Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY6267

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-12-2012
Datum publicatie
14-12-2012
Zaaknummer
03-704608-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedrijfsinbraken; aantreffen DNA van verdachte op de plaatsen delict op blikjes/flessen en etenswaren en afkomstig uit bloed. Veroordeling ten aanzien van de bedrijfsinbraken waarbij het DNA van verdachte is aangetroffen op drinkblikjes of flesjes die afkomstig waren uit het betreffende bedrijf en in ter plaatse aangetroffen bloed. Vrijspraak ten aanzien van de overige bedrijfsinbraken . Bij deze overige bedrijfsinbraken valt niet uit te sluiten te de dragers van het DNA-profiel door een ander op de plaats van het misdrijf zijn geplaatst, zoals door verdachte is aangevoerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/704608-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 december 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

gedetineerd in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. P.J. Schambergen, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 november 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feiten 1, 2, 4, 5, 6, 8 en 10: samen met (een) ander(en) heeft ingebroken in een bedrijf;

Feiten 3, 7 en 9: samen met (een) ander(en) heeft geprobeerd in te breken in een bedrijf;

Feiten 11, 12 en 13: heeft ingebroken in een bedrijf.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte ontkent weliswaar, maar bij alle inbraken die op de tenlastelegging staan is DNA van verdachte aangetroffen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de DNA-sporen (met uitzondering van een bloedspoor) afkomstig zijn van losse voorwerpen die door iemand anders op de plaats delict geplaatst kunnen zijn. Voor het bloedspoor heeft verdachte een plausibele verklaring geven. Daar komt bij dat er geen ander bewijs is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Feiten 1, 2, 3, 5, 7, 8, 9, 11 en 13

Ten aanzien van al deze feiten is namens de betreffende bedrijven aangifte gedaan van inbraak. Op de plaatsen delict zijn verschillende voorwerpen aangetroffen, zoals drinkflesjes- en blikjes, sigarettenpeuken en fruit, die volgens de aangevers niet afkomstig waren van de bedrijven. Van deze voorwerpen zijn DNA-monsters genomen. Na onderzoek bleken deze DNA-monsters overeen te komen met het DNA-profiel van verdachte. Verdachte ontkent de inbraken te hebben gepleegd en heeft aangevoerd dat de voorwerpen waarop zijn DNA is aangetroffen door een ander op de plaatsen delict moeten zijn neergelegd. Dat zou zomaar kunnen nu hij meerdere familieleden heeft die “een kraak” niet schuwen en de verantwoordelijkheid wel eens op hem zouden willen afschuiven.

De rechtbank overweegt dat er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring van deze feiten te komen. Het aantreffen van het DNA van verdachte op de diverse plaatsen delict doet natuurlijk wel wenkbrauwen fronsen, maar nu het DNA is aangetroffen op losse voorwerpen die niet afkomstig waren uit de betreffende bedrijven kan de rechtbank niet uitsluiten dat de dragers van het DNA door een ander dan verdachte aldaar zijn geplaatst. De enkele DNA-match kan dan niet tot een bewezenverklaring leiden. De rechtbank spreekt verdachte van deze feiten vrij.

Feit 4

Op 6 februari 2009 is namens [benadeelde partij 1] aangifte gedaan van inbraak in het bedrijfspand te Kerkrade tussen 5 en 6 februari 2009. De ruit van de garagepoort is uitgenomen. Weggenomen zijn de harde schijf van de bewakingscamera en twee autosleutels. Uit technisch onderzoek bleek dat er aan de achterzijde van het bedrijfspand twee drinkblikjes op de bestrating van de oprit lagen. Beide blikjes waren afkomstig uit de koelkast op kantoor. Op één van de blikjes wordt DNA-materiaal aangetroffen dat overeenstemt met het DNA-profiel van verdachte. Medeverdachte [naam medeverdachte] heeft verklaard dat hij de betreffende inbraak heeft gepleegd.

Verdachte ontkent dat hij deze inbraak heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat ook hier iemand anders het blikje waarop zijn DNA-sporen zijn aangetroffen op de plaats delict moet hebben neergelegd.

De rechtbank overweegt dat bij deze inbraak – in tegenstelling tot de bovenstaande inbraken - het DNA van verdachte is aangetroffen op een drinkblikje dat afkomstig was uit het bedrijf waar de inbraak is gepleegd. De drager van het DNA kan dus onmogelijk van buiten naar binnen gebracht zijn en het DNA moet daarom wel in het bedrijf op de drager zijn aangebracht. Nu er geen andere plausibele verklaring wordt gegeven voor de aanwezigheid van het DNA van verdachte op deze drager gaat de rechtbank er van uit dat verdachte ten tijde van de inbraak in het bedrijf aanwezig is geweest en ook daaraan heeft deelgenomen. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd, en wel samen met [naam medeverdachte].

Feit 6

Op 11 december 2004 is namens [benadeelde partij 2] aangifte gedaan van een inbraak in het bedrijfspand gelegen aan de [D.C.straat] te Landgraaf tussen 10 en 11 december 2004. Er is een stalen zijwand kapot geknipt om toegang te krijgen tot de vuurwerkbunker. Tevens zijn er houten deuren verbroken. Uit de ruimte is een hoeveelheid vuurwerk weggenomen. Tijdens het technisch onderzoek wordt naast de poort een bloedspoor aangetroffen. Het DNA-profiel in dit bloedspoor bleek na onderzoek overeen te stemmen met dat van verdachte.

Verdachte ontkent dat hij deze inbraak heeft gepleegd. Hij heeft verklaard dat hij vaker illegaal vuurwerk kocht bij dit bedrijf en dat hij zich toen waarschijnlijk aan een verpakking heeft verwond.

De rechtbank overweegt dat het bloed dat op de plaats delict is aangetroffen van verdachte is. Zij acht de verklaring van verdachte ongeloofwaardig, nu nergens uit blijkt dat verdachte vaker in het bedrijf kwam. Nu er geen andere plausibele verklaring wordt gegeven voor de aanwezigheid van het bloed van verdachte op deze plaats – direct nadat er een inbraak is gepleegd - gaat de rechtbank er van uit dat verdachte ten tijde van de inbraak aanwezig is geweest en deze ook heeft gepleegd. Voor medeplegen door een ander(en) is er geen bewijs in het dossier.

Feit 10

Op 15 juni 2010 is namens [benadeelde partij 3] aangifte gedaan van een inbraak in het sportcomplex aan de [L.weg] in de gemeente Horst aan de Maas, tussen 14 en 15 juni 2010. Er is ingebroken in de kantine door een raam te vernielen. De kluisdeur is opgebroken en de geldkisten met inhoud zijn verdwenen. Ook is de buitendeur van het magazijn opengebroken. Uit een tray AA-drink is een flesje weggenomen. Uit sporenonderzoek komt naar voren dat er een leeg flesje AA-drink, dat voorzien is van dezelfde code als de tray uit het magazijn, is aangetroffen op het gras van het sportcomplex. Het DNA-profiel dat is aangetroffen op dit flesje AA-drink komt overeen met dat van verdachte.

Verdachte ontkent dat hij de inbraak heeft gepleegd.

De rechtbank overweegt dat evenals bij feit 4 het betreffende flesje AA-drink afkomstig was uit het magazijn van het sportcomplex waar de inbraak is gepleegd. Nu een plausibele verklaring voor de aanwezigheid van het DNA van verdachte op het flesje ontbreekt kan het dus niet anders zijn, dan dat verdachte in dit magazijn is geweest. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze inbraak heeft gepleegd. Voor medeplegen door een ander(en) is er geen bewijs in het dossier.

Feit 12

Op 14 september 2010 is namens [benadeelde partij 4] aangifte gedaan van een inbraak in het bedrijfspand gelegen aan de [T.A.E.weg] te Roermond tussen 13 en 14 september 2010. Het hangslot van de toegangspoort van het terrein is doorgeknipt en bij de toegangsdeur is een ruit ingeslagen. Weggenomen zijn autogereedschappen en autobanden met velgen. Tijdens sporenonderzoek wordt een pak Ice Tea op de vloer aangetroffen, dat volgens de aangever uit de bedrijfskoelkast is weggenomen. Het DNA-profiel dat op het pak Ice Tea wordt aangetroffen blijkt na onderzoek overeen te stemmen met dat van verdachte. .

Verdachte ontkent dat hij de inbraak heeft gepleegd.

De rechtbank overweegt dat ook hier het betreffende pak Ice Tea afkomstig is uit het bedrijf waar de diefstal is gepleegd. Een plausibele verklaring ontbreekt wederom zodat het niet anders kan dan dat verdachte in dit bedrijf is geweest. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de inbraak heeft gepleegd.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

4.

in de periode van 5 februari 2009 tot en met 6 februari 2009 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een bedrijfspand van [benadeelde partij 1]) heeft weggenomen een harde schijf van een beveiligingscamera en autosleutels toebehorende aan [benadeelde partij 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

6.

in de periode van 10 december 2004 tot en met 11 december 2004 in de gemeente Landgraaf, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een bedrijfspand gelegen aan de [D.C.straat]) heeft weggenomen een hoeveelheid vuurwerk toebehorende aan [benadeelde partij 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;

10.

in de periode van 14 juni 2010 tot en met 15 juni 2010 in de gemeente Horst aan de Maas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in het sportcomplex gelegen aan de [L.weg]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [benadeelde partij 3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

12.

in de periode van 13 september 2010 tot en met 14 september 2010 te Roermond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in een pand gelegen aan de [T.A.E.weg]) heeft weggenomen een hoeveelheid autogereedschap en een hoeveelheid autovelgen en een hoeveelheid autobanden toebehorende aan [benadeelde partij 4], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 6:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feit 10:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 12:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft, op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt dat verdachte zich moet houden aan een meldingsplicht en moet deelnemen aan een gedragsinterventie.

5.2 Het standpunt van de verdediging

Primair heeft de raadsman tot een algehele vrijspraak geconcludeerd. Subsidiair heeft hij verzocht het advies van de reclassering te volgen en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht. Tevens heeft hij verzocht rekening te houden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft vier bedrijfsinbraken gepleegd, waardoor de verschillende bedrijven aanzienlijke schade hebben geleden.

De rechtbank houdt rekening met het omvangrijke strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Voor inbraak in een bedrijfspand wordt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 10 weken genomen als er sprake is van recidive. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen enkele aanleiding om naar beneden van het genoemde oriëntatiepunt af te wijken.

De rechtbank overweegt dat de bewezenverklaarde feiten gedateerd zijn. Zij houdt daar echter bij het bepalen van de straf geen rekening mee, omdat verdachte pas sinds maart 2012 met de bewezenverklaarde feiten in verband is gebracht, telkens door middel van een DNA-match en voor die tijd geen nadeel heeft ondervonden van een dreigende vervolging in deze.

Alles overwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf van 40 weken, met aftrek van het voorarrest, een passende straf. De rechtbank ziet geen aanleiding verdachte reclasseringstoezicht op te leggen, nu verdachte al jaren contact heeft met een maatschappelijk werker en verdachte deze hulp lijkt te prefereren boven hulp/begeleiding door de reclassering.

6 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] vordert een schadevergoeding van € 4.857,58 ter zake van feit 12.

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] vordert een schadevergoeding van € 1.910,- ter zake van feit 2.

De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, nu volgens hem niet bewezen kan worden welke goederen door verdachte zijn weggenomen. Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 6] heeft hij gevorderd deze toe te wijzen tot een bedrag van € 250,- ter zake van het eigen risico en tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De benadeelde partij dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De raadsman sluit zich aan bij hetgeen de officier van justitie naar voren heeft gebracht en merkt nog op dat ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] een aantal goederen niet als zodanig in de aangifte zijn genoemd.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] door het onder 12 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht, nu de benadeelde partij alle gestolen goederen heeft moeten vervangen. De gemachtigde heeft de vordering ter zitting toegelicht en naar voren gebracht dat bij de vordering nota’s zijn gevoegd van de vervangende goederen. Uit deze nota’s blijkt dat de benadeelde partij enkel tweedehands goederen heeft aangeschaft, zodat de genoemde bedragen geheel voor vergoeding in aanmerking komen. Dat niet alle goederen in de aangifte en tenlastelegging zijn opgenomen, staat naar het oordeel van de rechtbank niet in de weg om de vordering toch geheel toe te wijzen nu voldoende vaststaat dat deze door verdachte zijn ontvreemd. Ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor de gestolen aanhanger merkt de rechtbank nog op dat deze weliswaar niet aan de benadeelde partij zelf toebehoorde, maar nu de benadeelde partij een nieuwe (tweedehands) aanhanger heeft moeten aanschaffen om de eigenaar te compenseren dit toch rechtstreekse schade voor de benadeelde partij is. De rechtbank zal de vordering geheel toewijzen en tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 6] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering nu verdachte van dit feit (feit 2) zal worden vrijgesproken.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2, 3, 5, 7, 8, 9, 11 en 13 tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 weken;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] van

€ 4.857,58;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij [benadeelde partij 5], tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5], € 4.857,58 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 58 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5] vervalt en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 6] in haar vordering niet-ontvankelijk;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 6] in de kosten, door verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. R.A.J. van Leeuwen en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 december 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

(zaak - dossier 1)

hij in of omstreeks de periode van 17 maart 2010 tot en met 18 maart 2010 te Eys, in de gemeente Gulpen-Wittem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand van [benadeelde partij 7]) heeft weggenomen 2742,11 euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

(zaak - dossier 2)

hij in of omstreeks de periode van 31 december 2009 tot en met 4 januari 2010 in de gemeente Schinnen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand van [benadeelde partij 6] ) heeft weggenomen een of meer computer(s) en/of een of meer pinpas(sen), in elk geval enig(e) goed(eren) en/of een onbekend bedrag aan geld, in elk geval enig(e) geldbedrag(en), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

(zaak - dossier 10)

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2009 tot en met 14 oktober 2009 te Nuth ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een bedrijfspand van [benadeelde partij 8]) weg te nemen enig(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en), (geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat (bedrijfs)pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar dat (bedrijfs)pand is/zijn gegaan en/of (vervolgens) een hekwerk (rondom dit (bedrijfs)pand) en/of (een raam van) (een van) de poort(en) (van dit (bedrijfs)pand) heeft/hebben geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

(zaak - dossier 16)

hij in of omstreeks de periode van 5 februari 2009 tot en met 6 februari 2009 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand van [benadeelde partij 1]) heeft weggenomen een harde schijf van een beveiligingscamera en/of een of meer autosleutel(s), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

(zaak - dossier 18)

hij in of omstreeks de periode van 11 mei 2005 tot en met 12 mei 2005 in de gemeente Kerkrade tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand van [benadeelde partij 9]) heeft weggenomen een personenauto en/of een aanhangwagen en/of een laptop en/of een telefoon en/of een TFT-scherm en/of 400 kg metaal (brons, aluminium en/of RVS), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

(zaak - dossier 19)

hij in of omstreeks de periode van 10 december 2004 tot en met 11 december 2004 in de gemeente Landgraaf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand gelegen aan de [D.C.straat]) heeft weggenomen een hoeveelheid vuurwerk, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7.

(zaak - dossier 20)

hij op of omstreeks 20 oktober 2007 te Echt, gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een pand gelegen aan de [V.weg]) weg te nemen een hoeveelheid etenswaren, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen etenswaren onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, de achterdeur van voornoemd pand heeft geforceerd en/of (vervolgens) diverse goederen uit de in het pand opgestelde rekken en/of koelingen heeft gehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

8.

(zaak - dossier 21)

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2009 tot en met 29 oktober 2009 in de gemeente Roerdalen tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een bedrijfspand gelegen aan de [R.weg]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

9.

(zaak - dossier 22)

hij in of omstreeks de periode van 25 januari 2010 tot en met 26 januari 2010 te Echt, gemeente Echt-Susteren, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een pand gelegen aan de [H.weg]) weg te nemen 2 kluizen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en die weg te nemen kluizen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, de muur van bovengenoemd pand heeft doorbroken en/of (vervolgens) heeft getracht de kluizen open te branden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

10.

(zaak - dossier 24)

hij in of omstreeks de periode van 14 juni 2010 tot en met 15 juni 2010 in de gemeente Horst aan de Maas tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit het sportcomplex gelegen aan de [L.weg]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

11.

(zaak - dossier 25)

hij op of omstreeks 16 juni 2010 te Heythuysen, gemeente Leudal, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een sportcomplex gelegen aan de [A.laan]) heeft weggenomen 3 blikjes bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

12.

(zaak - dossier 28)

hij in of omstreeks de periode van 13 september 2010 tot en met 14 september 2010 te Roermond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een pand gelegen aan de [T.A.E.weg]) heeft weggenomen een hoeveelheid autogereedschap en/of een hoeveelheid autovelgen en/of een hoeveelheid autobanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

13.

(zaak - dossier 30)

hij in of omstreeks de periode van 02 oktober 2009 tot en met 5 oktober 2009 te Maarheeze, gemeente Cranendonck, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit pand gelegen aan de [R.]) heeft weggenomen een hoeveelheid gereedschap en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.