Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2002:AE2713

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
02-05-2002
Datum publicatie
17-05-2002
Zaaknummer
570/2002
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2002, 525
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Ontbinding niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken reïntegratieplan.

Relevant verband tussen ontbindingsverzoek en arbeidsongeschiktheid.

Rep. nr: 02-570

Uitspraak: 2 mei 2002

Rechtbank Middelburg

Sector kanton - zitting te Middelburg

BESCHIKKING

in de zaak van:

de stichting

Stichting Omroep Zeeland,

gevestigd te Oost-Souburg,

verzoekende partij,

verder te noemen: Omroep Zeeland,

gemachtigde: mr. K.P.T.G. Flos,

t e g e n :

[verweerster]

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

verder te noemen: [verweerster],

gemachtigde: mr. M. Degelink.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- verzoekschrift, ingediend op 7 maart 2002

- verweerschrift,

- mondelinge behandeling van 11 april 2002.

de beoordeling van de zaak

1.1. [verweerster] is per 1 juli 1997 bij Omroep Zeeland in dienst getreden. Zij is programmamaakster met een salaris van € 1.961,90 bruto per maand. Daarnaast heeft zij aanspraak op vakantietoeslag en een eindejaarjaarsuitkering. Zij verrichtte haar werkzaamheden te of vanuit Oost-Souburg.

1.2. Op 16 mei 2001 is [verweerster] uitgevallen wegens ernstige depressieve klachten. Daarna heeft Omroep Zeeland wegens tegenvallende inkomsten beslo-ten minder programma's uit te zenden, te weten een kwartier per dag minder vanaf 1 januari 2002. Omroep Zeeland heeft besloten dat er daarom voor [verweerster] geen werk meer is als programmamaakster. De Arbodienst heeft maandelijks aan Omroep Zeeland gemeld dat [verweerster] volledig arbeidsonge-schikt is. Vanaf 27 november 2001 echter meldt de Arbodienst dat [verweerster] situatief arbeidsongeschikt is, hetgeen ongedaan gemaakt kan worden door overeenstemming te bereiken over de werkzaamheden.

1.3. Op 27 november 2001 had [verweerster] een gesprek met haar chef, [naam], en de personeelsfunctionaris, welk gesprek Omroep Zeeland bij brief van 3 december 2001 aan [verweerster] heeft bevestigd. Later is haar de functie van bureau-redacteur aangeboden. [verweerster] heeft dit niet onmiddellijk van de hand gewezen als een tijdelijke oplossing, maar heeft wel aangedrongen op afspraken om terug te keren tot haar functie van programmamaakster. Dat was voor Omroep Zeeland onaanvaardbaar. Vervolgens is er een arbeidsconflict ontstaan.

2.1. Omroep Zeeland heeft de ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht op de grond dat de functie van [verweerster] is vervallen en dat [verweerster] onaanvaardbare voorwaarden stelt voor het aanvaarden van de functie van bureau-redacteur. Omroep Zeeland is van mening dat wanneer er tijd en energie zal worden geïnvesteerd in de opleding van [verweerster] tot bureau-redacteur, het ook gewenst is dat zij die functie tenminste twee jaren vervult. Na zes maanden praten is Omroep Zeeland niet langer bereid om tijd, energie en geld in [verweerster] te stoppen.

2.2. [verweerster] heeft het verzoek met diverse argumenten bestreden. [verweerster] vindt dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu er geen getoetst reïntegratieplan bij is overgelegd. Zij betwist dat haar functie is vervallen en voert aan dat het met de financiële situatie van Omroep Zeeland wel meevalt.

Slechts subsidiair verzoekt zij een vergoeding van € 22.353,90 op basis van de kantonrechtersformule met een factor C=2.

3.1. Met juistheid heeft [verweerster] doen opmerken dat de Wet Poortwachter nog niet van kracht was ten tijde van het indienen van het verzoekschrift. Ingevolge de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 22 juni 2001 heeft te gelden dat een getoetst reïntegratieplan bij het verzoekschrift slechts achterwege kan blijven indien reïntegratie zinloos is.

3.2. Dat is hier niet het geval. Er is weliswaar een arbeidsconflict ontstaan, maar de kantonrechter is er niet van overtuigd dat een vruchtbare samenwerking van partijen in de toekomst uitgesloten moet worden geacht. Dit leidt ertoe dat het verzoekschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4.1. Ten overvloede overweegt de kantonrechter nog het volgende.

Ter zitting is gebleken dat de aan [verweerster] aangeboden functie van bureau-redacteur niet voor haar geschikt is. Het zou beter zijn geweest als [verweerster] deze functie direct had afgewezen. Het is echter goed te begrijpen dat [verweerster] er alles aan heeft gedaan om bij Omroep Zeeland in dienst te kunnen blijven. Zij heeft gestreefd naar een tijdelijk oplossing, totdat zij weer als programmamaakster zou kunnen werken, hetgeen hij zij heel graag wil. Het kan haar dus niet euvel worden geduid dat zij is meegegaan in het idee om (tijdelijk) bureau-redacteur te worden. Zij heeft daardoor ook geen rechten prijs gegeven.

4.2. Het staat geenszins vast dat de functie van [verweerster] vervallen is. Welis-waar is de programmatijd verminderd, maar daaruit volgt nog niet:

a. dat daardoor één van de programmamakers weg moet, en

b. als dat wel zo is, dat [verweerster] degene is, die dan maar het veld moet ruimen.

Omroep Zeeland heeft een en ander volstrekt onvoldoende onderbouwd. Omroep Zeeland stelt nu wel dat [verweerster] vooral drama en kinderprogramma's maakte, maar dat is door [verweerster] gemotiveerd tegengesproken. Niet, althans onvol-doende weersproken is dat als programmamaakster van alle markten thuis is.

[verweerster] heeft dus diverse collega-programmamakers met uitwisselbare functies. Niet gesteld of gebleken is dat zij van hen de laagste anciënniteit heeft, noch, als dat niet zo is, dat er toereikende redenen zijn om van de anciënniteit af te wijken.

4.3. Het heeft er alle schijn van dat Omroep Zeeland heeft besloten dat er voor [verweerster] geen werk meer is als programmamaakster, omdat zij op dat moment arbeidsongeschikt was. Feit is dat Omroep Zeeland tijdens de arbeidsongeschikt-heid van [verweerster] het tijdelijk contract van een programmamaker heeft ver-lengd, terwijl dit toch een goede gelegenheid was om het bestand van programma-makers met één te doen inkrimpen door dat contract niet te verlengen. Niet aannemelijk is gemaakt dat deze collega programma's van een heel ander niveau maakt dan [verweerster]. [verweerster] heeft een contract voor onbepaalde tijd en Omroep Zeeland had bij de verlengingsbeslissing ook aan haar behoren te denken.

4.4. De kantonrechter kan dan ook niet anders dan verband zien tussen het verzoek tot ontbinding en het wettelijke opzegverbod wegens ziekte. De reïnte-gratie is met de functie van bureau-redacteur op een verkeerd spoor gekomen. Helaas is de reïntegratie vervolgens ontspoord door wat lijkt op een prestige-kwestie. De kantonrechter geeft partijen in overweging een meer constructieve houding in te nemen bij het zoeken naar een oplossing voor de reïntegratie van [verweerster] als programmamaakster. Ter zitting is gebleken dat zij alleen die functie is toegedaan en krachtens haar arbeidsovereenkomst heeft zij die functie en geen andere.

4.5. Om de arbeidsrelatie niet verder te belasten dan nodig, zal de kantonrechter de proceskosten compenseren.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart Omroep Zeeland niet-ontvankelijk in zijn verzoekschrift;

bepaalt dat zowel Omroep Zeeland als [verweerster] de eigen proceskosten moeten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uit-

gesproken ter openbare terechtzitting van 2 mei 2002 in tegenwoordigheid van de

griffier.