Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AL7066

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
30-07-2003
Datum publicatie
03-10-2003
Zaaknummer
383/2002
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot personenvervoer van BW art. 8:1142 omvat niet alleen de reis maar ook het in- en uitstappen. Dit geschil betrof een invalide die, nadat de rolstoel was uitgeladen, weer in de rolstoel wilde gaan zitten en daarbij ten val kwam. Volgens de rechtbank valt onder uitstappen tevens de tijd die de invalide nodig heeft om weer in de rolstoel te gaan zitten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 30 juli 2003 in de zaak van:

rolnr: 02-383

(naam eiseres),

wonende te (woonplaats),

eiseres,

procureur: Mr. E. van Tol-Verburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Taxi Lemsom B.V.,

gevestigd te Kerkwerve, gemeente Schouwen-Duiveland,

gedaagde,

procureur: Mr. K.P.T.G. Flos.

1. Het procesverloop

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met productie;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

2.1 Eiseres is afhankelijk van het gebruik van een rolstoel. Eiseres heeft in verband daarmee deelgenomen aan de Tele-Taxi regeling, welke regeling gehandicapten recht geeft op aangepast vervoer met aangepaste auto's. Lemsom is aange-sloten bij de Tele-Taxi regeling. De Tele-Taxi regeling bepaalt in de zogenaamde Tele-Taxi spelregels over de taak van de chauffeur onder meer:

"Hij/zij dient u te helpen bij het instappen, maar ook bij het uitstappen op de plaats van bestemming."

2.2 Op 4 juli 1998 maakte eiseres, samen met haar echtgenoot, gebruik van de diensten van Lemsom om te gaan winkelen in het winkelcentrum van Goes. Daartoe heeft eiseres met Lemsom afgesproken dat Lemsom haar en haar man met een rolstoeltaxibusje (hierna: de taxibus) naar het winkelcentrum van Goes zou vervoeren en dat Lemsom haar na het winkelen met de taxibus weer naar huis zou vervoeren.

2.3 De taxibus werd op 4 juli 1998 bestuurd door (naam chauffeur), als chauffeur in dienst van Lemsom. De chauffeur had eiseres ongeveer zes keer eerder vervoerd. Bij die eerdere gelegenheden, en zo ook op 4 juli 1998, haalde zij eiseres thuis op. Eiseres zou in de taxibus in haar rolstoel kunnen blijven zitten, maar maakte van die mogelijkheid geen gebruik. Eiseres liep gearmd met de chauffeur van haar voordeur in circa 15 stappen naar de taxibus. De chauffeur hielp eiseres bij het instappen. De echt-genoot van eiseres zette intussen de rolstoel in de taxibus.

2.4 Aangekomen te Goes heeft de chauffeur de bus nabij het winkelcentrum stilgezet. Het regende. De echtgenoot van eiseres heeft de rolstoel uit de taxibus gehaald en klaargezet. De chauffeur heeft eiseres geholpen met het uitstappen uit de taxibus.

2.5 Eiseres is nabij de rolstoel gevallen. De echtgenoot van eiseres stond op dat moment met zijn rug naar de rolstoel toe.

3. Het geschil

3.1 Eiseres vordert bij vonnis, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- te verklaren voor recht dat Lemsom op grond van artikel 6:76 BW jo. artikel 6:74 BW althans 6:162 BW jo. 6:170 BW aansprakelijk is voor alle door eiseres als gevolg van het ongeval op 4 juli 1998 geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade;

- Lemsom te veroordelen tot vergoeding van deze schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het ongeval heeft plaatsgevonden, zijnde 4 juli 1998, tot en met de dag der algehele vergoeding;

- Lemsom te veroordelen tot betaling van een voorschot op de materiële en immateriële schade van € 499,--;

- Lemsom te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 6.108,28 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum der dagvaarding;

- Lemsom te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2 Eiseres stelt daartoe het navolgende. De chauffeur parkeerde zodanig dat de taxibus de weg gedeeltelijk blokkeerde, hetgeen bij omstanders tot ongeduld leidde. Door de onge-duldige omstanders en het feit dat het regende werd de chauffeur gehaast en onrustig. De chauffeur heeft eiseres een klein eindje op weg begeleid naar haar rolstoel. Op enige af-stand van de rolstoel heeft de chauffeur eiseres losgelaten, zich omgekeerd en is zij terugge-lopen naar de taxibus. De chauffeur heeft nagelaten om eiseres naar haar rolstoel te begeleiden en haar in de rolstoel te zetten. Eiseres was daardoor genoodzaakt zonder hulp naar haar rolstoel te lopen om zich daarin te zetten; zij is daarbij gestruikeld en gevallen, waardoor zij ernstig letsel heeft opgelopen, bestaande uit een aantal gebroken ribben, een beschadigde ruggewervel en een dwarslaesie. Door te handelen c.q. na te laten zoals zij heeft gedaan, heeft de chauffeur gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplicht zoals deze blijkt uit de Tele-Taxi spelregels en de z.g. huisregels van Lemsom. Dit levert op een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de vervoersovereen-komst die tussen partijen tot stand was gekomen c.q. van de overeenkomst waarop de Tele-Taxi spelregels en de huisregels van toepassing zijn. Lemsom heeft in haar huis-regels opgenomen dat chauffeurs patiënten ook in het ziekenhuis dienen te begeleiden. Door in strijd te handelen met deze op de overeenkomst van toepassing zijnde regels is de chauffeur tekort geschoten in de nakoming van een verbintenis uit de aldus nader bepaalde overeenkomst. Omdat de chauffeur ten tijde van het ongeval in dienst was van Lemsom, is Lemsom op basis van de artikelen 6:74 jo. 6:76 BW aansprakelijk voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade. Het ongeval is eiseres overkomen in verband met het vervoer.

De chauffeur had eiseres in haar rolstoel moeten helpen, in plaats van voorrang te geven aan de verkeersdrukte en de weersomstandigheden. Zelfs indien eiseres op enige wijze kenbaar zou hebben gemaakt dat zij van de chauffeur geen hulp nodig zou hebben bij het gaan zitten in haar rolstoel, had de chauffeur het zekere voor het onzekere moeten nemen en eiseres in haar rolstoel moeten helpen. Nu de chauffeur dit heeft nagelaten, heeft zij niet gehandeld overeenkomstig wat van haar verwacht mocht worden. Nu de chauffeur in dienst was van Lemsom, is Lemsom aansprakelijk op grond van artikel 6:162 jo. 6:170 BW.

Eiseres vordert de geleden renteschade, gelijk aan de wettelijke rente vanaf de onge-valsdatum tot en met de dag van algehele voldoening, alsmede de gemaakte buitenge-rechtelijke kosten.

3.3 Lemsom voert gemotiveerd verweer en bestrijdt de stellingen van eiseres. Lemsom stelt dat de chauffeur is meegelopen totdat eiseres haar rolstoel met de rechterhand vast had en zelf aangaf alleen te kunnen gaan zitten. Dit laatste was een handeling die eiseres zelf kon en wilde verrichten. De chauffeur heeft zich niet eerder afgewend van de rolstoel. De chauffeur heeft eiseres niet enkele stappen voor de rolstoel plotseling losge-laten. Lemsom betwist dat er ongeduldige omstanders waren. De chauffeur was niet gehaast en niet onrustig.

Tussen partijen was sprake van een overeenkomst van personenvervoer over de weg. Op grond van artikel 8:1147 BW is de vervoerder aansprakelijk voor schade veroorzaakt door dood of letsel van de reiziger ten gevolge van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer aan de reiziger is overkomen. In dit geval is echter geen sprake van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer heeft plaatsgevonden.

Er is tussen partijen ook niet afgeweken van de reikwijdte van het begrip 'vervoer'. De Tele-Taxi regeling en de huisregels van Lemsom gaan niet verder dan het aanbieden van hulp bij het uitstappen op de plaats van bestemming. De bepaling die in de Huisregels van Lemsom is opgenomen met betrekking tot de begeleiding van patiënten in het zieken-huis doet niet ter zake, nu het hier niet gaat om de begeleiding van patiënten, doch enkel om vervoer naar het winkelcentrum van Goes.

Er is eveneens geen sprake van aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad, nu de vervoerder niet verder aansprakelijk is jegens de reiziger dan zij op grond van de ver-voersovereenkomst zou zijn. Lemsom verwijst voorts naar haar stellingen waaruit blijkt dat geen sprake is van tekortkoming in de nakoming.

Lemsom beroept zich subsidiair op overmacht. Lemsom heeft als zorgvuldig vervoerder gehandeld en heeft de omstandigheid die het voorval heeft veroorzaakt niet kunnen vermijden en de schadelijke gevolgen niet kunnen verhinderen. De chauffeur is immers meegelopen tot aan de rolstoel van eiseres. Nu eiseres zelf heeft aangegeven dat zij alleen zou gaan zitten en zij op dat moment de rolstoel reeds vast had, en dit bovendien bij eerder vervoer van eiseres door de chauffeur op dezelfde manier is gegaan, mocht de chauffeur er onder deze omstandigheden van uitgaan dat eiseres zelf zou gaan zitten. Het feit dat eiseres vervolgens is uitgegleden nadat de chauffeur haar had losgelaten, is een omstandigheid die niet aan Lemsom kan worden toegerekend.

Lemsom betwist dat een schadestaatprocedure geïndiceerd zou zijn, nu het ongeval dateert van vier jaar geleden en de schade inmiddels voldoende bepaalbaar moet zijn.

Lemsom betwist dat zij aansprakelijk is voor de renteschade sinds de ongevalsdatum, nu eiseres eerst zal moeten aantonen dat schade is geleden en zij de verschillende schadeposten zal moeten onderbouwen. Lemsom betwist voorts gehouden te zijn tot betaling van een voorschot. Lemsom betwist dat zij tot betaling van buitengerechtelijke kosten gehouden is.

4. De beoordeling

4.1 De vorderingen van eiseres zijn primair gegrond op een toerekenbare tekort-koming in de nakoming van de tussen eiseres en Lemsom gesloten overeen-komst. Naar het oordeel van de rechtbank is tussen partijen sprake van een overeenkomst tot personen-vervoer over de weg. Een dergelijke overeenkomst omvat blijkens artikel 8:1142 Burgerlijk Wetboek de tijd dat de reiziger aan boord van het voertuig is, terwijl dit zich op de weg bevindt. Boven-dien omvat de overeenkomst de tijd van het instappen van de reiziger in het voer-tuig of het uitstappen daaruit.

4.2 Tussen partijen staat vast dat eiseres is gevallen nàdat zij uit de taxibus was uitgestapt, maar vòòrdat zij weer in haar rolstoel was gaan zitten. De vraag die partijen op dit punt verdeeld houdt, is of de vervoersperiode beëindigd was nadat eiseres uit de taxibus was uitgestapt. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Tussen partijen staat vast dat eiseres voor haar mobiliteit af-hankelijk is van het gebruik van haar rolstoel en dat zij als zodanig hulpbehoevend is. Vast staat dat eiseres haar rolstoel heeft verlaten teneinde in de taxibus vervoerd te worden. In een dergelijke situatie omvat het begrip 'vervoer' naar het oordeel van de rechtbank de periode vanaf het moment dat eiseres haar rolstoel verlaat met het doel zich in de taxibus te begeven, tot het moment dat zij na het verlaten van de taxibus weer in haar rolstoel zit. Onder 'uitstappen' verstaat de rechtbank in een zodanig geval derhalve niet alleen de tijd die eiseres nodig heeft en gebruikt om zich onmiddellijk uit het voertuig te brengen, doch tevens de tijd die eiseres nodig heeft en gebruikt om weer in haar rolstoel te gaan zitten, direct nadat zij de taxibus heeft verlaten. Concluderend oordeelt de rechtbank dat de vervoersperiode nog niet was geëindigd op het tijdstip dat het gestelde ongeval zich voordeed.

4.3 Gelet op de gemotiveerde betwisting door Lemsom van de toedracht van het ongeval en het gestelde verband met het vervoer, volgt uit de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat op eiseres de last rust haar feitelijke stellingen terzake het ongeval en het verband met het vervoer te bewijzen. Eiseres zal tot bewijs-levering worden toegelaten als hierna in het dictum te bepalen.

4.4 Artikel 8:1148 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de vervoerder niet aansprakelijk is voor zover het ongeval is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. Lemsom heeft zich beroepen op deze bepaling. Eiseres heeft de gestelde overmacht betwist. Op Lemsom rust de bewijslast van de bevrijdende omstandigheden. Lemsom zal worden toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandig-heden waaruit blijkt dat eiseres zelf heeft aangegeven dat zij alleen zou gaan zitten, terwijl zij op dat moment de rolstoel reeds vast had, en dat dit bij eerder vervoer van eiseres door de chauffeur op dezelfde manier is gegaan. Indien bewezen, kan het door Lemsom gedane beroep op overmacht slagen, aangezien Lemsom alsdan de omstandig-heden die het letsel hebben veroorzaakt niet heeft kunnen vermijden en zij voorts niet heeft kunnen verhinderen dat die omstandigheden tot schade zouden leiden.

4.5 Gezien het tijdsverloop sinds het gestelde ongeval, acht de rechtbank het voorshands niet aannemelijk dat de schade nog onvoldoende bepaalbaar is. Eiseres zal de door haar gestelde schade derhalve alsnog hebben te onder-bouwen, nu deze door Lemsom wordt betwist. Indien de uitkomst van de bewijslevering daartoe aanleiding geeft, zal eiseres na de bewijslevering in de gelegenheid worden gesteld tot die onderbouwing. Lemsom zal daar dan op mogen reageren.

4.6 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank:

- laat eiseres toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid:

- dat de chauffeur eiseres na het uitstappen uit de taxibus een klein eindje heeft begeleid op weg naar haar rolstoel, en

- dat de chauffeur eiseres op enige afstand van de rolstoel heeft losgelaten, zich heeft omgekeerd en is teruggelopen naar de taxibus.

- laat Lemsom toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid:

- dat eiseres zelf heeft aangegeven dat zij alleen zou gaan zitten, terwijl zij op dat moment de rolstoel reeds vast had, en

- dat dit bij eerder vervoer van eiseres door de chauffeur op dezelfde manier is gegaan.

- bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op een nader te bepalen datum en tijdstip in het gerechtsgebouw te Middelburg, Kousteensedijk 2, ten overstaan van Mr. D.R. van der Meer;

- verwijst de zaak naar de rol van 20 augustus 2003 voor dagbepaling enquetes;

- bepaalt dat partijen indien mogelijk tevoren per brief aan de griffie van de rechtbank maar uiterlijk op genoemde rolzitting de verhinderdata van alle betrokkenen voor de maanden, september, oktober, november en december doorgeven, alsmede het aantal getuigen dat zij voornemens zijn te horen;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door Mr. D.R. van der Meer en uitgesproken op de openbare terechtzitting van woensdag 30 juli 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.