Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2004:AR5219

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
13-10-2004
Datum publicatie
05-11-2004
Zaaknummer
04/187
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste en enige aanleg
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij telefonische schademelding van een éénzijdig ongeval meldt verzekerde niet dat hij vóór het ongeval had gedronken. Met een beroep op het Reglement Motorrijtuigenverzekering weigert de verzekeringsmaatschappij de schade te vergoeden. Terecht volgens de rechtbank. Verzekerde heeft deze omstandigheid niet mogen verzwijgen; daarmee ontnam hij de verzekeraar de mogelijkheid om aan het drankgebruik van verzekerde gevolgen te verbinden. Vordering ter vergoeding van de schade aan de auto afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector Civiel recht

Vonnis van 13 oktober 2004 in de zaak van:

Rolnr: 04/187

eiser,

wonende te Aardenburg, gemeente Sluis,

eiser,

procureur: mr. R.R.E. Nobus,

tegen

de onderlinge waarborgmaatschappij Onderlinge Verzekering Maatschappij ZLM U.A.,

gevestigd en kantoorhoudende te Goes,

gedaagde,

procureur: mr. J.C. van den Dries.

1. Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 9 juni 2004 is een verschijning van partijen gelast.

Deze zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2004. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

De zaak is verwezen naar de rol voor vonnis.

2. De feiten

2.1. Blijkens een Attest Verkeersongeval van de politie te Damme/Knokke-Heist (B) is eiser op 3 mei 2003 om 06.47 uur als bestuurder/eigenaar van een Mercesdes CLK 230 met nummerplaat (nummer), bouwjaar 1999, betrokken geraakt bij een ongeval op de (adres) te Knokke-Heist. Voor zover hier van belang heeft eiser tegenover de politie daarover het volgende verklaard:

“Het is zo dat ik deze nacht de nacht heb doorgebracht bij m’n vriendin die te Maldegem woont, omdat ik de slaap niet kon vatten besloot ik volgens mij omstreeks 04.00 uur de woning van m’n vriendin te verlaten om iets te gaan drinken in een inrichting te Knokke. In dien verstande reed ik met mijn Mercedes op (adres) in de richting van Knokke. Volgens mij was het aan het regenen en was het wegdek nat en glad. Gekomen aan kilometerpaal (nummer) ben ik de controle over m’n stuur verloren, dit enerzijds door de gladheid van het wegdek en anderzijds door de snelheid die ik op dat moment had. Ik reed ongeveer een 120 à 130 kilometer per uur alwaar de maximum snelheid beperkt is tot 90 km/h. Vanaf dat moment weet ik eigenlijk niet veel meer. Alles gaat zodanig snel dat ik mij niks lijk te herinneren. Vanaf het moment dat m’n auto stilstond ben ik onmiddellijk uitgestapt, ik ben nog op zoek gegaan naar m’n boorddocumenten en identiteitspapieren maar ik heb deze op dat moment niet meer gevonden. Doordat ik in een shock was ben ik onmiddellijk naar de rijbaan (adres) richting Knokke gegaan en heb ik teken gedaan naar verschillende wagens met de bedoeling om één van deze te doen stoppen. Uiteindelijk is er één wagen gestopt en heb ik aan de bestuurder gevraagd om mij naar Maldegem te rijden naar m’n vriendin. Deze persoon heeft dat onmiddellijk gedaan.

Wanneer ik terug bij m’n vriendin was heb ik een plaatsgenomen in de zetel en iets genuttigd om van de shock te bekomen. Ik heb een tweetal wisky’s gedronken. (…)

2.2. Een op die dag om 10.48 uur door de politie afgenomen ademtest wees uit, dat eiser op dat moment niet onder invloed van alcohol verkeerde (resultaat S).

