Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2005:AZ5313

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
23-02-2005
Datum publicatie
28-12-2006
Zaaknummer
38206 HA ZA 03-195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

''(...)

[eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] leggen aan hun vordering ten grondslag dat zij bij overeenkomst, door partijen ondertekend op 30 mei 2000, de woning aan de [adres] te Sas van Gent van [gedaagde in de hoofdzaak] hebben gekocht en dat deze woning niet de eigenschappen bezit die behoren bij een normaal gebruik als woonhuis. Op grond van gebreken aan de dakconstructie en aan de vloerconstructie beantwoordt de woning niet aan de overeenkomst, nu de woning niet de eigenschappen bezit die [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] op grond van de overeenkomst mochten verwachten. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] mochten immers verwachten dat de woning de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en aan de aanwezigheid waarvan zij niet behoefden te twijfelen.

(...)''

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 23 februari 2005 in de zaak van:

rolnr: 195/03 (de hoofdzaak)

1. [eiser sub 1 in de hoofdzaak],

2. [eiser sub 2 in de hoofdzaak],

wonende te Sas van Gent, gemeente Terneuzen,

eisers,

procureur: mr. J.J. Brugge,

tegen:

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring],

wonende te Vogelwaarde, gemeente Hulst

gedaagde,

procureur: mr. A.A.J. van Dijk,

en

1. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak door voeging, gedaagde sub 1 in vrijwaring],

2. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak door voeging, gedaagde sub 2 in de vrijwaring],

wonende te Sas van Gent, gemeente Hulst,

gedaagden (door voeging),

procureur: mr. E.H.A. Schute

en rolnummer 481/03 (de vrijwaring)

[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in vrijwaring],

wonende te Vogelwaarde, gemeente Hulst

eiser in vrijwaring,

procureur: mr. A.A.J. van Dijk,

tegen

1. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak door voeging, gedaagde sub 1 in vrijwaring],

2. [gedaagde sub 1 in de hoofdzaak door voeging, gedaagde sub 2 in de vrijwaring],

wonende te Sas van Gent, gemeente Hulst,

gedaagden in vrijwaring,

procureur: mr. E.H.A. Schute.

1. Het verdere verloop van de procedure

In de hoofdzaak

1.1. De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 8 oktober 2003. De comparitie heeft plaats gevonden op 3 maart 2004. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt. Partijen hebben vervolgens nog de volgende stukken gewisseld:

- conclusie van repliek in de hoofdzaak tevens houdende wijziging van eis;

- akte uitlating wijziging van eis;

1.2. Gedaagden in de vrijwaring, hierna aan te duiden met [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring], hebben zich vervolgens gevoegd in de hoofdzaak aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak] en een akte tot voeging in de hoofdzaak, tevens conclusie van dupliek in vrijwaring genomen.

1.3. De oorspronkelijke partijen in de hoofdzaak, [gedaagde in de hoofdzaak] en [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak], hebben vervolgens nog de volgende stukken gewisseld:

- conclusie van dupliek;

- akte van de zijde van [eiser sub 1 in de hoofdzaak];

- antwoordakte van de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak];

in de vrijwaring

1.4. De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 12 november 2003. De comparitie heeft plaats gevonden op 3 maart 2004. Van deze comparitie is proces-verbaal opgemaakt. Partijen hebben vervolgens nog de volgende stukken gewisseld:

- conclusie van repliek in vrijwaring;

- conclusie van dupliek in vrijwaring;

2. De feiten

In de hoofdzaak en in de vrijwaring

2.1. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft op 17 september 1993 de woning aan de [adres] te Sas van Gent gekocht van [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] ten behoeve van [eiser sub 1 in de hoofdzaak]. [eiser sub 1 in de hoofdzaak] heeft de woning sedertdien bewoond, vanaf 2000 samen met [eiser sub 2 in de hoofdzaak]. Bij overeenkomst, door partijen ondertekend op 30 mei 2000, hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] de woning van [gedaagde in de hoofdzaak] gekocht. De notariële akte van levering is gepasseerd op 5 juni 2000. Omstreeks 20 november 2001 hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] vastgesteld dat tijdens de viering van een verjaardag van de dochters die dansten op de muziek van K3 het plafond hevig heen en weer ging. Enkele dagen daarna hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] in verband met een mogelijke verbouwing van de badkamer vastgesteld dat er mogelijk problemen met de dakspanten waren. Naar aanleiding hiervan hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] een onderzoek ingesteld en contact opgenomen met [gedaagde in de hoofdzaak], die daags daarna zelf is komen kijken. Bij brief van 14 maart 2002 hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] [gedaagde in de hoofdzaak] aansprakelijk gesteld. Op zijn beurt heeft [gedaagde in de hoofdzaak] bij brief van 22 april 2002 [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] aansprakelijk gesteld. Op 19 juni 2002 hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] zich gewend tot de rechtbank met het verzoek een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen. Bij beschikking van 17 juli 2002 heeft de rechtbank A. Josiasse benoemd tot deskundige. De opname heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2002 in aanwezigheid van [eiser sub 1 in de hoofdzaak], [eiser sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde in de hoofdzaak]. De deskundige heeft vastgesteld dat als gevolg van een in 1987 plaatsgevonden verbouwing, de stijfheid van de kap is aangetast en de constructie te licht is uitgevoerd, waardoor de aangebrachte constructie iets doorbuigt en dat daarnaast de verankering van de spanten in de gevels onvoldoende is. De deskundige heeft op 29 november 2002 een rapport uitgebracht en de kosten van herstel van de dakconstructie begroot op € 10.000,00 inclusief BTW en van de bvloerconstructie op € 2.000,00 inclusief BTW. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] hebben de door de deskundige aangedragen oplossing voor herstel voorgelegd aan het ingenieursbureau Bravenboer en Scheers B.V. te Terneuzen. Dit bureau heeft drie voorstellen gedaan voor de aanpassing van de kapconstructie. Uiteindelijk heeft het door [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] ingeschakelde Bouwkundig Advies-en Tekenburo De Vilder v.o.f. de kosten van herstel begroot op € 26.731,00 inclusief BTW.

3. Het geschil

in de hoofdzaak

3.1. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] vorderen na wijziging van eis dat de rechtbank bij vonnis, voorzoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in de hoofdzaak] zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] te voldoen een bedrag van € 28.791,19, althans een zodanig bedrag als de rechtbank zal vermenen te behoren, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak] in de kosten van de procedure, te verhogen met de kosten van de procedure om te komen tot een voorlopig deskundigenbericht.

3.2. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] leggen aan hun vordering ten grondslag dat zij bij overeenkomst, door partijen ondertekend op 30 mei 2000, de woning aan de [adres] te Sas van Gent van [gedaagde in de hoofdzaak] hebben gekocht en dat deze woning niet de eigenschappen bezit die behoren bij een normaal gebruik als woonhuis. Op grond van gebreken aan de dakconstructie en aan de vloerconstructie beantwoordt de woning niet aan de overeenkomst, nu de woning niet de eigenschappen bezit die [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] op grond van de overeenkomst mochten verwachten. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] mochten immers verwachten dat de woning de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en aan de aanwezigheid waarvan zij niet behoefden te twijfelen.

3.3. [gedaagde in de hoofdzaak] stelt dat hij niet aanwezig is geweest bij de opname op 3 januari 2003 door het ingenieursbureau Bravenboer en Scheers B.V., maar dat hij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de bevindingen en conclusies in het deskundigenrapport en ook voor wat betreft de oplossing van de gebreken aan de dakconstructie en de verdiepingsvloer.

3.4. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] voeren als gevoegde partij aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak] het volgende verweer. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is gebleken dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] al sinds 29 januari 2001 op de hoogte waren van de vermeende gebreken. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] hebben tijdens de comparitie van partijen verklaard dat het aankoopkeuringsrapport dateert van 29 januari 2001. Nu zij eerst rond 20 november 2001 mondeling en op 14 maart 2002 schriftelijk over de gebreken hebben geklaagd, dienen de vorderingen van [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] te worden afgewezen. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] betwisten voorts dat hier sprake is van non-conformiteit. De woning wordt door [eiser sub 1 in de hoofdzaak] al sinds 1993 bewoond. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] wensten bovendien de kap van de woning te vernieuwen en te verhogen. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] verwijzen in dit verband naar de als produktie 5 bij conclusie van antwoord in vrijwaring overgelegde door [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] aangevraagde vergunning, gedateerd 1 mei 2002 en de bij die aanvraag behorende tekeningen.

In de vrijwaring

3.5. [gedaagde in de hoofdzaak] vordert dat de rechtbank bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn gekweten, te veroordelen om aan Schrijver te betalen datgene, waartoe [gedaagde in de hoofdzaak] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [eiser sub 1 in de hoofdzaak] c.s. mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling in de hoofdzaak, met veroordeling van [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] in de kosten van de vrijwaringprocedure, daaronder begrepen de kosten van de procedure ter verkrijging van het voorlopig deskundigenbericht.

3.6. [gedaagde in de hoofdzaak] voert daartoe het volgende aan. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft op 17 september 1993 de woning aan de [adres] te Sas van Gent gekocht van [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] ten behoeve van [eiser sub 1 in de hoofdzaak]. Indien en voorzover [gedaagde in de hoofdzaak] tegenover [eiser sub 1 in de hoofdzaak] c.s. aansprakelijk is terzake van de door de deskundige geconstateerde gebreken aan de woning wegens non-conformiteit, zijn [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] tegenover [gedaagde in de hoofdzaak] op hun beurt aansprakelijk omdat de gebreken het gevolg zijn van één of meerdere door [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] in het verleden aan/in de woning verrichte verbouwingen. De deskundige heeft vastgesteld dat door de verwijdering van de spantbenen de stijfheid van de kap is aangetast en als oorzaak moet worden gezien van het doorbuigen van het dak. Ook de verankering van de spanten in de gevels is naar het oordeel van de deskundige onvoldoende. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hebben de verbouwing van de woning te licht uitgevoerd. [gedaagde in de hoofdzaak] was op het moment van het totstandkomen van de koopovereenkomst met [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] niet van deze gebreken op de hoogte. [gedaagde in de hoofdzaak] behoorde deze ook niet te kennen. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hebben zowel bij de koopovereenkomst als bij de akte van levering verklaard dat de woning geen gebreken vertoonde. Er is derhalve sprake van non-conformiteit terzake van de door [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] aan [gedaagde in de hoofdzaak] geleverde woning. Bij brief van 22 april 2002 heeft [gedaagde in de hoofdzaak] [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] aansprakelijk gesteld voor alle door hem te lijden schade.

3.7. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] voeren verweer. Zij waren niet op de hoogte van de vermeende gebreken. De woning bezat ten tijde van de verkoop de eigenschappen die nodig waren voor het gebruik als woonhuis. [eiser sub 1 in de hoofdzaak] heeft de woning zeven jaren bewoond zonder te klagen over vermeende gebreken. Uit de dagvaarding blijkt dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] al eind 2001 op de hoogte waren van de vermeende gebreken. Zij hebben [gedaagde in de hoofdzaak] eerst bij brief van 14 maart 2002 in gebreke gesteld. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft op zijn beurt [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] bij brief van 22 april 2002 aansprakelijk gesteld. Nu [eiser sub 1 in de hoofdzaak] en [eiser sub 2 in de hoofdzaak] niet binnen bekwame tijd, twee maanden, de vermeende gebreken aan [gedaagde in de hoofdzaak] hebben medegedeeld en [gedaagde in de hoofdzaak] dientengevolge ook niet binnen die termijn de vermeende gebreken aan [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] heeft medegedeeld, dienen [eiser sub 1 in de hoofdzaak], [eiser sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde in de hoofdzaak] in hun vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

3.8. Subsidiair stellen [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] dat de vermeende gebreken voor [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] zichtbaar moeten zijn geweest, gelet op het als productie 4 overgelegde aankoopkeuringsrapport. Nog meer subsidiair betwisten [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] dat de woning niet de eigenschappen bezat die voor een normaal gebruik als woonhuis nodig zijn. De vermeende gebreken zouden zijn ontstaan in 1987. De woning wordt al 16 jaar bewoond met de vermeende gebreken, waarvan 10 jaar door [eiser sub 1 in de hoofdzaak]. [eiser sub 1 in de hoofdzaak] had er rekening mee moeten houden dat direct een bepaalde mate van onderhoud en aanpassing aan de eisen der tijd zou moeten plaatsvinden. Het huis is immers meer dan 70 jaar oud. Op 1 mei 2002 hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] een bouwvergunning aangevraagd voor het vernieuwen van de kap. De bouwvergunning is op 6 juni 2002 verleend. Volgens de bouwvergunning bedragen de kosten van het vernieuwen van de kap, het verhogen van het dak en het plaatsen van Velux-ramen € 12.932,74. Deze kosten verhouden zich niet tot de bedragen die [eiser sub 1 in de hoofdzaak], [eiser sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde in de hoofdzaak] in de procedure vorderen.

4. De beoordeling van het geschil

In de hoofdzaak

4.1. In de hoofdzaak hebben [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] zich bij akte tot voeging in de hoofdzaak gevoegd aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak]. In deze akte hebben zij verwezen naar de door [gedaagde in de hoofdzaak] als productie 9 bij de conclusie van repliek in vrijwaring overgelegde Koopovereenkomst Onroerende Zaak, op 30 mei 2000 tot stand gekomen tussen [gedaagde in de hoofdzaak] en [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak]. Die overeenkomst bevat onder meer de volgende bepaling:

(…) Het registergoed zal bij de feitelijke levering de eigenschappen bezitten die voor een normaal gebruik nodig zijn. Voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn en aan koper bij het totstandkomen van de overeenkomst kenbare gebreken die mogelijkerwijs een normaal gebruik in de weg staan, zijn voor diens rekening.

4.2. Op grond van het door Taxatie- en adviesbureau Geschiere-Josiasse uitgebrachte deskundigenrapport is komen vast te staan dat een in 1987 plaatsgevonden verbouwing heeft geleid tot een aantasting van de kapconstructie en de vloerconstructie van de woning aan de [adres] te Sas van Gent. De deskundige heeft vastgesteld dat door de verwijdering van de spantbenen de stijfheid van de kap is aangetast en als oorzaak moet worden gezien van het doorbuigen van het dak. Ook de verankering van de spanten in gevels is naar het oordeel van de deskundige onvoldoende. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hebben de verbouwing van de woning te licht uitgevoerd. [gedaagde in de hoofdzaak] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hebben verweer gevoerd. In de eerste plaats hebben [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] betwist dat tussen de door hen in 1987 uitgevoerde verbouwingswerkzaamheden en de vermeende gebreken een causaal verband bestaat. Het heeft op de weg van [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] gelegen om dit verweer, mede gelet op de bevindingen van de deskundige, nader feitelijk toe te lichten. Nu [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] zulks hebben nagelaten, gaat de rechtbank aan dit verweer voorbij. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] stellen verder dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] hun onderzoeksplicht hebben verzaakt. Zij verwijzen in dit verband naar het ter gelegenheid van de comparitie van partijen besproken aankoopkeuringsrapport gedateerd 29 januari 2001. Gelet op de inhoud van het rapport hadden [eiser sub 1 in de hoofdzaak], [eiser sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde in de hoofdzaak] ten tijde van de koop op 30 mei 2000 bekend moeten zijn met de vermeende gebreken aan de woning daar deze zichtbaar waren. De rechtbank volgt [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] niet in deze stelling. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zowel de datering als de aanduiding van het aankoopkeuringsrapport op een vergissing berust en dat het rapport niet is opgemaakt op 29 januari 2001, maar een jaar later, op 29 januari 2002, en is opgemaakt naar aanleiding van geconstateerde gebreken. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] zijn voorts van oordeel dat de woning ten tijde van de verkoop door [gedaagde in de hoofdzaak] de eigenschappen bezat die nodig waren voor het gebruik als woonhuis. Zij wijzen er in dit verband op dat [eiser sub 1 in de hoofdzaak] in de zeven jaar dat zij de woning heeft bewoond nooit geklaagd heeft over vermeende gebreken. De rechtbank passeert ook deze stelling. Het enkele feit dat [eiser sub 1 in de hoofdzaak] de door de deskundige vastgestelde constructieve gebreken niet eerder heeft opgemerkt, betekent niet dat de woning de eigenschappen bezat voor het gebruik als woonhuis. [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] hebben vervolgens aangevoerd dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] de vermeende gebreken niet binnen de bekwame tijd van twee maanden na ontdekking aan [gedaagde in de hoofdzaak] hebben medegedeeld. De rechtbank volgt [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] niet in deze vaststelling. Tussen partijen staat immers vast dat [gedaagde in de hoofdzaak] daags nadat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] het een en ander hadden vastgesteld is komen kijken. Hij was vanaf dat moment derhalve op de hoogte van het feit dat de woning mogelijk gebreken vertoonde. Daar doet niet aan af dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] [gedaagde in de hoofdzaak] eerst bij brief van 14 maart 2002 formeel in gebreke heben gesteld. Tenslotte hebben [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] gewezen op het feit dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] beschikken over een bouwvergunning voor het vernieuwen van de kap, het verhogen van het dak en het plaatsen van Velux-ramen en op het feit dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] de kosten van die verbouwing hebben geraamd op € 12.932,74. De rechtbank wenst hierover nader te worden geïnformeerd. Het is immers zonder nadere toelichting niet te begrijpen dat de deskundige de kosten van herstel begroot op € 26.731,00 terwijl de door [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] beoogde vernieuwing van de kap € 12.932,74 zou kosten. Daarnaast is van belang dat [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] terecht hebben gewezen dat de "kosten nieuw voor oud" voor rekening van [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] dienen te blijven. De rechtbank zal daarom een comparitie van partijen gelasten zodat inlichtingen kunnen worden verschaft, de mogelijkheid van een schikking kan worden onderzocht en/of procedureafspraken gemaakt kunnen worden.

