Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY6169

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
04-07-2006
Datum publicatie
11-08-2006
Zaaknummer
05/928
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

WOZ. Oesterputten. Onjuiste objectafbakening

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2006/1127
FutD 2006-1508
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

sector bestuursrecht

belastingkamer, meervoudig

____________________________________________________

UITSPRAAK

____________________________________________________

Reg.nr.: Awb 05/928

Inzake: [B.V.], te [vestigingsplaats], eiseres,

tegen: de heffingsambtenaar van de gemeente Reimerswaal, verweerder.

I. Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit van 18 augustus 2005 van verweerder (het bestreden besluit). Het beroep is op 21 maart 2006 ter zitting behandeld door een enkelvoudige kamer van de rechtbank. Na verwijzing naar een meervoudige kamer is het beroep op 26 april 2006 ter zitting behandeld.

Namens eiseres is dhr. [naam] directeur, verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door T.L. Simmelink-Flohil, WOZ taxateur.

II. Overwegingen

1. Eiseres is eigenaresse en gebruikster van de onroerende zaken bestaande uit loodsen, oesterputten en kade, op het perceel dat kadastraal is aangeduid als [pereceel I]. Eiseres is tevens eigenaresse van de onroerende zaak, bestaande uit een loods op het perceel dat kadastraal is aangeduid als [perce[perceel II]].

2. Bij beschikking met dagtekening 28 februari 2005 en nummer 82187 (hierna: de beschikking) heeft verweerder genoemde onroerende zaken gewaardeerd als één object in de zin van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de wet) en de waarde van dit object vastgesteld op € 192.000,-- uitgaande van de waarde in het economische verkeer van het object op de waardepeildatum 1 januari 2003 en geldend voor het waardetijdvak van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2006. Met het bestreden besluit heeft verweerder de beschikking gehandhaafd.

3. Eiseres heeft onweersproken gesteld dat de loods op het laatstgenoemde perceel in gebruik is bij het naastgelegen bedrijf [B.V. II]. en is aangebouwd aan de bestaande kreeftenbunker die eigendom is van [B.V. II]. Tevens heeft eiseres ter zitting verklaard dat de loods toegankelijk is via het gebouw van [B.V. II]. en dat eiseres enkel via het terrein van [B.V. II]. de mogelijkheid heeft om bij loods op perceel [perceel II] te komen. Verweerder stelt bekend te zijn met de situatie ter plaatse en geeft aan dat om de versnipperde verkaveling en de nummering in het betreffende gebied veel te doen is geweest. Omwille van de duidelijkheid heeft verweerder gemeend om uit te moeten gaan van de eigendomssituatie.

4. De rechtbank overweegt het volgende.

5. Zoals blijkt uit art. 16 van de wet WOZ wordt voor de toepassing van de wet als één onroerende zaak aangemerkt:

a. een gebouwd eigendom;

b. een ongebouwd eigendom;

c. (...);

d. een samenstel van twee of meer van de in onderdeel a of onderdeel b bedoelde eigendommen (...) die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar horen.

6. Gelet op vorenvermeld artikel en hetgeen onder 2. en 3. is vermeld, is de rechtbank van oordeel dat verweerder bij het geven van de primaire waardebeschikking is uitgegaan van een onjuiste objectafbakening in de zin van art. 16 van de wet WOZ.

7. De omstandigheid dat de loods op perceel [perceel II] in gebruik is bij een ander bedrijf en dat deze loods zelfs aan dit bedrijf is aangebouwd en toegankelijk is via het genoemde bedrijf wijst er op dat de twee percelen niet als één onroerende zaak moeten worden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de beperkte bereikbaarheid van perceel [perceel II]. Verweerders voorkeur om de percelen zoveel mogelijk geclusterd te waarderen kan aan het voorgaande niet afdoen en leidt derhalve niet tot een ander oordeel.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd.

III. Uitspraak

De rechtbank Middelburg,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar;

bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het gestelde in deze uitspraak;

bepaalt dat de gemeente Reimerswaal aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 276,-- (tweehonderdenzesenzeventig euro) vergoedt;

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2006 door mr. G.H. Nomes, als voorzitter, in aanwezigheid van mrs. R.P. Broeders en J.F.I. Sinack, rechters, in tegenwoordigheid van M. Schouw, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 – bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat

bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.

Afschrift verzonden op: