Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5637

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
23-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
03/702537-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering opheffing schorsing VH. Ontbreken van sluitend registratie-

systeem met betrekking tot dagelijkse meldplicht waarop ook door verdachte/

meldingsplichtige beroep kan worden gedaan. Verdachte zou zich reeds eerder

niet hebben gehouden aan de aan de schorsing voorlopige hechtenis verbonden

voorwaarde tot dagelijkse melding aan politiebureau. Geen actie ondernomen

naar aanleiding van eerdere overtredingen van de dagelijkse meldplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

AFWIJZING VORDERING OPHEFFING SCHORSING VOORLOPIGE HECHTENIS

parketnummer: 03/702537-11

De rechtbank te Maastricht;

Gezien de vordering van de officier van justitie ingediend op 23 augustus 2012

strekkende tot opheffing van het bevel tot schorsing van de voorlopige

hechtenis van

[naam verdachte],

geboren [geboortedatum-en plaats],

Gezien de processtukken, waaronder onder andere een bevel gevangenhouding d.d.

30 juni 2011 en een bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis d.d. 22

mei 2012

Gelet op het verhandelde ter zitting, zoals bij daarvan afzonderlijk opgemaakt

proces-verbaal vermeld;

Overwegende, dat door de rechtbank de voorlopige hechtenis is geschorst, onder

de voorwaarden als vermeld in het bevel van de rechtbank d.d. 22 mei 2012;

Overwegende dat blijkens de vordering tot opheffing van de schorsing van de

voorlopige hechtenis en de daarbij gevoegde bijlagen verdachte zich niet zou

hebben gehouden aan de schorsingsvoorwaarden met betrekking tot de dagelijkse

meldplicht en met betrekking tot het niet plegen van misdrijven. De rechtbank

zal onderstaand op beide aspecten ingaan:

m.b.t. de dagelijkse meldplicht:

verdachte is de verplichting opgelegd om zich iedere dag om 12.00 uur te

melden aan het politiebureau te Heerlen. Verdachte ontkent dat hij zich op de

in het proces-verbaal van 22 augustus 2012 genoemde data niet zou hebben

gemeld. M.b.t. het tijdstip heeft verdachte verklaard dat het juist is dat hij

zich niet elke dag om precies 12.00 uur heeft gemeld, maar dat de politie hem

heeft gezegd dat het niet uitmaakt op welk tijdstip hij zich zou melden.

Uit de stukken blijkt niet dat er een sluitend registratiesysteem m.b.t. de

meldplicht is, hetwelk zodanig is opgesteld dat meldingsplichtigen een bewijs

krijgen wanneer zij zich hebben gemeld. Bij het ontbreken van een dergelijk

systeem en gelet op het feit dat de bij de politie gevoerde registratie niet

als bijlage werd gevoegd, is de rechtbank van oordeel dat aan

verdachte/meldingsplichtige het voordeel van de twijfel moet worden gegeven.

Overigens merkt de rechtbank op dat het de rechtbank bevreemdt dat niet

terstond actie werd ondernomen op eerdere - kennelijke- overtredingen van de

dagelijkse meldingsplicht. Blijkens het proces-verbaal zou verdachte zich

immers al op 5 juli 2012, 13 dan wel 14 juli 2012, 21 juli 2012 en op 3

augustus 2012 in het geheel niet hebben gemeld aan het politiebureau te

Heerlen;

m.b.t. de nieuwe misdrijven:

de rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende sprake is van objectieve

feiten en/of omstandigheden die wijzen op de betrokkenheid van verdachte bij

enig nieuw misdrijf;

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de vordering tot opheffing van de

schorsing dient te worden afgewezen;

Gezien de artt. 82 en 86 van het Wetboek van Strafvordering;

-------------------------------------------------------------------------------

BESCHIKKENDE:

Wijst af de vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige

hechtenis.

Aldus gedaan op 23 augustus 2012

door mrs. E.H.A.F.M. Krol, voorzitter,

G. Dijkshoorn-Sleebe, rechter,

J.M.E. Kessels, rechter,

in tegenwoordigheid van E.H.M. Bisscheroux-Heijnens, griffier.

De officier van justitie brengt vorenstaande beschikking ter kennis van

verdachte.

Maastricht, 23 augustus 2012

De officier van justitie,