2.3. Eiser was met zijn motorrijtuig casco verzekerd bij ZLM.

2.4. Eiser heeft op 5 mei 2003 telefonisch bij ZLM aangifte gedaan van voormeld schadevoorval van 3 mei 2003, dat zich volgens zijn opgave om 04.00 uur te Knokke (B) zou hebben voorgedaan met een door hem bestuurde personenauto Mercedes-Benz CLK 320, kenteken (nummer). Als toedracht heeft eiser daarbij opgegeven dat hij de macht over het stuur was verloren en tegen een boom was beland. Van het gebruik van alcohol was volgens deze aangifte geen sprake. Voormelde gegevens heeft eiser eveneens op 5 mei 2003 ingediend bij ZLM op een door hem ingevuld aanrijdings-formulier.

2.5. Bij brief van 14 mei 2003 heeft ZLM aan eiser medegedeeld dat uit het dossier was gebleken dat eiser ten tijde van het ongeval alcohol had gebruikt met het verzoek toe te lichten waarom hij bij de telefonische schademelding had aangegeven geen alcohol te hebben gebruikt en verder op te geven wat hij had gedronken vóór het ongeval, welke hoeveelheid en in welke tijdspanne.

2.6. Eiser heeft op 16 mei 2003 per fax aan ZLM geantwoord dat hij op 2 mei 2003 tussen 23.00 uur en 00.000 uur twee glazen bier had gedronken, waarna hij is gaan slapen. Toen hij de slaap niet kon vatten, is hij vervolgens om 04.00 uur naar Knokke gereden. Eiser heeft daarbij uitdrukkelijk medegedeeld dat hij op 3 mei 2003 tussen 00.000 uur en 04.00 uur niet heeft gedronken.

2.7. Bij brief van 20 mei 2003 heeft ZLM aan eiser medegedeeld dat aan hem geen dekking werd verleend voor het schadevoorval van 3 mei 2003. ZLM heeft daartoe met een beroep op de artikelen 5, 6 en 27 van het Reglement Motrorijtuigenverzekering aangevoerd dat eiser bij de telefonische schademelding had verzwegen alcohol te hebben gebruikt. Daarnaast heeft zij aangevoerd dat eiser door de schade niet direct te melden bij de politie het haar onmogelijk heeft gemaakt een onderzoek te laten verrichten naar de directe omstandigheden rondom het ongeval.

2.8. De aangehaalde artikelen van het Reglement Motrorijtuigenverzekering luiden voor zover hier van belang:

Artikel 5. UITSLUITINGEN

De volgende schade is niet verzekerd:

a. (…)

b. (…)

c. (…)

d. (…)

e. Schade waarvan verzekerde met opzet een onvolledige of onware opgave doet of waarbij hij zijn verplichtingen, die in dit reglement zijn vastgelegd, niet nakomt.

f. (…)

De uitsluitingen a. tot en met f. gelden niet als de verzekerde kan aantonen, dat:

- de omstandigheden zich buiten zijn weten en tegen zijn wil hebben voorgedaan;

- hem wat betreft de omstandigheden niets verweten kan worden.

(…)

Artikel 6. VERPLICHTINGEN VAN DE VERZEKERDE BIJ SCHADE

a. Zodra een verzekerde op de hoogte is van een gebeurtenis die voor ons tot een uitkering kan leiden, dient hij:

1. (…)

2. (…)

3. ons zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van het schadegeval;

4. ons alle belangrijke gegevens te verstrekken en ons alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs kan worden verwacht;

5. (…)

6. (…)

Artikel 27. UITSLUITINGEN

Behalve de uitsluitingen in artikel 5, is ook de volgende schade van deze verzekering uitgesloten:

a. (…)

b. (…)

c. (…)

d. Schade die ontstaat, terwijl de bestuurder onder invloed is van alcoholhoudende drank of een bedwelmend of opwekkend middel. Dit geldt als de invloed zodanig is dat hij niet in staat geacht moet worden het motorrijtuig naar behoren te besturen of dat het besturen hem door de wet of door de overheid is of zou zijn verboden. Hiervan is ook sprake, als de bestuurder weigert mee te werken aan een ademtest, urine- of bloedproef of een soortgelijk onderzoek.

e. (…)

f. (…)

1.9. Een door ZLM ingeschakelde expert heeft de schade aan de auto van eiser, die volledig was vernield, vastgesteld op € 31.750,-- incl. BTW.

