Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX8191

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
25-09-2012
Datum publicatie
25-09-2012
Zaaknummer
03/700410-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dichtknijpen hals en over balustrade houden. Onvoldoende bewijs voor poging moord/doodslag en poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Veroordeling ten aanzien van mishandeling, bedreiging en feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700410-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 september 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. M.M.H. Zuketto, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 28 november 2011, 23 januari 2012 en 11 september 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: heeft geprobeerd – al dan niet met voorbedachten rade – [naam slachtoffer] te doden, dan wel heeft geprobeerd haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel haar heeft mishandeld;

Feit 2: [naam slachtoffer] heeft bedreigd;

Feit 3: ontucht heeft gepleegd met [naam slachtoffer].

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2 en 3 primair tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft zij aangevoerd dat het opzet op de dood besloten ligt in de aard van de verschillende gedragingen, het gegeven dat verdachte – nadat het slachtoffer is weggerend – zijn pogingen niet staakt maar haar juist achterna rent om haar opnieuw aan te vallen en bij de keel te pakken en de vaststelling dat verdachte het slachtoffer tijdens deze gedragingen ook letterlijk meermalen met de dood heeft bedreigd. De officier van justitie wijst daarbij op de aangifte, de verklaring van [zusje van slachtoffer], de verklaring van verdachte en het geconstateerde letsel. Zij is tevens van oordeel dat niet gesproken kan worden van vrijwillige terugtred. Ook is aantoonbaar geen sprake van bezinning bij verdachte. Het enkel melden van een innerlijke drang om op te houden is, zonder enige materiële ondersteuning, onvoldoende.

Ten aanzien van de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft de officier van justitie verwezen naar de aangifte, de verklaring van verdachte en de verklaring van [zusje van slachtoffer].

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak ten aanzien van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder 1 meest subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft hij aangevoerd dat verdachte vanuit een opwelling heeft gehandeld, waardoor er geen sprake is van voorbedachten rade. Verder blijkt niet dat het handelen van verdachte een aanmerkelijke kans op de dood of zwaar lichamelijk letsel heeft opgeleverd. Daarbij komt dat er sprake is van vrijwillige terugtred, nu verdachte tot inkeer is gekomen, het slachtoffer neer heeft gezet en weg is gerend.

Ten aanzien van het onder 3 primair tenlastegelegde heeft de raadsman vrijspraak bepleit, omdat niet gesproken kan worden van dwang waardoor aangeefster is gedwongen om iets te dulden. Ten aanzien van de subsidiaire variant heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Op 18 augustus 2011 heeft [naam slachtoffer] aangifte gedaan van poging moord/doodslag en bedreiging door verdachte in haar woning te Berg en Terblijt in de gemeente Valkenburg aan de Geul. Zij heeft onder meer verklaard dat verdachte, zoals zo vaak, op haar en haar zusje kwam passen. Op een gegeven moment, haar zusje lag toen al in bed, zat zij achter de computer. Plotseling voelde ze dat verdachte haar van achteren bij haar borsten beetgreep. Wat er direct daarna is gebeurd weet aangeefster niet meer. Zij weet nog wel dat ze heel hard heeft gegild, dat verdachte haar op een gegeven moment bij de keel vast had, dat zij wist los te komen en naar boven vluchtte. Verdachte volgde haar naar boven, pakte haar daar weer met zijn handen bij de keel vast, duwde die dicht en zei “ je moet dood, je moet dood”. Aangeefster wist weer los te komen en liep de overloop op richting de trap. Verdachte kwam haar achterna. Hij riep weer “je moet dood, je moet dood, van de trap af, van de trap af”. Verdachte pakte haar bij haar middel vast en tilde haar op zodat ze met haar bovenlichaam over de balustrade van de trap heen hing, met haar voeten van de grond en met haar hoofd naar beneden. Op een gegeven moment stond ze weer met haar voeten op de grond. Aangeefster heeft hierover verklaard dat verdachte haar teruggezet moet hebben. Het was, aldus aangeefster, net alsof verdachte toen weer wat normaler werd, alsof hij dacht wat doe ik. Door een forensisch geneeskundige worden huidkrassen, huidafschavingen en huidkneuzingen bij het slachtoffer geconstateerd onder meer aan de rechterzijde van de keelbasis en aan de rechterzijde van de buik. Verdachte heeft bekend dat hij de borsten van het slachtoffer heeft betast. Verdachte heeft verklaard dat hij in enorm paniek was geraakt door de reactie van aangeefster op het vastpakken van haar borsten en dat hij haar met kracht met een arm bij de keel heeft vastgepakt en over de balustrade heen heeft gehangen als dreigement met als bedoeling aangeefster tot bedaren te brengen. Verdachte heeft verklaard dat hij niet van plan was haar eraf te duwen. Tevens heeft verdachte verklaard dat hij tegen het slachtoffer gezegd heeft: “doe rustig, als je nu niet ophoudt doe ik je wat aan”. Ook dat was enkel bedoeld als dreigement. Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster telkens los liet in de hoop dat zij rustig zou worden. Verdachte heeft verklaard dat er bij de balustrade opeens iets in hem knapte, hij keek naar beneden en dacht, wat heb ik in godsnaam gedaan. Verdachte heeft aangeefster toen weer op haar voeten neergezet en is er vandoor gegaan.

