Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AN9351

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
03-12-2003
Datum publicatie
03-12-2003
Zaaknummer
193/2003
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrouw springt weg voor blaffende hond die in haar richting loopt en komt ongelukkig ten val. Geen causaal verband aangenomen gelet op de omstandigheden van het geval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 3 december 2003 in de zaak van:

rolnr: 193/03

(eiseres),

wonende te (woonplaats),

eiseres,

procureur: mr. J. Wouters,

tegen:

1. (gedaagde),

wonende te (woonplaats)

2. (gedaagde),

wonende te (woonplaats),

gedaagden,

procureur: mr. E.F. Sandijck.

Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 30 juli 2003 is een verschijning van partijen gelast. Deze verschijning van partijen heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2003. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

1. De feiten

1.1 Op 2 augustus 2002 bevond eiseres, hierna te noemen eiseres, zich op de kop van aanlegsteiger van de Spieringplaat op het Veerse meer, naast de zeilboot van eiseres en haar echtgenoot die aldaar was afgemeerd. Eiseres had haar boot reeds eerder aan die steiger afgemeerd.

1.2 Tegenover de zeilboot van eiseres lag de motorboot van gedaagde sub 2, hierna te noemen gedaagde sub 2. Op deze motorboot bevond zich onder meer gedaagde sub 1, hierna te noemen gedaagde sub 1.

1.3 Toen eiseres op de steiger stond, liep de hond van gedaagde sub 1, een middelgrote schepershond (hierna te noemen: de hond), vanaf de Spieringplaat de steiger op in de richting van eiseres. Gedaagde sub 2, die de hond uitliet, had de hond niet aangelijnd.

1.4 Omdat eiseres schrok van de hond, is zij aan boord van haar zeilboot gesprongen. Tijdens haar sprong bleef zij met haar linkerschoen waarvan de tenen open waren, steken achter de zeerailing, waarna zij ten val is gekomen op het dek van de zeilboot.

Eiseres heeft als gevolg van haar val een fractuur van de zevende rib en een contusie van de ribben vijf tot en met acht opgelopen. Er is nog geen sprake van een medische eindtoestand.

1.5 Op de betreffende steiger lopen regelmatig honden los.

2. Het geschil

2.1 Eiseres vordert voor recht te verklaren, dat gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het voorval op 2 augustus 2002. Voorts vordert eiseres hoofdelijke veroordeling van gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 tot vergoeding van schade, nader op te maken bij staat, met proceskosten.

Eiseres stelt hiertoe onder meer dat zij aan dek is gesprongen toen de hond ongeveer 25 meter van haar verwijderd was omdat de hond agressief luid blaffend op haar afkwam en zij een enorme angst voor honden heeft. Krachtens 6:179 BW, althans krachtens onrechtmatig handelen, is gedaagde sub 1 als bezitter van de hond aansprakelijk voor de schade van eiseres. Subsidiair is gedaagde sub 1 verantwoordelijk voor het nalaten van gedaagde sub 2 om de hond, in strijd met de ter plaatse geldende regels, niet aan te lijnen. Daarnaast is gedaagde sub 2 aansprakelijk voor de schade omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld door de hond niet aan te lijnen.

2.2 Gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 betwisten dat zij jegens eiseres onrechtmatig hebben gehandeld. Het blaffen van de hond staat in een veel te ver verwijderd verband van de door eiseres geleden schade. Er bestond geen enkele objectieve reden voor eiseres om versneld terug op de zeilboot te springen. De hond stond bij de boot van gedaagde sub 2, op vijf meter afstand van eiseres, toen hij ging blaffen omdat hij schrok van het plotselinge motorgeluid van de zeilboot van eiseres. De hond heeft zich niet in de richting van eiseres begeven en heeft zich ook niet naar haar toe gewend tijdens het blaffen. Eiseres had bij het terugspringen ook beter moeten opletten. Met bootschoenen aan had zij zich veel beter kunnen afzetten en zou ze ook niet of veel minder gemakkelijk zijn uitgegleden. Voorts stellen gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 dat op de steiger geen aanlijnplicht geldt. Bovendien zou het negeren van een aanlijnplicht niet tot aansprakelijkheid kunnen leiden op grond van het ontbreken van relativiteit.

3. De beoordeling van het geschil

3.1 De rechtbank is bevoegd om van dit geschil kennis te nemen nu de plaats waar het gestelde schadebrengende feit zich heeft voorgedaan, zich in dit arrondissement bevindt.

3.2 Voor aansprakelijkheid van gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 uit hoofde van onrechtmatige daad dient in ieder geval een causaal verband te bestaan tussen de gedraging van de hond en de door eiseres geleden en nog te lijden schade. Op grond van de stellingen van eiseres kan een dergelijk causaal verband niet worden aangenomen. De val van eiseres kan niet als het redelijkerwijs te verwachten gevolg van de gedraging van de hond worden beschouwd. Zelfs indien de stelling van eiseres juist is dat de hond agressief luid blaffend in haar richting is gelopen - hetgeen uitdrukkelijk door gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 is weersproken - dan nog is er sprake van een zodanig ver verwijderd verband tussen de gedraging van de hond en de val van eiseres (en daarmee de schade) dat de schade gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 niet kan worden toegerekend. De hond was naar eigen zeggen van eiseres nog op een relatief grote afstand (25 meter) van eiseres toen zij aan boord sprong. De noodzaak om gehaast te reageren is daarmee niet aangetoond. Bovendien heeft eiseres zelf aangegeven dat zij regelmatig loslopende honden op de steiger heeft gezien, zodat zij zich in had kunnen stellen op de mogelijkheid dat zij met een blaffende, loslopende hond zou worden geconfronteerd. Geoordeeld moet worden dat sprake is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarbij de omstandigheid dat eiseres open schoeisel droeg, kennelijk een grote rol heeft gespeeld.

3.3 Uit het bovenstaande volgt dat gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de schade van eiseres als gevolg van haar val. De rechtbank zal de vorderingen van eiseres hierom reeds afwijzen. In het midden kan dan blijven of er al dan niet een aanlijnplicht gold.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vorderingen van eiseres af;

- veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure, aan de zijde van gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 begroot op € 205,-- aan verschotten en op € 780,-- aan salaris van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 3 december 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.