Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AH9556

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
09-07-2003
Datum publicatie
09-07-2003
Zaaknummer
12/000363-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft tijdens een feest in discotheek The Nighttrain in het voorportaal van die discotheek met een vuurwapen meerdere schoten afgevuurd. Het slachtoffer [slachtoffer] is hierbij gewond geraakt. De overige aanwezigen die zich tevens in het voorportaal bevonden zijn door een gelukkig toeval niet geraakt, maar hebben door het gedrag van verdachte wel ernstig gevaar gelopen. Verdachte heeft ter zitting aangegeven van het gebeuren niets meer te weten en heeft tevens geen enkele vorm van sympathie jegens zijn slachtoffers getoond.

Dit zijn geweldsdelicten met een zeer ernstig karakter. Verdachte heeft door zijn handelen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Hij heeft grote angst- en onveiligheidsgevoelens veroorzaakt in de samenleving en jegens de slachtoffers in het bijzonder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

meervoudige kamer

Parketnummer: 12/000363-02

Datum uitspraak: 9 juli 2003

Tegenspraak

V O N N I S

van de rechtbank Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren op [geboortedatum, geboorteplaats], wonende te [woonplaats] thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Zuid West, Huis van Bewaring Torentijd te Middelburg, ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. J. Wouters , advocaat te Middelburg.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

26 juni 2003.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.C.P. Rammeloo en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1A (poging moord), 1B (poging doodslag, meermalen gepleegd) en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, zoals ter terechtzitting op vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging luidt als volgt.

Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat:

1.A.

hij op of omstreeks 22 december 2002, in de gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, [slachtoffer], althans een persoon, van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk van dichtbij met een pistool, althans met een vuurwapen, gericht op, althans in de richting van die [slachtoffer] een of meer kogel(s) heeft afgeschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

B.

hij op of omstreeks 22 december 2002, in de gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/of [slachtoffer] en/[slachtoffer] en/of een of meer andere perso(o)n(en) van het leven te beroven, met dat opzet van dichtbij met een pistool, althans met een vuurwapen, een of meer kogel(s) heeft afgeschoten waarbij die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die [slachtoffer] en/of die andere perso(o)n(en) zich in het schootsveld van dat pistool bevond(en), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 december 2002 in de gemeente Middelburg, een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool (merk STAR, model 6.35), in elk geval een vuurwapen, en/of munitie van categorie III, te weten een of meer kogelpatro(o)nen) (kaliber .25 auto), in elk geval een of meer bij dat vuurwapen behorende munitie, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1A, 1B en 2 tenlastegelegde heeft begaan met dien verstande dat::

1.A.

hij op 22 december 2002, in de gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, [slachtoffer], van het leven te beroven, opzettelijk van dichtbij met een vuurwapen, gericht op, die [slachtoffer] kogels heeft afgeschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

B.

hij op 22 december 2002, in de gemeente Middelburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] en [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet van dichtbij met een vuurwapen, kogels heeft afgeschoten waarbij die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] en die [slachtoffer] zich in het schootsveld van dat pistool bevonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 22 december 2002 in de gemeente Middelburg, een vuurwapen van categorie III en van categorie III bij dat vuurwapen behorende munitie, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 1A

Ter zitting is namens verdachte aangevoerd dat er in casu geen sprake kan zijn van poging tot moord, aangezien er bij verdachte, ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde, geen sprake is geweest van voorbedachten rade. Tevens heeft de verdachte zich op het standpunt gesteld dat evenmin sprake is van een poging tot doodslag, aangezien bij verdachte de opzet op het plegen van dit delict ontbrak, reden waarom voor het onder 1 ten laste gelegde vrijspraak zou moeten volgen.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit de bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting blijkt de volgende feitelijke toedracht. Verdachte is naar The Nighttrain gegaan en heeft een vuurwapen meegenomen. Dit vuurwapen had verdachte eerder aangeschaft ter verdediging. Hij droeg het altijd bij zich. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op een gegeven moment naar huis wilde gaan en bij de uitgang werd bedreigd door een hem onbekend persoon. Hij is vervolgens direct terug naar binnen gegaan en heeft meerdere malen geschoten.

De rechtbank is van oordeel dat uit de hierboven geschetste omstandigheden niet aannemelijk is geworden dat verdachte heeft gehandeld na kalm beraad en rustig overleg. Ook van enig motief voor moord op juist dit slachtoffer is niet gebleken. De verdachte moet derhalve van het tenlastegelegde misdrijf van moord worden vrijgesproken. Met betrekking tot de poging tot doodslag zoals tevens onder 1A ten laste is gelegd acht de rechtbank voorwaardelijk opzet bij verdachte aanwezig. Verdachte heeft namelijk met een vuurwapen meerdere malen gericht op het slachtoffer geschoten. Verdachte heeft daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij het slachtoffer zou raken en dat het slachtoffer hierbij gedood zou worden.

Ten aanzien van feit 1B

De rechtbank overweegt ten aanzien van het bewezenverklaarde onder 1B nog het volgende. Verdachte is naar discotheek The Nighttrain gegaan. Op enig moment wilde hij naar huis vertrekken. Nadat hij even naar buiten is gegaan is hij The Nighttrain weer binnen gekomen. Hij heeft in het voorportaal, dat afgesloten was door metalen deuren, met een vuurwapen meerdere schoten gelost. Het voorportaal is een zeer nauwe ruimte en in deze ruimte bevonden zich meerdere personen. Deze personen hadden geen directe mogelijkheid om zich uit de ruimte te verwijderen.

Uit deze omstandigheden valt af te leiden dat verdachte willens en wetens zich heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij anderen, die zich in het schootsveld van het vuurwapen van verdachte bevonden en die de ruimte niet direct konden verlaten omdat deze was afgesloten door metalen deuren, zou kunnen raken door middel van het schieten met dat vuurwapen dan wel door middel van tegen de wanden van die ruimte afketsende kogels. Verdachte heeft deze kans bewust aanvaard en de eventuele gevolgen op de koop toe genomen. De rechtbank is van oordeel dat bij verdachte sprake is geweest van voorwaardelijk opzet om de personen die zich in het schootsveld van het vuurwapen bevonden van het leven te beroven en acht hetgeen onder 1B is ten laste gelegd bewezen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

1A: Poging doodslag;

1B: Poging doodslag, meermalen gepleegd;

2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank heeft rekening gehouden met het over de verdachte uitgebracht psychiatrisch rapport d.d. 17 juni 2003 door B.J. van Eyk, psychiater, vaste gerechtelijke deskundige te Breda. De conclusie van deze deskundige houdt kort en zakelijk samengevat in dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten volledig toerekeningsvatbaar was. De rechtbank neemt deze bevindingen en conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare. Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

De raadsman van verdachte heeft ter zitting aangegeven dat het wenselijk is dat de persoonlijkheid van verdachte nader onderzocht wordt door een psycholoog. De raadsman heeft echter niet verzocht de zaak aan te houden voor een dergelijk onderzoek.

De rechtbank acht het, gelet op bovengenoemd rapport en mede gelet op het ontbreken van een aanhoudingsverzoek, niet noodzakelijk dat verdachte nader onderzocht wordt.

Motivering van de op te leggen sanctie

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende:

- de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft tijdens een feest in discotheek The Nighttrain in het voorportaal van die discotheek met een vuurwapen meerdere schoten afgevuurd. Het slachtoffer [slachtoffer] is hierbij gewond geraakt. De overige aanwezigen die zich tevens in het voorportaal bevonden zijn door een gelukkig toeval niet geraakt, maar hebben door het gedrag van verdachte wel ernstig gevaar gelopen. Verdachte heeft ter zitting aangegeven van het gebeuren niets meer te weten en heeft tevens geen enkele vorm van sympathie jegens zijn slachtoffers getoond.

Dit zijn geweldsdelicten met een zeer ernstig karakter. Verdachte heeft door zijn handelen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Hij heeft grote angst- en onveiligheidsgevoelens veroorzaakt in de samenleving en jegens de slachtoffers in het bijzonder.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 6 januari 2003;

- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 25 februari 2003 van de Stichting Reclassering Nederland, Ressort Den Haag, unit Middelburg;

- het over verdachte uitgebracht psychiatrisch rapport d.d. 17 juni 2003 door B.J. van Eyk, psychiater, vaste gerechtelijke deskundige te Breda.

De rechtbank houdt, ten nadele van de verdachte, rekening met het feit dat verdachte reeds eerder voor het bezit van een vuurwapen en munitie en openlijke geweldpleging is veroordeeld. Klaarblijkelijk heeft dat verdachte er niet van weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke feiten.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

DE BESLISSING

De rechtbank beslist als volgt.

Zij verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1A, te weten poging moord, tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Zij verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1A, te weten poging doodslag, 1B en 2 tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.

Zij verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Zij bepaalt dat het bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Zij verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Zij veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren.

Zij beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.P. Gaakeer, voorzitter,

mrs. M.P. Meeuwisse en M.A.V. van Aardenne, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. Jansen als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juli 2003.

Mr. van Aardenne is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.