Het zusje van het slachtoffer, [zusje van slachtoffer], heeft verklaard dat verdachte de hele tijd tegen het slachtoffer zei: “Je moet dood, je moet dood”.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen van een poging tot moord. Zij zal verdachte dan ook van het onder 1 primair tenlastegelegde vrijspreken.

Vervolgens is de vraag aan de orde of verdachte opzet heeft gehad op de dood van [naam slachtoffer] dan wel op zware mishandeling. Uit de verklaringen van aangeefster en verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte aangeefster met een arm dan wel met zijn handen om de keel heeft vastgepakt en omklemd. Hoewel de kans op dodelijk of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge van dat vastpakken en omklemmen van de keel aanwezig is, acht de recht¬bank die kans in dit geval niet aanmerkelijk, omdat het omklemmen van de keel kennelijk niet heel lang heeft geduurd en dit evenmin met veel kracht is gebeurd. Vast staat immers dat [naam slachtoffer] telkens is losgekomen en wist weg te rennen en dat het letsel dat bij [naam slachtoffer] is vastgesteld er niet op wijst dat verdachte bij het vastpakken en omklemmen van de keel veel kracht heeft gebruikt. Dat verdachte daarbij heeft gezegd dat [naam slachtoffer] dood moest doet daar niet aan af. Verdachte heeft immers ook gezegd dat hij haar niet echt wilde wurgen, maar dat hij haar enkel tot bedaren wilde brengen en dat hij haar telkens los heeft gelaten.

Ook ten aanzien van het over de balustrade duwen en houden van [naam slachtoffer] heeft verdachte verklaard dat dit bedoeld was als dreigement. Verdachte heeft verklaard dat hij niet van plan was haar eraf te gooien. Zowel verdachte als aangeefster hebben verklaard dat verdachte haar met haar voeten van de grond en met haar hoofd naar beneden heeft vastgehouden en dat het verdachte is geweest die aangeefster weer terug op haar voeten heeft geplaatst. Aangeefster heeft in dit verband nog verklaard dat zij zeker naar beneden gevallen zou zijn als verdachte haar had losgelaten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachtes opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, niet was gericht op de dood dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden voor het subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. De rechtbank zal verdachte ook daarvan vrijspreken. Dat de gang van zaken voor het slachtoffer wel degelijk heeft aangevoeld als een poging moord/doodslag dan wel een poging zware mishandeling kan de rechtbank zich echter goed voorstellen.

Op grond van de aangifte, de verklaring van verdachte en de medische informatie zoals die hierboven zijn genoemd acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam slachtoffer] heeft mishandeld, door haar met een arm of zijn handen bij de keel te grijpen en over een balustrade te duwen en daar te houden, waardoor [naam slachtoffer] pijn heeft gehad en letsel heeft opgelopen.

