Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7553

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-09-2012
Datum publicatie
17-09-2012
Zaaknummer
490085 \ CV EXPL 12-3661
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding, doorbetaling van loon bij ziekte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2012-0841
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknummer 490085 \ CV EXPL 12-3661

Vonnis in kort geding van 6 september 2012

in de zaak

[EISERES],

wonend te [adresgegevens eiseres],

eisende partij,

verder te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. P.M.H. Cruts, advocaat te Simpelveld,

(aanvraag toevoeging d.d. 14 augustus 2012)

tegen

de besloten vennootschap MANJEFIEK B.V.,

gevestigd te 6228 XZ Maastricht, Rijksweg 80,

gedaagde partij,

verder te noemen: Manjefiek,

in rechte vertegenwoordigd door haar directeur [naam directeur].

1. Het verloop van de procedure

1.1. Tot het procesdossier behoort naast de beschikking dagbepaling d.d. 23 augustus 2012 een exploot van dagvaarding d.d. 24 augustus 2012, met acht (deels meervoudige) meebetekende producties.

1.2. De zaak is mondeling behandeld op donderdag 30 augustus 2012 in aanwezigheid van [eiseres], bijgestaan door haar raadsman mr. P. Cruts en Manjefiek, verschenen bij haar directeur [naam directeur].

1.3. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting schriftelijk aantekening gehouden.

1.4. Daarna is vonnis bepaald waarvan de uitspraak op vandaag gesteld is.

2. Het geschil

2.1. [eiseres] vordert bij wege van onmiddellijke voorziening bij voorraad veroordeling van Manjefiek om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de vakantietoeslag van 24 februari tot en met 31 mei 2012 te betalen evenals het loon over de maanden mei, juni en juli 2012.

2.2. Verder vordert [eiseres] veroordeling van Manjefiek tot betaling van de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW, de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen welke opeisbaar zijn vanaf de datum van verzuim en loondoorbetaling en overige emolumenten tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, dit laatste op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat Manjefiek niet (of niet geheel) aan deze verplichting voldoet.

2.3. Ook vordert [eiseres] veroordeling van Manjefiek om aan haar, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, de loonstroken van de hiervoor genoemde betalingen te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat Manjefiek niet (of niet geheel) voldoet aan deze verplichting.

2.4. Ten slotte vordert [eiseres] veroordeling van Manjefiek tot betaling van de kosten van het geding.

2.5. Op de stellingen van [eiseres] ter onderbouwing van haar vordering en op het verweer van Manjefiek zal hieronder, voor zover relevant, nader worden ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. [eiseres] heeft gesteld een spoedeisend belang bij haar onderhavige vorderingen te hebben welke spoedeisendheid door Manjefiek niet is bestreden, zodat de kantonrechter van het bestaan daarvan uitgaat.

3.2. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [eiseres] met ingang van 24 februari 2012 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 24 augustus 2014) in dienst is getreden bij Manjefiek tegen een brutoloon van € 1.818,23 per maand. De arbeidsovereenkomst is gesloten onder toepassing van de CAO voor het horecabedrijf.

3.3. [eiseres] stelt dat zij tot en met 17 mei 2012 gewerkt heeft en zich op 18 mei 2012 ziek heeft gemeld (in overspannen toestand) bij de directie van Manjefiek in de persoon van de heer [naam directeur], directeur. Door de bedrijfsarts en de verzekeringsarts van het UWV in het kader van een “deskundigenoordeel” is zij volledig arbeidsongeschikt geacht. Zij is niet in staat om haar werkzaamheden te hervatten, mede als gevolg van spanningen op het werk.

Verder stelt [eiseres] dat zij het loon over de maanden mei, juni en juli 2012 en inmiddels ook het loon over de maand augustus 2012 nog niet heeft ontvangen. Het haar toekomend vakantiegeld over de periode 24 februari 2012 tot en met 31 mei 2012 heeft zij evenmin ontvangen, aldus [eiseres].

3.4. Ter terechtzitting heeft Manjefiek niet bestreden dat zij de loonbetalingen aan [eiseres] met ingang van mei 2012 heeft gestaakt en dat zij het vakantiegeld over voornoemde periode nog niet betaald heeft. Manjefiek stelt daartoe dat zij haar loonbetalingsverplichting opgeschort heeft omdat [eiseres] geen gehoor geeft aan haar oproep om eens met elkaar te gaan praten en zij daardoor haar re-integratieverplichtingen niet nakomt.

3.5. Als de werknemer die arbeidsongeschikt is zich niet houdt aan zijn verplichtingen, kan dat leiden tot het verval van zijn recht op doorbetaling van loon (artikel 7:629 lid 3 onder d en e BW) of tot opschorting van de loonbetaling (artikel 7:629 lid 6 BW). Uitsluiting van loon of opschorting van loon zijn pas mogelijk nadat de werknemer gewaarschuwd is dat een dergelijke maatregel wordt overwogen. Artikel 7:629 lid 7 BW schrijft voor dat deze waarschuwing moet plaatsvinden onverwijld nadat bij de werkgever het vermoeden is gerezen van het bestaan van de grond tot uitsluiting of opschorting van loon. De ratio daarvan is dat de werknemer zo snel mogelijk duidelijkheid heeft over zijn recht op loon, zodat hij tijdig maatregelen kan treffen. Voldoet de werkgever niet aan die voorwaarden dan kan hij geen beroep meer doen op enige grond het loon geheel of gedeeltelijk niet te betalen of de betaling daarvan op te schorten.

3.6. Niet gesteld of gebleken is dat Manjefiek [eiseres] onverwijld ervan in kennis gesteld heeft dat zij de betaling van het loon zal opschorten en waarom. Reeds op deze grond dient het beroep van Manjefiek op opschorting van de loonbetalingsverplichting te worden verworpen. Het verweer van Manjefiek dat [eiseres] niet meegewerkt heeft aan haar re-integratieverplichtingen, kan dan ook verder onbesproken blijven.

3.7. De vorderingen van [eiseres] dienen, nu deze verder niet betwist zijn, derhalve te worden toegewezen met inachtneming van het volgende.

De gevorderde dwangsom voor de loondoorbetalingsverplichting wordt op grond van het bepaalde in artikel 611a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering afgewezen.

De gevorderde verbeurte van dwangsommen voor de Manjefiek te verstrekken loonstroken zal worden gemaximeerd tot een bedrag van € 1.500,00.

3.8. Als de nagenoeg geheel in het ongelijk gestelde partij, wordt Manjefiek bovendien veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding.

4. De beslissing

Veroordeelt Manjefiek om aan [eiseres]:

1. binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, de vakantietoeslag van 24 februari tot en met 31 mei 2012 te betalen evenals het loon over de maanden mei, juni en juli 2012;

2. te betalen de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW over de onder 1 toegewezen bedragen tot het maximale percentage van 50;

3. te betalen de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf de datum van verzuim tot de dag van algehele voldoening;

4. te betalen het overeengekomen loon vanaf 1 augustus 2012 en de overige emolumenten vanaf 1 juni 2012 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;

5. binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, de loonstroken van de hiervoor genoemde betalingen te verstrekken, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag of dagdeel dat Manjefiek niet (of niet geheel) voldoet aan deze verplichting, zulks tot een maximum van € 1.500,00.

6. te betalen de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres] tot heden in totaal begroot op € 563,64, waarvan te betalen:

aan de griffier: - 75% van de explootkosten zijnde een bedrag van € 67,98;

aan eiser: - het resterende bedrag van € 495,66, bestaande uit:

- 25% van de explootkosten zijnde een bedrag van € 22,66;

- het door [eiseres] betaalde griffierecht, zijnde een bedrag van € 73,00;

- het salaris van de gemachtigde van [eiseres], zijnde een bedrag van

€ 400,00.

De aan de griffier te betalen kosten moeten worden voldaan door overmaking van het bedrag op rekeningnummer 56.99.90.645 ten name van M.v.J. Arrondissement Maastricht onder vermelding van “proceskostenveroordeling” en het “zaak- en rolnummer”.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.

HP