Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2000:AA7922

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
05-10-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
12/015322/00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE MIDDELBURG

meervoudige raadkamer voor strafzaken

beslissing op bezwaarschrift onthouding kennisneming van processtukken

Parketnummer: 12/015322/00

RK-nummer: 00/298

datum uitspraak: 5 oktober 2000

Tegenspraak

BESCHIKKING

van de arrondissementsrechtbank te Middelburg, meervoudige raadkamer voor strafzaken, op het bezwaarschrift onthouding kennisneming van processtukken als bedoeld in artikel 32 van het Wetboek van Strafvorde-ring, in de strafzaak betreffende de verdachte:

[bezwaarde]

geboren te Breda,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Torentijd te Middelburg,

verder bezwaarde te noemen.

raadsman: mr. S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht.

De procedure

Het namens bezwaarde door mr. van Berge Henegouwen ingediende bezwaarschrift is op 26 september 2000 ter griffie van deze rechtbank ingekomen.

Het bezwaarschrift is op 3 oktober 2000 in raadkamer behandeld.

Gehoord zijn de bezwaarde en de raadsman alsmede de officier van justitie in het arrondissement Middelburg, mr. J.J.A. Groen.

De meervoudige raadkamer heeft naast het hierboven genoemde bezwaarschrift kennis genomen van de stukken die zijn gevoegd in het dossier, bekend onder bovengenoemd parketnummer.

De feiten

Bezwaarde bevindt zich in voorlopige hechtenis op verdenking van, kort gezegd, het medeplegen van poging doodslag op [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]. Bij brief van 21 september 2000 heeft de officier van justitie aan bezwaarde meegedeeld dat, in het belang van het onderzoek, kennisneming van bepaalde stukken wordt onthouden.

Het standpunt van de bezwaarde

Bezwaarde maakt bezwaar tegen het onthouden van stukken, op gronden zoals weergegeven in het namens hem ingediende bezwaarschrift, welke gronden als hier herhaald en ingelast moeten worden beschouwd. In raadkamer heeft de raadsman die gronden herhaald en daaraan toegevoegd dat bij officier van justitie en/of politie aanwezig zijn verklaringen van de (mede)verdachten [verdachte 1]en [verdachte 2] alsmede een medische verklaring omtrent bezwaarde. Die stukken kunnen ontlastend zijn voor bezwaarde. Mogelijk zijn ook nog andere, ontlastende, stukken niet in het procesdossier gevoegd. Bezwaarde heeft verzocht die stukken aan het procesdossier toe te voegen.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat sprake is van stukken die nog niet aan het procesdossier zijn toegevoegd. Die stukken worden thans onthouden omdat het belang van het onderzoek zich tegen afgifte in dit stadium verzet.

De beoordeling

Het bezwaarschrift is tijdig en correct ingediend en de meervoudige raadkamer is bevoegd hiervan kennis te nemen.

In het dossier dienen te worden gevoegd alle stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn hetzij in voor de verdachte belastende hetzij in voor hem ontlastende zin. Blijkens zijn verklaring ter zitting zijn de in zijn brief van 21 september 2000 bedoelde stukken door de officier van justitie nog niet aan het dossier toegevoegd. Dat die stukken redelijkerwijs van belang kunnen zijn in vorenbedoelde zin heeft de officier van justitie niet betwist. Het enkele feit dat de kennisname van die stukken wordt onthouden maakt bovendien reeds dat deze in zijn visie kennelijk van belang zijn. De stukken in kwestie behoren derhalve aan het procesdossier te worden toegevoegd. De rechtbank stelt vast dat die toevoeging nog niet heeft plaats gevonden en zal - mede nu bezwaarde een daartoe strekkend verzoek heeft gedaan - de toevoeging alsnog gelasten.

Hoewel de stukken in kwestie op dit moment feitelijk nog niet in het dossier zijn gevoegd zijn die stukken wel aan te merken als processtukken in de zin van artikel 30 wetboek van strafvordering (Sv) omdat die stukken van het dossier deel uit behoren te maken.

Op basis van artikel 30 lid 2 Sv heeft de officier van justitie de bevoegdheid de kennisneming van bepaalde processtukken te onthouden indien het belang van het onderzoek dit vordert. Van die bevoegdheid heeft de officier van justitie blijkens zijn brief van 21 september 2000 gebruik gemaakt. Tegen die beslissing is bezwaarde opgekomen. Bij die stand van zaken is het aan de officier van justitie zijn standpunt te motiveren. Aan die motivering kunnen geen al te vergaande eisen gesteld worden omdat niet gevergd kan worden dat in het kader van de motivering de inhoud van de stukken in kwestie wordt prijsgegeven. In het onderhavige geval heeft de officier van justitie volstaan met de mededeling dat het belang van het onderzoek in de weg staat aan kennisneming door verdachte van de stukken. Feitelijke onderbouwing daarvan ontbreekt. De stukken zijn bovendien niet aan het dossier toegevoegd zodat de rechtbank de inhoud van die stukken niet in de overwegingen kan betrekken. Vastgesteld dient daarom te worden dat van een te respecteren onderzoeksbelang niet is gebleken. Het bezwaar tegen de onthouding kennisneming van stukken is daarom gegrond. Kennisneming mag daarom niet langer onthouden worden.

Beschikking

De meervoudige raadkamer voor strafzaken:

a. gelast de toevoeging aan het procesdossier van de stukken waarop de officier van justitie in zijn brief van 21 september 2000 het oog had;

b. verklaart het bezwaar tegen het onthouden van kennisneming van de onder a bedoelde stukken gegrond en gelast dat verdachte onverwijld kennis kan nemen van die stukken.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. W.P.M. ter Berg, voorzitter, mrs. G.H. Nomes en A.M.P. Gaakeer, rechters, in tegen-woordigheid van V. Boel, griffier.

De beschikking is uitgesproken ter terechtzitting van 5 oktober 2000.