Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AO0448

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
17-12-2003
Datum publicatie
17-12-2003
Zaaknummer
Parketnummer: 12/000343-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het slachtoffer van de door verdachte gepleegde misdrijven was een weerloze, alleenwonende vrouw van 80 jaar. Verdachte is de woning van het slachtoffer binnengegaan en heeft haar in haar slaap overrompeld. Hij heeft buitensporig geweld op het slachtoffer uitgeoefend, bestaande uit het diverse malen slaan en stompen in haar gezicht, het schoppen tegen haar lichaam, het drukken van een kussen op haar gezicht en het dichtknijpen van haar keel. Daarna heeft hij haar op een uiterst grove wijze verkracht. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met oplegging van tbs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige kamer

Parketnummer: 12/000343-02

Datum uitspraak: 17 december 2003

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: 23 april 2003

Datum voorlopige hechtenis: 25 april 2003

Opheffing/schorsing voorlopige hechtenis/invrijheidstelling: n.v.t.

------------------------------------------------

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[gedetineerde]

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid West HvB De Torentijd te Middelburg, Torentijdweg 1,

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. D.J. Olie, advocaat te Goes.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

4 december 2003.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.S. Flikweert en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde, zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest, alsmede dat de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal worden opgelegd.

Ten aanzien van de inbeslaggenomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze goederen worden teruggegeven aan verdachte.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting op vordering van de officier van justitie gewijzigd.

De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 7 december 2002 te Sint Philipsland, gemeente Tholen,

opzettelijk, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd door:

- (met zijn, verdachtes handen) de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of

samendrukkend geweld op het strottenhoofd van die [slachtoffer] uit te oefenen en/of

- meermalen althans eenmaal (met veel kracht) tegen het hoofd en/of tegen de

buik althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen

en/of te stompen en/of te slaan en/of

- (gedurende langere tijd) een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] te drukken

en/of gedrukt te houden en/of

- (met kracht) met een voorwerp en/of met een hand en/of met een of meer

vingers en/of met zijn penis binnen te dringen in de vagina van die [slachtoffer],

tengevolge waarvan [slachtoffer] is komen te overlijden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 7 december 2002 te Sint-Philipsland, gemeente Tholen, aan

[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken neus

en/of een gebroken onderkaak en/of een gebroken linker bovenste hoorntje van

het strottenhoofd en/of een scheur in de linker leverkwab en/of (ernstige)

beschadiging van de vagina) heeft toegebracht, door:

- (met zijn, verdachtes handen) de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of

samendrukkend geweld op het strottenhoofd uit te oefenen en/of

- meermalen althans eenmaal (met veel kracht) tegen het hoofd en/of tegen de

buik althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen

en/of te stompen en/of te slaan en/of

- (gedurende langere tijd) een kussen op het gezicht te drukken en/of gedrukt

te houden en/of

- (met kracht) met een voorwerp en/of met een hand en/of met een of meer

vingers en/of met zijn penis binnen te dringen in de vagina van die [slachtoffer],

terwijl de toebrenging van dit zwaar lichamelijk letsel de dood van die [slachtoffer]

ten gevolge heeft gehad;

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op of omstreeks 7 december 2002 te Sint Philipsland, gemeente Tholen,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer])

- (met zijn, verdachtes handen) de keel heeft dichtgeknepen en/of

samendrukkend geweld heeft uitgeoefend op het strottenhoofd en/of

- meermalen althans eenmaal (met veel kracht) tegen het hoofd en/of tegen de

buik althans tegen het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt

en/of geslagen en/of

- (gedurende langere tijd) een kussen op haar gezicht heeft gedrukt en/of

gedrukt gehouden en/of

- (met kracht) met een voorwerp en/of met een hand en/of met een of meer

vingers en/of met zijn penis de vagina is binnengedrongen,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is overleden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 7 december 2002 te Sint Philipsland, gemeente Tholen, door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van