1.10. Eiser heeft in 1994, 1999, 2001 en 2002 meerdere, veelal eenzijdige aanrijdingen veroorzaakt. De laatste schademelding van 10 april 2001 was voor ZLM aanleiding om bij brief van 17 april 2001 het schadeverloop van polis 02882001 onder de aandacht van eiser te brengen, waarbij ZLM hem erop heeft gewezen dat dit schadeverloop afweek van het gemiddelde, omdat een bestuurder gemiddeld één keer in de vijf jaar bij een schadegeval wordt betrokken. ZLM heeft eiser daarbij laten weten dat zij de verzekering bij voortzetting van dit schadeverloop niet of niet onder dezelfde voorwaarden zal kunnen voortzetten.

3. Het geschil

1.1. Eiser vordert – kort samengevat – allereerst de veroordeling van ZLM tot betaling aan hem van € 31.750,--, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad 10% van de hoofdsom en met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 17 juli 2003, althans vanaf de dag van de dagvaarding, tot de dag der voldoening, en voorts de veroordeling van ZLM tot vergoeding van de schade als gevolg van verhoogde verzekeringspremies, te begroten bij een schadestaat, met veroordeling van ZLM in de proceskosten.

1.2. Eiser legt aan het eerste onderdeel van de vorderingen naast voormelde feiten, voor zover door hem aangevoerd, ten grondslag dat ZLM ten onrechte tracht onder haar betalingsverplichting uit te komen, nu hij ten tijde van het verkeersongeval niet onder invloed van alcohol verkeerde (het alcoholonderzoek heeft dat volgens hem ook uitgewezen), terwijl hij ZLM ook niet onjuist heeft voorgelicht. Dat hij zich niet meteen tot de politie heeft gewend komt volgens eiser omdat hij na het ongeval in een shocktoestand verkeerde. Bovendien was bij hem kanker geconstateerd, waardoor hij destijds leed aan slaapstoornissen als gevolg van de narcose en therapieën.

1.3. Met betrekking tot het tweede onderdeel van de vordering stelt eiser dat hij schade lijdt vanwege het gegeven dat hij zijn auto ook niet elders kan verzekeren tegen aanvaardbare premies, omdat ZLM ervoor heeft gezorgd dat hij staat geregistreerd als iemand die onder invloed van alcohol heeft gereden.

1.4. Het verweer van ZLM met betrekking tot het eerste onderdeel van de vordering komt erop neer dat er geen schadeplichtigheid bestaat vanwege het bestaan van een aantal uitsluitingsgronden.

1.5. Allereerst stelt ZLM dat eiser bij de schadeaangifte tegenover haar het alcoholgebruik heeft verzwegen, zodat sprake is van een onvolledige of onware opgave in de zin van art. 5 aanhef en sub (e) van het reglement. Volgens ZLM is aannemelijk dat de schade is ontstaan als gevolg van alcoholgebruik in de zin van art. 27 van het reglement, omdat eiser tussen 04.00 uur (het vertrek uit Maldegem) en 6.47 uur (het tijdstip van het ongeval) alcohol zal hebben gedronken, waarbij ZLM erop wijst dat het van algemene bekendheid is dat een eenzijdig ongeval in de nachtelijke uren doorgaans wordt veroorzaakt door alcoholgebruik van de bestuurder. Voorts zou eiser niet de krachtens art. 6 van het reglement vereiste medewerking hebben verleend door de plaats van de aanrijding te verlaten en zich zo te onttrekken aan een onderzoek naar de oorzaak van de aanrijding en met name naar de mate van het alcoholgebruik. Volgens ZLM moet eiser op grond van de eerdere aanrijdingen weten dat hij op de plaats van de aanrijding de politie moet (laten) alarmeren. ZLM stelt verder dat eiser heeft gehandeld in strijd met art. 6 van het reglement door de schade niet direct te melden (eiser deed dat pas twee dagen later) en door niet mee te werken aan het onderzoek door de politie (eiser deed dat pas uren na de aanrijding), waardoor hij ook feitelijk onmogelijk heeft gemaakt dat onmiddellijk na de aanrijding een ademtest of bloedproef zou worden uitgevoerd, hetgeen volgens ZLM gelijk moet worden gesteld aan het weigeren daarvan in de zin van art. 27 van het reglement.

