Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2004:AR4346

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
06-10-2004
Datum publicatie
20-10-2004
Zaaknummer
04/1610
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tandarts vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende flexibiliteit t.a.v. overeengekomen werkzaamheden.De ontbinding wordt uitgesproken wegens verstoorde verhoudingen.

De tandarts heeft niet in functioneringsgesprekken of brieven het gebrek aan flexibiliteit aan de orde gesteld. Daardoor kan de kantonrechter niet vaststellen dat de assistente ten onrechte geweigerd heeft te werken op andere dan de afgesproken tijdstippen. De assistente heeft de verhoudingen nodeloos op scherp gezet met het niet aannemelijke verwijt dat de tandarts de CAO schond.

Vergoeding C = 1,5

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2004/61
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rep. nummer : 04/1610

uitspraak : 6 oktober 2004

Rechtbank Middelburg

Sector kanton - zitting te Terneuzen

BESCHIKKING

in de zaak van:

de besloten vennootschap

[verzoekende partij]

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekende partij,

verder te noemen: [verzoekende partij],

gemachtigde: mr. J.J. Brugge,

t e g e n :

[verwerende partij],

wonende te Terneuzen,

verwerende partij,

verder te noemen: [verwerende partij],

gemachtigde: mr. L.E. van Hevele.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- verzoekschrift, ingediend op 19 augustus 2004;

- verweerschrift;

- mondelinge behandeling van 22 september 2004.

de beoordeling van de zaak

1. [verzoekende partij] verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] wegens veranderingen in de omstandigheden. [verwerende partij] bestrijdt het verzoek. Als het toch komt tot ontbinding, maakt zij aanspraak op een vergoeding van € 14.183,55.

2.1 [verzoekende partij] heeft een tandartsenpraktijk waarin drie tandartsen werken en vijf tandartsassistentes op parttime basis.

2.2. [verwerende partij] is geboren op [geboortedatum verwerende partij] en sinds 1 april 1999 bij [verzoekende partij] in dienst als tandartsassistente voor 20 uur per week. Haar loon bedraagt € 945,57 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. Aanvankelijk werd de arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd, maar inmiddels geldt deze als voor onbepaalde tijd.

2.3. De overeengekomen werktijden zijn op maandag en dinsdag van 8.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 17.00 uur en op woensdag van 8.00 tot 12.00 uur. Volgens de toepasselijke CAO Tandartsassistenten is de werknemer na overleg met de werkgever binnen redelijke grenzen en voor zover zulks uit het belang van het werk in de praktijk voortvloeit verplicht in te stemmen met het accepteren van tijdelijke wijzigingen in de regeling van zijn arbeidsduur en werktijden.

2.4. In de aanvankelijke schriftelijke arbeidsovereenkomst was bepaald dat de werktijden na overleg met de werknemer door de werkgever worden vastgesteld. In mei 2004 heeft [verzoekende partij] aan [verwerende partij] een herziene arbeidsovereenkomst voorgelegd met daarin een clausule, inhoudende het accepteren van tijdelijke wijzigingen in de regeling van arbeidsduur en werktijden. [verwerende partij] heeft hiermee niet ingestemd.

2.5. Na een gesprek tussen partijen op 19 juli 2004 heeft [verzoekende partij] [verwerende partij] op 20 juli 2004 op non-actief gesteld. Zij heeft [verwerende partij] niet in de gelegenheid gesteld haar werk te hervatten.

3. Uit de gedingstukken en de mondelinge behandeling is het de kantonrechter duidelijk geworden dat tussen [verwerende partij] en de drie bij [verzoekende partij] werkzame tandartsen grote spanningen zijn gerezen. Voortzetting van de arbeidsovereenkomst vergt een intensieve samenwerking tussen de tandartsen en [verwerende partij]. Daarbij moet met de nodige precisie worden gewerkt. In de arbeidsverhouding tussen partijen is dit niet meer mogelijk. Daarom moet de arbeidsovereenkomst worden ontbonden wegens veranderingen in de omstandigheden. Uit de standpunten van partijen blijkt dat het verzoek geen verband houdt met enig opzegverbod. Het is mogelijk aan [verwerende partij] een vergoeding naar billijkheid toe te kennen.

