Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AO0497

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
17-12-2003
Datum publicatie
17-12-2003
Zaaknummer
434/1999 en 726/1999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvaring in de buurt van de sluizen van Hansweert tussen Tadorna en Adri. Tadorna is ten onrechte bakboord uitgegaan in 100 meter brede helft van vaarweg. 100% aansprakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Middelburg

Sector civiel recht

Vonnis van 17 december 2003 in de zaak van

rolnr. 434/99

1. de vennootschap onder firma

SCHEEPVAARTBEDRIJF HOVESTADT

JR. V.O.F.,

gevestigd te Werkendam,

hierna te noemen: "Hovestadt",

2. de naamloze vennootschap

SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ ERASMUS N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: "Erasmus",

eiseressen,

procureur: mr. J.C. Bode 't Hart,

tegen:

V.F.C. SELS,

wonende te Zwijndrecht,

hierna te noemen: "Sels",

gedaagde,

procureur: mr. H.S. Memelink.

GEVOEGD MET:

rolnr. 726/99

1. de rechtspersoon naar Belgisch recht,

N.V. BELGAMAR,

gevestigd te Antwerpen, België,

hierna te noemen: "Belgamar",

2. SELS, voornoemd,

eiseressen in conventie, Sels verweerder in reconventie,

procureur: mr. H.S. Memelink,

tegen:

(gedaagde),

wonende te Zaltbommel,

hierna te noemen: "(gedaagde in conventie, eiser in reconventie)

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

procureur: mr. K.P.T.G. Flos.

1. Het verdere procesverloop.

1.1. Ingevolge het op 19 december 2001 gewezen tussenvonnis hebben Hovestadt en Erasmus de getuigen (naam getuige 1), (naam getuige 2), doen horen, Belgamar en Sels (naam getuige 3), (naam getuige 4) en (naam getuige 5).

1.2. Vervolgens heeft iedere partij een conclusie na enquête genomen, waarna de partijen wederom vonnis hebben gevraagd.

2. De verdere beoordeling van het geschil.

2.1. De lezing van Sels en Belgamar ("Tadorna") is als volgt:

De "Tadorna" voer in zuidelijke richting in de richting van de sluizen van Hansweert.

De haar tegemoet varende "Dirk Sr." (Hovestadt en Erasmus) is de oostelijke sluis uitgevaren en heeft de bunkerboot "Vergo 9" aan stuurboordzijde langszij genomen, haar weg met lage snelheid vervolgend. De "Adri" kwam na de "Dirk Sr." uit de sluis en is de "Dirk Sr." gaan oplopen zonder de voorgeschreven geluidsseinen te geven en zonder marifooncontact te zoeken met eventuele tegenliggers. De "Adri" kwam ter hoogte van de bebakeningsdoorgang bij de Vlaketunnel stuurboord uit over het middenvaarwater, daardoor een aanvaring met de langzaam varende (circa 4 km. per uur) "Tadorna" veroorzakend.

2.2. De lezing van gedaagde in conventie, eiser in reconventie is als volgt:

De "Adri" liep de sluis uit en meldde zich bij het uitvaren op kanaal 68 van de marifoon bij de post Wemeldinge. Zij liep daarna de langzaam varende en bunkerende "Dirk Sr." op, met welk oplopen zij begon binnen het circa 500 meter lange remmingwerk van het sluizencomplex. Tijdens de oploopmanoeuvre werden aan boord van de "Adri" drie tegenliggers waargenomen, waarvan de laatste later de "Tadorna" bleek te zijn, die zich op dat moment nog onder de ongeveer 1.300 meter noordelijk van de sluis gelegen Vlakebrug bevond.

De eerste twee schepen werden tijdens de oploopmanoeuvre bakboord op bakboord gepasseerd, en wel binnen het remmingwerk van het sluizencomplex, waar het vaarwater circa 150 meter breed is. Net buiten het remmingwerk, waar het vaarwater circa 200 meter breed is, was de "Adri" de "Dirk Sr." vrijwel geheel opgelopen werd aan boord van de "Adri" waargenomen dat de "Tadorna" bakboord uitging: men nam het groene licht van de "Tadorna" waar. Een aanvaring was niet meer te vermijden, hoewel de "Adri" dat nog trachtte te doen door op het laatste moment hard bakboordroer te geven. De "Adri" heeft steeds haar helft van het vaarwater gehouden tot aan de laatstgenoemde manoeuvre.

