Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX6267

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
31-08-2012
Datum publicatie
31-08-2012
Zaaknummer
0399575211
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Valsheid in geschrift en het opzettelijk nalaten om gegevens te verstrekken die van belang zijn voor de vaststelling van het recht op een Abw-uitkering en WAO-uitkering, meermalen gepleegd. Verdachte heeft op zeer geraffineerde en complexe wijze driemaal valsheid in geschrift gepleegd, ten gevolge waarvan zij ten onrechte een verblijfsdocument, een WAO-uitkering en een bijstandsuitkering op naam van haar zuster heeft verkregen. Verdachte ontving intussen, op eigen naam, ook een bijstandsuitkering. Gedurende negen jaar heeft verdachte verzuimd om aan de gemeente en het CWI door te geven dat zij inkomsten verwierf uit een WAO-uitkering en bijstandsuitkering op naam van haar zuster. Verdachte heeft ten gevolge van haar handelen een voordeel genoten van bijna 200.000 euro. De rechtbank heeft verdachte - onder verwijzing naar de nieuwe oriëntatiepunten voor fraude - veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van de duur van het voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/995752-11

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 31 augustus 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. J.P.H.J. Hermans, advocaat te Geleen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 augustus 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met anderen een beschikking op de aanvraag tot afgifte van een document ‘duurzaam verblijf burgers van de Unie’ heeft doen vervalsen.

Feit 2: al dan niet samen met anderen een aanvraag WAO-uitkering heeft vervalst.

Feit 3: al dan niet samen met anderen een aanvraag en inlichtingen Abw-Ioaw heeft vervalst.

Feit 4: al dan niet samen met anderen heeft nagelaten aan het CWI en de gemeente Sittard-Geleen te melden dat zij een Abw- en WAO-uitkering ontving op naam van [zus 1 verdachte], terwijl dit van belang was voor het vaststellen van haar recht op een bijstandsuitkering.

Tengevolge van een kennelijke verschrijving is in de tenlastelegging onder feit 4 vermeld ‘AOW uitkering’ in plaats van ‘WAO uitkering’. De rechtbank herstelt deze verschrijving. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. De officier wijst in de eerste plaats naar de bekennende verklaring van verdachte ter zake van alle feiten. Ter zake van feit 1 verwijst de officier van justitie nog naar de aangifte door de IND en de beschikking waarbij de aanvraag verblijfsdocument op naam van [zus 1 verdachte] is ingewilligd. Uit de aanvraag door verdachte op 2 april 2001 blijkt dat zij bij de legitimatie gebruik heeft gemaakt van het Franse paspoort en een pasfoto van haar zus [zus 1 verdachte].

Ter zake van feit 2 verwijst de officier van justitie naar de aanvraag van de WAO-uitkering en de toekenning daarvan op 18 februari 2003. Ter zake van feit 3 verwijst de officier van justitie naar het formulier ‘Aanvraag inlichtingen Abw/Ioaw’ en de toekenning van de uitkering door de gemeente Sittard-Geleen. De officier van justitie heeft in dit verband opgemerkt dat formulieren waarmee uitkeringen en dergelijke worden aangevraagd, worden aangemerkt als een geschrift met bewijsbestemming. Door op dergelijke formulieren in strijd met de waarheid de naam, geboortedatum en het sofinummer van haar zus [zus 1 verdachte] te (doen) vermelden heeft verdachte een geschrift opgemaakt c.q. doen opmaken dat per definitie bedoeld is tot bewijs van enig feit te dienen. Zij heeft hiermee valsheid in geschrift gepleegd.

