Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2005:AT4510

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
15-03-2005
Datum publicatie
25-05-2005
Zaaknummer
04/595
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verleende vrijstelling voor het oprichten van een appartementengebouw biedt geen basis voor permanente bewoning van de appartementen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

sector bestuursrecht

enkelvoudige kamer

____________________________________________________

UITSPRAAK

____________________________________________________

Reg.nr.: Awb 04/595

Inzake: Coöperatieve Jachthaven Oranjeplaat U.A., gevestigd te Arnemuiden, eiseres,

gemachtigde: mr. M.W. Dieleman, advocaat te Middelburg

tegen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Middelburg, verweerder.

I. Procesverloop

Namens eiseres is beroep ingesteld tegen een op bezwaar genomen besluit van 16 juni 2004 van verweerder (het bestreden besluit).

Bij uitspraak van 15 maart 2004 is een verzoek van eiseres om een voorlopige voorziening door de voorzieningenrechter van deze rechtbank afgewezen.

Het beroep is op 10 februari 2004 behandeld ter zitting. Namens eiseres is verschenen ir. [eiseres], bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. M. Koole, ambtenaar van de gemeente Middelburg. Verder is verschenen vergunninghouder [vergunninghouder], bijgestaan door gemachtigde mr. B. van Leeuwen, advocaat te Goes.

II. Overwegingen

1. Vergunninghouder is exploitant en eigenaar van het restaurant “Oranjeplaat” te Arnemuiden.

Bij besluit van 3 februari 2004 heeft verweerder aan vergunninghouder met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de ruimtelijke ordening (WRO) vrijstelling en voorts bouwvergunning verleend voor het oprichten van een appartementengebouw, hotelkamers, nevenruimten op het perceel, plaatselijk bekend als Muidenweg 1 te Arnemuiden (gemeente Middelburg).

2. Het bouwplan van vergunninghouder ziet op vergroting van het restaurantgedeelte tot een bedrijfsvloeroppervlak van 55 m2, de bouw van 12 appartementen en de bouw van vier luxe hotelkamers die een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.600 m2 zullen beslaan. De bouw van de appartementen en de hotelkamers zal geschieden in twee lagen over het bestaande gebouw heen. De hoogte van het gebouw zal 11,5 meter bedragen.

3. Op het bouwperceel rusten blijkens het geldende bestemmingsplan “Recreatiegebied Oranjeplaat-West” de bestemmingen Water, Jachthaven met bijbehorende erven en horeca en Verblijfsaccomodatie met bijbehorende erven. Verweerder heeft vastgesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. Er is sprake van overschrijding van het bebouwingsvlak, overschrijding van de maximaal toegestane goothoogte en er wordt niet voldaan aan het vereiste van een hellend dak. Gelet op de strijdigheid met het bestemmingsplan is bij besluit van 3 februari 2004 vrijstelling verleend.

4. Het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 3 februari 2004 is met het bestreden besluit ongegrond verklaard.

5. Tussen partijen is de vrijstelling van het bestemmingsplan in geschil.

6. Eiseres heeft aangevoerd dat uit het bestreden besluit niet blijkt hoe ver de vrijstelling strekt. Volgens eiseres is nog steeds niet uitgesloten dat gebruikers van de appartementen zich er op kunnen beroepen dat zij daar permanent mogen wonen. Verweerder had in het bestreden besluit duidelijk moeten maken welk gebruik van de appartementen wel en niet is toegestaan. Ter zitting heeft eiseres voorts gesteld dat zij ook van mening blijft dat het gebouw te groot is en dat er, voordat vergunning wordt verleend, meer duidelijk moet zijn over de te verwachten ontwikkelingen in het bewuste gebied.

7. Verweerder heeft gesteld dat geen vrijstelling is verleend van het voorschrift bij het bestemmingsplan over verblijfsrecreatie. Dit is in het advies van 13 mei 2004 van de commissie bezwaar- en beroepschriften bevestigd waarbij tevens is overwogen dat het niet is toegestaan om de appartementen permanent te bewonen. De bestemming is niet veranderd en ook het gebruiksvoorschrift waarin is bepaald dat het verboden is bouwwerken binnen de geldende bestemming als zelfstandige woning te gebruiken, is van kracht gebleven. Tevens is aangevoerd dat in een vrijstellingsbesluit alleen maar hoeft te worden aangegeven waarvan vrijstelling wordt verleend en niet waarvan geen vrijstelling van het bestemmingsplan wordt verleend. Verweerder heeft bezwaar gemaakt tegen het pas ter zitting uitbreiden van de beroepsgronden.

8. De rechtbank overweegt het volgende.

9. Uit het besluit van 3 februari 2004 blijkt dat vrijstelling is verleend van de bepalingen van het betreffende bestemmingsplan. In het eerder genoemde advies van de commissie bezwaar- en beroepschriften, dat onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit, heeft verweerder dit nader geconcretiseerd door aan te geven dat geen vrijstelling is verleend van het planvoorschrift over verblijfsrecreatie. Dit betreft artikel 28 van het bestemmingsplan inhoudende, voor zover van belang, dat het verboden is de bouwwerken als zelfstandige woning te gebruiken. In het advies is tevens expliciet vermeld dat het niet zal zijn toegestaan om de appartementen voor andere doeleinden, waaronder permanente bewoning, te gebruiken. Het voorgaande betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de verleende vrijstelling, anders dan door eiseres gesteld, geen basis biedt voor permanente bewoning van de appartementen. Deze beroepsgrond faalt derhalve.

10. Met betrekking tot de pas ter zitting aangevoerde grond is de rechtbank van oordeel dat deze te laat is ingediend. Uit het beroepschrift blijkt dat eiseres opkomt tegen de onduidelijkheid van de verleende vrijstelling voor zover dit het gebruik van de appartementen betreft. In het beroepschrift is weliswaar het recht voorbehouden om het beroepschrift waar nodig nader aan te vullen waar het de overige gronden van het bezwaar betreft, maar de rechtbank stelt vast dat dit niet voorafgaand aan de zitting is gebeurd. Door dit pas tijdens de zitting te doen, heeft eiseres in strijd gehandeld met de beginselen van een goede procesorde. Dat is voor de rechtbank aanleiding om de ter zitting genoemde beroepsgrond buiten beschouwing te laten. De algemene overweging in het beroepschrift dat eiseres hetgeen zij in het bezwaarschrift tegen de bouwvergunning heeft aangevoerd, handhaaft, leidt niet tot een andersluidend oordeel.

11. De conclusie van het voorgaande is dat het bestreden besluit in rechte stand houdt. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

III. Uitspraak

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2005 door mr. G.H. Nomes, in tegenwoordigheid van mr. W. Evenhuis, griffier.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Afschrift verzonden op: