Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2001:AE4969

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
26-01-2001
Datum publicatie
05-07-2002
Zaaknummer
Awb 01/51
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDELBURG

Enkelvoudige Kamer Bestuursrecht

Reg.nr.: Awb 01/51

Uitspraak inzake:

de gemeente Schouwen-Duiveland, gevestigd te Zierikzee, eiseres,

tegen

de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

1. Procesverloop.

Bij brief van 21 maart 2000 heeft verweerder eiseres in kennis gesteld van zijn voornemen de gemeente Schouwen-Duiveland een boete op te leggen van f 6000,-. Eiseres heeft met betrekking tot dit voornemen haar zienswijze bekend gemaakt.

Bij besluit van 6 april 2000 heeft verweerder eiseres een boete van f 6000,- opgelegd in verband met een arbeidsongeval van een baliemedewerkster.

Tegen dit besluit heeft eiseres een bezwaarschrift ingediend. Naar aanleiding van het bezwaar heeft op 27 juli 2000 een hoorzitting plaatsgevonden. Op 8 september 2000 heeft de Advies-commissie bezwaar en beroep Arbeidsomstandigheden (verder: Adviescommissie) advies aan verweerder uitgebracht.

Bij besluit van 18 december 2000 heeft verweerder in afwijking van het advies van de Advies-commissie het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

Het beroep is op 9 juli 2001 behandeld ter zitting. Eiseres is verschenen bij haar gemachtigden mevrouw J.M.K. Fokker, p&o-functionaris en de heer V.J. de Vries, ontwerper/projectleider. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mevrouw mr. C.M. Speear, ambtenaar bij verweerders ministerie.

2. Overwegingen.

De in dit geding aan de orde zijnde artikelen van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en van het Arbeidsomstandighedenbesluit betreffen de tekst van genoemde regelingen met ingang van 1 november 1999.

Ingevolge artikel 16, negende lid van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 - voor zover hier van belang - is de werkgever verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden als bedoeld in de op grond van dit artikel vastgestelde algemene maatregel van bestuur voorzover en op de wijze als bij deze maatregel is bepaald.

Ingevolge artikel 33, tweede lid van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 - voor zover hier van belang - kan terzake van de op grond van artikel 16, negende lid, bij algemene maatregel van bestuur omschreven beboetbare feiten een boete worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.

De in bovenstaande artikelen genoemde algemene maatregel van bestuur is het Arbeids-omstandighedenbesluit.

Artikel 3.2, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt - voor zover hier van belang - dat arbeidsplaatsen veilig toegankelijk zijn en veilig kunnen worden verlaten en dat ze zodanig worden ontworpen, gebouwd, uitgerust, in bedrijf gesteld, gebruikt en onderhouden, dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zoveel mogelijk is voorkomen.

Artikel 9.9b, eerste lid, onder c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt - voor zover hier van belang - dat als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de eerste categorie, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in artikel 3.2.

Verweerder heeft de gemeente Schouwen-Duiveland een boete opgelegd naar aanleiding van een arbeidsongeval van [naam werknemer] werknemer van de gemeente Schouwen-Duiveland. Het slachtoffer viel van een verhoogde baliewerkvloer, die aan de achterzijde voorzien was van een opstaande lat die bedoeld was om onverhoeds afrijden met de bureaustoel te voorkomen.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de arbeidsplaats achter de balie van het gemeentehuis niet zodanig was ontworpen en ingericht dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zoveel mogelijk werd voorkomen. Hierdoor heeft het ongeval kunnen plaatsvinden. De bewuste lat is door de Arbeidsinspectie als onvoldoende veilig beschouwd.

Het feit dat de Arbo-dienst in haar rapporten geen opmerkingen heeft gemaakt over de opstaan-de lat, impliceert niet dat deze als veilig is gekwalificeerd. Ook het feit dat de Arbeidsinspectie in het verleden heeft opgemerkt dat de situatie op dat moment veilig was, doet niet af aan het feit dat de gemeente Schouwen-Duiveland als werkgever primair verantwoordelijk blijft. In afwijking van het advies van de Adviescommissie is verweerder van mening dat het inwinnen van advies bij de Arbodienst eiseres niet kan disculperen.

Eiseres stelt daar tegenover dat haar als werkgever geen blaam treft. Bij de bouw, de inrichting en bij verbouwingen van het tijdelijk gemeentehuis is de Arbo-Unie van meet af aan betrokken geweest. Naar aanleiding van een advies van 17 september 1996 van de Arbo-Unie heeft eiseres een opstaande rand van 25 mm op de verhoogde werkvloer aangebracht als achteruitrijbeveiliging. Eiseres vindt het te ver gaan dat zij verdergaande maatregelen zou moeten treffen dan de Arbo-Unie aangeeft. Eiseres verzoekt primair om een zodanige uitspraak dat verweerder tot intrekking van de boete zal moeten overgaan en subsidiair vraagt zij om matiging van de boete.

De rechtbank overweegt het volgende.

Blijkens de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit heeft de Arbo-unie eiseres uitdrukkelijk geadviseerd om op de verhoogde werkvloer een achteruitrijbeveiliging aan te brengen, bestaande uit een verhoogde rand van 25 millimeter. Verweerders overweging dat de Arbo-unie geen opmerkingen heeft gemaakt over de opstaande lat is derhalve onjuist.

Verweerder heeft dat advies opgevolgd. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder in redelijkheid op dit advies van de Arbo-unie, die als deskundige in de inrichting van arbeids-plaatsen moet worden beschouwd, afgaan.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van handelen of nalaten in strijd met artikel 3.2, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er voor het opleggen van een boete geen plaats is. Het bestreden besluit dient daarom wegens strijd met de wet te worden vernietigd en het beroep van eiseres is daarom gegrond.

3. Uitspraak.

De Rechtbank Middelburg,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het in deze uitspraak gestelde;

bepaalt dat de Staat aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van f 450,- (vierhonderdvijftig gulden) vergoedt;

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2001

door mr. T. Damsteegt, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Bezemer-Kralt, griffier.