Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2001:AB3094

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
08-05-2001
Datum publicatie
06-08-2001
Zaaknummer
Awb 00/564
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ten onrechte hardheidsclausule niet toegepast. Bijtelling van auto van de zaak leidt in dit geval tot onbillijkheden van overwegende aard.

Naar oordeel van eiser te lage vaststelling huursubsidiebedrag. Eiser is werkzaam als consulent/promotor via de Wet inschakeling werkzoekenden. Bij die werkzaamheden is een auto onmisbaar en die is hem dan ook ter beschikking gesteld door zijn werkgever. Waar voorheen onder de Wet individuele huursubsidie op grond van de hardheidsclausule in art. 24 van die wet bij de vaststelling van de huursubsidie van eiser geen rekening werd gehouden met de bijtelling van de auto, wordt ingevolge de Huursubsidiewet de huursubsidie bepaald aan de hand van het inkomen van eiser inclusief de bijtelling voor de auto.

Eiser heeft aangevoerd dat door de bijtelling een onrechtvaardige situatie is ontstaan; zo loopt hij niet alleen een flink bedrag per maand aan huursubsidie mis, maar dient hij over het bedrag aan bijtelling tevens belasting te betalen.

Anders dan verweerder komt de rechtbank tot de conclusie dat in dit geval aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen. Sprake is van onbillijkheden van overwegende aard, gezien de bijzondere omstandigheden van eiser.

Dat de situatie van eiser als bijzonder kan worden aangemerkt, leidt de rechtbank onder meer af uit hetgeen de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard. Volgens die gemachtigde is het uitzonderlijk dat iemand met het (lage) inkomen van eiser een lease-auto ter beschikking wordt gesteld. Er zijn volgens die gemachtigde verder geen gevallen bekend gelijk aan de situatie van eiser.

Gegrond beroep.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder.

mr. T. Damsteegt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG

Enkelvoudige Kamer voor Bestuursgeschillen

Reg.nr.: Awb 00/564

Uitspraak inzake:

A, wonende te B, eiser,

tegen

de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, verweerder.

1. Procesverloop.

Bij besluit van 18 oktober 1999 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat de huursubsidie over de periode van 1 juli 1999 tot en met 30 juni 2000 is vastgesteld op f 284,- per maand. Deze vaststelling is mede gebaseerd op het belastbaar inkomen van eiser over 1998 van f 34.930,-.

Eiser heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt bij verweerder.

Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 4 september 2000 ongegrond verklaard.

Tegen laatstgenoemd besluit is eiser in beroep gekomen.

Het beroep is op 20 april 2001 behandeld ter zitting. Eiser is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.A.M. Stevens.

2. Overwegingen.

Artikel 26 van de Huursubsidiewet (hierna: Hsw) bepaalt - voor zover hier van belang - dat de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ambtshalve of op verzoek van de huurder bij de toepassing van de artikelen 3, derde lid, of 4, derde lid, bepaalde inkomsten of vermogensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing kan laten, als in een bepaald geval de onverkorte toepassing van de desbetreffende bepalingen, gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen, tot een onbillijkheid van overwegende aard zou leiden.

Artikel 3, derde lid, van de Hsw bepaalt - voor zover hier van belang - dat onder inkomen wordt verstaan: het belastbaar inkomen over het peiljaar, bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964, als over het peiljaar een aanslag inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld.

Eiser is werkzaam als consulent/promotor via de Wet inschakeling werkzoekenden. Bij die werkzaamheden is een auto onmisbaar en die is hem dan ook ter beschikking gesteld door zijn werkgever. Als gevolg hiervan wordt bij het belastbaar inkomen van eiser over 1998 een bedrag van f 5.657,- geteld. Het totale belastbare inkomen van eiser over 1998 komt daardoor op f 34.930,-. Waar voorheen onder de Wet individuele huursubsidie (hierna: IHS), op grond van de hardheidsclausule in artikel 24 van de IHS, bij de vaststelling van de huursubsidie van eiser geen rekening werd gehouden met de bijtelling van de auto, wordt ingevolge de Hsw de huursubsidie bepaald aan de hand van het inkomen van eiser inclusief de bijtelling voor de auto.

Eiser heeft aangevoerd dat door de bijtelling van zijn auto bij zijn belastbaar inkomen een onrechtvaardige situatie is ontstaan; zo loopt eiser niet alleen een flink bedrag per maand aan huursubsidie mis, maar dient hij over het bedrag aan bijtelling tevens belasting te betalen.

Het bevreemdt eiser dat de bijtelling van de auto nu niet buiten beschouwing kan blijven, terwijl dit voorheen wel mogelijk was.

Verweerder stelt dat de hardheidsclausule, zoals vermeld in artikel 26 van de Hsw, niet in de mogelijkheid voorziet de bijtelling van de auto van eiser in zijn belastbaar inkomen buiten beschouwing te laten. In het kader van de IHS werd dit verzoek wel gehonoreerd. Op grond van de huidige wet en het door verweerder gevoerde beleid kan verweerder het verzoek van eiser niet inwilligen.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank komt, anders dan verweerder, tot de conclusie dat er in dit geval aanleiding bestaat om de hardheidsclausule toe te passen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in dit geval redelijkerwijs op het standpunt had behoren te stellen dat er sprake is van onbillijkheden van overwegende aard. De rechtbank verwijst daartoe naar de bijzondere omstandigheden van eiser, zoals die uit de stukken naar voren komen.

Dat de situatie van eiser kan worden aangemerkt als een bijzondere leidt de rechtbank onder meer af uit hetgeen de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard. Volgens die gemachtigde is het uitzonderlijk dat iemand met het (lage) inkomen van eiser een lease-auto ter beschikking wordt gesteld. Er zijn volgens die gemachtigde verder geen gevallen bekend gelijk aan de situatie van eiser.

Gezien het vorenstaande is het beroep gegrond en dient het bestreden besluit te worden vernietigd vanwege strijd met artikel 26 van de HSW voornoemd.

3. Uitspraak.

De Arrondissementsrechtbank te Middelburg,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt, met inachtneming van het in deze uitspraak gestelde;

bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan eiser het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van f 60,- (zestig gulden) vergoedt;

Aldus gewezen en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2001

door mr. T. Damsteegt, in tegenwoordigheid van mr. H.D. Sebel, griffier.

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende hoger beroep in-stellen. Het instellen van het hoger beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.