Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2005:AZ1417

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-10-2005
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
49490/ KG 05-186
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

".....Bona Fide stelt dat De Oase en De Karavaan gehouden zijn tot medewerking aan de oprichting van de besloten vennootschap “De Vierde B.V.” waarvan de statuten luiden overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de overeenkomst van 27 november 2003 minutieus is vastgelegd en welke statuten inmiddels door notariskantoor Beijsens en Zonnevylle zijn opgesteld en die als produktie aan de dagvaarding zijn gehecht..... "

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

Vonnis van 13 oktober 2005 in de zaak van:

Kort gedingnr.: 186/2005

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Exploitatiemaatschappij Kampeerboerderij Bona Fide B.V.,

statutair gevestigd te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

eiseres,

procureur: mr. B. van Leeuwen,

tegen:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

2. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Camping- en Caravanpark De Oase B.V.,

3. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Oase B.V.,

allen statutair gevestigd te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

procureur: mr. C.J. IJdema,

advocaat: mr. W.M.J. Weijers,

4. [gedaagde sub 4],

5. [gedaagde sub 5],

beiden wonende te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

6. De vennootschap onder firma

Camping De Karavaan v.o.f.,

gevestigd te Renesse, gemeente Schouwen-Duiveland,

procureur: mr. J.B. de Meester,

gedaagden.

1. Het verloop van het geding

Partijen worden verder aangeduid als Bona Fide en gedaagden, verder in enkelvoud aan te duiden, als De Oase en De Karavaan.

Ter terechtzitting van 6 oktober 2005 heeft Bona Fide gevorderd:

Primair:

Gedaagden te veroordelen ieder voor zich en in hoedanigheid tot het meewerken aan het verleiden van de akte tot oprichting van De Vierde B.V. overeenkomstig de conceptstatuten/oprichtingsakte als aan de dagvaarding gehecht en wel binnen één week na dagtekening, althans binnen één week na betekening van het kort gedingvonnis onder verbeurte van een dwangsom van € 25.000,-- per dag dat gedaagden in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen nadat één week na dagtekening, althans één week na betekening van dit vonnis, is verstreken zonder het verlenen van medewerking aan de notariële akte van oprichting van De Vierde B.V. en voorts onder veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

Althans,

subsidiair:

Te bepalen dat dit vonnis tot oprichting van De Vierde B.V. overeenkomstig de aangehechte oprichtingsakte zal geschieden waartoe dit vonnis in de plaats treedt van ondertekening door gedaagden, ieder voor zich en in hoedangheid indien gedaagden binnen één week na dagtekening van dit vonnis, althans binnen één week na betekening van dit vonnis, doch uiterlijk per 1 oktober 2005, in gebreke zijn gebleven aan voldoening van dit vonnis tegemoet te komen, eveneens met veroordeling van gedaagden in de kosten van deze procedure.

De Oase en De Karavaan hebben verweer gevoerd.

Na verder debat is vonnis gevraagd.

De inhoud van de overgelegde processtukken, waaronder pleitnota’s en producties zijdens partijen, geldt als hier ingelast.

2. De feiten

In het geding wordt van de navolgende feiten uitgegaan:

2.1. Op 27 november 2003 hebben partijen een overeenkomst gesloten waarbij partijen zich hebben verplicht om, met het oog op samenwerking tussen de drie campingbedrijven, een vennootschap, genaamd “De Vierde B.V.” op te richten.

De samenwerking van de drie partijen is gericht op het, in overleg en in samenwerking met de gemeente Schouwen-Duiveland – verder de gemeente -, uitbreiden van de drie campingbedrijven en het realiseren van kwaliteitsverbetering waarbij de drie campingbedrijven hun zelfstandigheid zouden behouden.

2.2. Na het sluiten van de overeenkomst zijn door partijen al uitvoeringshandelingen verricht, waaronder ook verkoop door Bona Fide en De Oase van gronden aan de gemeente die op haar beurt te zijner tijd weer gronden zou verkopen en leveren aan “De Vierde B.V.”.

De met het oog op de uitbreiding en herinrichting van de door de partijen geëploiteerde campings benodigde planologische aanpassingen zijn door de gemeente inmiddels gerealiseerd.

De gemeente dringt aan op oprichting op korte termijn van “De Vierde B.V.” bij gebreke waarvan de gemeente zich het recht voorbehoudt de gronden niet aan “De Vierde B.V.” te verkopen en te leveren maar aan een derde.

