Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2004:AT3183

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-01-2004
Datum publicatie
05-04-2005
Zaaknummer
Awb 04/337
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In artikel 3 van het Besluit financiële tegemoetkomingen WVG gemeente Tholen 2002 is bepaald dat bij de toekenning van een voorziening, die evident in de plaats treedt van een algemeen gebruikelijke voorziening, rekening wordt gehouden met een bedrag aan besparing. Aan vorm en inhoud van deze bepaling kleven naar het oordeel van de rechtbank zodanig ernstig feilen omdat deze naar de inhoud ook toepassing kan vinden indien er zeker geen besparing als voorzien aan de orde is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

sector bestuursrecht

enkelvoudige kamer

__________________________________________________

UITSPRAAK

____________________________________________________

Reg.nr.: Awb 04/337

Inzake: [eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mevrouw M.J.G. Lammers, sociaal raadsvrouw bij ANGO te Tilburg,

tegen: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen, verweerder.

I. Procesverloop.

Bij besluit van 16 april 2003 heeft verweerder een vervoersvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) in de vorm van een scootmobiel aan eiseres toegekend en daarbij meegedeeld dat van deze voorziening een bedrag van € 272,27 niet subsidiabel is.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 1 april 2004 heeft verweerder het bezwaar voor zover dit was gericht tegen de bijdrage van € 272,27 ongegrond verklaard. Het bezwaar, gericht tegen het feit dat eiseres voor het betalen van deze bijdrage een beroep op bijzondere bijstand heeft moeten doen, heeft verweerder bij het evengenoemde besluit gegrond verklaard. Voorts heeft verweerder het bezwaar dat in het besluit van 16 april 2003 niet is ingegaan op de eveneens aangevraagde woonvoorzieningen buiten behandeling gelaten. Met betrekking tot het verzoek van eiseres om op grond van artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Abw) in aanmerking te komen voor de vergoeding van de kosten die zij heeft moeten maken in verband met de behandeling van het bezwaar heeft verweerder meegedeeld dat er geen aanleiding is om daartoe over te gaan.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het beroep is op 28 oktober 2004 behandeld ter zitting. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde L. Vermeij.

II. Overwegingen.

1. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de WVG draagt het gemeentebestuur zorg voor de verlening van woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen ten behoeve van deelneming aan het maatschappelijk verkeer van in de gemeente woonachtige gehandicapten en stelt met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet daartoe regels vast bij Verordening.

Het gemeentebestuur van Tholen heeft ter uitvoering van deze opdracht de Verordening Voorzieningen Gehandicapten gemeente Tholen 2000 (hierna: de Verordening) vastgesteld. Voorts heeft het gemeentebestuur het Besluit financiële tegemoetkomingen Wet Voorzieningen Gehandicapten gemeente Tholen 2002 (hierna: het Besluit) vastgesteld.

Artikel 3.1 aanhef en onder b, van de Verordening bepaalt dat de door burgemeester en wethouders te verstrekken vervoersvoorzienig kan bestaan uit een voorziening in natura in de vorm van:

1. een al dan niet aangepaste bruikleenauto;

2. een al dan niet aangepaste gesloten buitenwagen;

3. een open elektrische buitenwagen;

4. een ander verplaatsingsmiddel.

In artikel 3 van het Besluit is bepaald dat voor voorzieningen zoals bedoeld in artikel 3.1 onder b door burgemeester en wethouders vast te stellen bedragen gelden, welke niet voor subsidie in aanmerking komen, omdat dit deel van de kosten algemeen gebruikelijk is. Daarbij zijn de kosten voor een algemeen gebruikelijke fiets bepaald op € 272,27 voor het verkrijgen van een scootermobiel ten behoeve van het verplaatsen van alledag.

2. Blijkens het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken heeft verweerder op grond van artikel 3.1 aanhef onder b, van de Verordening juncto artikel 3 van het Besluit aan de toegekende vervoersvoorziening in de vorm van een scootmobiel de voorwaarde verbonden dat eiseres een bedrag van € 272,27 dient te betalen. Verweerder heeft daarbij overwogen dat dit deel van de kosten algemeen gebruikelijk is.

3. Eiseres heeft aangevoerd dat het in rekening brengen van het algemeen gebruikelijk deel van de kosten van de in bruikleen verstrekte voorziening voor haar betekent dat zij in plaats van het tot een maximum van € 45,38 vast te stellen bedrag, zoals is vastgesteld in de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen WVG (hierna: de Regeling), een bedrag van € 272,27 moet betalen. Volgens eiseres is in het bestreden besluit voorts niet ingegaan op de in bezwaar genoemde voorwaarden waar volgens vaste jurisprudentie het begrip algemeen gebruikelijk aan dient te voldoen en waar de scootmobiel niet aan voldoet, wordt door verweerder in het bestreden besluit niet ingegaan. Voorts heeft eiseres aangevoerd dat het bezwaarschrift (gedeeltelijk) gegrond is verklaard en dat een kostenvergoeding op grond van artikel 7:15 van de Abw zonder motivering is uitgebleven.

4. De rechtbank overweegt het volgende.

5. Vast staat dat eiseres voldoet aan de medische voorwaarden, waaronder een scootmobiel kan worden verstrekt.

De kosten, die verweerder aan eiseres ter zake van deze voorziening wenst te vergoeden, zijn vastgesteld met toepassing van het bepaalde in artikel 3 van het Besluit. Deze bepaling zondert bedragen ten behoeve van voorzieningen als de onderhavige van vergoeding uit met de motivering dat een deel van de kosten algemeen gebruikelijk is. De rechtbank meent dat aan vorm en inhoud van deze bepaling zodanig ernstige feilen kleven dat verweerder deze buiten toepassing had moeten laten. De verordening verbiedt het toekennen van een voorziening indien die voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is. De reikwijdte van deze bepaling kan worden verruimd door te bepalen dat bij de toekenning van een voorziening, die evident in de plaats treedt van een algemeen gebruikelijke voorziening, rekening wordt gehouden met een bedrag aan besparing. De thans gehanteerde bepaling kan naar de inhoud echter ook toepassing vinden indien er zeker geen besparing als voorzien aan de orde is. Dat laat zich in de onderhavige zaak duidelijk illustreren aangezien eiseres eenvoudig in het bezit is van een fiets. Verweerders besluit kan dan ook niet in stand blijven.

6. In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,-, uitgaande van een zaak van gemiddelde zwaarte en van twee proceshandelingen.

7. Eiseres heeft tevens om vergoeding verzocht van de in de bezwaarprocedure gemaakte proceskosten. De rechtbank wijst dit verzoek af aangezien naar haar oordeel geen sprake is van een aan verweerder te wijten onrechtmatigheid.

8. Het voorgaande leidt tot de navolgende uitspraak.

III. Uitspraak.

De Rechtbank Middelburg

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt verweerder op een nieuwe besluit te nemen op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

bepaalt dat de gemeente Tholen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van van € 37,- (zevenendertig euro) vergoedt;

veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op

€ 644,- (zeshonderdvierenveertig euro), te betalen door de gemeente Tholen aan eiseres.

Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op door mr. G.J.A. van Unnik, in tegenwoordigheid van W.J. Steenbergen, griffier.

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen.

Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.

Nota bene:

In deze uitspraak is het beroep (deels) gegrond verklaard en is het bestreden besluit vernietigd.

Als de rechtbank daarbij gronden van uw beroep uitdrukkelijk heeft verworpen en u wilt daarin niet berusten, moet daartegen binnen bovengenoemde termijn hoger beroep worden ingesteld.