Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX7432

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
03/005866-99
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heft op de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en gelast de hervatting van de verpleging van overheidswege.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/005866-99 (vordering hervatting verpleging)

Repertoriumnummer: 501/12

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 14 september 2012

op de vordering strekkende tot het geven van een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege ex artikel 509j, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van de terbeschikkinggestelde

[naam terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboortegegevens terbeschikkinggestelde],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid, de Geerhorst te Sittard,

hierna te noemen: [naam terbeschikkinggestelde].

Raadsman is mr. R. Lonterman, advocaat te Amsterdam.

1. De stukken

De rechtbank heeft gezien:

- de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Maastricht d.d. 7 augustus 2012, ingekomen ter griffie op 8 augustus 2012, strekkende tot hervatting van de verpleging van [naam terbeschikkinggestelde];

- de beschikking ex artikel 509i van het Wetboek van Strafvordering van de rechter-commissaris d.d. 3 augustus 2012, waarbij de rechter-commissaris de voorlopige hervatting van de verpleging van overheidswege van [naam terbeschikkinggestelde] heeft bevolen;

- het proces-verbaal van verhoor ex artikel 509i lid 4 van het Wetboek van Strafvordering van [naam terbeschikkinggestelde] d.d. 3 augustus 2012;

- het reclasseringsadvies hervatting dwangverpleging d.d. 1 augustus 2012 met betrekking tot [naam terbeschikkinggestelde];

- het proces-verbaal van politie regio Rotterdam-Rijnmond d.d. 1 augustus 2012 met registratienummer PL1700 2012425695, inclusief bijlagen;

- de beslissing van de rechtbank Maastricht d.d. 3 juli 2012 in de zaak met parketnummer 03/005866-99, waarbij de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege werd bevolen en een aantal voorwaarden werd gesteld waaraan [naam terbeschikkinggestelde] zich in dat kader diende te houden.

2. De procesgang

De vordering is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 augustus 2012, waarbij de officier van justitie, [naam terbeschikkinggestelde] en diens raadsman zijn gehoord.

Voorts is in raadkamer gehoord de getuige L. Stockmann, reclasseringswerker.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft in raadkamer aangevoerd dat [naam terbeschikkinggestelde] op drie fronten de voorwaarden heeft overtreden en daarmee heeft laten zien dat hij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging nog niet aankan. De officier van justitie heeft dan ook gepersisteerd bij de toewijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

4. Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman

De raadsman heeft aangevoerd dat een hervatting van de verpleging erop neerkomt dat het weer jaren zal duren voordat [naam terbeschikkinggestelde] de kans krijgt om opnieuw in aanmerking te komen voor een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Immers, vanwege het standpunt van de kliniek zal er een herselectie moeten plaatsvinden, die maanden zal duren. Vervolgens zal de kennismakingsperiode in de nieuwe kliniek aanbreken en zal worden gekeken naar mogelijke behandelingen.

De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de zaak, opdat de rechtbank zich kan laten voorlichten over de vraag hoe [naam terbeschikkinggestelde] op verantwoorde wijze kan worden geresocialiseerd in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

5. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de vordering, nu zij in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf terzake waarvan de terbeschikkingstelling is gelast.

Het onderzoek heeft plaatsgehad binnen één maand na het indienen van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

De officier van justitie is ontvankelijk in zijn vordering.

Bij beslissing van deze rechtbank d.d. 3 juli 2012 werd de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bevolen. Deze beslissing werd op 18 juli 2012 onherroepelijk. In totaal werden bij deze beslissing acht voorwaarden gesteld, waaraan [naam terbeschikkinggestelde] zich behoorde te houden.

Op 17 juli 2012 werd het reclasseringstoezicht in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging formeel gestart. Een dag later was er het eerste meldplichtcontact.

In het reclasseringsadvies hervatting dwangverpleging d.d. 1 augustus 2012 heeft de reclassering onder meer gesteld dat [naam terbeschikkinggestelde] drie van de voorwaarden heeft overtreden. In de eerste plaats zou hij strafbare feiten, te weten een mishandeling en een bedreiging van zijn partner, hebben gepleegd. In de tweede plaats zou hij alcohol hebben genuttigd. In de derde plaats zou hij zich niet begeleidbaar hebben opgesteld en geen openheid van zaken hebben gegeven over zijn emoties en alle levensgebieden, waaronder de relaties die hij aangaat. Ten aanzien van dit laatste punt geeft de reclassering aan dat [naam terbeschikkinggestelde] op 18 juli 2012 heeft verteld dat er geen daadwerkelijke relatieproblemen zouden zijn tussen hem en zijn partner, terwijl op 31 juli 2012 is gebleken dat de relatie een week daarvoor verbroken is en dat [naam terbeschikkinggestelde] al enkele dagen bij een andere vrouw zou verblijven. Pas na zijn aanhouding door de politie heeft [naam terbeschikkinggestelde] erkend dat het de laatste tijd niet goed ging met hem.