Daarnaast acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte de woorden: “als je nu niet ophoudt doe ik je wat aan” heeft gebruikt terwijl hij het slachtoffer om de keel vast had dan wel het slachtoffer over de balustrade hing. Tot slot acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij onverhoeds haar borsten heeft betast. De rechtbank overweegt daarbij dat nu het slachtoffer geen enkele keuze had zich te onttrekken aan dit onverhoeds handelen van verdachte sprake is van dwang tot dulden als ten laste gelegd.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1. meest subsidiair

op 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), met kracht met zijn, verdachtes, arm en/of handen bij de keel en/of de nek en/of de hals heeft gegrepen en/of gepakt en/of die [naam slachtoffer] met kracht tegen en deels over een (houten) balustrade heeft geduwd en gehouden waardoor deze [naam slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

op 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:"je moet dood" en/of "je moet van de trap af" en/of "Doe rustig, als je nu niet ophoudt doe ik je wat aan";

3. primair

op 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, door een feitelijkheid [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, bestaande uit het betasten en vastpakken van de borsten van die [naam slachtoffer] en bestaande die feitelijkheid uit het van achteren naderen van die [naam slachtoffer] en vervolgens het onverhoeds betasten en vastpakken van de borsten van die [naam slachtoffer].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1 meest subsidiair:

mishandeling;

feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling;

feit 3 primair:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 730 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 626 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, een behandelverplichting in een gespecialiseerde instelling, begeleid wonen en een algeheel contactverbod met het slachtoffer en haar familie. Daarnaast vordert zij op te leggen een werkstraf van 240 uren, bij niet verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met het blanco strafblad van verdachte, met de conclusie van de deskundigen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is, met het reclasseringsadvies, het feit dat verdachte letsel heeft opgelopen ten gevolge van zijn zelfmoordpoging en het feit dat verdachte reeds op eigen initiatief is gestart met een behandeling.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mishandeling, bedreiging en het onzedelijk betasten van het 14-jarige slachtoffer. Verdachte was de vaste oppas van het slachtoffer en haar zusje, waardoor er sprake was een vertrouwensband. Dit vertrouwen heeft verdachte op een voor aangeefster (en haar familie) schokkende wijze geschonden. De feiten hebben plaatsgevonden in de avonduren en in de woning van het slachtoffer en zijn voor het slachtoffer en haar 7-jarige zusje zeer beangstigend geweest, in het bijzonder omdat verdachte achter het slachtoffer aan bleef gaan, haar bij de keel vastpakte, daarbij doodsbedreigingen uitte en haar over de balustrade tilde. Verdachte heeft door zijn handelen geen enkel respect voor de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer getoond. Dit soort misdrijven roept niet alleen bij het slachtoffer, maar ook in de samenleving gevoelens van afschuw, angst en onveiligheid op. Het voorgaande rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

In het rapport d.d. 24 november 2011, opgemaakt naar aanleiding van een psychologisch onderzoek betreffende verdachte, uitgevoerd door gezondheidszorgpsycholoog drs. T. ‘t Hoen, en het rapport d.d. 22 november 2011, opgemaakt naar aanleiding van een psychiatrisch onderzoek betreffende verdachte, uitgevoerd door psychiater drs. W.G.E. Kuyck, is geconcludeerd dat verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen, gelet op de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. De rechtbank neemt deze conclusies van de deskundigen over en zal daar bij de strafoplegging rekening mee houden. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met hetgeen door de reclassering is gerapporteerd en geadviseerd.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met zijn blanco strafblad, maar ook met het feit dat verdachte inmiddels op eigen initiatief stappen heeft gezet om te komen tot een behandeling en begeleid is gaan wonen.

Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 120 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 18 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde van toezicht door de reclassering een passende straf.

Met deze straf wordt naar het oordeel van de rechtbank recht gedaan aan de ernst van de gepleegde feiten en de mate waarin verdachte daarbij grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Met een voorwaardelijk element in de straf wil de rechtbank uitdrukking geven aan het grote belang dat zij – om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal

plegen – hecht aan een goede behandeling en begeleiding door de reclassering.

6 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.000,- ter zake van de tenlastegelegde feiten.

