Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2001:AA9853

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
07-02-2001
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
12/015266-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG

meervoudige kamer voor strafzaken

Parketnummer: 12/015266-00

Datum uitspraak : 7 februari 2001

Tegenspraak

------------------------------------------------

Datum inverzekeringstelling: 2 augustus 2000

Datum voorlopige hechtenis: 4 augustus 2000

Opheffing/schorsing voorlopige hechtenis/invrijheidstelling: n.v.t.

------------------------------------------------

V O N N I S

van de arrondissementsrechtbank te Middelburg, meervoudige kamer voor strafzaken, in de strafzaak tegen:

[verdachte],

geboren [geboortedatum en -plaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting De Boschpoort te Breda,

ter terechtzitting verschenen.

Als raadsman van de verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. W.T.J. Schieman, advocaat te Middelburg.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

25 januari 2001.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R.C.P. Rammeloo en van hetgeen door en/of namens de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaren en oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

De officier heeft voorts gevorderd dat alle inbeslaggenomen voorwerpen aan de rechthebbende, zijnde de verdachte, zullen worden teruggegeven.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, waarvan een kopie in dit vonnis is gevoegd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan op de wijze als is vermeld in de hierna ingevoegde bijlage die van dit vonnis deel uitmaakt.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier bewezen is verklaard, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Poging tot moord.

Strafbaarheid van de verdachte

Omtrent verdachtes geestvermogens ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde is gerapporteerd door twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines en door de Reclassering Nederland. In een triple rapportage d.d. 9 januari 2001 is verslag gedaan van het overleg dat tussen rapporteurs heeft plaatsgevonden.

Het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport d.d. 20 oktober 2000 van drs. F.C.P. Zuidhof, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige, bevat als conclusie van die deskundige onder meer -zakelijk samengevat-:

Bij onderzochte is sprake van een ziekelijke stoornis der geestvermogens in de zin van een psychopathe persoonlijkheid en een zeer gebrekkige impulscontrole. Met betrekking tot het hem tenlastegelegde kan onderzochte vanuit gedragskundig optiek als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd worden.

Het over de verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport d.d. 9 januari 2001 van dr. J. van Borssum Waalkes, psychiater en vast gerechtelijk deskundige, bevat als conclusie van die deskundige onder meer -zakelijk samengevat-:

Bij betrokkene is er sprake van een man met een overwegend vermijdende en antisociale persoonlijkheidsstoornis die vanuit een situatie van spanning, wanhoop en onmacht, zijn afgesloten/verdrongen gevoelens omgezet heeft in macht en sadisme en een ernstig zedendelict beging. Er is sprake van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidspathologie.

Betrokkene was op het moment van het tenlastegelegde verminderd toerekeningsvatbaar.

De over de verdachte uitgebrachte triple rapportage bevat als gezamenlijke conclusie van voornoemde rapporteurs onder meer -zakelijk samengevat-:

Bij betrokkene is sprake van een ernstige gedragsproblematiek. Hij is lijdende aan een verminderde begaafdheid en een persoonlijkheidsstoornis (te zien als een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens).

De rechtbank neemt de hiervoor weergegeven conclusies over en maakt die tot het hare en wel in zoverre dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend als gevolg van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens. Deze verminderde toerekeningsvatbaarheid sluit de strafbaarheid van de verdachte echter niet uit.

Ook overigens is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Motivering van de op te leggen sanctie(s)

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het volgende:

- de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan;

- de persoon van de verdachte.

Voor wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden, waaronder deze zijn begaan, heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft het zeventienjarige slachtoffer, dat op de openbare weg aan het skeeleren was, op klaarlichte dag neergeslagen en meegesleurd naar een afgelegen plek in een recreatiegebied waar hij haar op verschillende wijzen heeft verkracht. Voorts heeft verdachte, nadat hij tweemaal was weggegaan en was teruggekeerd met de bedoeling het slachtoffer van het leven te beroven, geprobeerd haar te vermoorden door haar te wurgen en een fles op haar hoofd stuk te slaan. Verdachte heeft het bewusteloze slachtoffer vervolgens achtergelaten. Dit zijn uitermate ernstige feiten. Verdachte heeft meermalen op brute wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer waarbij het doel ook is geweest haar leven te beëindigen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Daarbij worden onderhavige feiten door de samenleving als bijzonder schokkend ervaren en brengen zij angstgevoelens en gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister d.d. 11 augustus 2000, waaruit geen soortgelijke feiten blijken;

- het over de verdachte uitgebrachte vroeghulprapport d.d. 4 augustus 2000 van de Stichting Reclassering Nederland, Ressort Den Haag, unit Middelburg;

- het over de verdachte uitgebrachte milieurapport d.d. 13 december 2000 van de Stichting Reclassering Nederland, Ressort Den Haag, unit Middelburg;

- het over de verdachte uitgebrachte psychologisch rapport d.d. 20 oktober 2000 van drs. Zuidhof voornoemd;

- het over de verdachte uitgebrachte psychiatrisch rapport d.d. 9 januari 2001 van dr. Van Borssum Waalkes voornoemd.

Het psychologisch rapport omtrent de verdachte houdt als advies van de psycholoog drs. Zuidhof onder meer het volgende in -zakelijk samengevat-:

Recidive is niet uit te sluiten omdat binnen de dynamiek van de persoonlijkheidsaspecten zijn verhouden met vrouwen een gestoordheid aangeeft welke ook heeft meegespeeld in onderhavige delictvorming. Er is aldus ter beveiliging van personen de noodzaak van een opleggen van de maatregel der terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Het psychiatrisch rapport omtrent de verdachte houdt als advies van de psychiater dr.Van Borssum Waalkes onder meer het volgende in -zakelijk samengevat -:

Voor de maatregel van ter beschikkingstelling met dwangverpleging bestaat een duidelijke indicatie om de volgende reden:

- er bestaat een duidelijke kans op herhaling zonder behandeling van de persoonlijkheidsproblematiek;

- er bestaat een noodzaak tot een klinische behandeling in een sterk gestructureerde setting;

- er bestaat een duidelijke relatie tussen de persoonlijkheidsstoornis en het plegen van de feiten.

Eerdergenoemde triple rapportage bevat als gezamenlijke conclusie van voornoemde rapporteurs onder meer -zakelijk samengevat-:

Er bestaat geen andere mogelijkheid dan TBS met dwangverpleging teneinde de pathologie en daarmee het recidief risico te verminderen.

De rechtbank neemt de conclusie en het advies van genoemde gedragsdeskundigen over en maakt deze tot het hare.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank een lange gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Voorts zal zij de terbeschikkingstelling van de verdachte gelasten en bevelen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd nu gebleken is dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een verpleging eist.

Beslag

Met betrekking tot alle inbeslaggenomen voorwerpen, zoals vermeld op de aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, acht de rechtbank verdachte degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank zal de teruggave van deze voorwerpen aan genoemde persoon gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 37a, 37b, 45, 57, 242 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders te laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.

Verklaart de verdachte te dier zake strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave van alle inbeslaggenomen voorwerpen voorkomend op de aan dit vonnis gehechte lijst aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten aan de veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.H. Nomes, voorzitter,

mrs. A.M.P. Gaakeer en D. Verboom, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. de Bruin als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 februari 2001.