Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2002:AF0063

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
26-06-2002
Datum publicatie
07-11-2002
Zaaknummer
371/2000
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Bescherming van auteursrechten op kabelklem en kabelzadel.

RECHTBANK MIDDELBURG

Sector civiel recht

Vonnis van 26 juni 2002 in de zaak van:

Rolno. 371/00

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KOZ Products BV,

gevestigd te Goes,

opposante,

procureur: mr J. Boogaard,

tegen:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Slagboom Electric BV,

gevestigd te Dordrecht,

2. De vennootschap naar Duits recht

ID-Technik Bauteille für die Elektrotechnik GmbH,

gevestigd te Kastellaun, Duitsland,

geopposeerden,

procureur: mr C.H. Brinkman.

1. Het verloop van het proces

Tussen partijen is door deze rechtbank op 17 mei 2000 onder rolnummer 534/99 een verstekvonnis gewezen.

Vervolgens zijn de volgende processtukken zijn gewisseld:

- met de verzetdagvaarding overeenstemmende conclusie van eis in oppositie;

- conclusie van antwoord in oppositie;

- conclusie van repliek in oppositie;

- akte uitlating producties zijdens geopposeerden.

Beide partijen hebben een aantal producties in het geding gebracht waaronder de processtukken van een kort geding dat tussen partijen aanhangig is geweest en dat heeft geleid tot een vonnis van de president van de rechtbank te Rotterdam van 19 augustus 1999 en een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 februari 2000.

2. De feiten

2.1 Geopposeerde sub 1, Slagboom, produceert en verhandelt sedert enige tijd onder meer kunststof kabelbevestigingsklemmen voorzien van de aanduiding SE (hierna: de SE-kabelklem). De SE-kabelklem is door Slagboom ontwikkeld in samenwerking met geopposeerde sub 2, ID-Technik op basis van de daarvoor reeds geruime tijd verhandelde kabelbevestigingsklemmen van ID-Technik (hierna: de ID-kabelklem).

2.2 Opposante, KOZ, is opgericht op 29 juli 1998. Zij produceert en verhandelt eveneens kunststof kabelbevestigingsklemmen (hierna: de KOZ-kabelklem). Een modeldepot van deze kabelklem, verricht op 7 mei 1998, is onder nummer 29446-00 ingeschreven op naam van KOZ met vermelding van de heer (naam), die tot 1 juni 1998 bij Slagboom in dienst was, als ontwerper.

2.3 In het vakblad voor Installateurs van 24 juni 1999 is een kabelzadel voor drie kabels in driehoeksverband van KOZ aangekondigd (hierna: de KOZ-kabelzadel), waarvan de vormgeving nagenoeg overeenkomt met de kabelzadel voor drie kabels in driehoeksverband van ID-Technik (hierna: de ID-kabelzadel). Hiervan is Slagboom de exclusieve distributeur voor Nederland.

2.4 Op verzoek van Slagboom heeft prof. ing. A.H. Marinissen, emeritus hoogleraar Industrieel Ontwerpen de oorspronkelijkheid van de SE-kabelklem en van de KOZ-kabelklem bezien. In zijn verklaring van 16 november 1999, overgelegd bij het kort geding in hoger beroep, komt hij tot de conclusie, kort gezegd, dat de SE-kabelklem wel als een nieuw, oorspronkelijk werk beschouwd kan worden en de KOZ-kabelklem niet.

2.5 In kort geding zijn de vorderingen van Slagboom en ID-Technik in eerste aanleg bij genoemd vonnis van 19 augustus 1999 geheel afgewezen en bij genoemd arrest van 3 februari 2000 gedeeltelijk toegewezen.

2.6 ID-Technik heeft drie conservatoire (derden)beslagen doen leggen, waarvan de stukken als productie 2a tot en met 2f bij conclusie van antwoord in oppositie zijn overgelegd.