4.3. De rechtbank laat weten dat voor deze verschijning twee uur wordt uitgetrokken.

4.4. Bij de verschijning ter terechtzitting dienen [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] de rechtbank in elk geval in te lichten omtrent het navolgende:

- heeft de voorgenomen vernieuwing en verhoging van de kap inmiddels plaatsgevonden?

- welke kosten zijn met deze verbouwing gemoeid geweest?

- hebben [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] extra maatregelen moeten treffen in verband met de in deze procedure gestelde gebreken aan de bestaande vloer- en kapconstructie? Zo ja, welke?

- indien [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] extra maatregelen hebben moeten treffen, zijn daar kosten mee gemoeid geweest en zo ja welke?

en uiterlijk twee weken vóór de verschijning ter terechtzitting de navolgende bescheiden in bezit van de rechtbank en de wederpartij te doen zijn:

- een beschrijving van de hierboven bedoelde extra maatregelen;

- een specificatie van de hierboven bedoelde kosten van zowel de vernieuwing en de verhoging van de kap als van de eventueel noodzakelijk getroffen extra maatregelen.

In de vrijwaring

4.5. Het meest verstrekkende verweer van [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] is dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] al eind 2001 op de hoogte waren van de vermeende gebreken en dat [gedaagde in de hoofdzaak] [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] eerst bij brief van 22 april 2002 aansprakelijk heeft gesteld. Nu [eiser sub 1 in de hoofdzaak] en [eiser sub 2 in de hoofdzaak] niet binnen bekwame tijd, twee maanden, de vermeende gebreken aan [gedaagde in de hoofdzaak] hebben medegedeeld en [gedaagde in de hoofdzaak] dientengevolge ook niet binnen die termijn de vermeende gebreken aan [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] heeft medegedeeld, dienen [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] en [gedaagde in de hoofdzaak] in hun vordering niet ontvankelijk te worden verklaard. De rechtbank oordeelt daarover als volgt. [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] hebben ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat zij de gebreken hebben geconstateerd omstreeks 20 november 2001 en dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] vervolgens direct contact hebben opgenomen met [gedaagde in de hoofdzaak] en dat [gedaagde in de hoofdzaak] daags daarna zelf is komen kijken. Dat betekent dat tussen het moment dat [gedaagde in de hoofdzaak] met de gebreken bekend moet worden verondersteld te zijn geweest en het moment dat hij [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] bij brief van 22 april 2002 aansprakelijk heeft gesteld meer dan twee maanden zijn verstreken. Op grond van artikel 7:23 van het Burgerlijk Wetboek kan een koper, in dit geval [gedaagde in de hoofdzaak], er geen beroep meer op doen dat de woning niet aan de aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Onder bekwame tijd moet in dit geval worden verstaan een termijn van twee maanden. Nu [gedaagde in de hoofdzaak] niet binnen deze termijn [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] van de geconstateerde gebreken in kennis heeft gesteld dient zijn vordering tegen [gedaagden in de hoofdzaak door voeging, gedaagden in vrijwaring] te worden afgewezen en dient [gedaagde in de hoofdzaak] te worden veroordeeld in de kosten van het geding in vrijwaring. De rechtbank zal evenwel de uitspraak aanhouden tot in de hoofdzaak wordt beslist.

5. De beslissing

De rechtbank:

In de hoofdzaak

- bepaalt dat een verschijning van partijen ter terechtzitting zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Middelburg aan de Kousteensedijk 2, op een nader te bepalen tijdstip voor mr. M.C. de Regt;

- beveelt de desbetreffende partij(en) de onder 4.4. bedoelde bescheiden binnen de daarbij vermelde termijn in bezit van de rechtbank te stellen met kopie aan de wederpartij;

- verwijst de zaak naar de rolzitting van deze rechtbank van woensdag 9 maart 2005 voor dagbepaling comparitie;

- bepaalt dat [eiser[eiser sub 1 in de hoofdzaak]hoof[eiser sub 2 in de hoofdzaak] indien mogelijk tevoren per brief aan de griffie van de rechtbank, maar uiterlijk op genoemde rolzitting, de verhinderdata van alle betrokkenen dienen op te geven;

In de hoofdzaak en de vrijwaring

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. de Regt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 februari 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.