd's dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank

- wijst de vordering van af;

- veroordeelt Lloyd's in de kosten van het geding welke aan de zijde van Hartmans tot aan dit moment worden begroot op € 291,00 wegens griffierecht en € 768,00 wegens procureurssalaris;

- verklaart dit vonnis met betrekking tot de kosten van het geding uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2006.?