Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2004:AR8439

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
24-11-2004
Datum publicatie
29-12-2004
Zaaknummer
04-1606
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht wegens frequent verzuim als gevolg van ziekte en privé-omstandigheden. Na tussenbeschikking is verweerder in sterk aangepast werk weer aan het werk. Het verzoek van verzoeker de zaak aan te houden om te bekijken of verweerder dit volhoudt wordt geweigerd. Geen ontbinding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rep. nummer: 04-1606

uitspraak: 24 november 2004

Rechtbank Middelburg

Sector kanton - zitting te Terneuzen

BESCHIKKING

in de zaak van:

[verzoeker],

gevestigd te Breskens,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoeker],

gemachtigde: mr. G.I.M.M. Dierikx,

t e g e n :

[verweerder],

wonende te Oostburg,

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. H.M. den Hollander

het verdere verloop van de procedure

Na de tussenbeschikking van 6 oktober 2004 is de procedure als volgt verlopen:

- nadere mondelinge behandeling van 10 november 2004.

de verdere beoordeling van de zaak

1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij de tussenbeschikking. De inhoud van deze beschikking moet als hier ingelast worden beschouwd. In de tussenbeschikking is een nadere mondelinge behandeling bepaald, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen met elkaar in contact te treden over de verdere reïntegratie van [verweerder]. [verweerder] zou ook moeten aangeven of hij inmiddels elders werk heeft gevonden.

2. Bij de voortgezette mondelinge behandeling heeft [verweerder] verklaard dat hij niet elders werk heeft gevonden. Op 14 oktober 2004 is hij bij de bedrijfsarts geweest. Deze verklaarde hem arbeidsongeschikt voor eigen werk. Sterk aangepast werk voor enkele uren per week werd wel mogelijk geacht, gedurende maximaal drie halve dagen, niet fysiek belastend en in eigen tempo. Naar het de kantonrechter voorkomt wijkt dit oordeel van de bedrijfsarts niet wezenlijk af van het op 1 juli 2004 gegeven oordeel. Vanaf 18 oktober 2004 is [verweerder] gedurende drie halve dagen per week aan het werk in sterk aangepast werk.

3. [verzoeker] vraagt zich af of [verweerder] dit aangepaste werk echt kan volhouden. Ook stelt zij de vraag of de privé-problemen van [verweerder] inmiddels zijn opgelost en hoe het zit met de opvang van zijn zoontje tijdens het werk. Zij heeft het vermoeden dat [verweerder] toch weer zal uitvallen omdat hij het niet kan volhouden. Zij vraagt daarom de behandeling voor de duur van een maand aan te houden. Ter zitting heeft de kantonrechter bepaald dat de behandeling niet verder wordt aangehouden. Het verzoekschrift is ingediend op 16 augustus 2004 en gebaseerd op veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Indien de verzoekende partij drie maanden na indiening van het verzoekschrift tot de slotsom komt dat de behandeling nog een maand moet worden gehouden, doet zich niet voor het geval dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Van belang is voorts dat [verweerder] arbeidsongeschikt is en het opzegverbod van artikel 7:670 lid 1 BW geldt. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen.

4. De kantonrechter merkt op dat van beide partijen inspanning mag worden gevraagd voor de verdere reïntegratie van [verweerder]. [verweerder] mag problemen bij de opvang van zijn zoontje tijdens het werk niet afwentelen op [verzoeker]. De toepasselijke CAO kent faciliteiten voor kinderopvang. Verder is gebleken dat [verzoeker] de betaling van het loon gedurende enige tijd heeft opgeschort, kennelijk op grond van artikel 7:629 lid 6 BW. Inmiddels houdt [verweerder] zich wel aan de bedoelde voorschriften. Niettemin heeft [verzoeker] nog steeds niet het opgeschorte loon uitbetaald aan [verweerder]. Dit komt de kantonrechter aanvechtbaar voor omdat opschorting niet bevrijdt van de verbintenis tot betaling van loon. Bijkomend voordeel van betaling van het opgeschorte loon voor [verzoeker] is dat [verweerder] daardoor middelen verkrijgt waarmee hij de betaling van kinderopvang voor zijn zoon wellicht kan financieren.

Er is geen aanleiding om af te wijken van het beleid om in ontbindingszaken de proceskosten tussen partijen te verdelen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

bepaalt dat zowel [verzoeker] als [verweerder] de eigen proceskosten moet dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.