3. Het geschil

3.1 Slagboom en ID-Technik stellen dat KOZ met het produceren en verhandelen van bedoelde KOZ-kabelklem en KOZ-kabelzadel inbreuk maakt op hun auteursrechten, althans zich schuldig maakt aan slaafse nabootsing, en dat KOZ jegens hen onrechtmatig handelt. Op grond daarvan vorderen zij, kort samengevat:

a. nietigverklaring van het modeldepot, subsidiair een gebod tot medewerking aan overschrijving van het depot op naam van Slagboom;

b. een verbod op elk gebruik van de KOZ-kabelklem en de KOZ-kabelzadel;

c. een verbod op de verspreiding van (reclame)materiaal met deze producten;

d. verwijdering van inbreukmakende afbeeldingen van de website van KOZ;

e. een verbod op vermelding van modelrechtbescherming voor deze producten;

f. afgifte van de voorraad inbreukmakende producten;

g. opgave van gegevens over de verkoop van inbreukmakende producten;

h. opgave van de hiermee behaalde winst;

i. dwangsommen met betrekking tot het onder a. (subsidiair) tot en met h. gevorderde;

j. winstafdracht;

k. schadevergoeding, op te maken bij staat;

l. veroordeling van KOZ in de proceskosten.

3.2 KOZ betwist deze vorderingen onder verwijzing naar de uitspraken in kort geding. Het verstekvonnis is volgens haar gebaseerd op stellingen die in die uitspraken uitdrukkelijk zijn verworpen. Volgens haar komt aan de SE-kabelklem geen auteursrechtelijke bescherming toe. De vormgeving hiervan is niet nieuw en ondergeschikt aan de gebruiksfunctie, aldus KOZ.

Dit geldt ook voor de ID-kabelklem, waaraan het hof wel auteursrechtelijke bescherming toekende. In dit verband wijst zij op een Franse octrooiaanvraag voor kabelklemmen uit 1961 (prod. 2 c.v.r. in oppositie), waarvan de ID-kabelklem volgens haar slechts op ondergeschikte punten afwijkt. Van slaafse nabootsing en onrechtmatig handelen is volgens KOZ evenmin sprake. De website en het foldermateriaal heeft zij inmiddels aangepast, zodat de vorderingen die hierop betrekking hebben inmiddels achterhaald zijn.

3.3 Slagboom en ID-Technick bestrijden dat aan de Franse octrooiaanvraag de consequenties kunnen worden verbonden die KOZ eraan wil verbinden. Onder meer wijzen zij erop dat deze Franse kabelklem op essentiële punten afwijkt van de ID-kabelklem.

4. De beoordeling

4.1 Bij het hoger beroep in het kort geding was de ID-kabelzadel niet aan de orde, omdat blijkens het arrest de vorderingen terzake waren ingetrokken. In de onderhavige procedure is dat laatste niet het geval, zodat ook de desbetreffende vorderingen van Slagboom en ID-Technik aan de orde zijn.

4.2 Voor zover KOZ zich bij haar verweer tegen de vorderingen van Slagboom en ID-Technik beroept op de Franse octrooiaanvraag, gaat dit beroep niet op aangezien op grond van de overgelegde tekeningen bij die aanvraag enerzijds en de overgelegde tekeningen van de SE-kabelklem, de ID-kabelklem en de ID-kabelzadel anderzijds daartussen onvoldoende overeenstemming valt waar te nemen. De rechtbank kan zich in deze procedure overigens alleen op tekeningen baseren aangezien de producten, die bij het kort geding kennelijk wel voorhanden waren, in de onderhavige procedure niet in het geding zijn gebracht.

4.3 De verklaring van prof. Marinissen, hierboven vermeld onder 2.4, is in het kort geding door KOZ in zoverre betwist dat zij het een rapport van een partijdeskundige noemt die volgens haar onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de originaliteit van de SE-kabelklem (pleitnota h.b. blz. 3, alinea 2). Het feit dat prof. Marinissen door een van de betrokken partijen is ingeschakeld, brengt evenwel op zich nog niet mee dat aan zijn verklaring geen waarde kan worden toegekend. Uit hetgeen KOZ naar voren brengt blijkt niet dat er reden is om te twijfelen aan de deskundigheid of onafhankelijkheid van prof. Marinissen.

Wat betreft het verwijt dat hij onvoldoende onderzoek gedaan zou hebben, merkt de rechtbank op dat dit in de lucht hangt nu KOZ op geen enkele wijze aangeeft tot welk resultaat dit onderzoek zou hebben geleid. De rechtbank merkt verder op dat KOZ in de onderhavige procedure niet nader op deze verklaring is ingegaan en dus verder ook niets naar voren heeft gebracht dat afbreuk zou doen aan de waarde van deze verklaring.

4.4 De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van prof. Marinissen een voldoende onderbouwing biedt voor de stelling van Slagboom dat haar kabelklem auteursrechtelijke bescherming toekomt. De rechtbank stelt verder vast dat prof. Marinissen blijkens zijn rapport ook de beschikking had over een ID-kabelklem en enkele andere klemmen, zodat hij bij zijn oordeelsvorming daarmee rekening heeft kunnen houden. De rechtbank kan zich vinden in zijn uitgangspunt dat er binnen het kader dat door de technische aspecten wordt gesteld voor de ontwerper nog een ruime marge voor eigen vormgevingskeuzen bestaat. De ontwerper van de SE-kabelklem heeft die marges naar het oordeel van prof. Marinissen benut; in dit oordeel kan de rechtbank zich vinden. De SE-kabelklem bouwt tot op zekere hoogte voort op de eerder bestaande ID-kabelklem, maar dat neemt niet weg dat ook aan de SE-kabelklem auteursrechtelijke bescherming toekomt nu deze, blijkens de overgelegde tekeningen ook ten opzichte van de ID-kabelklem, een eigen uiterlijk vertoont.

4.5 Aansluitend bij het oordeel van prof. Marinissen over de KOZ-kabelklem stelt de rechtbank vast dat deze niet als oorspronkelijk werk beschouwd kan worden, zodat de stelling dat deze inbreuk maakt op het auteursrecht van Slagboom met betrekking tot de SE-kabelklem voor juist gehouden dient te worden. Hetgeen KOZ in dit verband verder nog naar voren heeft gebracht kan niet gelden als een voldoende gemotiveerd verweer tegen deze stelling.

De stelling dat KOZ met haar KOZ-zadelklem inbreuk maakt op het auteursrecht van ID-Technik op haar ID-zadelklem is door KOZ niet betwist, zodat van de juistheid van deze stelling uitgegaan dient te worden.

Een en ander leidt ertoe dat vordering b. toegewezen kan worden. Op het voetspoor hiervan geldt hetzelfde voor vordering a.

4.6 De overige vorderingen van Slagboom en ID-Technik betreffen nevenvorderingen, die door KOZ niet afzonderlijk en in ieder geval niet voldoende gemotiveerd zijn betwist. Dit brengt mee dat ook deze vorderingen voor toewijzing vatbaar zijn, zij het dat de dwangsommen voor matiging en maximering in aanmerking komen, in die zin dat de bedragen die in plaats van de bedragen die in het dictum van het verstekvonnis zijn opgenomen, de volgende bedragen gelden: € 2.500,= (i.p.v. ƒ 25.000,=), € 500,= (i.p.v. ƒ 5.000,=) en € 1.000,= (i.p.v. ƒ 10.000,=), een en ander met een maximum van € 50.000,=.

Hetgeen KOZ nog heeft opgemerkt met betrekking tot haar website en foldermateriaal brengt niet mee dat de daarop betrekking hebbende vorderingen niet voor toewijzing vatbaar zijn, nog afgezien van het feit dat KOZ hierover in de onderhavige procedure geen concrete en met bescheiden onderbouwde informatie heeft verstrekt.

4.7 Op grond van bovenstaande overwegingen komt de rechtbank tot de slotsom dat het verstekvonnis waarvan verzet (met inachtneming van hetgeen hierboven onder 4.6 over de dwangsommen is overwogen) bekrachtigd dient te worden. KOZ dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden verwezen in de kosten van het verzet, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen.

5. De beslissing

De rechtbank:

bevestigt het verstekvonnis van deze rechtbank van 17 mei 2000 (rolnummer 534/99), waarvan verzet, met dien verstande dat in de plaats van de bedragen aan dwangsommen die in het dictum daarvan zijn opgenomen, de bedragen en het maximum daarvan gelden die hierboven onder 4.6 zijn vermeld;

veroordeelt KOZ in de kosten van het verzet, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen, tot op deze uitspraak aan de zijde van Slagboom en ID-Technik begroot op

€ 391,47. aan verschotten en op € 780,-- aan salaris procureur;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr B.A. Meulenbroek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 juni 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.