Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BX0967

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
10-07-2012
Datum publicatie
10-07-2012
Zaaknummer
03/700626-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor vijf snelkraken op winkels. Sprake van omstandigheden die de rechtbank doen komen tot het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/700626-11

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [woonplaats] en [geboortedatum],

wonend te [woonadres],

doch thans gedetineerd in de P.I. Limburg Zuid, locatie “De Geerhorst” te Sittard.

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 juni 2012, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte, die verder ook [verdachte] zal worden genoemd, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Voor zover in de tenlastelegging taalfouten, schrijffouten of omissies voorkomen, zijn deze verbeterd. In de voorlaatste regel van het onder 1 ten laste gelegde is achter de woorden “zwaar lichamelijk” het woord “letsel” weggevallen. De rechtbank heeft ook deze omissie verbeterd. [verdachte] is door deze verbeteringen niet geschaad in de verdediging.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [verdachte]:

Feit 1: samen met anderen heeft ingebroken in een winkel waarbij geweld is gepleegd;

Feit 2: heeft geprobeerd samen met anderen in te breken in een winkel;

Feiten 3 tot en met 5: samen met anderen heeft ingebroken in winkels.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt betreffende de ten laste gelegde feiten.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

In de nacht van vrijdag 18 november op zaterdag 19 november 2011 vonden er in een tijdsbestek van ongeveer een uur achtereenvolgens bij winkels in Elsloo (feit 1), Maastricht Amby (feit 2), Cadier en Keer (feit 3), Margraten (feit 4) en Banholt (feit 5) zogeheten snelkraken plaats. De toegang tot de winkels werd bij al deze, snel uitgevoerde inbraken verkregen door het verbreken van een ruit in of nabij de toegangsdeur van de winkel.

Met uitzondering van de inbraak in Maastricht Amby waarbij niets werd weggenomen, bestond de buit telkens uit sigaretten. In een aantal gevallen werden ook andere zaken weggenomen.

Getuigen van de diverse feiten meldden dat de daders gebruik maakten van een donkerkleurige auto van het model “SUV”/”Jeep” en enkele getuigen noteerden ook het kenteken van deze auto. Het betrof het Belgische kenteken [kenteken].

Later is gebleken dat dit kenteken toebehoort aan een op 17 november 2011 in Maasmechelen (België) gestolen Ford Kuga.

Kort na de inbraak te Banholt (feit 5) trof de politie de Ford Kuga rijdend in Gronsveld aan. De Ford Kuga kwam uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd uiteindelijk achtergelaten aangetroffen op de L.laan in Mariadorp, gemeente Eijsden. In de Ford Kuga lagen onder andere pakjes rookwaar.

Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen konden die nacht drie verdachten worden aangehouden. In een tuinhuisje behorend bij het pand aan de [adres 1] werd [verdachte] aangetroffen en lopend op de R.weg te Eijsden werden de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangetroffen.

Later, op 15 december 2011, werd verdachte [medeverdachte 3] aangehouden.

[verdachte]

[verdachte] heeft bij de politie zijn aandeel in de hem ten laste gelegde feiten bekend.

Op 20 november 2011 verklaarde hij – zakelijk weergegeven – dat hij vrijdag 18 november 2011 met twee man whiskey had gedronken. Daarna, de rest van de avond, waren ze wat gaan rondrijden. Ze hadden daarbij een vierde man opgepikt. Ze reden met een zwarte Ford, jeepachtig model. Het rondrijden met de anderen eindigde in Eijsden/Gronsveld, alwaar ze de auto met kapotte banden achter moesten laten. Dit, na een achtervolging door de politie. Na het achterlaten van de auto waren ze met z'n allen te voet ervandoor gegaan. [verdachte] had zich verstopt in een schuurtje alwaar hij was aangetroffen.

Hij was bij de inbraak in Elsloo geweest. Hij had daar sigaretten meegenomen.

Ze waren wat aan het rondrijden en kwamen bij de sigarenwinkel in Elsloo uit. Een van zijn mededaders gooide de ruit in van de entree van de sigarenwinkel. Hij, [verdachte] was naar binnen gegaan en had de sigaretten in een vuilniszak gedaan. Hij had deze vuilniszak van huis meegenomen. Op een gegeven moment kwam er een man, die alleen gekleed was in een boxershort, en die had hij een duwtje gegeven. Daarna was hij weggegaan. Toen hij naar buiten wilde gaan, pakte de man hem vast. Hij, [verdachte], viel toen en riep. Een van de mededaders was hem komen helpen en de man had uiteindelijk losgelaten.

Bij de [naam winkel 2] in Amby was ongeveer hetzelfde gebeurd. Ze hadden met zijn drieën tegen het raam getrapt. Een iemand bleef in de auto. De ruit ging kapot en [verdachte] was met mand naar binnen gegaan. De ander (de derde man) stond op de uitkijk en de vierde zat achter het stuur. Ze waren dronken, verveelden zich en hadden geen geld. Zo kwamen ze op het idee om dit te doen.

Bij de drogist in Cadier en Keer hadden ze de Ford met de achterkant tegen de ruit aangezet en toen achteruitgereden. Toen de ruit kapot ging, was hij, [vedrachte], met nog iemand naar binnen gegaan en had hij de sigaretten gepakt. Een mededader hield de zak open. Deze mededader was dezelfde als bij de inbraak in Elsloo en Amby. De chauffeur en degene die op de uitkijk stond, waren ook dezelfden als in Elsloo en Amby.

Bij de [naam winkel 4] in Margraten was het hetzelfde. Hij had de ruit naast de toegangsdeur kapotgegooid met een steen. De ruit ging in een keer kapot. Hij had er een paar stukken met zijn hand uitgehaald en was vervolgens naar de sigaretten gelopen. Deze keer waren ze met drie man binnengegaan. Degene die bij de andere inbraken op de uitkijk stond, was nu mee naar binnen gegaan. De bestuurder bleef in de Ford zitten. [verdachte] had met nog iemand het rolluik voor de sigaretten kapotgetrokken en had daarna de vuilniszak opengehouden die de twee anderen vulden met sigaretten.

De [naam winkel 5] in Banholt was op dezelfde manier opengemaakt als in Cadier en Keer. De bestuurder tikte tegen de schuifdeur aan waardoor de ruit naast de schuifdeur kapotging. De bestuurder was dezelfde als bij alle andere inbraken. Ze waren dit keer weer met drie man naar binnen gegaan. Ze hadden het rolluik, dat toegang gaf tot de sigaretten, kapotgetrokken en zijn twee mededaders hadden de vuilniszak gevuld met sigaretten. Zelf had [verdachte] geprobeerd een kluisje onder de toonbank los te trekken. Dat was niet gelukt.

Ze waren alle drie naar de auto gegaan, en wilden terug naar Maastricht rijden. Toen ze ongeveer 10 minuten aan het rijden waren, kwamen ze de politie tegen.

De volgorde van de inbraken was Elsloo, Amby, Cadier en Keer, Margraten en Banholt.

Feit 1 [naam winkel 1] te Elsloo

Op 19 november 2011 heeft [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum so 1] en eigenaar van [naam winkel 1], aangifte gedaan van een in zijn aan het D.V.plein te Elsloo gelegen winkel gepleegde inbraak.

Hij verklaarde daarbij – in woorden en weergave van de rechtbank – dat, nadat hij op 18 november naar bed was gegaan hij een doffe klap hoorde, waarna het alarm afging. Zijn woning is gelegen boven zijn winkel, in hetzelfde pand. Hij was kort daarop, gekleed in een onderbroek en onderhemd, naar beneden gegaan en trof daar twee personen in zijn winkel. Hij had een van de personen vastgepakt, waarna er geweld tegen hem was gebruikt. Hij was door een dader geschopt en heeft daardoor een of twee ribben gebroken. Hij heeft letsel onder zijn beide voeten door het lopen in het glas en heeft glassplinters in beide knieën. Ook heeft hij een snee in zijn rechterelleboog van 7 a 8 centimeter lang en 3,5 centimeter diep.

Er waren sigaretten en kleingeld weggenomen.

Blijkens de op 13 december 2011 opgemaakte geneeskundige verklaring was er bij [slachtoffer 1] sprake van fracturen van de tweede en derde linkerrib en is er letsel aan de “n. ulnaris”, hetgeen de rechtbank begrijpt als de nervus ulnaris: de elleboogzenuw. De duur van de genezing werd geschat op enkele weken tot maanden.

Op 2 februari 2012 deelde [slachtoffer 1] desgevraagd aan de politie mee dat hij nog steeds geen gevoel had in zijn rechterpink en rechterringvinger en dat hij op 12 juni 2012 andermaal voor controle/onderzoek naar het ziekenhuis moet. Het natuurlijk herstel van het letsel zou mogelijk in totaal 2 jaar gaan duren.

De aan het D.V.plein wonende [getuige 1] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Zakelijk weergegeven verklaarde ze daarbij dat ze op 18 november 2011 omstreeks 23:55 uur enkele doffe klappen hoorde en een alarm hoorde afgaan. Ze had uit het raam van haar woning gekeken en zag toen iemand voor de ingang van de naastgelegen sigarenwinkel staan. Ze was naar buiten gerend en had daarbij een wandelstok meegenomen. Toen ze buiten kwam, zag ze een persoon buiten staan en zag ze twee andere personen in de winkel met de kassa bezig. Ze had met haar wandelstok twee keer naar die persoon geslagen. Die persoon reageerde daar niet op. Daarna zag ze dat vanaf het plein een auto op haar af kwam. Ze was daarop terug naar haar woning gegaan. De auto had het kenteken [kenteken].

Van het voorval zijn beelden gemaakt door in de winkel van [slachtoffer 1] hangende beveiligingscamera’s. De tijdsnotering van de beelden liep 17 minuten voor op de werkelijke tijd.

Op deze, door diverse verbalisanten bekeken beelden, herkenden de verbalisanten de verdachten [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2].

Wanneer deze herkenningen worden gelezen in samenhang met het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de beelden, dan is op de beelden te zien dat er (op de door de beelden aangegeven tijd) om 00:06.34 uur een voertuig aan komt rijden. Dit voertuig stopt voor de sigarenzaak. Drie personen stappen uit. Om 00:07.10 wordt de sigarenzaak betreden. [verdachte] trapt hierbij tegen de ruit van de zaak, waardoor er een gat ontstaat en de ruit losschiet.

[verdachte] betreedt als eerste de zaak. Hij is gekleed in een donkere spijkerbroek en een zwarte jas met capuchon die voorzien is van bont. Hij draagt schoenen die wit en donkergekleurd zijn en hij houdt een vuilniszak in zijn gehandschoende handen.

[medeverdachte 1] betreedt direct hierna de zaak. Hij is gekleed in een spijkerbroek en een donkere jas met capuchon. Onder deze capuchon draagt hij een petje. Hij draagt schoenen met een witte zool en de bovenzijde is wit met donkere vlakken. Hij draagt ook handschoenen en heeft ook een vuilniszak bij.

Ook hij draagt handschoenen en ook hij heeft een vuilniszak bij zich.

[verdachte] en [medeverdachte 1] springen over de toonbank en halen goederen uit de schappen die ze in de vuilniszakken doen.

[medeverdachte 3] betreedt om 00:07.27 uur de zaak. Hij draagt een petje en handschoenen. Ook hij draagt een vuilniszak. Hij pakt de kassa van de toonbank en probeert deze mee te nemen. Hij struikelt echter daarbij en laat de kassa uit zijn handen vallen.

Om 00:07.47 uur loopt een persoon in een witte broek en donkere jas voor de sigarenzaak langs en kijkt door de voordeur naar binnen. Deze persoon heeft kennelijk een stok in zijn handen en steekt deze naar binnen. Om 00:07.59 verlaat [medeverdachte 3] de zaak en wordt geconfronteerd met deze persoon.

Om 00:08:19 staat een oudere man gekleed in ondergoed in de zaak en gooit kennelijk met schoenen naar [verdachte] en [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] maakt een slaande beweging met een gevulde vuilniszak naar de oudere man.[ verdachte] duwt de man weg en vervolgens verlaat eerst [medeverdachte 1] en daarna verdachte] de zaak via de kapotte ruit van de voordeur. De oudere man pakt [verdachte] om zijn middel als laatstgenoemde net buitenstaat. De oudere man komt ten val en valt met zijn lichaam op de kapotte deur/ruit. [medeverdachte 1] komt terug en slaat de oudere man die nog op zijn knieën zit met gebalde vuist met kracht in het gezicht. De oudere man probeert op te staan en weg te lopen. Hij staat met zijn rug naar de deur.

Terwijl de oudere man wegloopt wordt hij door een vierde persoon in zijn linkerzij geschopt.

Blijkens het daaromtrent opgemaakte proces-verbaal van bevindingen droeg deze, hier als vierde aangeduide, persoon kleding die overeenkomt met de kleding die [medeverdachte 2] bij zijn aanhouding droeg.

Feit 2 [naam winkel 2]te Maastricht Amby

Op 19 november 2011 kregen verbalisanten omstreeks 00:10 uur de opdracht om te gaan naar het S.plein te Maastricht. Daar was zojuist bij de [naam winkel 2] een ramkraak gepleegd. De verbalisanten gingen ter plaatse, spraken daar kort met getuigen [getuige 2] en [getuige 3] en spraken ook met de eigenaar van de supermarkt [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] liet aan de verbalisanten de beelden van de beveiligingscamera zien. Het zijn camera's die automatisch starten zodra er beweging is binnen het bereik van de camera's. De beelden startten om 00:04 uur. Op de beelden is de winkelruimte dan geheel verduisterd. Er is een lichtschijnsel aan de buitenzijde van de winkel nabij de toegangsdeur. Er valt een lange smalle balk de winkel binnen. Het licht gaat automatisch aan in de winkel. Twee mannen komen uit de richting van de toegangsdeur de winkel binnen. Deze rennen naar de meest rechts gelegen kassa. Deze kassa is voorzien van een achterwand waar sigaretten liggen opgeslagen. Beide personen houden grote groene plastic zakken in hun handen. De personen verlaten de kassaruimte en gaan naar buiten.

Persoon A is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een kort zwart glimmend donsjack met een van een bontrand voorziene capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen vermoedelijk van het merk Nike of Puma. Hij draagt een handschoen met op de pols een lichtkleurig plaatje en een lichte bies langs de zijde van de vingers. Hij draagt ook een petje.

Persoon B is blank, heeft een smal postuur en is gekleed in een matzwarte gladde zomerjas voorzien van capuchon. Hij draagt zwart-witte sportschoenen van het merk Nike.

Op zaterdag 19 november 2011 bleek het de verbalisanten om 04:00 uur, en dat na de aanhouding van twee personen op de R.weg te Eijsden, dat persoon B [medeverdachte 1] moet zijn.

Bij een vergelijking van deze camerabeelden met de camerabeelden van feit 1, werd persoon A door de verbalisanten herkend als [verdachte].

[slachtoffer 2] heeft op 19 november 2011 aangifte gedaan van een poging tot inbraak in de hem in eigendom toebehorende [naam winkel 2] aan het S.plein te Maastricht. Op de beelden van de beveiligingscamera heeft hij gezien dat twee personen zijn winkel binnenkwamen en naar kassa 1 liepen. Hij zag dat beide personen zich bukten en trachtten om een rolluik waarachter sigaretten liggen omhoog te duwen. Hij zag dat hen dat niet lukte. Hij zag ook dat een lade was opengetrokken.

[getuige 2] heeft als getuige een verklaring afgelegd over dit feit. Hij verklaarde zakelijk weergegeven dat hij op zaterdag 19 november 2011 omstreeks middernacht bij zijn auto stond op de parkeerplaats waaraan ook de [naam winkel 2] gelegen is. Hij zag toen een auto tegen de pui aanrijden van de [naam winkel 2]. Hij was teruggelopen naar het buurthuis Ambyerhoof om daar melding van de ramkraak te maken en 112 te bellen. Toen hij buiten kwam, zag hij de auto weer wegrijden.

[getuige 3] die vanuit zijn woning goed en onbelemmerd zicht heeft op de [naam winkel 2], heeft op 19 november 2011 om 11:00 uur tegen een verbalisant verteld dat hij de afgelopen nacht om 00:03 uur voor de tv zat en toen een harde klap hoorde, waarna hij naar buiten keek. Hij zag toen een donkerkleurige auto met de achterzijde tegen de gevel van de supermarkt staan. Hij heeft daarop 112 gebeld. Tijdens het bellen zag hij een man via de gebroken ruit uit de supermarkt komen. Deze had een zwarte plastic zak in zijn handen. De man liep naar het bijrijdersportier en de auto reed vervolgens met gedoofde verlichting weg.

Feit 3 [naam winkel 3] te Cadier en Keer

[slachtoffer 3] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in de winkel van haar en haar medevennoot. Het betreft [naam winkel 3] aan het R.plein te Cadier en Keer. Ze werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:00 uur wakker gebeld door [getuige 4] die schuin boven de winkel woont. Deze deelde haar mede dat er een ramkraak had plaatsgevonden op haar winkel. Toen ze ter plaatse kwam, zag ze dat de grote etalageruit links naast de toegangsdeur kapot was. Er waren twee zwarte plastic bakken met daarin diverse soorten pakjes sigaretten weggenomen.

[echtgenoot so 3] is medevennoot van [naam winkel 3]. Hij werd op 21 november gehoord als aangever. Hij verklaarde dat uit zijn winkel ongeveer 500 pakjes sigaretten waren gestolen. Bij dit verhoor werd [echtgenoot so 3] geconfronteerd met een in de Ford Kuga aangetroffen rol stickers "retour afzender" van TNT post. Deze rol was volgens [echtgenoot so 3] zeer waarschijnlijk uit zijn zaak afkomstig. Een in de Ford Kugao aangetroffen boekje "90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" was volgens [echtgenoot so 3] zeker uit zijn zaak afkomstig. Dit boekje werd alleen in zijn zaak weggegeven. Ook de in de Ford Kuga aangetroffen Verona-enveloppen werden door hem herkend als enveloppen die in zijn zaak verkocht worden.

[getuige 4] heeft op 19 november 2011 een getuigenverklaring afgelegd. Hij verklaarde dat hij in zijn slaapkamer was toen hij een flinke klap hoorde. Hij was opgestaan en had vanuit het keukenraam naar buiten gekeken. Hij zag toen dat een auto met de achterzijde richting winkel stond. Hij was vervolgens het balkon opgelopen en zag toen een persoon naast de auto staan. Er zat ook nog een persoon in de auto. Hij had zich verdekt opgesteld om niet op te vallen. Hij zag de auto wegrijden en hij noteerde van de auto het Belgische kenteken [kenteken]. De auto was een zwarte SUV.

[getuige 5] heeft als getuige verklaard dat zij op 19 november omstreeks 00:10 uur in bed tv lag te kijken toen ze een harde klap hoorde. Daarna hoorde ze een alarm. Ze zag een auto met de achterkant richting [naam winkel 3] staan. Ze had, zo ziet ze in haar telefoon, om 00:17 uur 112 gebeld. [getuige 4] is haar vriend. [getuige 4] had al een verklaring afgelegd en het kenteken doorgegeven.

Feit 4 [naam winkel 4] te Margraten

Op 19 november 2011 kregen verbalisanten rond 00:30 uur de opdracht om te gaan naar de [naam winkel 4] die gelegen is aan het [adres winkel 4] te Margraten. Aldaar zou een ramkraak gepleegd zijn. Ter plaatse werd door de verbalisanten gesproken met twee getuigen: [getuige 6] en [getuige 7] en ook werd gesproken met de eigenaar van de winkel [slachtoffer 4]. Er werd gezien dat de ruit van de linker toegangsdeur vernield was, dat beide schuifdeuren ontzet waren, dat er in de winkel een aparte balie was voor de verkoop van sigaretten, tijdschriften en loten en dat het rolluik dat de kast met sigaretten afsluit verbroken was. Er lagen pakjes sigaretten op de vloer in de winkel en er lag een aantal pakjes tabak op het A.plein ter hoogte van de [naam winkel 4].

[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit zijn winkel: de [naam winkel 4] aan het A.plein te Margraten. Hij werd op zaterdag 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur gebeld door de meldkamer van het beveiligingsbedrijf met de mededeling dat er een alarmmelding was van zijn winkel. Toen hij bij zijn winkel kwam, trof hij daar twee politiepatrouilles. Van de dubbele schuifdeuren was het bovenste gedeelte van de linkerdeur kapot. Er zat een gat in het glas. In de winkel was het rolluik van het sigarettenrek naar boven geschoven. Het rolluik was daardoor ontzet. Uit dit rek werd een aantal pakjes shag en sigaretten ontvreemd. Op de camerabeelden waarop de diefstal te zien was, zag hij in totaal drie daders.

