Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2006:AY5816

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
22-06-2006
Datum publicatie
11-08-2006
Zaaknummer
52750 KG 2006/104
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

omgangsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 22 juni 2006 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 104/2006

[eiseres],

wonende te Breda,

eiseres,

advocaat: mr. E.M.G. van Nuenen,

procureur: mr. J. Boogaard,

tegen:

[gedaagde],

wonende te Zierikzee,

gedaagde,

procureur: mr. W.C. Dieleman.

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als de man en de vrouw.

Het dossier bevat de volgende processtukken:

- dagvaarding met bijlagen;

- fax d.d. 12 juni 2006 van mr. Van Nuenen met bijlagen;

- akte overlegging produkties zijdens de man.

2. De feiten

2.1. Uit het inmiddels ontbonden huwelijk van partijen zijn de navolgende minderjarigen g[O.T.]en:

[O.T.], geboren op [geboortedatum] 2001 te [E.T.] en

[E.T.], geboren op [geboortedatum] 2003 te Goes.

2.2. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag uit over de minderjarigen.

2.3. In de beschikking van deze rechtbank d.d. 18 augustus 2004 waarbij de echtscheiding in het huwelijk van partijen is uitgesproken is tevens bepaald dat de minderjarigen hun hoofdverblijf bij de vrouw hebben. Deze hoofdverblijfplaats is vervolgens bij (een bij verstek gewezen) beschikking van deze rechtbank d.d. 9 november 2005 gewijzigd nu daarbij bepaald is dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben. De vrouw heeft hoger beroep aangetekend tegen deze beschikking, welk hoger beroep thans nog loopt.

3. Het geschil

3.1. De vrouw heeft gevorderd te bepalen dat het de man niet is toegestaan om met [O.T.] en [E.T.] voor een korte of lange duur naar het buitenland te gaan en/of aldaar te verblijven zonder haar schriftelijke toestemming, zulks op verbeurte van een dwangsom. Zij stelt daartoe dat de man haar begin mei van dit jaar heeft medegedeeld op korte termijn (in de zomervakantie) met de minderjarigen naar het buitenland, vermoedelijk Amerika, te gaan emigreren. De vrouw acht een verhuizing van de minderjarigen naar het buitenland niet in hun belang, nu dit tot gevolg zal hebben dat zij hen nauwelijks meer zal zien en zij zullen worden onttrokken aan haar ouderlijk gezag. Zij wil voorkomen dat de man voordat de uitspraak in hoger beroep bekend is met de minderjarigen naar het buitenland vertrekt, nu het moeilijk zal zijn de minderjarigen terug te halen zolang zij hun hoofdverblijfplaats nog bij de man hebben.

De vrouw betwist de stelling van de man dat hij een woning in Zierikzee heeft gekocht.

3.2. De man heeft verweer gevoerd. Hij betwist voornemens te zijn met de minderjarigen naar het buitenland te verhuizen en verwijst naar een door hem overgelegde verklaring van Van den Ouden Makelaardij te Bruinissse en een door hem ter zitting aan de voorzieningenrechter en de wederpartij getoonde koopovereenkomst.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van de minderjarigen, die nog heel jong zijn, het meest is gediend indien de huidige situatie, waarbij zij met de ouder bij wie ze niet wonen een regelmatige omgangsregeling hebben, blijft gehandhaafd. Beide minderjarigen wonen sinds hun geboorte in Nederland en voorts staat als onbetwist vast dat partijen er destijds bewust voor gekozen hebben de minderjarigen in Nederland groot te brengen. Indien de minderjarigen met de man zouden emigreren betekent dat dat zij het thans bestaande regelmatige contact met hun moeder zouden moeten missen, hetgeen niet in hun belang kan worden geacht.

4.2. Gelet op hetgeen door partijen over en weer naar voren is gebracht is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de kans bestaat dat de man voornemens is met de minderjarigen naar het buitenland te verhuizen, althans dat een emigratie van de man met de kinderen niet geheel uitgesloten moet worden geacht. De man heeft de door de vrouw ter onderbouwing van haar vordering aangevoerde stellingen niet voldoende overtuigend weerlegd. De door hem overgelegde verklaring van de makelaar en koopovereenkomst acht de voorzieningenrechter daartoe in ieder geval onvoldoende nu deze koopovereenkomst niet ondertekend is en de op beide stukken vermelde koopsommen niet overeenstemmen.

Gelet op het hierboven omschreven belang van de minderjarigen om in Nederland te blijven zal de voorzieningenrechter bepalen dat het de man niet is toegestaan om met de minderjarigen te verhuizen naar het buitenland zonder schriftelijke toestemming van de vrouw. Daarbij wordt overwogen dat de man van een dergelijke veroordeling geen nadeel ondervindt indien hij niet voornemens is met de minderjarigen naar het buitenland te verhuizen. Tenslotte overweegt de rechtbank dat, indien de man zonder instemming van de vrouw met de minderjarigen zou verhuizen naar het buitenland, hij, gelet op het tussen partijen bestaande gezamenlijke gezag, daarmee in strijd met artikel 3 van het Verdrag betreffende de Burgerlijke Aspecten van Internationale Ontvoering van kinderen van 25 oktober 1980 zou handelen.

Nu gesteld noch gebleken is op grond waarvan de man verboden zou kunnen worden de minderjarigen voor een kort verblijf, bijvoorbeeld vakantie, mee te nemen naar het buitenland, zal dit deel van de vordering van de vrouw worden afgewezen.

4.3. De voorzieningenrechter zal de vordering van de vrouw derhalve toewijzen op na te melden wijze, waarbij de gevorderde dwangsom zal aan een maximum zal worden gebonden.

4.4. De proceskosten zullen gelet op de aard van de procedure worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

bepaalt dat het de man niet is toegestaan om met [O.T.] en [E.T.] te verhuizen naar het buitenland zonder de schriftelijke toestemming van de vrouw, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- voor iedere dag dat de man in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen met een maximum van € 100.000,--;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 22 juni 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.

AIJ