Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2003:AF6292

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
17-02-2003
Datum publicatie
25-08-2003
Zaaknummer
Awb 02/379
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft het verzoek van eiseres om vergoeding voor de aanschaf van een tweede toilet afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

ENKELVOUDIGE KAMER BESTUURSRECHT

Reg.nr.: Awb 02/379

Uitspraak inzake:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. M.J.A. van Schaik, verbonden aan het Bureau Rechtshulp te Roosendaal,

tegen

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Reimerswaal, verweerder.

1. Procesverloop.

Bij besluit van 31 oktober 2001 heeft verweerder het verzoek van eiseres om vergoeding voor de aanschaf van een tweede toilet afgewezen.

Hiertegen heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Naar aanleiding van het bezwaar heeft op 19 februari 2002 een hoorzitting plaatsgevonden.

Bij besluit van 25 juni 2002 is het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het beroep is op 30 januari 2003 behandeld ter zitting. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

2. Overwegingen.

Ingevolge artikel 2, eerste lid van de Wet Voorzieningen Gehandicapten - voor zover hier van belang - draagt het gemeentebestuur zorg voor de verlening van woonvoorzieningen van in de gemeente woonachtige gehandicapten.

Blijkens de toelichting op dit artikel heeft die zorg van het gemeentebestuur tot doel dat de in de gemeente woonachtige gehandicapten met behulp van die voorzieningen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen indicatie bestaat voor een tweede toilet op de slaapverdieping, aangezien dit niet de goedkoopste en adequate oplossing is. Verweerder baseert zich daarbij op een advies van de GGD-Zeeland van 7 juni 2002. Volgens dat advies is een toiletstoel de meeste adequate en goedkope oplossing.

Eiseres stelt daar tegenover dat er bij haar sprake is van een jarenlange complexe gyneaco-urologische incontinentieproblematiek, waarvoor zij reeds ettelijke operaties heeft ondergaan. Gezien haar beperkingen met betrekking tot traplopen, heffen, tillen en dragen kan van haar in redelijkheid niet gevergd worden een toiletstoel te gebruiken.

De rechtbank overweegt het volgende.

Tussen partijen is niet in geschil dat een toiletvoorziening op de eerste verdieping voor eiseres noodzakelijk is. De rechtbank neemt dat daarom als vaststaand aan.

De rechtbank stelt vast dat de conclusie van de GGD-arts niet voldoende is gemotiveerd. De arts constateert dat het traplopen moeizaam gaat. Heffen, tillen en dragen zijn met de linkerarm niet mogelijk. Zijn conclusie dat een toiletstoel, waarvan de po geregeld geleegd moet worden, het meest adequaat is, is dan niet logisch. Daar komt nog bij dat haar echtgenoot door een ongeval ernstig rug- en bekkenletsel heeft opgelopen.

Daargelaten dat het advies van de GGD zodanige gebreken vertoont dat verweerder het niet zonder meer kon overnemen, is de rechtbank van oordeel dat volgens de huidige maatschappelijke opvattingen een toiletstoel als permanente toiletvoorziening niet meer als adequaat kan worden beschouwd. De in geding zijnde weigering dient daarom als onredelijk te worden aangemerkt.

Om die reden dient het bestreden besluit vernietigd te worden, vanwege strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep is dan ook gegrond.

In het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 644,-, uitgaande van een zaak van gemiddelde zwaarte en van twee proceshandelingen.

3. Uitspraak.

De Rechtbank Middelburg,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het in deze uitspraak gestelde;

bepaalt dat de gemeente Reimerswaal aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 29,- (negenentwintig euro) vergoedt;

veroordeelt verweerder in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op € 644,- (zeshonderdvierenveertig euro), te betalen door de gemeente Reimerswaal aan eiseres.

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2003

door mr. T. Damsteegt, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Bezemer-Kralt, griffier.

Afschrift verzonden op: 17 februari 2003

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen. Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak.