Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5641

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
03/700488-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevel gevangenhouding voor bepaalde tijd gegeven door politierechter op

zitting. Verweer verdediging dat verdachte onrechtmatig van zijn vrijheid was

beroofd nu de bepaalde termijn was verstreken en er niet tijdig een vordering

tot verlenging van de gevangenhouding was gedaan.

De rechtbank is - onder verwijzing naar arrest Hof Amsterdam [LJN: BC7867] -

van oordeel dat daar waar de duur van de voorlopige hechtenis uit de wet zelf

voortvloeit [art. 66 Sv], er voor de zittingsrechter geen plaats is voor het bevelen

dan wel verlengen van bevelen tot voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd.

De rechtbank merkt op dat dit anders had kunnen zijn indien de zittingsrechter

exspliciet de bepaalde tijd zou hebben gegrond op de mogelijke toepasselijk-

heid van artikel 67a, lid 3 Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

OPHEFFING VOORLOPIGE HECHTENIS.

Parketnummer: 03/700488-12

De rechtbank te Maastricht;

Gezien het verzoekschrift ingediend op 20 augustus 2012 strekkende tot

opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis van:

[Naam verdachte]

geboren [geboortedatum-en plaats]

wonende [adresgegevens]

verblijvende in de PI Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Gezien de processtukken, waaronder onder andere een bevel gevangenhouding

d.d. 13 juli 2012.

Gelet op het verhandelde ter zitting, zoals bij daarvan afzonderlijk opgemaakt

proces-verbaal vermeld;

Overwegende dat door de raadsman van verdachte een verzoek tot opheffing van

de voorlopige hechtenis werd gedaan op grond van de omstandigheid dat door de

politierechter op 13 juli 2012, het bevel tot gevangenhouding werd gegeven

voor 30 dagen. Het onderzoek op de terechtzitting werd in het belang van de

verdediging aangehouden voor onbepaalde tijd. De raadsman geeft aan dat er

geen vordering tot verlenging van de gevangenhouding werd gedaan, dat het

bevel tot gevangenhouding inmiddels was verlopen en dat verdachte onrechtmatig

van zijn vrijheid was beroofd.

De rechtbank heeft kennis gekregen van de invrijheidstelling van verdachte

met ingang van 22 augustus 2012 en wel gelet op de toepasselijkheid van

artikel 67 a lid 3 Sv. Uit dien hoofde dient het verzoek van verdachte tot

opheffing van de voorlopige hechtenis - vanwege het ontbreken van belang -

niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De rechtbank merkt op dat naar het oordeel van de rechtbank verdachte -

voorafgaande aan zijn invrijheidstelling op 22 augustus 2012 - niet

onrechtmatig van zijn vrijheid werd beroofd nu het verweer van de raadsman

niet slaagt. De rechtbank verwijst hiertoe naar het arrest van het

Gerechtshof Amsterdam van 28 november 2007 (LJN: BC7867). De rechtbank is van

oordeel dat daar waar de duur van de voorlopige hechtenis uit de wet (art.

66 Sv.) zelf voortvloeit, er voor de zittingsrechter geen plaats is voor het

bevelen dan wel verlengen van bevelen tot voorlopige hechtenis voor bepaalde

tijd. De rechtbank merkt op dat dit anders had kunnen zijn indien de

zittingsrechter expliciet de bepaalde tijd zou hebben gegrond op de mogelijke

toepasselijkheid van artikel 67a lid 3 Sv. Nu aan het bevel voor bepaalde

tijd door de zittingsrechter geen motivering werd toegevoegd, dient het

gegeven bevel voor de termijn van 30 dagen voor wat betreft de termijn als

een kennelijke misslag te worden aangemerkt;

Overwegende dat nu het bevel tot voorlopige hechtenis is gebaseerd op de

verdenking van diefstal van twee blikjes cola en twee croissants en verdachte

niet voldoet aan de criteria van "frequente recidive (LOVS oriƫntatiepunten)"

is de rechtbank van oordeel dat gelet op artikel 67a lid 3 Sv de voorlopige

hechtenis ten aanzien van verdachte dient te worden opgeheven;

Gelet op artikel 67a en 69 Wetboek van Strafvordering;

BESCHIKKENDE:

Heft op de voorlopige hechtenis.

Verklaart het verzoekschrift van de verdachte niet-ontvankelijk.

-------------------------------------------------------------------------------

Aldus gedaan op 23 augustus 2012

door mr. E.H.A.F.M. Krol, rechter

in tegenwoordigheid van E.H.M. Bisscheroux-Heijnens, griffier.

De officier van justitie brengt vorenstaande beschikking ter kennis van

verdachte en beveelt diens onmiddellijke invrijheidsstelling.

Maastricht, 23 augustus 2012

De officier van justitie,

Gezien op

De Directeur van het Huis van Bewaring,