Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY7820

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
19-07-2012
Datum publicatie
07-01-2013
Zaaknummer
169881 / FA RK 12-316 A
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking op verzoek tot verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte van geboorte die onvolledig is of een misslag bevat. De vragen die ter beantwoording voorliggen zijn of ten onrechte de geslachtsnaam van de erkenner in plaats van de geslachtsnaam van de moeder in de geboorteakte van het kind is opgenomen, of ten onrechte als voornaam van het kind is opgenomen “X” in plaats van de gewenste voornamen “X Y”.

Ten aanzien van de voornaamswijziging heeft de ambtenaar niet weersproken, althans heeft aangegeven op grond van onbekendheid met de gang van zaken niet te kunnen weerspreken, dat de ouders wellicht – ten onrechte - is voorgehouden dat het kind slechts één voornaam kon krijgen en geen bezwaar heeft tegen de verzochte aanvulling van de voornaam.

Ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging gaat de rechtbank, uitgaande van de juistheid van de in de basisadministratie van de gemeente Maastricht opgenomen gegevens van het kind, ervan uit dat de nationaliteit van de minderjarige onbekend is. De rechtbank zal daarom conform artikel 10:16 BW Nederlands recht toepassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 19 juli 2012

Zaaknummer: 169881 / FA RK 12-316

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven op het verzoek van:

[Naam moeder],

verzoekster, verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. D.M.H.R. Garé.

Als belanghebbenden in de procedure zijn aangemerkt:

- [Naam vader], verder te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats], geen advocaat;

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, gevestigd en kantoorhoudend te Maastricht,

verder te noemen: de ambtenaar van de burgerlijke stand.

1. Verloop van de procedure

1.1. De moeder heeft op 14 maart 2012 een verzoek ingediend tot het gelasten aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om over te gaan tot verbetering van een in het register van geboorten van de gemeente Maastricht van het jaar 2010 voorkomende akte met nummer [X], in dier voege dat daarin de geslachtsnaam “[geslachtsnaam vader]” wordt vervangen door de geslachtsnaam “[geslachtsnaam moeder]” en dat de voornaam “[voornaam Y]” zal worden toegevoegd, waardoor de volledige naam van het kind zal zijn: [naam minderjarige].

1.2. De zaak is behandeld ter zitting van 5 juli 2012.

1.3. Ter zitting zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door mr. C. Hermans, ter vervanging van mr. D.M.H.R. Garé;

- de vader,

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Maastricht, vertegenwoordigd door de heer M.M.J. Gordijn.

1.4. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft ter zitting een aanvullend bescheid overgelegd.

2. De vaststaande feiten

2.1. Op [2010] is te [geboorteplaats] uit de moeder geboren het kind: [naam minderjarige].

2.2. Het kind is als ongeboren vrucht op [2010] door de vader erkend.

2.3. Volgens de akte van erkenning (aktenummer [Y] van het jaar 2010) is op de erkenning Nederlands recht toegepast en gekozen voor de geslachtsnaam “[geslachtsnaam vader]”.

2.4. Uit de persoonsgegevens zoals deze zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) blijkt dat de moeder is geboren in Ivoorkust. Als haar nationaliteit staat vermeld: onbekend.

2.5. Ten aanzien van de vader blijkt uit de GBA-persoonsgegevens dat hij geboren is in Liberia. Als nationaliteit van de vader staat eveneens vermeld: onbekend.

3. Het verzoek en het standpunt van de ambtenaar van de burgerlijke stand

3.1. De moeder stelt dat sprake is van een misslag in de in het register van geboorten van de gemeente Maastricht van het jaar 2010 voorkomende akte met nummer [X], nu in de akte ten onrechte de geslachtsnaam van de erkennende vader wordt vermeld, terwijl de moeder èn de vader van het kind steeds hebben gewenst dat het kind de geslachtsnaam van de moeder zou dragen.

Tevens stelt de moeder dat tengevolge van de gebrekkige communicatie tussen de ouders en de ambtenaar van de burgerlijke stand de ouders hebben begrepen dat zij slechts één voornaam konden kiezen. Het kind heeft daardoor enkel de voornaam [voornaam X] gekregen, terwijl het de bedoeling van de ouders was dat het kind de voornamen [voornamen X en Y] zou krijgen.

3.2. De vader heeft de verklaringen van de moeder zowel schriftelijk als mondeling ter zitting bevestigd.

3.3. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft zich op het standpunt gesteld dat in dit geval artikel 1:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) niet van toepassing is. De ambtenaar verwijst naar artikel 1 van de Wet Conflictenrecht Namen. Ingevolge dat artikel worden de geslachtsnaam en de voornamen van een vreemdeling bepaald door het recht van de Staat waarvan hij de nationaliteit heeft. Aangezien de moeder bij de Immigratie en Naturalisatiedienst geregistreerd is met de vermoedelijke Ivoriaanse nationaliteit, gaat de ambtenaar ervan uit dat het kind de Ivoriaanse nationaliteit heeft. Op grond van het Ivoriaanse recht krijgt het kind bij erkenning automatisch de geslachtsnaam van de vader en bestaat er geen keuzerecht.

Wat de voornamen betreft heeft de ambtenaar verklaard dat een kind op grond van het Ivoriaanse recht meerdere voornamen kan hebben. De ambtenaar stelt niet uit te kunnen sluiten dat de ouders bij de geboorteaangifte ten onrechte is voorgehouden dat slechts één voornaam aan het kind gegeven kon worden, dan wel dat verzuimd is de tweede voornaam op te nemen in de geboorteakte. De ambtenaar geeft dan ook aan geen bezwaar te hebben tegen de verzochte aanvulling van de voornaam.

Ten slotte heeft de ambtenaar aangegeven dat ook indien Liberiaans recht, als zijnde het vermoedelijke nationaliteitsrecht van de vader, van toepassing zou zijn op het naamrecht, het kind bij de erkenning de geslachtsnaam van de vader gekregen zou hebben. Op grond van Liberiaans recht hebben de ouders evenmin een keuzemogelijkheid voor de geslachtsnaam. Met betrekking tot de voornamen is er evenmin een onderscheid tussen Liberiaans en Ivoriaans recht.

3.4. De advocaat van de moeder heeft in reactie op de verklaringen van de ambtenaar verwezen naar de GBA-registratie van de moeder èn ook de vader. Volgens die registratie hebben beide ouders een onbekende nationaliteit. Aangezien de GBA-registratie en niet de registratie bij de IND leidend is, brengt dit met zich dat Nederlands recht van toepassing is op het naamrecht. Er had dan ook toepassing gegeven moeten worden aan artikel 1:5, lid 2, BW. Nu de moeder ter gelegenheid van de erkenning kenbaar heeft gemaakt dat zij wilde dat het kind haar geslachtsnaam zou krijgen, had het kind de geslachtsnaam van de moeder, [geslachtsnaam moeder], moeten krijgen. De vermelding op de akte van erkenning dat er gekozen is voor een geslachtsnaam, is eveneens onjuist.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank begrijpt het verzoek van de moeder aldus dat het een verzoek betreft als bedoeld in artikel 1:24 BW.

Ingevolge artikel 1:24, eerste lid, BW kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.

4.2. Het verzoek strekt tot verbetering van een in de registers van de burgerlijke stand voorkomende akte van geboorte die onvolledig is of een misslag bevat.

4.3. De vragen die ter beantwoording voorliggen zijn of ten onrechte de geslachtsnaam van de erkenner “[geslachtsnaam vader]” in plaats van de geslachtsnaam van de moeder “[geslachtsnaam moeder]” in de geboorteakte van het kind is opgenomen, of ten onrechte als voornaam van het kind is opgenomen “[voornaam X]” in plaats van de gewenste voornamen “[voornamen X en Y]”.

4.4. De rechtbank stelt vast dat de ambtenaar niet heeft weersproken, althans heeft aangegeven op grond van onbekendheid met de gang van zaken niet te kùnnen weerspreken, dat de ouders wellicht – ten onrechte - is voorgehouden dat het kind slechts één voornaam kon krijgen en geen bezwaar heeft tegen de verzochte aanvulling van de voornaam.

4.5. De vraag welk recht van toepassing is op de geslachtsnaamverlening dient te worden beantwoord aan de hand van boek 10 BW, in werking getreden op 1 januari 2012.

Uitgaande van de juistheid van de in de basisadministratie van de gemeente Maastricht opgenomen gegevens van het kind, gaat de rechtbank ervan uit dat de nationaliteit van de minderjarige onbekend is. De rechtbank zal daarom conform artikel 10:16 BW Nederlands recht toepassen.

4.6. Als het kind buiten huwelijk is geboren, geschiedt de naamskeuze volgens artikel 1:5, lid 2, BW bij de erkenning. Als de niet met elkaar gehuwde ouders wensen dat het kind de naam van de erkenner krijgt, dienen zij dit in persoon ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand te verklaren. Als de ouders geen keuze maken krijgt het kind de geslachtsnaam van de moeder.

4.7. Anders dan de akte vermeldt, bevestigen de ambtenaar van de burgerlijke stand en de ouders dat nimmer een dergelijke verklaring is afgelegd. De ouders geven aan dat zij daartoe niet in de gelegenheid zijn gesteld en de ambtenaar van de burgerlijke stand geeft aan, weliswaar op onterechte gronden, dat de ouders geen keuze hadden, nu het kind op basis van Ivoriaans, althans Liberiaans recht het kind automatisch de geslachtsnaam van de erkenner zou krijgen.

4.8. De rechtbank stelt vast dat, nu onweersproken is dat de ouders geen verklaring geslachtsnaamkeuze hebben gedaan en nu Nederlands recht van toepassing is op de verlening van de geslachtsnaam, de ambtenaar van de burgerlijke stand het kind de geslachtsnaam van de moeder had dienen te geven.

4.9. Er bestaat een publiek belang bij betrouwbare en consistente aktes van de burgerlijke stand.

4.10. De rechtbank constateert dat, wanneer het verzoek van de moeder ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging wordt toegewezen, dit leidt tot een inconsistentie met hetgeen in de akte van erkenning en de akte latere vermelding betreffende erkenning staat opgenomen omtrent de geslachtsnaam en dat dit tevens leidt tot onjuistheid van de vermelding dat gekozen is voor een geslachtsnaam.

4.11. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de moeder in de gelegenheid te stellen zich daarover nader uit te laten, waarna de vader en de ambtenaar van de burgerlijke stand de gelegenheid krijgen daarop te reageren. In afwachting daarvan houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

5. Beslissing

De rechtbank:

5.1. stelt de moeder in de gelegenheid zich uiterlijk binnen een maand na de datum van deze beschikking schriftelijk uit te laten als hiervoor in rechte is overwogen onder 4.10.;

5.2. stelt de vader en de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gelegenheid daar binnen uiterlijk 1 maand op te reageren;

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. Geerits, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

MK