De officier van justitie vordert deze vordering geheel toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en tevens de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vast staat dat [naam slachtoffer] immateriële schade heeft geleden als gevolg van de door verdachte gepleegde feiten. Verdachte heeft haar immers mishandeld, bedreigd en onzedelijk betast. Het slachtoffer heeft de bewuste avond zeer angstige momenten meegemaakt. De rechtbank zal de vordering dan ook geheel toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2011 tot aan de dag van volledige voldoening. Zij zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 246, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, 1 subsidiair en 1 meer subsidiair tenlastegelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit of het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt of omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zich moet houden aan een meldingsgebod en zich onder behandeling moet stellen van Mondriaan of een soortgelijke instelling;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam slachtoffer] van € 2.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam slachtoffer], € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 17 augustus 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 30 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. F.A.G.M. Vluggen en

mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Mahovic, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 september 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met kracht met zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) die [naam slachtoffer] bij de keel en/of de nek en/of de hals heeft gegrepen en/of gepakt en/of meermalen, althans eenmaal, de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] met kracht heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht, zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) om de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] ter hoogte van haar keel en/of haar nek en/of haar hals in een wurggreep/houdgreep heeft genomen en/of gehouden en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] (bij haar middel) heeft beetgepakt en/of opgetild en/of (vervolgens) die [naam slachtoffer] ((deels) met haar, [naam slachtoffer]', bovenlichaam) over de balustrade van een trap/overloop heeft geduwd en/of die [naam slachtoffer] (vervolgens) met haar hoofd omlaag boven het trappengat heeft gehangen/gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [naam slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met kracht met zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) die [naam slachtoffer] bij de keel en/of de nek en/of de hals heeft gegrepen en/of gepakt en/of meermalen, althans eenmaal, de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] met kracht heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of meermalen althans eenmaal, met kracht, zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) om de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] ter hoogte van haar keel en/of haar nek en/of haar hals in een wurggreep/houdgreep heeft genomen en/of gehouden en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] (bij haar middel) heeft beetgepakt en/of opgetild en/of (vervolgens) die [naam slachtoffer] ((deels) met haar, [naam slachtoffer]', bovenlichaam) over de balustrade van een trap/overloop heeft geduwd en/of die [naam slachtoffer] (vervolgens) met haar hoofd omlaag boven het trappengat heeft gehangen/gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [naam slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met kracht met zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) die [naam slachtoffer] bij de keel en/of de nek en/of de hals heeft gegrepen en/of gepakt en/of meermalen, althans eenmaal, de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] met kracht heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht, zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) om de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] ter hoogte van haar keel en/of nek en/of hals in een wurggreep/houdgreep heeft genomen en/of gehouden en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal, die [naam slachtoffer] (bij haar middel) heeft beetgepakt en/of opgetild en/of (vervolgens) die [naam slachtoffer] ((deels) met haar, [naam slachtoffer]', bovenlichaam) over de balustrade van een trap/overloop heeft geduwd en/of die [naam slachtoffer] (vervolgens) met haar hoofd omlaag boven het trappengat heeft gehangen/gehouden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [naam slachtoffer]), meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) bij de keel en/of de nek en/of de hals heeft gegrepen en/of gepakt en/of meermalen, althans eenmaal, de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] met kracht heeft dichtgedrukt en/of dichtgedrukt gehouden en/of meermalen, althans eenmaal, (met kracht) ,zijn, verdachtes, arm(en) en/of hand(en) om de keel en/of de nek en/of de hals van die [naam slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of die [naam slachtoffer] ter hoogte van haar keel en/of haar nek en/of haar hals in een wurggreep/houdgreep heeft genomen en/of gehouden en/of (met kracht) zijn, verdachtes, hand(en) op en/of over de mond van die [naam slachtoffer] heeft gelegd en/of gehouden en/of die [naam slachtoffer] (met kracht) tegen en/of (deels) over een (houten) balustrade/traphek/trapreling heeft geduwd en/of gehouden en/of die [naam slachtoffer] (met kracht) tegen de voeten/enkels/onderbenen heeft getrapt en/of geschopt waardoor deze [naam slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, [naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk meermalen, althans eenmaal, voornoemde [naam slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd:"je moet dood" en/of "je moet van de trap af" en/of "Doe rustig, als je nu niet ophoudt doe ik je wat aan", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten en/of vastpakken van de borst(en) van die [naam slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het van achteren naderen van die [naam slachtoffer] en/of (vervolgens) het onverhoeds betasten en/of vastpakken van de borst(en) van die [naam slachtoffer];

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

hij op of omstreeks 17 augustus 2011 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul, met [naam slachtoffer], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het onverhoeds betasten en/of vastpakken van de borst(en) van die [naam slachtoffer].