Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2004:AR4366

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
20-10-2004
Datum publicatie
21-10-2004
Zaaknummer
12/015115-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van medeplichtigheid bij de overval op een man uit Hansweert. Tegen de Roemeense vrouw was door de officier van justitie een celstraf van een jaar geƫist. Aanvankelijk zou de rechtbank pas volgende week donderdag uitspraak doen in de zaak van de vrouw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 12/015115-04

Datum uitspraak: 20 oktober 2004

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: 12 mei 2004

Datum voorlopige hechtenis: 14 mei 2004

Opheffing/schorsing voorlopige hechtenis/invrijheidstelling: n.v.t.

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid Oost HvB Ter Peel Evertsoord te Evertsoord,

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. F.L.I. de Vleesschauwer, advocaat te Terneuzen.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

14 oktober 2004.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R.T.C.N. Jeuken en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair, onder 2 primair, subsidiair en meer subsidiair en onder 3 op alle onderdelen tenlastegelegde wordt vrijgesproken en ter zake het onder 1 meer subsidiair, te weten medeplichtigheid aan diefstal met geweldpleging de dood tot gevolg hebbend en

2 meer subsidiair, te weten diefstal met geweldpleging, zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar met aftrek van voorarrest.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie gevorderd deze geheel toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting op vordering van de officier van justitie gewijzigd. De inleidende dagvaarding en de vordering wijziging tenlastelegging zijn als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 en 3 in al hun onderdelen is tenlastegelegd en overweegt daartoe het volgende.

Uit het samenstel van verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] blijkt dat verdachte op de hoogte was van het feit dat voornoemde medeverdachten ergens zouden gaan inbreken. Voorts valt uit voornoemde verklaringen af te leiden dat verdachte voornoemde medeverdachten heeft gewekt op de avond dat de inbraak uiteindelijk heeft plaatsgevonden.

Deze feiten kunnen naar het oordeel van de rechtbank als vaststaand worden aangenomen, maar dit is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een actieve betrokkenheid van verdachte bij de gepleegde delicten aan te nemen dat gekwalificeerd zou kunnen worden als medeplegen c.q. uitlokking dan wel medeplichtigheid aan de tenlastegelegde feiten.

Daarnaast is er een verklaring van [medeverdachte 1] waarin hij zegt dat verdachte [medeverdachte 4] en zijn partner, verdachte [verdachte], naar de jongen met de Audi ([verdachte 5]) zijn gegaan en de hamer en de bandenlichters (de voorwerpen die zijn gebruikt bij de overval op de heer en mevrouw [naam slachtoffer]) hebben gehaald.

De rechtbank stelt vast dat alleen [medeverdachte 1] over de aanwezigheid van [verdachte] bij het ophalen van het gereedschap verklaart en dat er geen andere bewijsmiddelen te vinden zijn die dit deel van de verklaring van [medeverdachte 1] ondersteunen. Ook in de verklaring van [medeverdachte 1] kan derhalve geen bewijs worden gevonden voor strafrechtelijk relevante betrokkenheid van [verdachte].

Vrijspraak

Gelet op hetgeen hiervoor onder bewijsoverwegingen is overwogen, dient de verdachte van het tenlastegelegde op alle onderdelen te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding

[namen benadeelde partijen] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafgeding.

Gelet op het feit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten en derhalve geen straf of maatregel volgt, dienen de vorderingen van de benadeelde partijen, tot vergoeding van de tengevolge van de tenlastegelegde feiten geleden schade, niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank bepaalt dat verdachte en de benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 op alle onderdelen, 2 op alle onderdelen en 3 op alle onderdelen tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Zij verklaart de benadeelde partijen [namen benadeelde partijen] niet ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat de benadeelde partijen deze slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Zij bepaalt dat verdachte en de voornoemde benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Zij heft het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte op, zulks met onmiddellijke ingang.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter,

mrs. R.C.M. Reinarz en F.C.J.E. van Hemert-Meeuwis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.F. Bethlehem als griffier en bij vervroeging uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 oktober 2004.