Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMID:2000:AA5608

Instantie
Rechtbank Middelburg
Datum uitspraak
16-02-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
301/1998
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

De arrondissementsrechtbank te Middelburg, enkelvoudige kamer, overweegt en beslist als volgt inzake:

rolnr. 301/98

De besloten vennootschap

[eiseres in vrijwaring],

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in vrijwaring,

procureur: mr. E.H.A. Schute,

tegen:

[gedaagde in vrijwaring],

notaris ter standplaats [woonplaats],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in vrijwaring,

procureur: mr. J. Boogaard.

1. Het procesverloop

1.1 Bij vonnis van 11 maart 1998 heeft de rechtbank [eiseres in vrijwaring] toegestaan om de notaris in vrijwaring op te roepen.

1.2 In de vrijwaringsprocedure zijn de volgende processtukken gewisseld:

conclusie van eis in vrijwaring overeenkomstig de dagvaarding;

conclusie van antwoord in vrijwaring;

conclusie van repliek in vrijwaring;

conclusie van dupliek in vrijwaring.

Gedaagde heeft producties in het geding gebracht.

2. De feiten

2.1 Eiseres zal worden aangeduid als [eiseres in vrijwaring] en gedaagde als de notaris.

2.2 [eiseres in vrijwaring] heeft in 1970 een perceel grond aan de [adres]te [woonplaats] van de Gemeente [woonplaats] gekocht. In de transportakte van 16 juni 1970 is een kettingbeding opgenomen met een boetebepaling van ƒ 100.000,--. [eiseres in vrijwaring] heeft dit perceel aan AVV-Beheer B.V. verkocht en op 5 januari 1995 geleverd. In de door de notaris opgemaakte transportakte is in strijd met het kettingbeding dat beding niet opgenomen.

2.3 De Gemeente [woonplaats] heeft [eiseres in vrijwaring] in de hoofdzaak (rolnummer 1997/761) gedagvaard tot betaling van de contractuele boete van ƒ 100.000,--, vermeerderd met ƒ 6.560,-- aan buitengerechtelijke incassokosten en vermeerderd met rente en proceskosten, omdat [eiseres in vrijwaring] heeft nagelaten het kettingbeding in het contract met AVV-Beheer B.V. op te nemen.

2.4 Bij vonnis van deze rechtbank van 20 januari 1999 is [eiseres in vrijwaring] veroordeeld om aan de Gemeente [woonplaats] te betalen ƒ 100.000,-- vermeerderd met rente daarover met ingang van 28 januari 1997 tot aan de dag der algehele voldoening. Ook zijn [eiseres in vrijwaring] en de notaris hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld, aan de zijde van de Gemeente [woonplaats] begroot op ƒ 2.152,65 voor verschotten en ƒ 6.800,-- voor salaris procureur.

3. Het geschil

3.1 [eiseres in vrijwaring] heeft gevorderd, dat de rechtbank de notaris zal veroordelen om aan [eiseres in vrijwaring] al datgene te betalen waartoe [eiseres in vrijwaring] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, vermeerderd met proceskosten in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak.

[eiseres in vrijwaring] heeft aangevoerd, dat de notaris onzorgvuldig heeft gehandeld door het niet opnemen van het kettingbeding in de transportakte, hetgeen jegens [eiseres in vrijwaring] een wanprestatie, subsidiair een onrechtmatige daad oplevert.

3.2 De notaris heeft zich tegen die vordering verweerd met de stelling, dat [eiseres in vrijwaring] zelf schuld heeft aan die fout, waardoor de schade volledig of voor een groot deel voor rekening van [eiseres in vrijwaring] komt. [eiseres in vrijwaring] was immers op de hoogte van het kettingbeding, omdat zij veelvuldig en recent met de Gemeente [woonplaats] in botsing is geweest over het door de Gemeente [woonplaats] gevoerde beleid met betrekking tot de detailhandel, waar het kettingbeding nu juist over gaat. Het had op de weg van [eiseres in vrijwaring] gelegen de notaris op het kettingbeding opmerkzaam te maken en de conceptakte op dat punt te controleren. De notaris heeft aangevoerd, dat hij wel kadastraal onderzoek heeft gedaan, waardoor hij bekend was met het kettingbeding, maar door de vele wijzigingen in de akte is het beding eenvoudigweg weggevallen.

4. De beoordeling van het geschil

4.1 De notaris heeft uitgebreid gemotiveerd waarom [eiseres in vrijwaring] op de hoogte moet zijn geweest van het kettingbeding, waarop [eiseres in vrijwaring] heeft volstaan met het verweer, dat zij dat beding door tijdsverloop tussen aan- en verkoop van de grond is vergeten. Dat verweer is gelet op hetgeen de notaris heeft aangevoerd onvoldoende en de rechtbank volgt dan ook de stelling van de notaris, dat [eiseres in vrijwaring] wist dat er een kettingbeding in de transportakte moest worden opgenomen.

Ook de notaris wist, dat het kettingbeding in de akte moest worden opgenomen. Hij heeft zijn fout toegegeven, maar volgens hem moet de schade tengevolge van het niet in de akte opnemen van dat kettingbeding geheel of voor een groot deel voor rekening komen van [eiseres in vrijwaring].

4.2 Het argument van de notaris dat [eiseres in vrijwaring] de notaris vooraf op het kettingbeding moest attenderen is hier niet relevant, want de notaris was immers bekend met dat beding.

De notaris heeft eenvoudigweg de fout gemaakt om bij het wijzigen van de tekst van de akte het beding niet meer op te nemen. Kortom hij is het beding gewoon vergeten. Dat levert een wanprestatie op jegens [eiseres in vrijwaring], waardoor de notaris schadeplichtig is.

Tegenover deze fout van de notaris staat de omstandigheid dat [eiseres in vrijwaring], nadat zij de conceptakte had ontvangen en wetende dat het kettingbeding daarin had moeten worden opgenomen, de notaris niet op zijn fout heeft gewezen.

De rechtbank is van oordeel, dat het bij uitstek de taak van de notaris is om akten op te stellen. De positie van de notaris is in het maatschappelijk verkeer zodanig, dat [eiseres in vrijwaring] erop mocht vertrouwen, dat de notaris zijn taak nauwgezet zou uitvoeren. Transportakten zijn bovendien vanwege de formulering voor leken slecht te lezen. Deze fout komt dan ook geheel voor rekening van de notaris.

4.3 Het voorgaande leidt tot het oordeel, dat de vordering kan worden toegewezen, inclusief de proceskostenveroordeling.

5. De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt de notaris om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen ƒ 108.952,65, zijnde hetgeen waartoe [eiseres in vrijwaring] als gedaagde in de hoofdzaak (rolnummer 1997/761) bij vonnis van de rechtbank van 20 januari 1999 is veroordeeld;

veroordeelt de notaris in de kosten van deze procedure en de procedure in de hoofdzaak, tot op heden aan de zijde van [eiseres in vrijwaring] in deze procedure begroot op ƒ 102,72 aan verschotten en op ƒ 3.400,-- voor salaris van haar procureur en in de procedure in de hoofdzaak begroot op ƒ 2.020,-- aan verschotten en op ƒ 6.800,-- voor salaris van haar procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.P. Rammeloo en uitgesproken ter openbare terechtzit-ting van woensdag 16 februari 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.