Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX0968

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
03/700683-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor vijf snelkraken op winkels tot 4 jaar gevangenisstraf. Verdachte heeft geen geweld gebruikt. Herkenning van verdachte op camerabeelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2012-0144
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700683-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012

in de strafzaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonend te [adresgegevens verdachte],

doch thans gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid, locatie “De Geerhorst” te Sittard.

Raadsman is mr. W.R. Smeets, advocaat te Maastricht, waarnemend voor mr. F.A.G.M. Landerloo, advocate te Sittard.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 juni 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte, die verder ook [verdachte] zal worden genoemd, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Voor zover in de tenlastelegging taalfouten, schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. In de voorlaatste regel van het onder 1 ten laste gelegde is achter de woorden “zwaar lichamelijk” het woord “letsel” weggevallen. De rechtbank heeft ook deze omissie verbeterd. [verdachte] is door deze verbeteringen niet geschaad in de verdediging.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte]:

Feit 1: samen met anderen heeft ingebroken in een winkel waarbij geweld is gepleegd;

Feit 2: heeft geprobeerd samen met anderen in te breken in een winkel;

Feiten 3 tot en met 5: samen met anderen heeft ingebroken in winkels.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

[verdachte] heeft ontkend alle hem ten laste gelegde feiten te hebben begaan.

De raadsman heeft primair bepleit dat [verdachte] moet worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. De herkenning door de verbalisanten van [verdachte] op de camerabeelden van feit 1 is onvoldoende overtuigend. Voorts heeft [medeverdachte 4] ter zitting van 22 februari 2012 als getuige verklaard dat [verdachte] géén deel uitmaakte van de groep die deze feiten heeft gepleegd. De omstandigheid dat DNA van [verdachte] zou zijn aangetroffen op een in de nabijheid van de achtergelaten vluchtauto aangetroffen petje en op handschoenen, houdt alleen in dat [verdachte] dat petje of die handschoenen eerder eens gedragen of gepakt heeft en betekent niet dat [verdachte] dit petje ten tijde van feit 1 gedragen heeft, en dus dit feit gepleegd heeft. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat er ook DNA-materiaal van een ander dan [verdachte] in het petje is aangetroffen.

Alle omstandigheden, los maar ook in samenhang bezien, leveren, aldus de raadsman, onvoldoende bewijs op voor betrokkenheid van [verdachte] bij feit 1en dus ook voor de andere feiten, zodat [verdachte] vrijgesproken dient te worden.

Subsidiair – voor het geval de rechtbank oordeelt dat sprake zou zijn van een positieve herkenning van [verdachte] op de camerabeelden van feit 1 – heeft de raadsman aangevoerd dat op die beelden duidelijk te zien is dat [verdachte] de winkel al had verlaten op het moment dat het slachtoffer deze winkel binnen kwam, zodat niet bewezen kan worden dat [verdachte] betrokken was bij het gepleegde geweldshandeling. De raadsman verzoekt daarom [verdachte] vrij te spreken van dat onderdeel van feit 1. Betreffende de feiten 2 tot en met 5 is ook in dat geval alleen de door [medeverdachte 4] afgelegde verklaring enig bewijsmiddel voor deze feiten en dient om die reden ook vrijspraak te volgen ten aanzien van die feiten.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

In de nacht van vrijdag 18 november op zaterdag 19 november 2011 vonden er in een tijdsbestek van ongeveer een uur achtereenvolgens bij winkels in Elsloo (feit 1), Maastricht Amby (feit 2), Cadier en Keer (feit 3), Margraten (feit 4) en Banholt (feit 5) zogeheten snelkraken plaats. De toegang tot de winkels werd bij al deze, snel uitgevoerde inbraken verkregen door het verbreken van een ruit in of nabij de toegangsdeur van de winkel.

Met uitzondering van de inbraak in Maastricht Amby waarbij niets werd weggenomen, bestond de buit telkens uit sigaretten. In een aantal gevallen werden ook andere zaken weggenomen.

Getuigen van de diverse feiten meldden dat de daders gebruik maakten van een donkerkleurige auto van het model “SUV”/”Jeep” en enkele getuigen noteerden ook het kenteken van deze auto. Het betrof het Belgische kenteken [kenteken].

Later is gebleken dat dit kenteken toebehoort aan een op 17 november 2011 in Maasmechelen (België) gestolen Ford Kuga.

Kort na de inbraak te Banholt (feit 5) trof de politie de Ford Kuga rijdend in Gronsveld aan. De Ford Kuga kwam uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd uiteindelijk achtergelaten aangetroffen op de Lindenlaan in Mariadorp, gemeente Eijsden. In de Ford Kuga lagen onder andere pakjes rookwaar.

Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen konden die nacht drie verdachten worden aangehouden. In een tuinhuisje behorend bij het pand aan de [adres 1] te Eijsden werd [medeverdachte 4] aangetroffen en lopend op de Rijksweg te Eijsden werden de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangetroffen.

Later, op 15 december 2011, werd verdachte [verdachte] aangehouden.

[medeverdachte 4]

[medeverdachte 4] heeft bij de politie zijn aandeel in de hem ten laste gelegde feiten bekend.

Op 20 november 2011 verklaarde hij – zakelijk weergegeven – dat hij vrijdag 18 november 2011 met twee man whiskey had gedronken. Daarna, de rest van de avond, waren ze wat gaan rondrijden. Ze hadden daarbij een vierde man opgepikt. Ze reden met een zwarte Ford, jeepachtig model. Het rondrijden met de anderen eindigde in Eijsden/Gronsveld, alwaar ze de auto met kapotte banden achter moesten laten. Dit, na een achtervolging door de politie. Na het achterlaten van de auto waren ze met z'n allen te voet ervandoor gegaan. [medeverdachte 4] had zich verstopt in een schuurtje alwaar hij was aangetroffen.

Hij was bij de inbraak in Elsloo geweest. Hij had daar sigaretten meegenomen.

Ze waren wat aan het rondrijden en kwamen bij de sigarenwinkel in Elsloo uit. Een van zijn mededaders gooide de ruit in van de entree van de sigarenwinkel. Hij, [medeverdachte 4] was naar binnen gegaan en had de sigaretten in een vuilniszak gedaan. Hij had deze vuilniszak van huis meegenomen. Op een gegeven moment kwam er een man, die alleen gekleed was in een boxershort, en die had hij een duwtje gegeven. Daarna was hij weggegaan. Toen hij naar buiten wilde gaan, pakte de man hem vast. Hij, [medeverdachte 4], viel toen en riep. Een van de mededaders was hem komen helpen en de man had uiteindelijk losgelaten.

Bij de [naam winkel 2] in Amby was ongeveer hetzelfde gebeurd. Ze hadden met zijn drieën tegen het raam getrapt. Een iemand bleef in de auto. De ruit ging kapot en [medeverdachte 4] was met iemand naar binnen gegaan. De ander (de derde man) stond op de uitkijk en de vierde zat achter het stuur. Ze waren dronken, verveelden zich en hadden geen geld. Zo kwamen ze op het idee om dit te doen.

Bij [naam winkel 3] Cadier en Keer hadden ze de Ford met de achterkant tegen de ruit aangezet en toen achteruitgereden. Toen de ruit kapot ging, was hij, [medeverdachte 4], met nog iemand naar binnen gegaan en had hij de sigaretten gepakt. Een mededader hield de zak open. Deze mededader was dezelfde als bij de inbraak in Elsloo en Amby. De chauffeur en degene die op de uitkijk stond, waren ook dezelfden als in Elsloo en Amby.

Bij de [naam winkel 4] in Margraten was het hetzelfde. Hij had de ruit naast de toegangsdeur kapotgegooid met een steen. De ruit ging in een keer kapot. Hij had er een paar stukken met zijn hand uitgehaald en was vervolgens naar de sigaretten gelopen. Deze keer waren ze met drie man binnengegaan. Degene die bij de andere inbraken op de uitkijk stond, was nu mee naar binnen gegaan. De bestuurder bleef in de Ford zitten. [medeverdachte 4] had met nog iemand het rolluik voor de sigaretten kapotgetrokken en had daarna de vuilniszak opengehouden die de twee anderen vulden met sigaretten.

De [naam winkel 5] in Banholt was op dezelfde manier opengemaakt als in Cadier en Keer. De bestuurder tikte tegen de schuifdeur aan waardoor de ruit naast de schuifdeur kapotging. De bestuurder was dezelfde als bij alle andere inbraken. Ze waren dit keer weer met drie man naar binnen gegaan. Ze hadden het rolluik, dat toegang gaf tot de sigaretten, kapotgetrokken en zijn twee mededaders hadden de vuilniszak gevuld met sigaretten. Zelf had [medeverdachte 4] geprobeerd een kluisje onder de toonbank los te trekken. Dat was niet gelukt.

Ze waren alle drie naar de auto gegaan, en wilden terug naar Maastricht rijden. Toen ze ongeveer 10 minuten aan het rijden waren, kwamen ze de politie tegen.

De volgorde van de inbraken was Elsloo, Amby, Cadier en Keer, Margraten en Banholt.

Feit 1 [naam winkel 1] te Elsloo

Op 19 november 2011 heeft [slachtoffer 1], geboren op 25 december 1937 en eigenaar van [naam winkel 1] , aangifte gedaan van een in zijn aan het [D.V. plein] te Elsloo gelegen winkel gepleegde inbraak.

Hij verklaarde daarbij – in woorden en weergave van de rechtbank – dat, nadat hij op 18 november naar bed was gegaan hij een doffe klap hoorde, waarna het alarm afging. Zijn woning is gelegen boven zijn winkel, in hetzelfde pand. Hij was kort daarop, gekleed in een onderbroek en onderhemd, naar beneden gegaan en trof daar twee personen in zijn winkel. Hij had een van de personen vastgepakt, waarna er geweld tegen hem was gebruikt. Hij was door een dader geschopt en heeft daardoor een of twee ribben gebroken. Hij heeft letsel onder zijn beide voeten door het lopen in het glas en heeft glassplinters in beide knieën. Ook heeft hij een snee in zijn rechterelleboog van 7 a 8 centimeter lang en 3,5 centimeter diep.

Er waren sigaretten en kleingeld weggenomen.

De aan het [D.V. plein] wonende [getuige 1] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Zakelijk weergegeven verklaarde ze daarbij dat ze op 18 november 2011 omstreeks 23:55 uur enkele doffe klappen hoorde en een alarm hoorde afgaan. Ze had uit het raam van haar woning gekeken en zag toen iemand voor de ingang van de naastgelegen sigarenwinkel staan. Ze was naar buiten gerend en had daarbij een wandelstok meegenomen. Toen ze buiten kwam, zag ze een persoon buiten staan en zag ze twee andere personen in de winkel met de kassa bezig. Ze had met haar wandelstok twee keer naar die persoon geslagen. Die persoon reageerde daar niet op. Daarna zag ze dat vanaf het plein een auto op haar af kwam. Ze was daarop terug naar haar woning gegaan. De auto had het kenteken [kenteken].

Van het voorval zijn beelden gemaakt door in de winkel van [slachtoffer 1] hangende beveiligingscamera’s. De tijdsnotering van de beelden liep 17 minuten voor op de werkelijke tijd.

Op deze, door diverse verbalisanten bekeken beelden, herkenden de verbalisanten de verdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] en [verdachte].

Wanneer deze herkenningen worden gelezen in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de beelden, dan is op de beelden te zien dat er (op de door de beelden aangegeven tijd) om 00:06.34 uur een voertuig aan komt rijden. Dit voertuig stopt voor de [naam winkel 1]. Drie personen stappen uit. Om 00:07.10 wordt de [naam winkel 1] betreden. [medeverdachte 4] trapt hierbij tegen de ruit van de zaak, waardoor er een gat ontstaat en de ruit losschiet.

[medeverdachte 4] betreedt als eerste de zaak. Hij is gekleed in een donkere spijkerbroek en een zwarte jas met capuchon die voorzien is van bont. Hij draagt schoenen die wit en donkergekleurd waren en hij houdt een vuilniszak in zijn gehandschoende handen.

[medeverdachte 1] betreedt direct hierna de zaak. Hij is gekleed in een spijkerbroek en een donkere jas met capuchon. Onder deze capuchon draagt hij een petje. Hij draagt schoenen met een witte zool en de bovenzijde is wit met donkere vlakken. Hij draagt ook handschoenen en heeft ook een vuilniszak bij.

Ook hij draagt handschoenen en ook hij heeft een vuilniszak bij zich.

[medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] springen over de toonbank en halen goederen uit de schappen die ze in de vuilniszakken doen.

[verdachte] betreedt om 00:07.27 uur de zaak. Hij draagt een petje en handschoenen. Ook hij draagt een vuilniszak. Hij pakt de kassa van de toonbank en probeert deze mee te nemen. Hij struikelt echter daarbij en laat de kassa uit zijn handen vallen. Ook verliest hij even zijn petje.

Om 00:07.47 uur loopt een persoon in een witte broek en donkere jas voor de [naam winkel 1] langs en kijkt door de voordeur naar binnen. Deze persoon heeft kennelijk een stok in zijn handen en steekt deze naar binnen. Om 00:07.59 verlaat [verdachte] de zaak en wordt geconfronteerd met deze persoon.

Om 00:08:19 staat een oudere man gekleed in ondergoed in de zaak en gooit kennelijk met schoenen naar [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] maakt een slaande beweging met een gevulde vuilniszak naar de oudere man. [medeverdachte 4] duwt de man weg en vervolgens verlaat eerst [medeverdachte 1] en daarna [medeverdachte 4] de zaak via de kapotte ruit van de voordeur. De oudere man pakt [medeverdachte 4] om zijn middel als laatstgenoemde net buitenstaat. De oudere man komt ten val en valt met zijn lichaam op de kapotte deur/ruit. [medeverdachte 1] komt terug en slaat de oudere man die nog op zijn knieën zit met gebalde vuist met kracht in het gezicht. De oudere man probeert op te staan en weg te lopen. Hij staat met zijn rug naar de deur.

Terwijl de oudere man wegloopt wordt hij door een vierde persoon in zijn linkerzij geschopt.

Blijkens het daaromtrent opgemaakte proces-verbaal van bevindingen droeg deze, hier als vierde aangeduide, persoon kleding die overeenkomt met de kleding die [medeverdachte 2] bij zijn aanhouding droeg.

Ter zitting van 26 juni 2012 heeft de rechtbank deze beelden bekeken. De rechtbank heeft toen als eigen waarneming vastgesteld dat er een gelijkenis is tussen verdachte en de persoon die de verbalisanten als [verdachte] herkennen op de beelden. Het is mede vanwege deze door de rechtbank vastgestelde gelijkenis dat de rechtbank geen reden te twijfelen heeft aan de herkenning van [verdachte] zoals die door diverse verbalisanten is gedaan.

Aan de verklaring die [medeverdachte 4] aflegde ter zitting van 22 februari 2012, hecht de rechtbank geen waarde. [medeverdachte 4] heeft toen verklaard dat de feiten door dezelfde groep waren gepleegd, maar dat [verdachte] geen deel uitmaakte van die groep.

Hoewel deze voor [verdachte] ontlastende omstandigheid prima facie niet uit [medeverdachte 4] zijn eerdere, bij de politie afgelegde verklaringen volgde, wist de oorspronkelijke raadsvrouw van [verdachte] bij het schrijven van haar pleitnota, en dus voorafgaand aan de zitting van 22 februari 2012, kennelijk toch wat [medeverdachte 4] ter zitting zou gaan verklaren. In de pleitnota wordt namelijk opgemerkt: “Verder heeft [medeverdachte 4] vandaag als getuige onder ede verklaard dat de feiten weliswaar allemaal door dezelfde groep zijn gepleegd maar dat [verdachte] geen onderdeel van die groep uitmaakt”. Op de vraag van de rechtbank hoe het kon dat de raadsvrouw reeds bij het schrijven van de pleitnota wist wat [medeverdachte 4] ter zitting zou gaan verklaren, een vraag die zich extra deed gevoelen nu [medeverdachte 4] een verklaring als ter zitting afgelegd niet eerder leek te hebben afgelegd, moest de toenmalige waarnemend raadsman het antwoord schuldig blijven. Ook thans heeft de rechtbank nog geen bevredigend antwoord op die vraag mogen krijgen en met het openblijven van de vraag, blijft de rechtbank te veel twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring die [medeverdachte 4] ter zitting van 22 februari aflegde.

De rechtbank zal [verdachte] wel vrijspreken van de geweldscomponent. Uit de beelden volgt dat [verdachte] zich uit de voeten maakte toen [slachtoffer 1] in de winkel verscheen. Van door [verdachte] tegen [slachtoffer 1] gepleegd geweld is niet gebleken en ook is niet gebleken dat [verdachte] voorafgaand aan dit feit er rekening mee had moeten houden dat zijn mededaders bereid waren geweld te gebruiken zo zij betrapt zouden worden.

Feit 2 [naam winkel 2] te Maastricht Amby

Op 19 november 2011 kregen verbalisanten omstreeks 00:10 uur de opdracht om te gaan naar het [S.plein] te Maastricht. Daar was zojuist bij de [naam winkel 2] een ramkraak gepleegd. De verbalisanten gingen ter plaatse, spraken daar kort met getuigen [getuige 2] en [getuige 3] en spraken ook met de eigenaar van [naam winkel 2]. [slachtoffer 2] liet aan de verbalisanten de beelden van de beveiligingscamera zien. Het zijn camera's die automatisch starten zodra er beweging is binnen het bereik van de camera's. De beelden startten om 00:04 uur. Op de beelden is de winkelruimte dan geheel verduisterd. Er is een lichtschijnsel aan de buitenzijde van de winkel nabij de toegangsdeur. Er valt een lange smalle balk de winkel binnen. Het licht gaat automatisch aan in de winkel. Twee mannen komen uit de richting van de toegangsdeur de winkel binnen. Deze rennen naar de meest rechts gelegen kassa. Deze kassa is voorzien van een achterwand waar sigaretten liggen opgeslagen. Beide personen houden grote groene plastic zakken in hun handen. De personen verlaten de kassaruimte en gaan naar buiten.

Persoon A is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een kort zwart glimmend donsjack met een van een bontrand voorziene capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen vermoedelijk van het merk Nike of Puma. Hij draagt een handschoen met op de pols een lichtkleurig plaatje en een lichte bies langs de zijde van de vingers. Hij draagt ook een petje.

Persoon B is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een matzwarte gladde zomerjas voorzien van capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen van het merk Nike.

Op zaterdag 19 november 2011 bleek het de verbalisanten om 04:00 uur, en dat na de aanhouding van twee personen op de Rijksweg te Eijsden, dat persoon B [medeverdachte 1] moet zijn.

Bij een vergelijking van deze camerabeelden met de camerabeelden van feit 1, werd persoon A door de verbalisanten herkend als [medeverdachte 4].

[slachtoffer 2] heeft op 19 november 2011 aangifte gedaan van een poging tot inbraak in de hem in eigendom toebehorende [naam winkel 2] aan het [S.plein] te Maastricht. Op de beelden van de beveiligingscamera heeft hij gezien dat twee personen zijn winkel binnenkwamen en naar kassa 1 liepen. Hij zag dat beide personen zich bukten en trachtten om een rolluik waarachter sigaretten liggen omhoog te duwen. Hij zag dat hen dat niet lukte. Hij zag ook dat een lade was opengetrokken.

[getuige 2] heeft als getuige een verklaring afgelegd over dit feit. Hij verklaarde zakelijk weergegeven dat hij op zaterdag 19 november 2011 omstreeks middernacht bij zijn auto stond op de parkeerplaats waaraan ook de [naam winkel2] gelegen is. Hij zag toen een auto tegen de pui aanrijden van de [naam winkel2]. Hij was teruggelopen naar het buurthuis [naam buurthuis] om daar melding van de ramkraak te maken en 112 te bellen. Toen hij buiten kwam, zag hij de auto weer wegrijden.

[getuige 3] die vanuit zijn woning goed en onbelemmerd zicht heeft op de [naam winkel 2], heeft op 19 november 2011 om 11:00 uur tegen een verbalisant verteld dat hij afgelopen nacht om 00:03 uur voor de tv zat en toen een harde klap hoorde, waarna hij naar buiten keek. Hij zag toen een donkerkleurige auto met de achterzijde tegen de gevel van [naam winkel 2] staan. Hij heeft daarop 112 gebeld. Tijdens het bellen zag hij een man via de gebroken ruit uit [naam winkel 2] komen. Deze had een zwarte plastic zak in zijn handen. De man liep naar het bijrijdersportier en de auto reed vervolgens met gedoofde verlichting weg.

Feit 3 [naam winkel 3] te Cadier en Keer

[slachtoffer 3] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in de [naam winkel 3] van haar en haar medevennoot. Het betreft [naam winkel3] aan het [R.plein] te Cadier en Keer. Ze werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:00 uur wakker gebeld door [getuige 4] die schuin boven de [naam winkel 3] woont. Deze deelde haar mede dat er een ramkraak had plaatsgevonden op haar [naam winkel 3]. Toen ze ter plaatse kwam, zag ze dat de grote etalageruit links naast de toegangsdeur kapot was. Er waren twee zwarte plastic bakken met daarin diverse soorten pakjes sigaretten weggenomen.

[naam], de echtgenoot van [slachtoffer 3], is medevennoot van [naam winkel 3]. Hij werd op 21 november gehoord als aangever. Hij verklaarde dat uit zijn winkel ongeveer 500 pakjes sigaretten waren gestolen. Bij dit verhoor werd [echtgenoot slachtoffer 3]geconfronteerd met een in de Ford Kuga aangetroffen rol stickers "retour afzender" van TNT post. Deze rol was volgens [echtgenoot slachtoffer 3] zeer waarschijnlijk uit zijn zaak afkomstig. Een in de Ford Kugao aangetroffen boekje "90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" was volgens [echtgenoot slachtoffer 3] zeker uit zijn zaak afkomstig. Dit boekje werd alleen in zijn zaak weggegeven. Ook de in de Ford Kuga aangetroffen Verona-enveloppen werden door hem herkend als enveloppen die in zijn zaak verkocht worden.

[getuige 4] heeft op 19 november 2011 een getuigenverklaring afgelegd. Hij was in zijn slaapkamer toen hij een flinke klap hoorde. Hij was opgestaan en had vanuit het keukenraam naar buiten gekeken. Hij zag toen dat een auto met de achterzijde richting [naam winkel 3] stond. Hij was vervolgens het balkon opgelopen en zag toen een persoon naast de auto staan. Er zat ook nog een persoon in de auto. Hij had zich verdekt opgesteld om niet op te vallen. Hij zag de auto wegrijden en hij noteerde van de auto het Belgische kenteken [kenteken]. De auto was een zwarte SUV.

[getuige 5] heeft als getuige verklaard dat zij op 19 november 2011 omstreeks 00:10 uur in bed tv lag te kijken toen ze een harde klap hoorde. Daarna hoorde ze een alarm. Ze zag een auto met de achterkant richting [naam winkel 3] staan. Ze had, zo ziet ze in haar telefoon, om 00:17 uur 112 gebeld. [getuige 4] is haar vriend. [getuige 4] had al een verklaring afgelegd en het kenteken doorgegeven.

Feit 4 [naam winkel 4] te Margraten

Op 19 november 2011 kregen verbalisanten rond 00:30 uur de opdracht om te gaan naar de [naam winkel 4] die gelegen is [adres winkel 4] te Margraten. Aldaar zou een ramkraak gepleegd zijn. Ter plaatse werd door de verbalisanten gesproken met twee getuigen: [getuige 6] en [getuige 7] en ook werd gesproken met de eigenaar van de [naam winkel 4]. Er werd gezien dat de ruit van de linker toegangsdeur vernield was, dat beide schuifdeuren ontzet waren, dat er in de winkel een aparte balie was voor de verkoop van sigaretten, tijdschriften en loten en dat het rolluik dat de kast met sigaretten afsluit verbroken was. Er lagen pakjes sigaretten op de vloer in de winkel en er lag een aantal pakjes tabak op het [A.plein] ter hoogte van de [naam winkel 4].

[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit zijn winkel: [naam winkel 4] [adres winkel 4]te Margraten. Hij werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur gebeld door de meldkamer van het beveiligingsbedrijf met de mededeling dat er een alarmmelding was van zijn winkel. Toen hij bij zijn winkel kwam, trof hij daar twee politiepatrouilles. Van de dubbele schuifdeuren was het bovenste gedeelte van de linkerdeur kapot. Er zat een gat in het glas. In de winkel was het rolluik van het sigarettenrek naar boven geschoven. Het rolluik werd daardoor ontzet. Uit dit rek werd een aantal pakjes shag en sigaretten ontvreemd. Op de camerabeelden waarop de diefstal te zien was, zag hij in totaal drie daders.

[getuige 7] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Ze zat op 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur met haar man in haar woning, gelegen aan het [adres getuige 7] te Margraten, toen ze harde klappen tegen een raam hoorde. Ze liep haar balkon op en zag toen voor de [naam winkel 4] die onder haar appartement ligt, een man staan. Ook zag ze een grote zwarte auto. Alle vier de deuren en de kofferklep van de auto waren open. Ze zag vier mensen. Tegen de man die voor [naam winkel 4] stond te wachten, zei haar man dat hij de politie ging bellen. Ze zag drie andere personen vanuit [naam winkel 4] naar de auto lopen. Deze gooiden grote kartonnen dozen in de auto. De vier stapten in en reden weg.

[getuige 6] heeft ook een getuigenverklaring afgelegd. Hij zat op 19 november 2011 omstreeks 00:25 uur in zijn woning aan het [adres getuige 6] te Margraten, toen hij zijn vrouw hoorde zeggen dat zij iets hoorde bonken onder hun woning. Hij was het balkon opgelopen en zag toen een personenauto, een zogenoemde MPV, voor [naam winkel 4] staan. Deze auto had het Belgische kenteken [kenteken].

Feit 5 [naam winkel 5] te Banholt

[slachtoffer 5] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in haar winkel: [naam winkel 5 te Banholt. Ze kreeg op 19 november 2011 omstreeks 01:00 uur een telefoontje van buurvrouw [naam buurvrouw] dat er was ingebroken in haar bedrijf. Ze was gaan kijken en zag dat de voorpui van het pand volledig vernield was. De schuifdeuren waren naar binnen gebogen en het glas was vernield. Het naastgelegen raam was volledig uit het kozijn gebroken en het kozijn was verbogen en verbroken.

De kassa en de toonbank waren omgegooid. Achter de toonbank is een rolluik met daarachter tabak. Het rolluik was vernield en de tabak was weggenomen. Er waren camerabeelden van de inbraak. Deze beelden zal ze bezorgen bij de politie.

Blijkens de camerabeelden, die bekeken en beschreven zijn door een verbalisant, werd de toegang tot de winkel verkregen door tweemaal met een donkere auto tegen de toegangsdeur van [naam winkel 5] te rijden. Toen een van de daders de kofferbak opende om voorwerpen in de kofferbak te gooien, werd gezien dat de kofferbak van de ramauto vol lag met kleine goederen.

Op een lamel van het vernielde rolluik is bloed aangetroffen. Dit bloed kan afkomstig zijn van [medeverdachte 4]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Na afloop van feit 5…

Zoals al in de inleiding opgemerkt, komt na het feit in Banholt de politie de Ford Kuga op het spoor. Deze werd rijdend aangetroffen in Gronsveld, komend uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd achtergelaten aangetroffen op de [l.laan] in Mariadorp, gemeente Eijsden. De auto had met name aan de achterzijde veel schade. De achterbak van het voertuig lag vol met pakjes sigaretten en tevens lag er een aantal blauwe plastic zakken in het voertuig.

Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen, die o.a. meldden dat verdachten via achtertuinen zijn weggevlucht, konden drie verdachten worden aangehouden.

In een tuinhuisje op het adres [adres 1] werd [medeverdachte 4] aangetroffen en aangehouden.

Lopend op de Rijksweg te Eijsden werden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangetroffen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden door getuige [getuige 8] herkend als de personen die hij op 19 november 2011 over de [R.K.laan] te Eijsden had zien rennen. Hij zag deze mannen rennen juist nadat hij een rare klap had gehoord. Beide mannen sprongen over het tuinhek van de woning aan de [E.laan]. Later heeft hij gezien dat een persoon werd aangehouden in de tuin van de [adres 1]. Dat was niet een van de personen die hij eerder had zien rennen. Die personen heeft hij later wel weer gezien. Hij heeft toen, om 03:02 uur, 112 gebeld. Hij zag toen na 2 minuten de politie komen. Naar schatting zo’n 5 minuten later stond de politie bij hem onder het raam van zijn woning. Hij heeft toen een verklaring afgelegd over hetgeen hij gezien had.

Hij verklaarde bij die gelegenheid, tegenover de politie, dat hij de aangehouden personen herkende als de personen die hij eerder over de [R.K.Laan] had zien rennen.

Blijkens de uitdraai van Google Maps die in het dossier op blz. 754 steekt, zijn de [W.K.Laan], [L.laan], [R.K.laan] en de [L.laan] zijstraten van de Rijksweg te Eijsden.

In de achtertuin van het adres [W.K.laan] te Eijsden zijn een petje en een paar handschoenen veiliggesteld en in beslag genomen. Het petje en de handschoenen zijn bemonsterd. Uit de bemonsteringen zijn DNA-profielen verkregen. Zowel aan de binnenzijde van de linkerhandschoen als aan de binnenzijde van de rechterhandschoen is een zogeheten DNA-hoofdprofiel aangetroffen, hetgeen de rechtbank begrijpt als een in een DNA-mengprofiel, meest aanwezige DNA-profiel.

Het DNA van het hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [verdachte]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Aan de rand van het petje is ook een DNA-hoofdprofiel aangetroffen. Ook dit DNA van dit hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [verdachte]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Op de vraag hoe het kan dat er in de nabijheid van de vluchtauto een petje en handschoenen zijn aangetroffen waaraan hoofdzakelijk zijn DNA kleeft, heeft [verdachte] ter zitting geen aannemelijke verklaring kunnen geven.

De suggestie dat hij de aangetroffen handschoenen en het aangetroffen petje wel eens weggegeven zal hebben aan een ander, een suggestie die gesteund zou moeten worden door het aantreffen in het petje en de handschoenen van “additionele pieken/DNA-kenmerken van minimaal één andere persoon”, acht de rechtbank, mede in het licht van de overige, aangehaalde bewijsmiddelen en de opmerking van het NFI dat de additionele pieken/DNA-kenmerken vooralsnog ongeschikt zijn voor vergelijkend onderzoek, onvoldoende aannemelijk geworden.

Het is op basis van de bovenstaande in onderling verband en samenhang beziene bewijsmiddelen dat de rechtbank bewezen oordeelt dat [verdachte] de hem ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan. Zij het dat hem niet het verwijt gemaakt kan worden bij feit 1 geweld tegen [slachtoffer 1] gepleegd te hebben.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte]:

1.

op 18 november 2011 te Elsloo, in de gemeente Stein, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en sigaretten, toebehorende aan J.H.H. [slachtoffer 1];

2.

op 19 november 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel, de [naam winkel 2] gelegen aan het [adres winkel 2], weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan de [naam winkel 2], en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met genoemd oogmerk met zijn mededaders met een auto tegen de toegangsdeur van die winkel is gereden en doende zijn geweest het rolluik omhoog te duwen alwaar sigaretten lagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 19 november 2011 te Cadier en Keer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in

vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een [naam winkel 3] gelegen aan het [adres winkel 3] heeft weggenomen sigaretten en retour stickers en een jubileumboekje "90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" en enveloppen, toebehorende aan [naam winkel 3], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

4.

op 19 november 2011 te Margraten, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan het [adres winkel 4] heeft weggenomen sigaretten, toebehorende aan de [naam winkel 4], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

5.

op 19 november 2011 te Banholt, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan [adres winkel 5] heeft weggenomen sigaretten en shag, toebehorende aan [naam winkel 5], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. [verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen;

feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feiten 4 en 5 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

[verdachte] is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan [verdachte] op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ernstige feiten, ramkraken of snelkraken, betreft en dat [verdachte] een veelpleger is, reden waarom oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf een gepasseerd station is.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betreffende een eventuele strafoplegging aangevoerd dat de feiten 4 ramkraken en een poging inhouden, hetgeen volgens de richtlijnen doorgaans een gevangenisstraf van 4 maal 9 maanden en een maal 6 maanden oplevert. In dat geval is oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wel mogelijk.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

In de nacht van vrijdag 18 op zaterdag 19 november 2011 werden vijf winkeleigenaren het slachtoffer van een zogenoemde snelkraak. Bij vier winkeleigenaren bleef de schade “beperkt” tot materiële schade. Bij een winkeleigenaar, de heer [slachtoffer 1], helaas niet.

Nadat [slachtoffer 1] de daders op heterdaad betrapt had in zijn winkel, werd er geweld tegen hem gebruikt. Geweld dat voor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had. In zijn slachtofferverklaring van 19 juni 2012 maakt hij er melding van dat hij nu nog een doof gevoel in zijn rechterhand heeft en dat hij tot op heden te kampen heeft met minuscule, scherpe stukjes glas in zijn voeten.

Hoewel [verdachte] geen verwijt treft voor zover het dit leed betreft, heeft [verdachte] er geen bezwaar in gezien om de plundertocht door Zuid-Limburg na dit voorval voort te zetten. En dat dus terwijl hij geweten moet hebben dat zijn mededaders bereid waren geweld te gebruiken. Kennelijk was de zucht naar geld bij [verdachte] groter.

Dat rekent de rechtbank [verdachte] zwaar aan, zoals zij hem ook de materiële schade die bij de feiten is aangericht zwaar aanrekent.

Blijkens zijn strafblad is [verdachte] vele malen eerder veroordeeld voor vermogensdelicten. Veroordelingen in 2004, 2007, 2009, 2010 en 2011 weerhouden [verdachte] er echter niet van om telkens opnieuw strafbare feiten te plegen. Het beeld van een onverbeterlijke recidivist doemt op. Een beeld dat de rechtbank verontrust en beklemt.

De rechtbank acht, mede in acht nemende de oriëntatiepunten van het LOVS en alles afwegende, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden. De rechtbank heeft in hetgeen door de verdediging is aangevoerd en in hetgeen vermeld is in het over [verdachte] uitgebrachte reclasseringsrapport geen aanleiding gevonden om af te wijken van de hiervoor bedoelde oriëntatiepunten, met name gelet op hetgeen hiervoor reeds is overwogen over de aard en ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan deze straf, die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

6 De benadeelde partij

6.1 De vordering van benadeelde [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van €450,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzekeringsmaatschappij) en €800,= ter zake van immateriële schade ten gevolge van feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 november 2011.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen, daar sprake is van rechtstreekse schade ten gevolge van dit feit en dat de schade voldoende is onderbouwd.

De raadsman heeft de gevorderde materiële schade niet betwist. De raadsman heeft de gevorderde immateriële schade betwist, daartoe stellende dat [verdachte] niet betrokken of verantwoordelijk was voor het tegenover [slachtoffer 1] gepleegde geweld, en heeft verzocht dit deel van de vordering af te wijzen.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 1] als rechtstreeks gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] materiële schade heeft geleden tot het door haar gevorderde bedrag van €450,=.

[verdachte] is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering zal worden toegewezen tot dit bedrag.

De rechtbank is verder van oordeel dat niet is komen vast te staan dat [verdachte] nauw betrokken was bij het tegenover [slachtoffer 1] gepleegd geweld, zodat niet is voldaan aan het in artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek neergelegde vereiste dat zijn oogmerk gericht was op het toebrengen van immateriële schade. De rechtbank zal daarom de vordering van benadeelde [slachtoffer 1] voor wat betreft de immateriële schade afwijzen.

6.2 De vordering van benadeelde [naam winkel 2]

Namens de benadeelde partij [naam winkel 2] te Maastricht heeft gemachtigde Elberg Groep B.V., gevestigd te Maastricht, een vordering tot vergoeding van materiële schade ingediend voor een bedrag van €450,= (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 2.

De officier van justitie heeft gevorderd deze benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. De raadsman heeft aangevoerd dat hij het daarmee eens is, nu een machtiging van de benadeelde ontbreekt.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij [naam winkel 2] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering, aangezien deze vordering niet overeenkomstig de daartoe gestelde wettelijke bepalingen is ingediend.

Ondanks de tot tweemaal toe door de rechtbank gegeven opdracht aan de officier van justitie om navraag te doen naar de gemachtigde van/wijze van machtigen door [naam winkel 2], is bij de vordering geen door deze benadeelde ondertekende “machtiging” gevoegd waaruit volgt dat Elberg Groep B.V. gemachtigd is namens benadeelde deze vordering in te stellen.

De rechtbank zal bepalen dat de vordering van [naam winkel 2] bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

6.3 De vordering van benadeelde [naam winkel 4]

De benadeelde partij [naam winkel 4] te Margraten vordert een schadevergoeding van €225,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 4.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen, daar sprake is van rechtstreekse schade ten gevolge van dit feit en de schade voldoende is onderbouwd.

De raadsman heeft deze vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [naam winkel 4] als rechtstreeks gevolg van het onder 4 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] materiële schade heeft geleden tot het door haar gevorderde bedrag. [verdachte] is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat deze vordering zal worden toegewezen.

6.4 De vordering van benadeelde [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van €227,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 5.

De officier van justitie heeft toewijzing van deze vordering gevorderd, daar voldoende is komen vast te staan dat de gevorderde schade het rechtstreekse gevolg is van dit feit. De raadsman heeft deze vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 5], als eigenaar van [naam winkel 5], als rechtstreeks gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] materiële schade heeft geleden tot het door haar gevorderde bedrag. [verdachte] is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat deze vordering zal worden toegewezen.

6.5 De op te leggen maatregelen

Nu [verdachte] voor de onder 1, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld en hij (hoofdelijk) naar burgerlijk recht jegens de respectieve slachtoffers J.H.H. [slachtoffer 1], [naam winkel 4] en [slachtoffer 5], zijnde de hiervoor onder 6.1, 6.3 en 6.4 genoemde benadeelde partijen, aansprakelijk is voor de schades die telkens door deze strafbare feiten zijn toegebracht, zal de rechtbank tevens de nader te noemen maatregelen als bedoeld in artikel 36f van Wetboek van Strafrecht aan [verdachte] opleggen, om te bevorderen dat deze schades door [verdachte] worden vergoed.

7 Het beslag

Met betrekking tot de in beslag genomen cd-rom zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbenden van dit voorwerp gelasten, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 45, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt [verdachte] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart [verdachte] strafbaar;

Straffen

- veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 4 jaren;

- bepaalt dat de tijd die [verdachte] voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave van het in beslag genomen voorwerp, te weten:

- een cd-rom

aan de rechthebbende;

Benadeelde partijen

- veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres winkel 1] Elsloo, van een bedrag van 450,- euro (vierhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 18 november 2011 tot aan de dag van [medeverdachte 2]edige voldoening;

- wijst de vordering van deze benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade af;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [slachtoffer 1] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer J.H.H. [slachtoffer 1], Dorine Verschureplein 7 te 6181 AS Elsloo, voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 9 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke berekend rente vanaf 18 november 2011 tot aan de dag van volledige voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [slachtoffer 1] vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- verklaart de benadeelde partij [naam winkel 2], gevestigd aan het adres [adres winkel 2] Maastricht, in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt deze benadeelde partij [naam winkel 2]. in de kosten, door [verdachte] ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

- veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [naam winkel 4], gevestigd aan het [adres winkel 4] Margraten, van een bedrag van 225,- euro (tweehonderdvijfentwintig euro);

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [naam winkel 4] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van benadeelde [naam winkel 4], gevestigd aan het adres [aders winkel 4] Margraten, voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [naam winkel 4] vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], [adres slachtoffer 5] Banholt, van een bedrag van 227,- euro (tweehonderdzevenentwintig euro);

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

- veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [slachtoffer 5] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van benadeelde [slachtoffer 5] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [slachtoffer 5] vervalt en omgekeerd;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. I.T. Dautzenberg en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juli 2012.

Buiten staat

Mr. I.T. Dautzenberg en mr. W.F.J. Aalderink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2011 te Elsloo, in de gemeente Stein, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of sigaretten, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [slachtoffer 1]

(met kracht) (met vuisten) is geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt,

terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] tengevolge heeft

gehad; (zaak 1)

2.

hij op of omstreeks 19 november 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een winkel, de [naam winkel 2] gelegen [adres winkel 2] ,

weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan de

[naam winkel 2] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met genoemd oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met

een auto tegen de toegangsdeur van die winkel is gereden en/of doende is/zijn

geweest het rolluik omhoog te duwen alwaar sigaretten lagen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;(zaak 2)

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 november 2011 tot en met 19 november

2011 te Cadier en Keer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit [naam winkel 3] gelegen aan het [adres winkel 3] heeft weggenomen sigaretten en/of retour stickers en/of een jubileumboekje

"90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" en/of enveloppen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 3] en/of

[slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming; (zaak 3)

4.

hij op of omstreeks 19 november 2011 te Margraten, in de gemeente

Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel

gelegen aan het [adres winkel 4] heeft weggenomen sigaretten, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam winkel 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming; (zaak 4)

5.

hij op of omstreeks 19 november 2011 te Banholt, in de gemeente

Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel

gelegen aan [adres winkel 5] heeft weggenomen sigaretten en/of shag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 5] en/of [slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (zaak 5).