2.3. Hovestadt en Erasmus hebben dezelfde lezing van het ongeval gegeven als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.

2.4. Uit de getuigenverklaringen, mede in verband met de overgelegde stukken, is gebleken dat de aanvaring niet, zoals Sels en Belgamar hebben betoogd, in de bebakeningsdoorgang van de Vlaketunnel heeft plaatsgevonden, doch ten zuiden van de Vlaketunnel. Het vaarwater is daar omstreeks 200 meter breed; de "Adri" kon daar dus veilig oplopen zonder gevaar voor de uit de tegengestelde richting komende scheepvaart. Als de aanvaring had plaatsgevonden in of bij de bebakeningsdoorgang bij de Vlaketunnel zou die oploopmanoeuvre gevaarlijk zijn geweest: de doorgangsbreedte tussen de bebakeningspalen van de Vlaketunnel is 125 meter terwijl de 350 meter noordelijker gelegen doorgang tussen de pijlers van de Vlakebrug, die circa 120 meter breed is, voor een uit het noorden komend schip niet in het verlengde van de bebakeningsdoorgang van de Vlaketunnel ligt, zodat vrij voorzichtig gemanoeuvreerd moet worden. Nu echter gebleken is dat de "Adri" niet op die plaats heeft opgelopen, ontvalt het verwijt dat zij een gevaarlijke situatie heeft geschapen met haar oploopmanoeuvre.

Waar uit de getuigenverklaringen, in samenhang met de overgelegde stukken, blijkt dat de "Adri" zorgvuldig heeft gevaren bij het oplopen, dat zij haar stuurboordhelft van het vaarwater heeft gehouden en dat zij zich bij het verlaten van de sluis per marifoon aan de post Wemeldinge heeft gemeld - welke melding de "Tadorna" had kunnen opvangen - ligt de schuld bij de "Tadorna", die, een 100 meter brede helft van het vaarwater ter beschikking hebbende, bakboord uit is gegaan en daardoor de aanvaring onvermijdelijk heeft gemaakt. De verklaring van de getuige getuige 5 (de schipper van de "Tadorna") dat de "Adri" in de verkeerde helft van het vaarwater voer staat alleen en moet worden verworpen. Overigens blijkt uit die verklaring ook niet waarom de twee zich voor de "Tadorna" bevindende schepen de "Adri" veilig bakboord op bakboord konden passeren en de "Tadorna" niet.

De vraag of de "Adri" een hoorbaar oploopsignaal heeft gegeven behoeft niet beantwoord te worden, aangezien de opvarenden van de "Dirk Sr.", voor welk schip als opgelopen schip een dergelijk signaal in eerste instantie is bedoeld, zich van de oploopmanoeuvre bewust waren, aangezien de twee voor de "Tadorna" tegemoetkomende schepen zonder bezwaar zijn gepasseerd en aangezien op het moment van de aanvaring de oploopmanoeuvre vrijwel voltooid was. Ook overigens valt de "Adri" geen verwijt te maken.

2.5. De conclusie is dat de "Tadorna" 100% schuld heeft aan de aanvaring en zowel jegens de "Adri" als jegens de "Dirk Sr." aansprakelijk is voor door die schepen geleden schade.

2.6. Het debat over de schadecijfers heeft nog niet in extenso plaatsgevonden. De partijen hebben kennelijk gewenst dat eerst over de schuldvraag werd beslist. De rechtbank zal de partijen in staat stellen alsnog over de schadecijfers te debatteren.

2.7. De rechtbank zal bepalen dat Sels en Belgamar hoger beroep tegen dit vonnis kunnen instellen, aangezien een hoger beroep tegen het eindvonnis, nadat de schadecijfers zijn vastgesteld, om proceseconomische redenen onaantrekkelijk is.

3. De beslissing.

De rechtbank, alvorens verder te beslissen, verwijst de zaak naar de rol van 18 februari 2004 teneinde de partijen, eiseressen eerst, in staat te stellen zich nader over de schadecijfers uit te laten en eventuele bewijsaanbiedingen te doen.

De rechtbank bepaalt dat tegen dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen.

Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Dunné en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

17 december 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.