4. [verzoekende partij] stelt dat naast een goede samenwerking ook de nodige flexibiliteit bij de assistentes een vereiste is. Dit laatste is bij [verwerende partij] in de loop van de tijd een steeds groter probleem geworden. Haar opstelling bij het ruilen van diensten tijdens ziekte en vakantie van haar collega's is een terugkerende bron van ergernis. [verzoekende partij] streeft naar een eerlijke verdeling van de werkzaamheden buiten de reguliere werktijden wegens ziekte en vakantie, maar dit is door de starre houding van [verwerende partij] niet mogelijk. Haar collega's zijn daarvan de dupe. [verwerende partij] blijft zich op het standpunt stellen alleen te werken op de dagen waarvoor zij is aangenomen. Zij weigert ook te werken op zaterdag in het kader van de weekenddienst. [verwerende partij] is hierop al diverse malen aangesproken, maar zonder resultaat. In een gesprek op 19 juli 2004 over deze kwesties heeft [verwerende partij] aan [verzoekende partij] een advies van haar gemachtigde overhandigd. [verzoekende partij] heeft dit stuk als een klap in het gezicht ervaren, omdat daarin volkomen ten onrechte wordt gesuggereerd dat [verzoekende partij] in strijd met de CAO handelt. Er is geen reden een vergoeding naar billijkheid toe te kennen aan [verwerende partij].

5. [verwerende partij] voert aan dat zij als alleenstaande moeder van drie kinderen beperkingen heeft in haar mogelijkheden de overeengekomen werktijden aan te passen aan de wensen van [verzoekende partij]. De tandartsen wijzigden te pas en te onpas de werktijden. Flexibiliteit is belangrijk, maar het moet wel van twee kanten komen. In het gesprek van 19 juni 2004 heeft [verwerende partij] aan [verzoekende partij] het advies van haar advocaat overhandigd met het verzoek dit te bezien of er punten van aandacht bestonden waarover in het kader van de arbeidsovereenkomst verder gesproken kon worden. [verwerende partij] heeft altijd goed gefunctioneerd als tandartsassistente. Zij is in strijd met de CAO op non-actief gesteld. Haar persoonlijke belangen zijn ernstig geschaad. Een ontbinding van de arbeidsovereenkomst zou [verwerende partij] ernstig benadelen. Het inkomen uit de arbeidsovereenkomst is het inkomen van haar gezin. De correctiefactor moet worden gesteld op 3.

6. De kantonrechter overweegt het volgende over een mogelijk aan [verwerende partij] toe te kennen vergoeding naar billijkheid.

6.1. Tussen partijen zijn vaste werktijden overeengekomen. Het belang van het werk in de tandartsenpraktijk kan met zich meebrengen dat de werkgever aan de in de praktijk werkzame tandartsassistente vraagt om te werken buiten de overeengekomen werktijden. Of de werknemer verplicht is aan dergelijke verzoeken gehoor te geven, hangt af van tal van omstandigheden. Uit de CAO volgt niet dat de werknemer zonder meer verplicht is mee te werken aan tijdelijke wijziging van werktijden. Belangrijk is dat partijen in de arbeidsovereenkomst over dergelijke kwesties met elkaar overleg plegen en dat een oplossing wordt gezocht in redelijkheid. Daarbij moeten partijen oog hebben voor elkaars belangen en praktische (on)mogelijkheden. Uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van de werkgever zijn tandartsenpraktijk behoorlijk in te richten. De nadelige gevolgen van onvoorziene omstandigheden kan hij niet zonder meer en tot in het onredelijke op de werknemer afwentelen.

6.2. Het valt op dat [verzoekende partij] geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij voor juli 2004 [verwerende partij] heeft aangesproken op haar te geringe flexibiliteit in wijziging van overeengekomen werktijden. In functioneringsgesprekken had dit aan de orde kunnen komen. Ook had [verzoekende partij] [verwerende partij] een brief kunnen schrijven wanneer zij een redelijk voorstel tot tijdelijke aanpassing van werktijden niet had geaccepteerd. Één en ander had wel op de weg van [verzoekende partij] gelegen voordat zij [verwerende partij] te weinig flexibiliteit verwijt. Dergelijke stukken ontbreken echter.

