Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2005:AU5992

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
02-11-2005
Datum publicatie
11-11-2005
Zaaknummer
12/700072-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In het bezit zijn en het verkopen van drugs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige kamer

Parketnummer: 12/700072-05

Datum uitspraak: 2 november 2005

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: 24 februari 2005

Datum voorlopige hechtenis: 25 februari 2005

Schorsing voorlopige hechtenis: 3 juni 2005

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], [geboorteland],

wonende te [postcode] [woonplaats], [adres].

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

20 oktober 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Overmeer en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 267 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte voor een periode van 12 maanden onder elektronisch toezicht zal worden gesteld, alsmede tot een geldboete van € 2.500,00 subsidiair 35 dagen hechtenis. Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen met nummer 13, 15, 18, 20, 22, 38 en 39 zullen worden teruggegeven aan de verdachte, de goederen met nummer 4, 9 en 32 zullen worden verbeurdverklaard en dat de overige goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 23 februari 2005, in de gemeente Goes, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) (handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 3 ahf/ond C Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2005, in de gemeente Goes, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6352 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen

andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 6915,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 3 ahf/ond C Opiumwet

3.

hij op of omstreeks 24 februari 2005, in de gemeente Goes, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 799 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 123 tabletten en/of ongeveer 795 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende amfetamine, zijnde cocaïne en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond C Opiumwet

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 23 februari 2005, in de gemeente Goes, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) (handels)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet

behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 24 februari 2005, in de gemeente Goes, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6352 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen

andere substanties waren toegevoegd en/of ongeveer 6915,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 24 februari 2005, in de gemeente Goes, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 799 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of 123 tabletten en/of ongeveer 795 gram, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal

bevattende amfetamine, zijnde cocaïne en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op:

1. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

2. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

3. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen sancties

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich tenminste gedurende een periode van enige maanden schuldig gemaakt aan de handel in hennep. Door de handel in drugs wordt criminaliteit in de hand gewerkt. Kennelijk heeft de verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen.

Voorts heeft verdachte een aanzienlijke hoeveelheid cocaïne, amfetamine, hennep en hashish voorhanden gehad. De omvang van de partijen was dusdanig dat het zeer aannemelijk is dat deze waren bestemd voor verdere verspreiding en niet enkel voor eigen gebruik van verdachte. De rechtbank overweegt dat cocaïne en amfetamine een gevaar voor de volksgezondheid vormen en dat het gebruik van dergelijke verdovende middelen tot veel criminaliteit en overlast leidt, mede gezien de grote financiële belangen die met de handel in verdovende middelen gemoeid zijn.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 29 september 2005;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 2 juni 2005 van de Stichting Reclassering Nederland, Regio Breda-Middelburg, unit Middelburg;

- het over de verdachte uitgebrachte adviesrapport d.d. 14 september 2005 van de Stichting Reclassering Nederland, Regio Breda-Middelburg, unit Middelburg.

Blijkens het bovengenoemde uittreksel uit de justitiële documentatie is verdachte in Nederland niet eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. In het nadeel van verdachte weegt de rechtbank mee de bekentenis van verdachte dat hij in België voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld tot een lange gevangenisstraf. Dit heeft hem er niet van weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan Opiumwetdelict.

De rechtbank is van oordeel dat dit feit in beginsel dient te worden bestraft met het opleggen van een forse vrijheidsstraf. De reclassering heeft echter in haar rapport d.d. 14 september 2005 geconcludeerd dat verdachte volledig detentieongeschikt is, aangezien bij hem in ernstige mate suikerziekte is geconstateerd en de linkerkant van zijn lichaam verlamd is tengevolge van een hersenbloeding.

De mogelijkheid om verdachte voor een aanzienlijke periode onder elektronisch toezicht te stellen acht de rechtbank een juiste manier om de daadwerkelijk uit te zitten gevangenisstraf te beperken tot het voorarrest. De rechtbank acht evenwel de bij het elektronisch toezicht voorgestelde voorwaarden geen recht doen aan de ernst van de feiten en zal de duur van de vrije tijd daarom beperken. Het voorwaardelijke gedeelte van de vrijheidsstraf, waaraan de voorwaarde van elektronisch toezicht wordt gekoppeld, kan eveneens dienen als een waarschuwing voor verdachte zich niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte zich bereid heeft verklaard zich te houden aan de voorwaarden die aan het elektronisch toezicht zijn verbonden.

Daarnaast zal de rechtbank, nu zij van oordeel is dat met slechts een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde elektronisch toezicht niet kan worden volstaan, een forse geldboete als na te melden opleggen.

Beslag

Met betrekking tot de in beslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 adresboek,

- brieven met foto’s van een schip,

- 1 ordner met bankpapieren,

- 1 adresboek met notitiepapieren,

- brieven,

- 1 digitale weegschaal merk Soehnle,

- 1 stereocombinatie merk Sony, type mhc-ex5,

acht de rechtbank de verdachte degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank zal de teruggave van deze voorwerpen aan de verdachte gelasten.

De in beslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 glazen vaas met onbekende inhoud aan muntgeld,

- administratie,

- een geldbedrag van € 8.767,89,

zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is begaan.

Voornoemde voorwerpen zullen daarom verbeurd worden verklaard.

Bij de vaststelling van de bijkomende straf van verbeurdverklaring is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

De in beslaggenomen en niet teruggeven voorwerpen, te weten:

- 1 pot met cokewikkels/enveloppes,

- 1 spaarpot met onbekende inhoud,

- 1 glazen vaas met deksel met mungeld,

- 10 kunststof trommeltjes met zakjes weed en losse weed,

- 2 kunststof trommeltjes met hasj in gripzakjes,

- 1 glazen potje met deksel met gedroogde paddestoelen,

- 1 asbak met gebruikersartikelen, 1 gripzakje wit poeder,

- 1 trommel tupperware met blokjes hasj in gripzakjes,

- 1 gripzakje met 10 gram wit poeder,

- 1 cokevermaler en zeef met wit poeder,

- 2 gripzakjes,

- 1 weegschaal,

- 1 doosje met papierstukjes,

- 2 gsm’s merk Nokia,

- 1 weegschaal,

- 1 doosje met lege ongebruikte gripzakjes,

- 5 zakjes met gebruikershoeveelheid hasj,

- notities op prikker, prepay bescheiden vodavone,

- 1 kunststoftrommeltje met 3 glazen potjes,

- 2 kunststof trommeltjes hasj met ongeveer 1300 gram,

- 1 plastic zakje met wit poeder, ongeveer 200 gram,

- 1 plastic zakje met plakjes hasj,

- 1 glazen potje met vermoedelijk ruwe cocaïne,

- 1 kunststof potje met plastic zakje wit poeder,

- 1 trommel tupperware met 2 plastic zakjes wit poeder,

- 1 plak hasj van ongeveer 125 gram,

- lege gebruikte gripzakken,

- lege nieuwe gripzakken,

- 1 pak wit poeder, ongeveer 824 gram en een gripzak poeder,

- 2 grijze vuilniszakken met weed toppen,

- 2 rode boodschappentassen met weedtoppen,

- 1 plastic tas van Blokker met 6 kg hasj,

zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, aangezien met betrekking tot en met behulp van deze voorwerpen het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde is begaan dan wel deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Voornoemde voorwerpen zullen daarom onttrokken worden aan het verkeer.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 23, 24, 24c, 33, 33a, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Zij bepaalt dat het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Zij veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 (driehonderd vijfenzestig) dagen.

Zij bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 267 (tweehonderd zevenenzestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast.

Zij stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Zij bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- de veroordeelde na te melden bijzondere voorwaarden niet naleeft:

- de veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, unit Middelburg, zolang deze instelling dat noodzakelijk acht, waarbij veroordeelde zich in ieder geval gedurende de eerste twaalf maanden van de proeftijd onder elektronisch toezicht dient te stellen, met inachtneming van het schema en de voorwaarden zoals hieronder opgenomen:

a. - Veroordeelde dient een verklaring/contract te ondertekenen waarin hij akkoord

gaat met de specifieke voorwaarden van elektronisch toezicht. Betrokkene dient

de algemene voorwaarden elektronisch toezicht voor akkoord te ondertekenen.

- Veroordeelde dient tevens akkoord te gaan met controlebezoeken t.b.v. de

apparatuur van A.D.T. Security Services Nederland.

- Veroordeelde gaat ermee akkoord dat er wekelijks face-to-face contact plaatsvindt

met de uitvoerend reclasseringswerker E.T. bij hem thuis.

- Over veroordeelde zal na een periode van 5 tot 6 maanden worden gerapporteerd

aan de officier van justitie over de stand van zaken elektronisch toezicht.