1.6. Met betrekking tot het tweede onderdeel van de vordering voert ZLM ten verwere aan dat zij het verkeersongeval van eiser heeft moeten melden bij het Verbond van Verzekeraars op grond van het Systeem Vertrouwelijke Mededelingen en Malusregistratie (SVMM). Het Verbond van Verzekeraars heeft deze verplichting op 11 december 2002 opgelegd aan haar leden, waaronder ZLM. Op het aan eiser toegezonden polisblad d.d. 17 juni 2003 heeft ZLM naast het negatief aantal schadevrije jaren (vijf op dat moment) ook vermeld dat dit gegeven is opgenomen in het SVMM. Behoudens deze malusregistratie is volgens ZLM geen andere informatie zichtbaar, zodat onjuist is dat zou zijn gemeld dat eiser onder invloed van alcohol zou hebben gereden. De melding in het SVMM acht ZLM dan ook niet onrechtmatig jegens eiser.

4. De beoordeling

4.1. Vaststaat dat eiser als gevolg van een eenzijdig verkeersongeval schade heeft geleden aan een aan hem in eigendom toebehorende auto. Niet in geschil is dat die schade in beginsel valt onder de dekking van de tussen partijen bestaande verzekerings-overeenkomst, op welke rechtsverhouding het Reglement Motorrijtuigenverzekering (verder: het reglement) van toepassing is. Beoordeeld zal worden of grond van de door haar aangevoerde uitsluitingsgronden de verplichting van ZLM tot vergoeding van de door eiser geleden schade is komen te vervallen.

4.2. In dit geding is niet komen vast te staan dat eiser heeft gereden onder zodanige invloed van alcoholische drank dat hij niet in staat was zijn auto naar behoren te besturen. ZLM heeft ook geen feiten of omstandigheden gesteld of te bewijzen aangeboden, die wijzen op een hoger drankgebruik dan eiser heeft erkend, terwijl ook de (achteraf) afgenomen ademtest niet wijst op een bovenmatig alcoholgebruik. Het beroep op de uitsluitingsgrond van art. 27 aanhef en sub (e) van het reglement wordt dan ook verworpen.

4.3. ZLM heeft weliswaar nog betoogd dat het vermoeden van voorafgaand alcoholgebruik gewettigd is, maar de feiten en omstandigheden waarop ZLM zich heeft beroepen vormen noch ieder voor zich noch in onderling verband en samenhang beschouwd voldoende aanleiding de in beginsel op ZLM rustende bewijslast om te keren. Dat eiser in de nachtelijke uren van de weg is geraakt, een vluchtmisdrijf heeft gepleegd, zich eerst later bij de politie heeft gemeld en een onjuist tijdstip van het ongeval heeft opgegeven, zijn allemaal gedragingen die ook een gevolg kunnen zijn van andere factoren dan bovenmatig drankgebruik. Daarbij valt te denken aan de door eiser aangevoerde slaapstoornissen, zijn shocktoestand na het ongeluk en de gevolgen van de behandeling van de bij hem geconstateerde kanker, welke aangevoerde fysieke en psychische factoren ZLM op zichzelf niet heeft weersproken.

4.4. Ook het beroep op de in art. 6 onder (a) sub 3 en 4 van het reglement omschreven uitsluitingsgronden is ongegrond. ZLM kan in redelijkheid geen gevolgen verbinden aan het gegeven dat eiser pas uren na het gebeuren heeft meegewerkt aan het onderzoek door de politie en het schadevoorval eerst twee dagen later bij ZLM heeft gemeld. Vaststaat immers dat de aanrijding zich heeft voorgedaan op zaterdag 3 mei 2003 eiser het schadevoorval op maandag 5 mei 2003 eerst telefonisch en daarna schriftelijk bij ZLM heeft gemeld, derhalve binnen de kantooruren, welk beleid ZLM blijkens de ter comparitie afgelegde verklaring hanteert met betrekking tot schademeldingen. Dat eiser zich die zaterdagochtend niet ogenblikkelijk tot de politie heeft gewend is een gedraging die strafrechtelijke gevolgen kan hebben (vluchtmisdrijf), maar die op zichzelf geen uitsluitingsgrond kan opleveren.

4.5. De volgende vraag is of eiser zich heeft schuldig gemaakt aan een onvolledige of onware opgave van de schade in de zin van art. 5 aanhef en sub (e) van het reglement door bij de schadeaangifte het voorafgaand gebruik van twee glazen bier te verzwijgen.

4.6. Evenals bij het aangaan van de overeenkomst geldt ook bij een schademelding in het algemeen dat op de verzekerde een mededelingsplicht rust met betrekking tot alle omstandigheden, die – voor zover voor hem kenbaar – essentieel zijn of kunnen zijn voor de aanvaarding door de verzekeraar van het ter dekking aangeboden risico. De omvang van deze gehoudenheid wordt gekanaliseerd als de verzekeraar met een vragenlijst werkt, in welk geval de aanvrager in beginsel met de beantwoording van deze vragen kan volstaan. Die vragen mag de verzekerde volgens vaste rechtspraak opvatten naar de zin, die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht toekennen.

4.7. Vaststaat dat eiser niet alleen bij de telefonische melding van het schadevoorval bij ZLM, maar kort daarna ook bij het schriftelijk indienen van het aanrijdingsformulier heeft nagelaten om het voorafgaand gebruik van alcoholhoudende drank te melden. Eiser heeft de vraag op het formulier of sprake was van drankgebruik uitdrukkelijk met “neen” beantwoord. Zoals hiervoor is overwogen rustte op eiser evenwel de verplichting om de vragen op bedoeld formulier juist en volledig in te vullen. Hoewel het volgens de stelling van eiser slechts om “een paar pintjes” ging, had hij zich kunnen en moeten realiseren dat hij de vraag naar het alcoholgebruik met “ja” had moeten beantwoorden, waarbij hij hooguit had kunnen toelichten dat het slechts om een bescheiden hoeveelheid drank ging. Door die vraag ontkennend te beantwoorden ontnam eiser aan ZLM de mogelijkheid om te beslissen of zij aan het drankgebruik van eiser gevolgen wilde verbinden.

4.8. Die mededelingsplicht rustte temeer op eiser, omdat zijn ongunstige schadeverloop sinds 1998 eerder voor ZLM aanleiding was geweest om hem bij brief van 17 april 2001 te wijzen op mogelijke gevolgen van toekomstige schadevoorvallen.

4.9. Onder de gegeven omstandigheden is sprake van een onvolledige opgave van de schade, zodat het beroep van ZLM op de uitsluitingsgrond van art. 5 aanhef en sub (e) van het reglement gegrond is, nu niet is gesteld of gebleken dat eiser van dat verzwijgen geen verwijt kan worden gemaakt. Het eerste onderdeel van de vordering wordt op die grond afgewezen.

4.10. Ook het tweede onderdeel van de vordering zal worden afgewezen. Eiser heeft niet weersproken dat ZLM in het Systeem Vertrouwelijke Mededelingen en Malusregistratie (SVMM) niet heeft gemeld dat eiser onder invloed van alcohol heeft gereden. Daarmee ontvalt de grondslag aan dit onderdeel van de vordering.

4.11. Eiser zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

5. De beslissing

De rechtbank,

- wijst de vordering af;

- veroordeelt eiser tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van ZLM tot op heden begroot op € 700,-- aan griffierecht en € 998,-- aan procureurssalaris;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.M.J. Hoppers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 13 oktober 2004 in aanwezigheid van de griffier.