[getuige 7] heeft een getuigenverklaring afgelegd. Ze zat op 19 november 2011 omstreeks 00:30 uur met haar man in haar woning, gelegen aan het A.plein te Margraten, toen ze harde klappen tegen een raam hoorde. Ze liep haar balkon op en zag toen voor de [naam winkel 4] die onder haar appartement ligt, een man staan. Ook zag ze een grote zwarte auto. Alle vier de deuren en de kofferklep van de auto waren open. Ze zag vier mensen. Tegen de man die voor [naam winkel 4] stond te wachten, zei haar man dat hij de politie ging bellen. Ze zag drie andere personen vanuit [naam winkel 4] naar de auto lopen. Deze gooiden grote kartonnen dozen in de auto. De vier stapten in en reden weg.

[getuige 6] heeft ook een getuigenverklaring afgelegd. Hij zat op 19 november 2011 omstreeks 00:25 uur in zijn woning aan het A.plein te Margraten, toen hij zijn vrouw hoorde zeggen dat zij iets hoorde bonken onder hun woning. Hij was het balkon opgelopen en zag toen een personenauto, een zogenoemde MPV, voor de [naam winkel 4] staan. Deze auto had het Belgische kenteken [kenteken].

Feit 5 [naam winkel 5]te Banholt

[slachtoffer 5] heeft op zaterdag 19 november 2011 aangifte gedaan van een inbraak in haar winkel: [naam winkel 5] te Banholt. Ze kreeg op 19 november 2011 omstreeks 01:00 uur een telefoontje van buurvrouw [naam buurvrouw] dat er was ingebroken in haar bedrijf. Ze was gaan kijken en zag dat de voorpui van het pand volledig vernield was. De schuifdeuren waren naar binnen gebogen en het glas was vernield. Het naastgelegen raam was volledig uit het kozijn gebroken en het kozijn was verbogen en verbroken.

De kassa en de toonbank waren omgegooid. Achter de toonbank is een rolluik met daarachter tabak. Het rolluik was vernield en de tabak was weggenomen. Er waren camerabeelden van de inbraak. Deze beelden zal ze bezorgen bij de politie.

Blijkens de camerabeelden, die bekeken en beschreven zijn door een verbalisant, werd de toegang tot de winkel verkregen door tweemaal met een donkere auto tegen de toegangsdeur van de [naam winkel 5] te rijden. Toen een van de daders de kofferbak opende om voorwerpen in de kofferbak te gooien, werd gezien dat de kofferbak van de ramauto vol lag met kleine goederen.

Op een lamel van het vernielde rolluik is bloed aangetroffen. Dit bloed kan afkomstig zijn van [verdachte]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Na afloop van feit 5…

Zoals al in de inleiding werd opgemerkt, komt na het feit in Banholt de politie de Ford Kuga op het spoor. Deze werd rijdend aangetroffen in Gronsveld, komend uit de richting van Banholt. Een achtervolging ontstond en de Ford werd achtergelaten aangetroffen op de L.laan in Mariadorp, gemeente Eijsden. De auto had met name aan de achterzijde veel schade. De achterbak van het voertuig lag vol met pakjes sigaretten en tevens lag er een aantal blauwe plastic zakken in het voertuig.

Aan de hand van de aanwijzingen van getuigen, die o.a. meldden dat verdachten via achtertuinen zijn weggevlucht, konden drie verdachten worden aangehouden.

In een tuinhuisje op het adres [adres 1] werd [verdachte] aangetroffen en aangehouden.

Lopend op de R.weg te Eijsden werden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aangetroffen.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]werden door [getuige 8] herkend als de personen die hij op 19 november 2011 over de R.K.laan te Eijsden had zien rennen. Hij zag deze mannen rennen juist nadat hij een rare klap had gehoord. Beide mannen sprongen over het tuinhek van de woning aan de E.laan. Later heeft hij gezien dat een persoon werd aangehouden in de tuin van de [adres 1]. Dat was niet een van de personen die hij eerder had zien rennen. Die personen heeft hij later wel weer gezien. Hij heeft toen, om 03:02 uur, 112 gebeld. Hij zag toen na 2 minuten de politie komen. Naar schatting zo’n 5 minuten later stond de politie bij hem onder het raam van zijn woning. Hij heeft toen een verklaring afgelegd over hetgeen hij gezien had.

Hij verklaarde bij die gelegenheid, tegenover de politie, dat hij de aangehouden personen herkende als de personen die hij eerder over de R.K.laan had zien rennen.

Blijkens de uitdraai van Google Maps die in het dossier op blz. 754 steekt, zijn de W.K.laan, de L.laan, de R.K.laan en de L.laan zijstraten van de R.weg te Eijsden.

In de achtertuin van het adres te Eijsden zijn een petje en een paar handschoenen veiliggesteld en in beslag genomen.

Het petje en de handschoenen zijn bemonsterd.

Uit de bemonsteringen zijn DNA-profielen verkregen. Zowel aan de binnenzijde van de linkerhandschoen als aan de binnenzijde van de rechterhandschoen is een zogeheten DNA-hoofdprofiel aangetroffen, hetgeen de rechtbank begrijpt als een in een DNA-mengprofiel, meest aanwezige DNA-profiel.

Het DNA van het hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 3]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Aan de rand van het petje is ook een DNA-hoofdprofiel aangetroffen. Ook dit DNA van dit hoofdprofiel kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 3]. De kans dat een willekeurige persoon hetzelfde DNA heeft, is door het NFI berekend als kleiner dan 1 op 1 miljard.

Het is op basis van deze in onderling verband en samenhang beziene bewijsmiddelen dat de rechtbank bewezen oordeelt dat [verdachte] de hem ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte]:

1.

op 18 november 2011 te Elsloo, in de gemeente Stein, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat die [slachtoffer 1] (met kracht) is geslagen/gestompt en getrapt/geschopt, terwijl dat feit zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

op 19 november 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel, de [naam winkel 2] gelegen aan het [adres winkel 2] weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan de [naam winkel 2], en zich daarbij de toegang tot die winkel te verschaffen en die weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met genoemd oogmerk met zijn mededaders met een auto tegen de toegangsdeur van die winkel is gereden en doende zijn geweest het rolluik omhoog te duwen alwaar sigaretten lagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 19 november 2011 te Cadier en Keer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in

vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een drogisterij gelegen aan het [adres winkel 3] heeft weggenomen sigaretten en retour stickers en een jubileumboekje "90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" en enveloppen, toebehorende aan [naam winkel 3], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

4.

op 19 november 2011 te Margraten, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan het [adres winkel 4] heeft weggenomen sigaretten, toebehorende aan [naam winkel 4], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

5.

op 19 november 2011 te Banholt, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel gelegen aan [adres winkel 5] heeft weggenomen sigaretten en shag, toebehorende aan [naam winkel 5], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. [verdachte] zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

4.1 de strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

feit 2:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

feiten 4 en 5 telkens:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

4.2 de strafbaarheid van [verdachte]

Door de gedragskundige mevrouw drs. I. Neissen, GZ-psycholoog, is een rapport, gedateerd 15 maart 2012, uitgebracht omtrent een door haar ingesteld onderzoek naar de persoon van [verdachte]. De gedragskundige komt tot de conclusie dat bij [verdachte] sprake is van een ziekelijke stoornis, in de zin van misbruik van alcohol en cannabis, en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogen, in de vorm van cognitief functioneren op licht zwakzinnig danwel zwakbegaafd niveau, en een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Hiervan was sprake ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde en dit beïnvloedde toen in hoge mate zijn gedragskeuzes en gedragingen. De gedragskundige heeft verder op basis van haar bevindingen geconcludeerd dat [verdachte] ter zake van de feiten verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht.

De rechtbank kan zich vinden in het oordeel en de conclusie van de deskundige. Dit brengt mee, dat verdachte weliswaar verminderd toerekeningsvatbaar maar toch strafbaar is, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid volledig uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan [verdachte] op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4,5 jaar, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft aangevoerd dat behandeling van de problematiek van [verdachte] aan het begin van de detentie kan plaatsvinden, conform het advies van de gedragskundige of de reclassering.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft strafmatiging bepleit. Rekening houdend met de LOVS-richtlijnen en de persoon van [verdachte] dient volgens de raadsman ten hoogste een gevangenisstraf van 34 maanden waarvan 24 maanden voorwaardelijk te worden opgelegd. Aan de voorwaardelijke straf kan dan de bijzondere voorwaarde worden verbonden zoals die door de gedragskundige is geadviseerd, te weten het zich houden aan toezicht door reclassering en het ondergaan van een klinische behandeling in “Dichterbij”. De opname in “Dichterbij” zou dan, gelijk de reclassering heeft aangegeven, in september/oktober 2012 kunnen starten.

De raadsman heeft verder betoogd dat bij de strafmaatbepaling in strafmatigende zin moet worden betrokken dat [verdachte] meegewerkt heeft aan het opsporingsonderzoek, dat hij verminderd toerekeningsvatbaar is, dat niet [verdachte] maar een mededader feitelijk het geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en dat volgens zijn strafblad eerder geringe straffen aan hem opgelegd zijn.

De raadsman heeft verder, stellende dat het doel van strafoplegging voorkoming van recidive inhoudt, aangevoerd dat inmiddels bij [verdachte] een positieve gedragsverandering op gang is gekomen, dat [verdachte] thans zijn problemen inziet en dat hij nu wil meewerken aan de geadviseerde begeleiding en behandeling en dat de motivatie van [verdachte] voor hulpverlening zal afnemen als aan hem een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd wordt.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

In de nacht van vrijdag 18 op zaterdag 19 november 2011 werden vijf winkeleigenaren het slachtoffer van een zogenoemde snelkraak. Bij vier winkeleigenaren bleef de schade “beperkt” tot materiële schade. Bij één winkeleigenaar, [slachtoffer 1], helaas niet.

Nadat [slachtoffer 1] de daders op heterdaad betrapt had in zijn winkel, werd er geweld tegen hem gebruikt. Geweld dat voor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel tot gevolg had. In zijn slachtofferverklaring van 19 juni 2012 maakt hij er melding van dat hij nu nog een doof gevoel in zijn rechterhand heeft en dat hij tot op heden te kampen heeft met minuscule, scherpe stukjes glas in zijn voeten.

Voor dit leed en de grote materiële schade die bij alle snelkraken werd gemaakt, zijn [verdachte] en zijn mededaders verantwoordelijk. Zij hebben zich in die bewuste nacht overgegeven aan een ware plundertocht door Zuid-Limburg.

Een tocht waaruit een verontrustend en beklemmend gebrek aan moreel besef spreekt. Nadat er bij de eerste snelkraak een slachtoffer was gevallen, zagen de daders er geen been in om hun strooptocht toch voort te zetten. Daarbij de kans op mogelijke volgende slachtoffers kennelijk voor lief nemend. Het was [verdachte] en zijn mededaders te doen om geld en niemand die of niets dat hen daarvan kon afhouden.

Dat rekent de rechtbank [verdachte] zwaar aan. Zeker ook, omdat [verdachte] reeds eerder in aanraking met justitie is geweest. Uit zijn strafblad blijkende veroordelingen voor vermogensdelicten uit 2008, 2009 en 2010 hebben hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden wederom de fout in te gaan.

Mede in acht nemende de oriëntatiepunten van het LOVS zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren hier op zijn plaats zijn. Een dergelijke straf zal ook aan de mededaders van [verdachte] worden opgelegd.

Anders dan ten aanzien van zijn mededaders, zijn er bij [verdachte] echter factoren aan te wijzen die het maken dat het naar het oordeel van de rechtbank passend is om een deel van die gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Die factoren zijn te vinden in het over [verdachte] door de reclassering uitgebrachte voorlichtingsrapport van 17 februari 2012 en het over [verdachte] door gedragskundige Neissen uitgebrachte rapport van 15 maart 2012 en het aanvullende rapport van 21 juni 2012.

Uit deze rapporten spreekt de bij [verdachte] levende wens om zijn leven anders in te gaan richten door niet langer in de criminaliteit zijn heil te zoeken. Een bereidheid die hij ook ter zitting nog eens heeft uitgesproken.

Door Neissen is, om de ontwikkeling van [verdachte] zo gunstig mogelijk te kunnen beïnvloeden, geadviseerd aan [verdachte] een (deels) voorwaardelijke detentie op te leggen met als bijzondere voorwaarde de verplichting zich onder behandeling te stellen bij een forensisch psychiatrische kliniek, zoals “Dichterbij” te Oostrum. Deze klinische behandeling zal – gelet op de verankerde persoonlijkheidsproblematiek en beperkte intellectuele capaciteiten van [verdachte] – naar verwachting langdurig van aard zijn. Verder is geadviseerd aan de reclassering toezicht op naleving van de voorwaarde op te leggen.

Voorts zijn de factoren die de rechtbank brengen tot een deels voorwaardelijke straf ook te vinden in de, hiervoor besproken, verminderde toerekeningsvatbaarheid van [verdachte], zijn bekennende houding in het vooronderzoek en de omstandigheid dat [verdachte] spijt heeft betuigd voor de door hem gepleegde feiten. Ook ten overstaan van [slachtoffer 1].

De rechtbank acht, alles afwegende, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren passend en geboden, maar daarvan zal een deel, groot 2 jaren, voorwaardelijk opgelegd worden. De rechtbank zal hieraan een proeftijd van drie jaren verbinden.

Conform het advies van gedragskundige Neissen, die daarin gesteund wordt door de reclassering, zal als bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke straf worden verbonden dat [verdachte] zich tijdens deze proeftijd dient te gedragen naar de door de reclassering te stellen voorschriften en/of aanwijzingen, ook als dat inhoudt een klinische behandeling in de forensisch psychiatrische instelling “Dichterbij” te Oostrum of een soortgelijke instelling, zolang de reclassering dan wel de betrokken behandelaar dit nodig acht. De rechtbank acht deze voorwaardelijke gevangenisstraf en deze langere proeftijd op zijn plaats voor het stimuleren van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de persoon van [verdachte] en ter voorkoming van het plegen van nieuwe strafbare feiten.

6 De benadeelde partijen

6.1 De vordering van benadeelde [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van €450,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzerkeringsmaatschappij) en €800,= ter zake van immateriële schade ten gevolge van feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 november 2011.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen, daar sprake is van rechtstreekse schade ten gevolge van dit feit en de schade voldoende is onderbouwd.

De raadsman heeft deze vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 1] als rechtstreeks gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] zowel materiële als immateriële schade heeft geleden tot de gevorderde bedragen van respectievelijk €450,= en €800,=.

[verdachte] is tot vergoeding van die schades gehouden, zodat de vordering zal worden toegewezen tot een totaalbedrag van €1250,=.

6.2 De vordering van benadeelde [slachtoffer 2]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] te Maastricht heeft gemachtigde Elberg Groep B.V., gevestigd te Maastricht, een vordering tot vergoeding van materiële schade ingediend voor een bedrag van €450,= (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 2.

De officier van justitie heeft gevorderd deze benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. De raadsman heeft geen verweer gevoerd.

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vordering, aangezien deze vordering niet overeenkomstig de daartoe gestelde wettelijke bepalingen is ingediend.

Ondanks de tot tweemaal toe door de rechtbank gegeven opdracht aan de officier van justitie om navraag te doen naar de gemachtigde van/wijze van machtigen door [slachtoffer 2], is bij de vordering geen door deze benadeelde ondertekende “machtiging” gevoegd waaruit volgt dat Elberg Groep B.V. gemachtigd is namens benadeelde deze vordering in te stellen.

De rechtbank zal bepalen dat de vordering van [slachtoffer 2] bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

6.3 De vordering van benadeelde [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] te Margraten vordert een schadevergoeding van €225,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 4.

De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering toe te wijzen, daar sprake is van rechtstreekse schade ten gevolge van dit feit en de schade voldoende is onderbouwd.

De raadsman heeft deze vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 4] als rechtstreeks gevolg van het onder 4 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] materiële schade heeft geleden tot het door haar gevorderde bedrag. [verdachte] is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat deze vordering zal worden toegewezen.

6.4 De vordering van benadeelde [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van €227,= ter zake van materiële schade (eigen risico verzekeringsmaatschappij) ten gevolge van feit 5.

De officier van justitie heeft toewijzing van deze vordering gevorderd, daar voldoende is komen vast te staan dat de gevorderde schade het rechtstreekse gevolg is van dit feit. De raadsman heeft deze vordering niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat benadeelde partij [slachtoffer 5], als eigenaar van [naam winkel 5], als rechtstreeks gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde strafbare handelen van [verdachte] materiële schade heeft geleden tot het door haar gevorderde bedrag. [verdachte] is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat deze vordering zal worden toegewezen.

6.5 De op te leggen maatregelen

Nu [verdachte] voor de onder 1, 4 en 5 bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld en hij (hoofdelijk) naar burgerlijk recht jegens de respectieve slachtoffers [1], [4] en [5], zijnde de hiervoor onder 6.1, 6.3 en 6.4 genoemde benadeelde partijen, aansprakelijk is voor de schades die telkens door deze strafbare feiten zijn toegebracht, zal de rechtbank tevens de nader te noemen maatregelen als bedoeld in artikel 36f van Wetboek van Strafrecht aan [verdachte] opleggen, om te bevorderen dat deze schades door [verdachte] worden vergoed.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 57, 63, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

? verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

? spreekt [verdachte] vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

? verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.1 is omschreven;

? verklaart [verdachte] strafbaar;

Straffen

? veroordeelt [verdachte] tot een gevangenisstraf van 4 jaren, waarvan 2 jaren voorwaardelijk;

? bepaalt dat genoemd voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, onder de (algemene) voorwaarden dat:

a.

de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van drie jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en

b.

de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, ter inzage aanbiedt,

alsmede onder de (hierna te noemen) bijzondere voorwaarden dat [verdachte] zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die aan hem worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt dat hij zich (klinisch) moet laten behandelen, overeenkomstig de daartoe gestelde voorwaarden, in de forensisch psychiatrische instelling "Dichterbij" te Oostrum, of een andere soortgelijke instelling, een en ander zolang de reclassering of de betrokken behandelaar dit noodzakelijk acht, met dien verstande dat de duur van de klinische opname de duur van de proeftijd niet mag overschrijden;

? draagt deze reclasseringsinstelling op om aan veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

? bepaalt dat de tijd die veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

? veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van 1250,- euro (eenduizendtweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 18 november 2011 tot aan de dag van volledige voldoening;

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

? veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [slachtoffer 1] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

? legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 22 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke berekend rente vanaf 18 november 2011 tot aan de dag van volledige voldoening;

? bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [slachtoffer 1]vervalt en omgekeerd;

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

? verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] in haar vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

? veroordeelt deze benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten, door [verdachte] ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil;

? veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van 225,- euro (tweehonderdvijfentwintig euro);

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

? veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [slachtoffer 4] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

? legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van benadeelde [slachtoffer 4] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

? bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [slachtoffer 4] vervalt en omgekeerd;

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

? veroordeelt [verdachte] (hoofdelijk) tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5], van een bedrag van 227,- euro (tweehonderdzevenentwintig euro);

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan deze benadeelde partij te betalen;

? veroordeelt [verdachte] tevens in de kosten van deze benadeelde partij [slachtoffer 5] tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

? legt aan [verdachte] (hoofdelijk) de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van benadeelde [slachtoffer 5] voornoemd bedrag te betalen, bij niet betaling te vervangen door 4 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

? bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan genoemde benadeelde partij [slachtoffer 5] vervalt en omgekeerd;

? bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, [verdachte] niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. I.T. Dautzenberg en mr. W.F.J. Aalderink, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 juli 2012.

Buiten staat

Mr. I.T. Dautzenberg en mr. W.F.J. Aalderink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 november 2011 te Elsloo, in de gemeente Stein, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of sigaretten, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [slachtoffer 1]

(met kracht) (met vuisten) is geslagen/gestompt en/of getrapt/geschopt,

terwijl dat feit zwaar lichamelijk voor die [slachtoffer 1] tengevolge heeft

gehad; (zaak 1)

2.

hij op of omstreeks 19 november 2011 in de gemeente Maastricht ter uitvoering

van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een winkel [naam winkel 2] weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan de

[naam winkel/ slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die

winkel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

met genoemd oogmerk met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, met

een auto tegen de toegangsdeur van die winkel is gereden en/of doende is/zijn

geweest het rolluik omhoog te duwen alwaar sigaretten lagen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; (zaak 2)

3.

hij in of omstreeks de periode van 18 november 2011 tot en met 19 november

2011 te Cadier en Keer, in de gemeente Eijsden-Margraten, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een drogisterij gelegen aan het [adres winkel 3] heeft weggenomen sigaretten en/of retour stickers en/of een jubileumboekje

"90 jaar fanfare Sint Blasius 1921-2011" en/of eveloppen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende [naam winkel 3 / slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming; (zaak 3)

4.

hij op of omstreeks 19 november 2011 te Margraten, in de gemeente

Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel

gelegen aan het [adres winkel 4] heeft weggenomen sigaretten, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [naam winkel 4], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming; (zaak 4)

5.

hij op of omstreeks 19 november 2011 te Banholt, in de gemeente

Eijsden-Margraten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel

gelegen aan [adres winkel 5] heeft weggenomen sigaretten en/of shag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam winkel 5/slachtoffer 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (zaak 5).