Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2001:AB3347

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
28-02-2001
Datum publicatie
15-11-2001
Zaaknummer
Awb 00/524
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene Kinderbijslagwet 7, geldigheid: 2001-02-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG

Enkelvoudige Kamer voor Bestuursgeschillen

Reg.nr.: Awb 00/524

Uitspraak inzake:

A, wonende te B, eiseres,

tegen

het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder.

1. Procesverloop.

Bij besluit van 31 mei 2000 heeft verweerder aan eiseres meegedeeld dat zij met ingang van het 1e kwartaal 2000 geen recht heeft op kinderbijslag voor X omdat zij niet de voogdij heeft over dit kind.

Eiseres heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt bij verweerder. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 25 juli 2000 ongegrond verklaard.

Tegen laatstgenoemd besluit is eiseres in beroep gekomen.

Het beroep is op 18 januari 2001 behandeld ter zitting. Eiseres is in persoon verschenen en bijgestaan door haar echtgenoot. Verweerder was vertegenwoordigd door mr. P. Buskens.

2. Overwegingen.

Artikel 7, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) bepaalt - voor zover hier van belang - dat de verzekerde recht op kinderbijslag heeft voor een eigen kind, een aangehuwd kind of een pleegkind.

Ingevolge verweerders beleidsregels moet, wil van een pleegkind kunnen worden gesproken, voldaan zijn aan de eis van opvoeding en onderhoud van het betrokken kind in een nauwe, exclusieve relatie tussen kind en verzekerde.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op kinderbijslag voor haar kleindochter X, geboren op […] 1995, verder te noemen X, omdat zij niet als pleegkind van eiseres kan worden aangemerkt. Verweerder is van mening dat niet kan worden gezegd dat eiseres de opengevallen plaats van de ouder(s) inneemt en dat de opvoeding van X plaatsvindt in een nauwe, exclusieve relatie tussen het kind en de verzekerde. Dat is slechts het geval indien uitsluitend de pleegouder alle belangrijke beslissingen neemt die de vorming van het kind betreffen. Nu de voogdij bij eiseres ontbreekt kan er van zo'n relatie geen sprake zijn, aldus verweerder. De voogd blijft immers bevoegd en in staat alle belangrijke beslissingen te nemen voor het kind.

Eiseres meent dat het niet de bedoeling van de AKW kan zijn dat het recht op kinderbijslag wordt ontnomen aan een kind dat vanwege een ernstig verstoorde gezinssituatie uit huis is geplaatst.

De rechtbank heeft uit de gedingstukken en het ter zitting besprokene de volgende feiten en omstandigheden afgeleid.

De - alleenstaande - moeder van X, eiseresses dochter, is in verband met ernstige alcohol-problemen niet in staat voor haar kind te zorgen. X en haar moeder zijn toen X ca. 6 maanden oud was bij de grootouders ingetrokken, maar op advies van een therapeut na enige tijd weer zelfstandig gaan wonen. Daarna is het weer misgegaan met X's moeder. X is in 1997 met een kinderbeschermingsmaatregel van ondertoezichtstelling door een gezinsvoogdij-instelling uit huis geplaatst in het gezin van haar grootouders. De ondertoezicht-stelling is jaarlijks verlengd.

Eiseres en haar echtgenoot hebben ter zitting toegelicht dat zij er bewust niet naar gestreefd hebben om de voogdij over X te verkrijgen. Zolang zij de hoop hebben dat het met de moeder, hun dochter, weer goed komt, willen zij de formele band tussen moeder en X niet verbreken. Die voogdij achten zij ook niet noodzakelijk omdat hun dochter het eens is met de genomen maatregelen.

In de praktijk is het zo dat alle beslissingen die met betrekking tot X noodzakelijk zijn, door eiseres en haar echtgenoot worden genomen. Uitsluitend wanneer de moeder ergens voor moet tekenen, zoals bijvoorbeeld voor het paspoort van X, oefent zij zelf haar ouderlijke bevoegdheid uit. Zij is overigens op dit moment niet in staat om aan haar ouderlijke bevoegdheden inhoud te geven. Wanneer het gaat om belangrijke zaken, zoals bijvoorbeeld de schoolkeuze, worden ook die beslissingen door de pleegouders genomen, zij het dat zij dan wel aan de moeder vragen of zij met die keuze kan instemmen. De rol van de gezinsvoogd is ook uitsluitend een passieve. Hij wordt, conform de formele regels en afspraken, op de hoogte gehouden van X's ontwikkeling en de daaromtrent genomen beslissingen, maar hij ontplooit zelf geen initiatieven. Dat is in de gegeven situatie ook niet nodig.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in deze situatie in redelijkheid niet gezegd worden dat niet voldaan is aan de eis van onderhoud en opvoeding in een nauwe en exclusieve relatie tussen pleegouders en kind. Eiseres en haar echtgenoot hebben zich reeds over X onfermd toen zij nog een baby was en zijn sindsdien, vrijwel onafgebroken, voor haar blijven zorgen. De uithuisplaatsing van X moet worden gezien als een plaatsing in een zogeheten perspectiefbiedend pleeggezin (in tegenstelling tot een crisisplaatsing) waar X kan verblijven zolang als dat voor haar noodzakelijk is. Het feit dat de pleegouders blijven hopen op volledig herstel van de moeder en om die reden de formele band tussen moeder en kind niet definitief willen doorsnijden, kan daar niet aan afdoen. Van meer belang acht de rechtbank dat de ondertoezichtstelling al vaker dan tweemaal is verlengd, waartoe de wet sinds kort de mogelijkheid biedt. Bij X's moeder is voorts sprake van een uitsluitend theoretische mogelijkheid tot het uitoefenen van het ouderlijk gezag. Aan de formele bevoegdheden die de gezinsvoogd heeft komt naar het oordeel van de rechtbank tegen de achtergrond van de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden slechts een zo ondergeschikte betekenis toe dat het beginsel dat bij aanwezigheid van een gezinsvoogd geen sprake kan zijn van "het opvoeden als eigen kind", moet worden doorbroken.

Gezien het voorgaande heeft verweerder X ten onrechte niet als pleegkind van eiseres aangemerkt en op die grond aan eiseres kinderbijslag geweigerd voor haar kleindochter X. Het bestreden besluit moet daarom worden vernietigd

Het beroep is mitsdien gegrond.

3. Uitspraak.

De Arrondissementsrechtbank te Middelburg,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het in deze uitspraak gestelde;

bepaalt dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van f 60,- (zestig gulden) vergoedt.

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2001

door mr. R.C.M. Reinarz, in tegenwoordigheid van mr. H.D. Sebel, griffier.

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep instellen. Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.