Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BY4807

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-11-2012
Datum publicatie
03-12-2012
Zaaknummer
173557 / FA RK 12-866
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 1:4 BW; Voornaamswijziging; zwaarwichtig belang; ongemak van Rooms-katholieke voornamen in het maatschappelijk verkeer aannemelijk, waarmee een zwaarwichtig belang aan de zijde van verzoeker is gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Civiel

Datum uitspraak: 14 november 2012

Zaaknummer: 173557 / FA RK 12-866

De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven op het verzoekschrift van:

[Naam verzoeker],

verzoeker,

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. J.E.A. Hendrix, kantoorhoudende te Maastricht.

1. Het verloop van de procedure

Verzoeker heeft op 31 juli 2012 een verzoekschrift ingediend tot wijziging van zijn voornamen. Bij het verzoekschrift zijn bijlagen gevoegd.

De zaak is behandeld ter zitting van 30 oktober 2012, waar verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat, zijn verzoek heeft toegelicht.

De uitspraak is hierna nader bepaald op heden.

2. De feiten

Verzoeker is geboren op [1952] te [geboorteplaats]. Blijkens de geboorteakte zijn hem de voornamen '[voornamen X]' gegeven. De geboorteakte van verzoeker is opgenomen in het register van de burgerlijke stand van de gemeente [A] in het jaar 1952 onder aktenummer [xxx]. Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

Bij het inleidende verzoekschrift heeft verzoeker de rechtbank op de door hem daartoe aangevoerde gronden verzocht hem toestemming te verlenen om zijn voornamen te wijzigen in die zin dat de vier uit de geboorteakte blijkende voornamen zullen worden vervangen door één voornaam '[voornaam Y]', zodat verzoeker voortaan [naam verzoeker] zal heten.

3. De beoordeling

3.1. Artikel 1:4, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid de voornamen van een persoon op diens verzoek te wijzigen. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

3.2. De vraag wanneer sprake is van een voldoende zwaarwichtig belang, wordt in de wet of de wetsgeschiedenis niet beantwoord. Bruikbare aanknopingspunten voor de beantwoording van die vraag biedt de jurisprudentie, met name die van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit die jurisprudentie komt het volgende beeld naar voren. Voornamen zijn een middel om personen binnen hun familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen net als geslachtsnamen onder het begrip privéleven en familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM. Het door artikel 8 EVRM beschermde belang brengt mee dat inmenging van enig openbaar gezag in beginsel niet is toegestaan. Niet iedere regulering houdt evenwel ook een inmenging in. Steeds dient te worden onderzocht of er sprake is van een 'fair balance' tussen enerzijds de belangen van het individu en anderzijds de belangen van de staat, waarbij niet uit het oog kan worden verloren dat de staat een zekere mate van beoordelingsvrijheid toekomt. Bepalend bij de vraag of een weigering het gebruik van een bepaalde voornaam toe te staan een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak/overlast ('the degree of inconvenience') die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.

3.3. Naar goed Rooms-katholiek gebruik heeft verzoeker bij de geboorte meerdere voornamen gekregen. Met de vier voornamen van verzoeker hebben zijn ouders, zo heeft verzoeker tijdens de mondelinge behandeling nader toegelicht, uitdrukking willen geven aan hun nauwe verbondenheid met de Rooms-katholieke (geloofs)gemeenschap en aan de bij zijn ouders levende wens dat hun oudste zoon priester zou worden binnen de Rooms-katholieke kerk. Die verwachting heeft verzoeker niet kunnen waarmaken. Verzoeker heeft voorts toegelicht dat hij sindsdien niet alleen de zware last van de teleurstelling van zijn ouders meedraagt maar ook de last van zijn in het Rooms-katholieke geloof wortelende voornamen. Weliswaar heeft verzoeker het in dat verband voor elkaar gekregen zich bij het Bisdom Roermond te laten uitschrijven als belijdend Rooms-katholiek maar in zijn beleving blijven de hem gegeven voornamen en het gebruik ervan in het maatschappelijk verkeer hem telkens weer herinneren aan het hem opgedrongen katholieke geloof.

3.4. De rechtbank overweegt dat verzoeker met de door hem overgelegde stukken en de door hem daarop gegeven mondelinge toelichting op overtuigende wijze naar voren heeft gebracht dat hij in het maatschappelijk verkeer veel ongemak ervaart bij het gebruik van de hem bij zijn geboorte gegeven voornamen. Uit die stukken blijkt dat de Rooms-katholieke kerk een negatieve rol heeft gespeeld in zijn leven en dat leven zelfs in dusdanige mate heeft beïnvloed dat hij zich in 2007 vanwege traumagerelateerde klachten met chronische depressies en suïcidaliteit, onder behandeling heeft moeten stellen bij de Riagg. Uit de door verzoeker overgelegde brief van de Riagg van 7 juni 2012 komt bovendien naar voren dat het honoreren van het verzoek de vier voornamen van verzoeker te vervangen een belangrijke invloed zou kunnen hebben op het verloop van de ingezette behandeling en die behandeling zelfs een stuwende impuls zou kunnen geven.

3.5. Onder de gegeven omstandigheden komt de rechtbank tot de conclusie dat verzoeker een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij de door hem verzochte wijziging van zijn voornamen.

3.6. Nu de door verzoeker gewenste voornaam '[voornaam Y]' niet ongepast is en evenmin overeenstemt met een bestaande geslachtsnaam, is het verzoek tot wijziging van de voornamen in de door verzoeker verlangde zin, voor toewijzing vatbaar. De wijziging van de voornamen geschiedt doordat op grond van artikel 1:4, vierde lid, tweede volzin van het Burgerlijk Wetboek van deze beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van verzoeker wordt toegevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:20a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

4. De beslissing

De rechtbank:

Gelast de wijziging van de voornamen van [naam verzoeker], geboren te [geboorteplaats] op [1952], in die zin dat zijn vier voornamen worden gewijzigd in één voornaam, te weten: [voornaam Y].

Bepaalt dat de griffier op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [A].

Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

JR

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.