Ter zake van feit 4 wijst de officier van justitie op de heronderzoeksformulieren bijstand en de rechtmatigheidsonderzoeksformulieren Abw en WWb. Op geen van deze formulieren heeft verdachte gemeld dat zij andere inkomsten, namelijk de WAO-uitkering op naam van haar zus [zus 1 verdachte], genoot. Daarmee heeft verdachte gehandeld in strijd met de wettelijke verplichting om op verzoek of uit eigen beweging mededeling hiervan te doen. Uit de handelingen van verdachte kan niet anders dan de conclusie worden getrokken dat zij zich jarenlang welbewust heeft voorgedaan als haar zus [zus 1 verdachte]. Door de geraffineerde wijze van haar handelen kan volgens de officier van justitie gezegd worden dat sprake is geweest van opzettelijk handelen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte heeft de raadsman zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de aan verdachte ten laste gelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De rechtbank acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd tijdens de zitting van 17 augustus 2012 en bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD);

- de aangifte namens de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND);

- de beschikking van de Staatssecretaris van Justitie, waarin de aanvraag tot afgifte van een document ‘duurzaam verblijf burgers van de Unie’ wordt ingewilligd.

Nu uit de beschikking van de Staatssecretaris volgt dat verdachte op 24 juli 2006 de aanvraag tot afgifte van het document in kwestie heeft ingediend, zal de rechtbank ten aanzien van de ten laste gelegde periode wettig en overtuigend bewezen verklaren dat verdachte onderhavig feit in de periode van 1 juli 2006 tot 31 juli 2006 heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 2

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd tijdens de zitting van 17 augustus 2012 en bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD);

- de aanvraag WAO-uitkering d.d. 10 december 2012 op naam van [zus 1 verdachte].

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank acht feit 3 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd tijdens de zitting van 17 augustus 2012 en bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD);

- het formulier Aanvraag en inlichtingen Abw-Ioaw d.d. 7 mei 2002 op naam van [zus 1 verdachte].

Ten aanzien van feit 4

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte, zoals afgelegd tijdens de zitting van 17 augustus 2012 en bij de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD);

- de brief van het UWV GAK d.d. 18 februari 2003, inhoudende de toekenning van de WAO-uitkering aan [zus 1 verdachte];

- de brief van de gemeente Sittard-Geleen d.d. 12 juni 2002, inhoudende te toekenning van de Abw-uitkering aan [zus 1 verdachte];

- de rechtmatigheidsonderzoeksformulieren Abw van de gemeente Sittard-Geleen van 1 februari 2003 tot en met 30 december 2003;

- de rechtmatigheidsonderzoeksformulieren Wwb van de gemeente Sittard-Geleen van 1 januari 2004 tot en met 1 mei 2008;

- de gegevensverklaringen WWB van de gemeente Sittard-Geleen van 1 juni 2008 en 1 november 2008;

- de brief van de gemeente Sittard-Geleen d.d. 3 juni 2004 aan verdachte ter zake een heronderzoek van de Wwb-uitkering.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 in Nederland een beschikking op de aanvraag tot afgifte van een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie', als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (dossiernummer 6640/2011/00067, IND, bijlage 1, p. 000326 e.v.), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft doen opmaken, immers heeft verdachte valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - , op die beschikking als betrokkene '[zus 1 verdachte], geboren op [geboortegegevens zus 1 verdachte], met Franse nationaliteit', doen vermelden, terwijl in werkelijkheid [naam verdachte], geboren op [geboortegegevens verdachte], op voornoemde beschikking op de aanvraag tot afgifte van een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, vermeld had moeten worden, zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

2.

op 10 december 2002 te Maastricht een aanvraag WAO-uitkering, werknemersaanvraag (dossiernummer 6640/2011/00067, bijlage nr. UWV-01-03), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk -immers opzettelijk in strijd met de waarheid- op die aanvraag als naam werknemer ‘[naam verdachte], sofi-nummer XXX.XXX.XXX', vermeld, terwijl in werkelijkheid [naam verdachte], geboren op [geboortegegevens verdachte], op deze voornoemde aanvraag WAO-uitkering, werknemersaanvraag vermeld had moeten worden, zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

3.

op 7 mei 2002 te Sittard een aanvraag en inlichtingen Abw-IOAW (soort aanvraag Uitkering Abw), (dossiernummer 6640/2011/00067, bijlage nr. GEM-01-01-A), zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - op die aanvraag als naam klant, voornaam en familienaam '[zus 1 verdachte], sofi-nummer XXX.XXX.XXX, geboortedatum [geboortegegevens zus 1 verdachte]', vermeld, terwijl in werkelijkheid [naam verdachte], geboren op [geboortegegevens verdachte], op deze voornoemde aanvraag en inlichtingen Abw-IOAW, vermeld had moeten worden, zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

4.

in de periode van 1 augustus 2002 tot en met 1 augustus 2011 te Sittard in strijd met haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de in artikel 65 Algemene Bijstands Wet (ABW) (oud) (vanaf 1 januari 2004 overgegaan in de wet werk en bijstand (WWB) - artikel 17) opgelegde verplichting, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en de gemeente Sittard-Geleen, zulks terwijl zij, verdachte, wist, dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft zij opzettelijk nagelaten aan het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en de gemeente Sittard-Geleen, te melden en/of op te geven:

- dat zij naast haar uitkering ook een ABW uitkering op naam van [zus 1 verdachte] en op een rekeningnummer ten naam van [zus 1 verdachte] ontving;

- dat zij naast haar uitkering ook een WAO uitkering op naam van [zus 1 verdachte] en op een rekeningnummer ten naam van [zus 1 verdachte] ontving,

terwijl het feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van feit 1:

valsheid in geschrift

Ten aanzien van feit 2:

valsheid in geschrift

Ten aanzien van feit 3:

valsheid in geschrift

Ten aanzien van feit 4:

in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op die verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de duur van het voorarrest en met oplegging van een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft bij het formuleren van zijn eis rekening gehouden met de duur van de gedragingen van verdachte, die er ten onrechte toe hebben geleid dat een WAO- en een bijstandsuitkering werden verstrekt. De schade van Nederlandse overheid door de gedragingen van verdachte bedraagt bijna 200.000 euro. Verdachte heeft misbruik gemaakt van gemeenschapsgeld. Verdachte is slechts ter verkrijging van eigen voordeel te werk gegaan en heeft op doortrapte wijze gehandeld.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat aan verdachte een werkstraf voor de duur van 240 uren dient te worden opgelegd, eventueel met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman wijst in dit verband op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Verdachte werkt en woont in [woonplaats verdachte] en heeft een 17-jarige dochter. Bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal verdachte haar baan en woning kwijt raken. Verdachte heeft geen familie in [woonplaats verdachte] die de zorg voor haar dochter zou kunnen dragen.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft drie maal, op zeer geraffineerde en complexe wijze, valsheid in geschrift gepleegd. Door gebruik te maken van het paspoort van haar zuster [zus 1 verdachte] heeft verdachte in de eerste plaats een verblijfsdocument op naam van haar zuster [zus 1 verdachte] aangevraagd en verkregen, dat verdachte heeft gebruikt om in Nederland te kunnen gaan werken. Door deze tewerkstelling was verdachte vervolgens in staat om op naam van haar zuster [zus 1 verdachte] een WAO-uitkering te verkrijgen, waarbij verdachte deed voorkomen dat [zus 1 verdachte] leed aan een oogziekte. In werkelijkheid leed haar andere zuster [zus 2 verdachte] aan deze oogziekte. Verdachte heeft [zus 2 verdachte] vervolgens bij het CWI bij controles gepresenteerd als zijnde [zus 1 verdachte]. Zij heeft aldus de gehandicapte [zus 2 verdachte], die illegaal in België en Nederland verbleef, bij de uitvoering van de strafbare feiten gebruikt. Deze WAO-uitkering op naam van [zus 1 verdachte] heeft verdachte ontvangen op een rekening die door verdachte tevens op naam van [zus 1 verdachte] was gesteld. Ten slotte heeft verdachte op naam van haar zuster [zus 1 verdachte] een bijstandsuitkering aangevraagd en ontvangen. Gedurende deze periode ontving verdachte zelf, op eigen naam, ook een bijstanduitkering. Verdachte heeft gedurende een periode van negen jaar verzuimd om aan de gemeente Sittard-Geleen en het CWI door te geven dat zij inkomsten verwierf uit een WAO-uitkering en bijstandsuitkering op naam van haar zuster [zus 1 verdachte]. Als gevolg hiervan hebben de gemeente en het CWI het recht op uitkering niet kunnen beoordelen. Ten gevolge van haar handelen heeft verdachte een voordeel genoten van bijna 200.000 euro.

Nederland kent van oudsher een traditie dat degene die hulp nodig heeft om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien, kan worden bijgestaan vanuit de sociale- of de werknemersverzekeringen. Dat zijn kostbare voorzieningen waaraan elke belastingbetaler dan wel werknemer zijn steentje bijdraagt. Indien men wel kan voorzien in de kosten van bestaan, heeft men geen recht op bijstand. Iemand die niet gehandicapt is en wel kan werken, heeft geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Illegaal in Nederland verblijvenden hebben evenmin recht op vergoedingen uit deze verzekeringen. Verdachte heeft door haar handelen gedurende lange tijd gelden uit deze voorzieningen ontvangen waarop zij noch haar familieleden recht had of hadden. Door dit handelen van verdachte wordt het stelsel van sociale zekerheid ondermijnd en heeft de gemeenschap forse schade geleden. De rechtbank rekent dit alles verdachte zeer aan.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting aansluiting gezocht bij de door het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en rechtbanken (LOVS) geformuleerde oriëntatiepunten voor de straftoemeting. Voor fraudezaken, waaronder volgens het LOVS tevens valsheid in geschrift valt, met een schadebedrag tussen de

€ 125.000,- tot € 250.000,- geldt als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. De rechtbank zal een dergelijke straf als uitgangspunt nemen.

Voorts slaat de rechtbank acht op de door het LOVS geformuleerde strafvermeerderende en strafverminderende omstandigheden. In onderhavige zaak is van belang dat verdachte bijna een decennium lang op zeer geraffineerde en complexe wijze valsheid in geschrift heeft gepleegd en daartoe de initiator is geweest. Dit heeft geleid tot een aanzienlijk voordeel voor verdachte van bijna € 200.000,-. Verdachte heeft gedurende de periode dat zij ten onrechte voordeel genoot in de vorm van een WAO-uitkering op naam van haar zuster, geen stappen ondernomen om het ontstane nadeel voor de Nederlandse overheid ongedaan te maken. Bovendien heeft verdachte onder valse voorwendselen een verblijfsdocument voor Nederland verkregen.

Daar staat tegenover dat verdachte haar medewerking heeft verleend aan het strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op de door de raadsman geschetste persoonlijke omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden leggen echter onvoldoende gewicht in de schaal tegenover de hiervoor door de rechtbank genoemde strafverzwarende omstandigheden. Dat de verdachte een blanco strafblad heeft, doet hier evenmin aan af nu de door het LOVS geformuleerde oriëntatiepunten uitgaan van een blanco strafblad.

Alles in ogenschouw nemende acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geëigend. De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel, nu zij daar gezien de ernst van het feit geen aanleiding toe ziet. Met de oplegging van deze straf zal de rechtbank de eis van de officier van justitie overstijgen. De rechtbank ziet hiertoe voldoende aanleiding gelet op de hiervoor benoemde strafverzwarende omstandigheden, waarbij met name de duur en de volharding van verdachte in haar gedragingen van zwaar gewicht zijn.

6 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 57, 225 en 227b van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

7 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. J.S. Holthuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.K. Bakker, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 augustus 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is (na wijziging van de tenlastelegging) ten laste gelegd dat

1.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2001 tot

en met 31 juli 2006,

te Utrecht en/of Hoofddorp en/of Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en) perso(o)n(en),

(een) beschikking op de aanvraag tot afgifte van een document 'duurzaam

verblijf burgers van de Unie', als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de

Vreemdelingenwet (dossiernummer 6640/2011/00067, IND, bijlage 1, p. 000326

e.v.),

zijnde (een) geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken

en/of doen vervalsen, immers heeft voornoemde verdachte valselijk

- immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

op die beschikking als betrokkene '[zus 1 verdachte], geboren op [geboortegegevens zus 1 verdachte], met Franse nationaliteit',

vermeld en/of doen vermelden, (terwijl in werkelijkheid [naam verdachte],

geboren op [geboortegegevens verdachte], op voornoemde beschikking op de aanvraag

tot afgifte van een document 'duurzaam verblijf burgers van de Unie, als

bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, vermeld had moeten

worden / had doen vermeld moeten worden)

zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

2.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2002

tot en met 16 december 2002,

te Maastricht en/of Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en) perso(o)n(en),

(een) aanvraag WAO-uitkering, werknemersaanvraag (dossiernummer

6640/2011/00067, bijlage nr. UWV-01-03),

zijnde (een) geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken

en/of doen vervalsen, immers heeft voornoemde verdachte valselijk

- immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

op die aanvraag als naam werknemer ‘[naam verdachte], sofi-nummer

XXX.XXX.XXX',

vermeld en/of doen vermelden, (terwijl in werkelijkheid [naam verdachte],

geboren op [geboortegegevens verdachte], op deze voornoemde aanvraag WAO-uitkering,

werknemersaanvraag vermeld had moeten worden / had doen vermeld moeten worden),

zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

3.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2002 tot en

met 7 mei 2002,

te Sittard(-Geleen) en/of (elders) in Nederland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en) perso(o)n(en),

(een) aanvraag en inlichtingen Abw-IOAW,

(soort aanvraag Uitkering Abw),

(dossiernummer 6640/2011/00067, bijlage nr. GEM-01-01-A),

zijnde (een) geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken

en/of doen vervalsen, immers heeft voornoemde verdachte valselijk

- immers opzettelijk in strijd met de waarheid - ,

op die aanvraag als naam klant, voornaam en familienaam '[zus 1 verdachte],

sofi-nummer XXX.XXX.XXX, geboortedatum [geboortegegevens zus 1 verdachte]',

vermeld en/of doen vermelden, (terwijl in werkelijkheid [naam verdachte],

geboren op [geboortegegevens verdachte], op deze voornoemde aanvraag en

inlichtingen Abw-IOAW, vermeld had moeten worden / had doen vermeld moeten

worden)

zulks met het oogmerk om voornoemd geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

4.

zij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2002

tot en met 1 augustus 2011,

te Sittard(-Geleen) en/of (elders) in Nederland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en) perso(o)n(en),

in strijd met haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten de in artikel 65 Algemene Bijstands Wet (ABW) (oud)

(vanaf 1 januari 2004 overgegaan in de wet werk en bijstand (WWB) - artikel

17) opgelegde verplichting,

opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken aan

het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) en/of de gemeente Sittard-Geleen,

zulks terwijl zij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden

dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens

anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming,

immers heeft zij opzettelijk nagelaten aan het Centrum voor Werk en Inkomen

(CWI) en/of de gemeente Sittard-Geleen, te melden en/of op te geven:

- dat zij naast haar uitkering ook een ABW uitkering op naam van [zus 1 verdachte] en/of op een rekeningnummer ten naam van [zus 1 verdachte] ontving;

- dat zij naast haar uitkering ook een WAO uitkering op naam van [zus 1 verdachte] en/of op een rekeningnummer ten naam van [zus 1 verdachte] ontving;

terwijl het feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander.