Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY5590

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-12-2012
Datum publicatie
11-12-2012
Zaaknummer
176356 / HA RK 12-153
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek om wraking van de wrakingskamer toegewezen. Door buiten de aanwezigheid van verzoeker te beginnen met de mondelinge behandeling van het wrakingsincident, heeft de wrakingskamer in wezen het aan verzoeker toekomende recht om te controleren of hetgeen ter zitting wordt besproken niet de merites van de hoofdzaak betreft, op voorhand illusoir gemaakt. Hierdoor heeft bij verzoeker de – objectief gerechtvaardigde – indruk kunnen ontstaan van de schijn van vooringenomenheid bij de rechters.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/87

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Zaaknummer: 176356 / HA RK 12-153

Datum uitspraak: 10 december 2012

Uitspraak van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken

op het verzoek van:

mr. A.M.T. Snijders, in zijn hoedanigheid van advocaat van [B], (hierna: verzoeker),

strekkende tot wraking van de voltallige wrakingskamer bestaande uit mr. M.F.P. van Dooren, mr. E.J.M. Boogaard-Derix en mr. F. Oelmeijer, allen rechters bij de rechtbank Roermond (hierna: de rechters).

1. Het verloop van de procedure

Op 2 november 2012 heeft [A] (hierna: [A]) mr. M.M.T. Coenegracht, rechter bij de rechtbank Roermond, en als zodanig belast met de behandeling van de zaak 106937/FA RK 11-252 tussen [A] en [B] (hierna: [B]), gewraakt.

De wrakingskamer, bestaande uit mr. Van Dooren, als voorzitter, en mrs. Boogaard-Derix en Oelmeijer, als leden, heeft het verzoek tot wraking van mr. Coenegracht ter zitting met gesloten deuren op 14 november 2012 behandeld, in tegenwoordigheid van [A] als verzoeker en mr. A.M.T. Snijders, advocaat van [B], als belanghebbende in het verzoek tot wraking, en tijdens die behandeling vervangende zijn kantoorgenoot mr. R.M.I. Cornelissen.

Tijdens die behandeling heeft mr. Snijders de voltallige wrakingskamer gewraakt.

Het verzoek tot wraking van de rechters is ter verdere behandeling en afdoening verwezen naar de rechtbank Maastricht.

De rechters hebben de wrakingskamer van de rechtbank Maastricht op 23 november 2012 bericht niet in de wraking te berusten. Daarbij hebben zij te kennen gegeven dat zij niet gehoord wensen te worden over het wrakingsverzoek maar bereid zijn nadere vragen te beantwoorden of informatie te verstrekken.

De wrakingskamer van de rechtbank Maastricht heeft het verzoek tot wraking van de rechters ter zitting met gesloten deuren op 26 november 2012 behandeld in tegenwoordigheid van mr. Snijders als verzoeker en [A] als belanghebbende in de onderliggende zaak.

De wrakingskamer heeft de uitspraak vervolgens bepaald op heden.

2. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker vindt het ongehoord dat de rechters [A] buiten zijn aanwezigheid hebben gehoord. Hij noemt het een onderonsje tussen de rechters en [A], hetgeen zijn vertrouwen in de gang van zaken heeft geschaad. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat hij, alleen al vanwege het feit dat de rechters bij (het eerste deel van) de mondelinge behandeling buiten zijn aanwezigheid met [A] hebben gesproken over het verzoek tot wraking van mr. Coenegracht, geen andere keus had dan de rechters te wraken.

3. Het standpunt van de rechters

In hun schriftelijke reactie hebben de rechters verwezen naar artikel 9.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Roermond waarin is opgenomen dat de wrakingskamer kan bepalen dat partijen niet in elkaars aanwezigheid worden gehoord. Zij zien geen reden waarom dit niet zou gelden voor het horen van mr. Snijders als advocaat van de belanghebbende. Hij is geen partij in het wrakingsincident. De wrakingskamer stelt zich op het standpunt dat de beslissing verzoeker en belanghebbende afzonderlijk te horen niet kan leiden tot de conclusie dat sprake is van een omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

4. De beoordeling

Wraking is het middel dat partijen ten dienste staat om het hen – onder meer – ingevolge artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna: EVRM) toekomende recht op behandeling van hun zaak door (een) onpartijdige rechter(s) af te dwingen. Gelet op het bepaalde in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is wraking mogelijk op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv kan in de eerste plaats sprake zijn in verband met de persoonlijke instelling en overtuiging van de rechter (partijdigheid in subjectieve zin). Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij enige vooringenomenheid koestert, althans dat de – objectief gerechtvaardigde – vrees bestaat dat de rechter niet onpartijdig is.

Daarnaast is wraking mogelijk als controleerbare feiten en omstandigheden, los van de persoonlijke instelling en het gedrag van de rechter, een partij grond geven te vrezen dat de rechter niet onpartijdig is (partijdigheid in objectieve zin). In dat verband zijn de schijn van partijdigheid en de overtuiging van verzoeker weliswaar relevant maar is doorslaggevend of de twijfel over de onpartijdigheid objectief gerechtvaardigd is.

Uit het proces verbaal van de zitting van 14 november 2012 en de door verzoeker ter zitting van 26 november 2012 op de gang van zaken gegeven toelichting, komt naar voren dat verzoeker een verzoek tot wraking van de rechters heeft ingediend omdat de rechters buiten zijn aanwezigheid zijn begonnen met de mondelinge behandeling van het verzoek van [A], en tijdens die behandeling eerst, en buiten zijn aanwezigheid, ongeveer twintig minuten met [A] hebben gesproken over het verzoek tot wraking van mr. Coenegracht. Verzoeker vindt de rechters hierdoor niet meer onbevooroordeeld, althans hebben zij, door buiten zijn aanwezigheid met de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek van [A] te beginnen, de schijn van vooringenomenheid op zich geladen.

In paragraaf 9.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Roermond is over het horen van betrokkenen opgenomen dat het aanbeveling verdient in civiele zaken de wederpartij van de verzoeker in de hoofdzaak uit te nodigen, hoewel de wet dit niet voorschrijft. Deze wederpartij is weliswaar geen partij in het wrakingsincident, maar kan er wel belang bij hebben erop toe te zien dat in het wrakingsincident niet de merites van de hoofdzaak worden besproken. Als dit – bij uitzondering – voor een juiste behandeling van het wrakingsverzoek onontkoombaar is, krijgt de wederpartij de gelegenheid zich daarover uit te spreken.

De wrakingskamer stelt vast dat de door verzoeker geschetste gang van zaken, waarin de mondelinge behandeling van het wrakingsincident is begonnen buiten zijn aanwezigheid, en waarbij de wrakingskamer eerst ongeveer twintig minuten apart met [A] heeft gesproken, steun vindt in het proces-verbaal van de op 14 november 2012 gehouden zitting achter gesloten deuren. Die gang van zaken is naar het oordeel van de wrakingskamer niet alleen buitengewoon ongelukkig, maar bovendien gelet op het door paragraaf 9.3 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Roermond gewaarborgde recht op hoor en wederhoor en het bewaken van een eerlijk proces, zoals ook neergelegd in artikel 6 van het EVRM en artikel 19 van het Rv, niet aanvaardbaar. Door die feitelijke gang van zaken toe te staan heeft de Roermondse wrakingskamer in wezen het aan verzoeker, in dit geval dus [B], toekomende recht om te controleren of hetgeen ter zitting wordt besproken niet de merites van de hoofdzaak betreft, op voorhand illusoir gemaakt. Naar het oordeel van de wrakingskamer heeft hierdoor bij verzoeker de – objectief gerechtvaardigde – indruk kunnen ontstaan van de schijn van vooringenomenheid bij de rechters. De wrakingskamer neemt hierbij in aanmerking dat uit het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 november 2012 blijkt dat ook daadwerkelijk buiten aanwezigheid van verzoeker over de inhoud van de bodemzaak is gesproken. Dat verzoeker daarna is medegedeeld “wat” [A] buiten verzoekers aanwezigheid heeft verklaard, kan daaraan dan niet meer afdoen, nu de schending van het beginsel van hoor en wederhoor op dat moment al had plaatsgevonden.

Gelet op het voorgaande dient het verzoek tot wraking van de rechters te worden toegewezen.

5. De beslissing

De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking van mr. M.F.P. van Dooren, mr. E.J.M. Boogaard-Derix en mr. F. Oelmeijer toe.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.M.M. Kleijkers, voorzitter, mr. A.M. Schutte, rechter, en mr. F.L.G. Geisel, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W.D. Janssen, griffier.

MJ