6.3. Als gevolg daarvan kan de kantonrechter nu, achteraf, zonder stukken niet vaststellen dat [verwerende partij] geweigerd heeft in te stemmen met redelijke verzoeken van [verzoekende partij] om haar werktijden tijdelijk aan te passen. Deze onmogelijkheid mag in de verhouding tussen partijen niet in het nadeel van [verwerende partij] komen. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat [verzoekende partij] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [verwerende partij] onvoldoende flexibel is geweest ten aanzien van de afwijkingen van de overeengekomen werktijden.

6.4. Bij het bespreken op 19 juli 2004 van [verzoekende partij]s wens dat [verwerende partij] zich flexibeler zou opstellen bij verzoeken tot tijdelijke aanpassing van werktijden, heeft [verwerende partij] aan [verzoekende partij] een notitie van haar advocaat overhandigd. In deze uitvoerige notitie wordt de arbeidsverhouding gedetailleerd behandeld en [verzoekende partij] ervan beschuldigd op meerdere punten de CAO niet na te leven. Afgezien van het feit dat [verwerende partij] niet aannemelijk heeft gemaakt dat [verzoekende partij] in haar nadeel afweek van de CAO, was het zeer onverstandig deze notitie in dat gesprek te overhandigen. Daarmee heeft [verwerende partij] van haar kant de verhouding tussen partijen nodeloos op scherp gezet.

6.5. Daar tegenover staat dat [verzoekende partij] [verwerende partij] wel erg snel op non-actief heeft gesteld en daarbij de bepalingen van de CAO niet heeft nageleefd. Een op non-actiefstelling is namelijk slechts voor tweemaal veertien dagen toegestaan en kan nadien niet worden verlengd.

6.6. De kantonrechter zal aan [verwerende partij] een vergoeding toekennen overeenkomstig de kantonrechtersformule en daarbij de correctiefactor gelet op alle omstandigheden bepalen op 1,5. Doorslaggevend is hierbij dat [verzoekende partij] nu aan [verwerende partij] te weinig flexibiliteit in de werktijden verwijt, zonder dat zij als zorgvuldig werknemer hierop [verwerende partij] eerder een duidelijk had aangesproken en zonder dat zij dit verwijt aannemelijk maakt. Dit levert een vergoeding op van € 9.190,94 bruto.

6.7. Omdat [verzoekende partij] deze vergoeding niet heeft aangeboden, krijgt zij de gelegenheid haar verzoek in te trekken. Bij intrekking zal [verzoekende partij] als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de proceskosten. Bij ontbinding is er geen aanleiding om af te wijken van het beleid om in ontbindingszaken de proceskosten tussen partijen te verdelen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

stelt partijen in kennis van zijn voornemen om de arbeidsovereenkomst te ontbinden per 21 oktober 2004 onder toekenning aan [verwerende partij] van een vergoeding van € 9.190,94 bruto;

stelt [verzoekende partij] in de gelegenheid het verzoek in te trekken ter terechtzitting van 20 oktober 2004 te 10.00 uur;

en voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 21 oktober 2004;

kent aan [verwerende partij] een vergoeding toe van € 9.190,94 bruto en veroordeelt [verzoekende partij] om dit bedrag uiterlijk op 1 november 2004 tegen bewijs van kwijting aan [verwerende partij] te betalen;

bepaalt dat zowel [verzoekende partij] als [verwerende partij] de eigen proceskosten moet dragen;

wijst af wat meer of anders is verzocht;

en voor het geval het verzoek wel wordt ingetrokken:

veroordeelt [verzoekende partij] in de kosten van deze procedure, gevallen aan de zijde van [verwerende partij] en tot op heden begroot op € 360,-- voor het salaris van de gemachtigde van [verwerende partij];

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter

openbare terechtzitting van 6 oktober 2004 in tegenwoordigheid van de griffier.