2.3. De Karavaan is door Bona Fide gekocht en zal op 1 januari 2007 aan Bona Fide geleverd worden.

Het geschil

3.1. Bona Fide stelt dat De Oase en De Karavaan gehouden zijn tot medewerking aan de oprichting van de besloten vennootschap “De Vierde B.V.” waarvan de statuten luiden overeenkomstig hetgeen daaromtrent in de overeenkomst van 27 november 2003 minutieus is vastgelegd en welke statuten inmiddels door notariskantoor Beijsens en Zonnevylle zijn opgesteld en die als produktie aan de dagvaarding zijn gehecht.

Bona Fide stelt belang bij oprichting van De Vierde B.V. te hebben omdat oprichting noodzakelijk is om tot uitvoering van het kwaliteitsverbeteringsplan te kunnen komen. Bovendien wenst de gemeente in het kader van ver gevorderde planologische voorzieningen en afspraken met partijen te komen tot het leveren van gronden aan De Vierde B.V.. Bona Fide dreigt, indien De Vierde B.V. niet op (zeer) korte termijn wordt opgericht schade te leiden omdat de gemeente de gronden, deels ter vervanging van de door Bona Fide aan de gemeente verkochte gronden, bij uitblijven van oprichting van De Vierde B.V. aan een derde dreigt te verkopen en leveren.

Het feit dat Bona Fide De Karavaan per 1 januari 2007 zal overnemen is geen omstandigheid op grond waarvan De Oase haar medewerking aan de oprichting kan weigeren. Na oprichting zullen alle statutaire bepalingen die op overname zien nageleefd worden. Datzelfde geldt met betrekking tot door een derde getoonde interesse, welke derde overigens ook gesprekken met De Oase gericht op overname voert.

Bona Fide kan niet instemmen met de door De Oase gestelde voorwaarde dat zij slechts aan oprichting meewerkt indien alle besluiten binnen De Vierde B.V., uitzonderingen daargelaten, bij volstrekte unanimiteit worden genomen. Immers, uitgangspunt bij de op 27 november 2003 gesloten overeenkomst is dat binnen De Vierde B.V., uitgaande van gelijkwaardigheid van de drie betrokken aandeelhouders, besluiten bij gewone meerderheid worden genomen en in een aantal nader aangeduide gevallen bij unanimiteit. Er is geen aanleiding om daar thans van af te wijken.

3.2.1. De Oase betwist dat nu de De Karavaan door Bona Fide B.V. is overgenomen en per 1 januari 2007 geleverd zal worden de vordering van Bona Fide B.V. kan worden toegewezen. Er is daardoor volgens De Oase een situatie ontstaan die zo wezenlijk verschilt van het uitgangspunt ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 27 november 2003, waarbij sprake was van drie zelfstandige partijen die met elkaar op basis van gelijkwaardigheid over samenwerking onderhandelen, dat van De Oase niet gevergd kan worden dat zij zondermeer meewerkt aan de oprichting van “De Vierde B.V.”. Er is immers niet langer sprake van samenwerking tussen drie ondernemers maar twee. De Oase c.s. kan dan ook niet verplicht worden mee te werken aan de oprichting van “De Vierde B.V.” terwijl de juridische structuur van De Vierde B.V. uitgaat van drie partijen waarin geen van de drie een meerderheid van de stemmen heeft. Deze situatie rechtvaardigt op zich al dat De Oase opnieuw kijkt naar de juridische structuur van de samenwerking.

Dat De Oase niet tot medewerking gehouden kan worden geldt eens temeer nu kennelijk Bona Fide B.V. in onderhandeling is met “De Roompot” over overname of zelfs al aan “De Roompot” verkocht is. Van belang in dat opzicht is dat op verzoek van Bona Fide een planwijziging heeft plaatsgevonden waardoor De Oase niet van “De Vierde B.V.” grond voor haar uitbreiding moet kopen maar van Bona Fide en de heer [belanghebbende] al aan De Oase te kennen heeft gegeven bij overname niet van plan te zijn met haar samen te werken.

Nog afgezien van het vorenstaande liet de overeenkomst van 27 november 2003 een aantal punten ongeregeld. Na het totstandkomen van die overeenkomst is door partijen verder onderhandeld en zijn van de overeenkomst afwijkende afspraken gemaakt. De op grond van de overeenkomst van 27 november 2003 opgemaakte statuten geven dan ook niet weer hetgeen tussen partijen uiteindelijk met betrekking tot de wijze van besluitvorming is overeengekomen.

Te verwachten valt voorts dat ook de gemeente haar steun zal intrekken omdat zij als voorwaarde aan haar medewerking stelt dat er sprake is van samenwerking tussen drie zelfstandige bedrijven op basis van gelijkwaardigheid.

3.3. De Karavaan stelt dat de vordering niet in kort geding toewijsbaar is omdat de materie te complex is om in het kader van een kort geding te worden behandeld en voorts het tot stand brengen van een definitieve situatie wordt gevorderd waarvoor een kort geding zich niet leent.

Nog afgezien daarvan is niet voldaan aan de in de overeenkomst van 27 november 2003 opgenomen bepaling dat partijen in overleg zouden treden over de redactie van de statuten van “De Vierde B.V.” Niet valt in te zien waarom, zoals overeengekomen, de akte van oprichting niet voor notaris [belanghebbende] kan worden gepasseerd.

De vordering kan voorts niet worden toegewezen omdat er sprake is van een wijziging van omstandigheden en de door Bona Fide overgelegde concept-oprichtingsakte van de gesloten overeenkomst afwijkt.

Toewijzing van de eis leidt tot een onaanvaardbare machtsongelijkheid.

4. De beoordeling

4.1. Ten tijde van het door de drie partijen sluiten van de overeenkomst van 27 november 2003 was er sprake van drie campingbedrijven die onafhankelijk van elkaar werden geëxploiteerd.

Uitgangspunt bij het sluiten van de overeenkomst was samenwerking op basis van gelijkwaardigheid.

Uit hoofdstuk III van de overeenkomst, dat ziet op de juridische structuur van de op te richten vennnootschap De Vierde B.V., blijkt dat een aantal nader in de overeenkomst opgesomde besluiten op basis van unanimiteit zouden worden genomen en overige, niet concreet benoemde besluiten, met een gewone meerderheid van stemmen.

De campings zouden ingevolge die overeenkomst in het aandelenkapitaal van De Vierde B.V. participeren naar rato van het aantal eenheden waarover zij na de realisatie van het plan zouden beschikken. Dit betekende dat ten aanzien van besluiten die met een meerderheid van stemmen zouden worden genomen, niet één van de aandeelhouders zijn wil aan de beide andere zou kunnen opleggen.

Ter gelegenheid van de behandeling is komen vast te staan dat de Karavaan overgenomen is door Bona Fide waardoor feitelijk Bona Fide als meerderheidsaandeelhoudster haar wil aan De Oase op kan leggen. Er is dan ook sprake van een zodanige wijziging van omstandigheden dat van gedaagden en dan met name De Oase niet gevergd kan worden dat zij meewerkt aan het passeren van de akte tot oprichting van De Vierde B.V. overeenkomstig de concept-oprichtingsakte die aan de dagvaarding is gehecht en waarvan de statuten zijn gebaseerd op de overeenkomst van 27 november 2003.

4.2. Daar komt bij dat zowel van de zijde van De Oase als van de zijde van De Karavaan is betoogd dat na het sluiten van de overeenkomst op 27 november 2003 door partijen verder is onderhandeld en door partijen afspraken zijn gemaakt die afwijken van de overeenkomst. Voorshands is dan ook aannemelijk dat de statuten die op de overeenkomst van 27 november 2003 zijn gebaseerd niet overeenkomen met de tussen partijen gemaakte afspraken.

Gelet op het vorenstaande zal zowel de primaire- als subsidiaire vordering van Bona Fide B.V. worden afgewezen.

4.3. Bona Fide zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding tot op heden aan de zijde van zowel De Oase als De Karavaan begroot op een bedrag van € 244,-- ter zake van griffierecht en een bedrag van € 1.054,-- ter zake van procureurssalaris.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt Bona Fide in de kosten van het geding tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Oase begroot op € 244,-- wegens griffierecht en € 1.054,-- wegens procureurssalaris en aan de zijde van De Karavaan begroot op € 244,-- wegens griffierecht en € 1.054,-- wegens procureurssa-laris.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van 13 oktober 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

MdB