- Wijzigingen op de overeenkomst E.T. van substantiële aard zullen eerst worden

overlegd met de Officier van Justitie en slechts worden doorgevoerd na diens

instemming.

- Veroordeelde beseft de inhoud van en gaat akkoord met het wettelijk vastgestelde

vrijhedenbeleid inzake elektronisch toezicht.

- Veroordeelde verblijft 23 uur per dag thuis en heeft 1 uur per dag de mogelijkheid

zich naar buiten te begeven.

- Gedurende de 1e maand E.T. heeft veroordeelde, in principe de beschikking over

een uur vrije tijd per dag. Door zijn ziekte zal hij vrije tijd krijgen voor

artsenbezoek en revalidatie. Op zaterdagen en zondagen heeft hij de beschikking

over 2 uur vrije tijd per dag.

- Gedurende de 2e maand E.T. zal de vrije tijd in het weekend uitgebreid worden

naar 4 uren op zaterdag en zondag.

- Gedurende de 3e tot en met de 12e maand wordt de vrije tijd in het weekend

uitgebreid naar 8 uren op zaterdag en zondag.

- Indien veroordeelde zich bij herhaling niet houdt aan de gemaakte afspraken zal

door de Stichting Reclassering Nederland het elektronisch toezicht worden

stopgezet en per ommegaande worden gerapporteerd aan de officier van justitie,

en

b. hetgeen tussen de veroordeelde en genoemde reclasseringsinstelling nader zal

worden overeen gekomen.

Zij verstrekt aan genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de genoemde bijzondere voorwaarde.

Zij beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Zij stelt in dit verband vast dat verdachte aldus de opgelegde vrijheidsstraf reeds heeft ondergaan, voor zover het voorarrest niet op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Zij veroordeelt de verdachte voorts tot betaling van een geldboete van € 2.500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 35 dagen.

Zij gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten:

- 1 adresboek,

- brieven met foto’s van een schip,

- 1 ordner met bankpapieren,

- 1 adresboek met notitiepapieren,

- brieven,

- 1 digitale weegschaal merk Soehnle,

- 1 stereocombinatie merk Sony, type mhc-ex5,

aan de verdachte.

Zij verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 glazen vaas met onbekende inhoud aan muntgeld,

- administratie,

- een geldbedrag van € 8.767,89.

Zij verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 pot met cokewikkels/enveloppes,

- 1 spaarpot met onbekende inhoud,

- 1 glazen vaas met deksel met mungeld,

- 10 kunststof trommeltjes met zakjes weed en losse weed,

- 2 kunststof trommeltjes met hasj in gripzakjes,

- 1 glazen potje met deksel met gedroogde paddestoelen,

- 1 asbak met gebruikersartikelen, 1 gripzakje wit poeder,

- 1 trommel tupperware met blokjes hasj in gripzakjes,

- 1 gripzakje met 10 gram wit poeder,

- 1 cokevermaler en zeef met wit poeder,

- 2 gripzakjes,

- 1 weegschaal,

- 1 doosje met papierstukjes,

- 2 gsm’s merk Nokia,

- 1 weegschaal,

- 1 doosje met lege ongebruikte gripzakjes,

- 5 zakjes met gebruikershoeveelheid hasj,

- notities op prikker, prepay bescheiden vodavone,

- 1 kunststoftrommeltje met 3 glazen potjes,

- 2 kunststof trommeltjes hasj met ongeveer 1300 gram,

- 1 plastic zakje met wit poeder, ongeveer 200 gram,

- 1 plastic zakje met plakjes hasj,

- 1 glazen potje met vermoedelijk ruwe cocaïne,

- 1 kunststof potje met plastic zakje wit poeder,

- 1 trommel tupperware met 2 plastic zakjes wit poeder,

- 1 plak hasj van ongeveer 125 gram,

- lege gebruikte gripzakken,

- lege nieuwe gripzakken,

- 1 pak wit poeder, ongeveer 824 gram en een gripzak poeder,

- 2 grijze vuilniszakken met weed toppen,

- 2 rode boodschappentassen met weedtoppen,

- 1 plastic tas van Blokker met 6kg hasj.

Zij heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op, zulks met onmiddellijke ingang.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.M. Klarenbeek, voorzitter,

mrs. J.P.M. Hopmans en D. Verboom, rechters,

in tegenwoordigheid van A.P.M. Philipsen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 2 november 2005.

Mr. D. Verboom is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.