(een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte een voorwerp

en/of zijn hand en/of een of meer van zijn vingers en/of zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

gebracht en/of gehouden en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- in de woning van die[slachtoffer] is binnengedrongen en/of die [slachtoffer] onverhoeds in

haar eigen woning heeft benaderd en/of

- met een hand de ogen en/of de mond van die [slachtoffer] heeft bedekt en/of

- (op ruwe wijze) de kleding van die [slachtoffer] heeft afgerukt en/of uitgetrokken

en/of

- (met zijn, verdachtes handen) die [slachtoffer] de keel heeft dichtgeknepen en/of

samendrukkend geweld op het strottenhoofd van die [slachtoffer] heeft uitgeoefend

en/of

- die [slachtoffer] meermalen althans eenmaal (met veel kracht) tegen het hoofd en/of

tegen de buik althans tegen het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of

gestompt en/of geslagen en/of

- (gedurende langere tijd) een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft

gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- misbruik heeft gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht van verdachte op die [slachtoffer],

en/of (aldus) voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat:

1. primair

hij op 7 december 2002 te Sint Philipsland, gemeente Tholen,

opzettelijk, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd door:

- met zijn handen de keel van die [slachtoffer] dicht te knijpen en

samendrukkend geweld op het strottenhoofd van die [slachtoffer] uit te oefenen en

- met veel kracht tegen het hoofd en tegen het lichaam van die [slachtoffer] te schoppen en te trappen en te stompen en te slaan en

- een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] te drukken en gedrukt te houden,

tengevolge waarvan die [slachtoffer] is komen te overlijden.

2.

hij op 7 december 2002 te Sint Philipsland, gemeente Tholen, door

geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

zijn hand of zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer]

gebracht en gehouden en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkheden hierin dat verdachte:

- in de woning van die [slachtoffer] is binnengedrongen en die [slachtoffer] onverhoeds in

haar eigen woning heeft benaderd en

- met een hand de ogen van die [slachtoffer] heeft bedekt en

- op ruwe wijze de kleding van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken

en

- met zijn handen die [slachtoffer] de keel heeft dichtgeknepen en

samendrukkend geweld op het strottenhoofd van die[slachtoffer] heeft uitgeoefend

en

- die [slachtoffer] met veel kracht tegen het hoofd en tegen het lichaam heeft geschopt en getrapt en

gestompt en geslagen en

- een kussen op het gezicht van die [slachtoffer] heeft gedrukt en gedrukt gehouden en

- op die [slachtoffer] is gaan liggen,

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

1. primair

"Doodslag."

2.

"Verkrachting."

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent de geestvermogens van verdachte ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde is op 24 november 2003 een rapport uitgebracht door J. Loerakker, psychiater en A.J. de Groot, psycholoog, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum te Utrecht, in samenwerking met de overige leden van het onderzoekend team.

Dit rapport houdt met betrekking tot verdachte's geestelijke gesteldheid en zijn toerekeningsvatbaarheid het volgende in:

Betrokkene is een man met een disharmonische en verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling. Dit komt tot uiting in zijn gebrekkige gevoelsintegratie, en daarmee samenhangend een chronisch gevoel van zelfvervreemding. Een ander element van zijn stoornis is zijn identiteitsdiffusie (gebrek aan mannelijke identiteit) en zijn neiging tot obsessieve verwerking van problemen. Deze ontwikkeling bereikt echter (nog) niet het niveau van een persoonlijkheidsstoornis, maar kan wel aangemerkt worden als een gebrekkige ontwikkeling.

Onderzochte heeft ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan kunnen inzien, doch is in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen. Onderzochte was ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens dat deze feiten - indien bewezen - hem in sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank neemt het uiteindelijk oordeel van de gedragsdeskundigen over en komt tot de conclusie dat de verdachte het bewezenverklaarde in sterk verminderde mate kan worden toegerekend. Dat sluit de strafbaarheid van verdachte echter niet uit.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Motivering van de op te leggen sancties

Voor wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het slachtoffer van de door verdachte gepleegde misdrijven was een weerloze, alleenwonende vrouw van 80 jaar. Verdachte is de woning van het slachtoffer binnengegaan en heeft haar in haar slaap overrompeld. Hij heeft buitensporig geweld op het slachtoffer uitgeoefend, bestaande uit het diverse malen slaan en stompen in haar gezicht, het schoppen tegen haar lichaam, het drukken van een kussen op haar gezicht en het dichtknijpen van haar keel. Daarna heeft hij haar op een uiterst grove wijze verkracht. Tenslotte heeft hij de woning verlaten zonder zich om het slachtoffer, die toen nog leefde, te bekommeren. Het slachtoffer is nadien ten gevolge van het door verdachte toegebrachte letsel overleden. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan twee zeer ernstige delicten, verkrachting en doodslag.

De dood van het slachtoffer alsmede de gruwelijke wijze waarop het slachtoffer voor haar dood is mishandeld en vernederd, heeft aan haar nabestaanden onherstelbaar leed berokkend.

Door delicten als de onderhavige ontstaan tevens gevoelens van onrust in de samenleving. Gebleken is dat dit met name heeft gegolden voor de - kleine - dorpsgemeenschap van Sint Philipsland, waar lange tijd onzekerheid heeft bestaan omtrent de identiteit van de dader. Bij dergelijke ernstige feiten past in beginsel slechts een vrijheidsbenemende straf van lange duur.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 29 april 2003;

- het over de verdachte uitgebrachte vroeghulprapport d.d. 25 april 2003 van de Stichting Reclassering Nederland, Ressort Den Haag, unit Middelburg;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 1 december 2003 van de Stichting Reclassering Nederland, Ressort Den Haag, unit Middelburg;

- het over verdachte uitgebrachte rapport d.d. 24 november 2003 van het Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht voornoemd.

Voornoemd rapport van het Pieter Baan Centrum houdt als conclusie en advies onder meer het volgende in - zakelijk weergegeven -:

Door een combinatie van factoren (sterke cognitieve remming bij een in aanleg extravert persoon, gevoelens van sexuele inefficiëntie, het gebruik van alcohol om de onbewuste behoefte om zich uit te leven te faciliteren) heeft bij betrokkene een decompensatie kunnen plaatsvinden, waarbij zeer primitieve sexuele en agressieve driften de overhand hadden.

Door de ernst van de onderliggende identiteitsproblematiek en gevoelsafsplitsing zien wij ook voor de toekomst op den duur gevaar voor herhaling, waarbij betrokkene onder invloed van een desintegratie tot een agressiedoorbraak, al dan niet seksueel gekleurd, kan komen. Bovenstaande is mede ingegeven door het feit dat betrokkene niet anticipeert op de te verwachten problemen. Hierdoor kan ook in de toekomst stress cumuleren, juist bij betrokkene, die graag normaal gevonden wordt en gevoelig is voor afwijzing, wat een voedingsbodem voor decompensatie geeft. Hierbij komt nog dat genoemde processen bij het huidige tenlastegelegde - indien bewezen - voor een deel op onbewust niveau verliepen, waardoor betrokkene de decompensatie niet voelde aankomen en ook weinig lering uit het gebeuren heeft kunnen trekken. Mede gezien de ernst van het delict adviseren wij aan betrokkene een maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging op te leggen.

De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt die tot de hare. Gezien de ernst van de delicten zal de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging opleggen, aangezien de door de verdachte begane feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan vier jaren is gesteld, terwijl de veiligheid van anderen alsmede de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eisen.

Uit het rapport leidt de rechtbank af dat verdachte een intensieve en langdurige behandeling behoeft. Om de kans van slagen van een dergelijke behandeling zo groot mogelijk te maken, is een zo spoedig mogelijk begin daarvan geïndiceerd, mede gelet op de - nog jonge - leeftijd van verdachte. Zoveel mogelijk voorkomen moet worden dat de bij verdachte geconstateerde gebrekkige ontwikkeling zich verder zal ontwikkelen tot een persoonlijkheidsstoornis.

Hoewel de rechtbank hecht aan een zo spoedig mogelijk begin van de behandeling, kan de rechtbank niet voorbijgaan aan de ernst van de gepleegde feiten, die een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank na te melden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging passend en geboden.

Beslag

Met betrekking tot de in beslaggenomen voorwerpen, te weten:

- 1 trui, kleur rood, betreft een fleecetrui;

- 6 stuk schoenen, betreft 3 paar schoenen;

- 1 jas, betreft een lederen jas;

- 1 jas, betreft een stoffen jas,

acht de rechtbank verdachte degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank zal de teruggave van deze voorwerpen aan verdachte gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 27, 37a, 37b, 57, 242 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Zij bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Zij veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Zij beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Zij legt aan verdachte op de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot dwangverpleging.

Zij gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten:

- 1 trui, kleur rood, betreft een fleecetrui;

- 6 stuk schoenen, betreft 3 paar schoenen;

- 1 jas, betreft een lederen jas;

- 1 jas, betreft een stoffen jas,

aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.J.G. Lameijer, voorzitter,

mrs. R.C.M. Reinarz en M.P. Meeuwisse, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 december 2003.