In haar advies concludeert de reclassering:

‘Uit bovenstaande ontwikkelingen en overtredingen is gebleken dat de heer [naam terbeschikkinggestelde] zich direct na de ingangsdatum van de voorwaardelijke beëindiging al niet hield aan de bijzondere voorwaarden. Het blijkt zelfs dat hij al tijdens het transmuraal verlof alcohol heeft genuttigd en zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit (mishandeling van zijn partner).

Zijn (oplossings)vaardigheden zijn onvoldoende gebleken om in het huidige kader zijn draagkracht en -last in balans te houden waardoor anderen (in dit geval specifiek zijn echtgenote) risico op letsel lopen.

Doordat betrokkene geen openheid van zaken heeft gegeven over de situatie en zijn spanningen, heeft hij tijdig ingrijpen door de professionals om hem heen belemmerd.’ (pagina 4)

De reclassering heeft dan ook geadviseerd om de dwangverpleging te hervatten, nu zij het niet verantwoord en haalbaar acht om [naam terbeschikkinggestelde] verder te begeleiden in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.

Gelet op het reclasseringsadvies, alsmede gelet op voornoemd proces-verbaal van de politie regio Rotterdam-Rijnmond, is de rechtbank van oordeel dat [naam terbeschikkinggestelde] binnen één maand tijd drie van de acht van de aan hem bij beslissing d.d. 3 juli 2012 gestelde voorwaarden heeft overtreden. Hierbij houdt de rechtbank niet eens rekening met de door [naam terbeschikkinggestelde] erkende mishandeling van diens partner, nu dit veronderstelde feit is gepleegd op 24 juni 2012, en dus nog vóór de beslissing van de rechtbank van 3 juli 2012.

Het enkele niet naleven van een gestelde voorwaarde kan tot hervatting van de verpleging van overheidswege leiden. Overtreding van een gestelde voorwaarde zal echter niet in alle gevallen direct tot de verstrekkende sanctie van hervatting van de verpleging van overheidswege leiden. Bezien moet worden welk gevolg in deze zaak aan de overtreding van de voorwaarden dient te worden verbonden. Enerzijds mogen er door het achterwege laten van de hervatting van de verpleging van overheidswege geen onaanvaardbare veiligheidsrisico’s genomen worden, anderzijds moet waar mogelijk en verantwoord gekozen worden voor een minder ingrijpende reactie dan een last tot hervatting van de dwangverpleging.

Gebleken is dat het traject van voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging nooit daadwerkelijk op gang is gekomen, nu [naam terbeschikkinggestelde] binnen een maand na de betreffende beslissing van de rechtbank drie voorwaarden heeft overtreden. Hieruit leidt de rechtbank af dat [naam terbeschikkinggestelde] niet werkelijk gemotiveerd is om zich aan de voorwaarden te houden. In dit verband is tekenend de verklaring van [naam terbeschikkinggestelde], zoals afgelegd tegenover de rechter-commissaris, luidende: ‘Nadat ik uit de TBS kwam heb ik dat gevierd door met mijn vrienden een paar biertjes te drinken. Ik wist dat dit niet mocht.’ Met andere woorden, een van de eerste dingen die hij doet na de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging, is het welbewust overtreden van een van de voorwaarden.

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat door het niet geven van de last tot hervatting van de dwangverpleging een onaanvaardbaar veiligheidsrisico wordt genomen. Een minder ingrijpende reactie dan deze last acht de rechtbank dan ook geen verantwoorde keuze.

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie toewijzen en zal gelasten dat de verpleging van overheidswege wordt hervat.

6. De beslissing

De rechtbank

- heft op de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;

- gelast de hervatting van de verpleging van overheidswege.

Aldus gegeven door mr. J.S. Holthuis, voorzitter, mr. R.C.A.M. Philippart en mr. P.H.M. Kuster, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Goevaerts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 september 2012.

Buiten staat

Mr. R.C.A.M. Philippart is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.