Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW9292

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
09-03-2012
Datum publicatie
25-06-2012
Zaaknummer
03/703829-11, 03/702632-09 (VTVV)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens medeplegen van bezit wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummers: 03/703829-11, 03/702632-09 (VTVV)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 maart 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg Zuid - De Geerhorst te Sittard.

Raadsman is mr. P.W. Szymkowiak, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 februari 2012, waarbij de officier van justitie, de raadsman en de verdachte hun respectieve standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: samen met een ander of anderen wapens van categorie III voorhanden heeft gehad, te weten een hagelgeweer, een revolver, vijf pistolen en een hoeveelheid munitie van categorie II en III;

Feit 2: samen met een ander of anderen wapens van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten acht busjes pepperspray;

Feit 3: samen met een ander of anderen een wapen van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten een handgranaat;

Feit 4: samen met een ander of anderen een wapen van categorie II voorhanden heeft gehad, te weten een elektrisch stoomstootwapen;

Feit 5: samen met een ander of anderen een wapen van categorie I, te weten een ploertendoder voorhanden heeft gehad;

Feit 6: samen met een ander of anderen een geldbedrag heeft witgewassen.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht feit 1 tot en met 5 wettig en overtuigend bewezen. Verdachte wist dat er wapens en munitie lagen in de woning waar hij verbleef.

De officier van justitie heeft gevorderd om verdachte vrij te spreken van feit 6, omdat er voor betrokkenheid bij witwassen onvoldoende bewijs in het dossier voorhanden is.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman is het eens met de officier van justitie dat de feiten 1 tot en met 5 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat bij feit 1 een partiele vrijspraak dient te volgen omdat niet alle aldaar genoemde wapens van verdachte waren en hij van deze wapens ook geen weet van had. Voorts dient verdachte van feit 6 te worden vrijgesproken.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij een doorzoeking op 16 november 2011 werd in een woning, gelegen aan de [adresgegevens verdachte], een groot aantal wapens en munitie aangetroffen, alsmede een groot geldbedrag.

Bij deze doorzoeking werd het volgende aangetroffen en inbeslaggenomen:

(feit 1):

een hagelgeweer, een pistool (merk/type Browning 9x19mm), een pistool (kaliber .45), een revolver (kaliber .45), een pistool (merk/type Safari Arms), een pistool (kaliber 14 mm), een pistool (merk/type Glock 17), en een hoeveelheid munitie (kogels en patronen van categorie II en III);

(feit 2)

acht busjes pepperspray;

(feit 3)

een handgranaat;

(feit 4)

een elektrisch stroomstootwapen;

(feit 5)

een ploertendoder.

De hiervoor genoemde wapens en munitie zijn onderzocht en daarbij is het volgende gebleken:

- de wapens genoemd onder feit 1 zijn telkens wapens van categorie III;

- de munitie bedoeld onder feit 1 is telkens munitie van categorie II of III;

- de acht busjes pepperspray bedoeld onder feit 2 zijn telkens wapens bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van categorie II, onder 6;

- de handgranaat bedoeld onder feit 3 is een wapen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing;

- het wapen bedoeld onder feit 4 is een wapen van categorie II onder 5, waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht;

- het wapen bedoeld onder feit 5 is een wapen van categorie I onder 3, te weten een ploertendoder.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij met toestemming van de medeverdachte [naam medeverdachte] in diens woning, gelegen aan de [adresgegevens verdachte], verbleef en dat hij zich ook op dit adres heeft ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Verdachte heeft bekend dat het pistool van het merk/type Glock 17 (feit 1), het pistool van het merk/type Safari Arms (feit 1), een deel van de munitie (feit 1), acht busjes pepperspray (feit 2), een elektrisch stroomstootwapen (feit 4) en een ploertendoder (feit 5) van hem waren. Verdachte wist dat er nog veel meer munitie in de woning lag. Verdachte had met [naam medeverdachte] afgesproken dat alles wat er in de kelder lag van hen beiden was. Als hij wat nodig had, dan hoefde hij dat maar te pakken. Over de handgranaat (feit 3) heeft verdachte verklaard dat hij deze heeft zien liggen in een hoekje van een kamer en dat hij deze handgranaat in zijn handen heeft gehad.

Bij de politie heeft verdachte nog verklaard dat hij denkt dat er zeker vijf pistolen in de woning zijn aangetroffen en dat alle spullen van hem en [naam medeverdachte] samen waren, want dat hadden ze zo afgesproken.

De medeverdachte [naam medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij verdachte in de PI Overloon heeft leren kennen en dat verdachte een adres moest hebben om verlof te kunnen krijgen. Hij heeft verdachte toen zijn ([naam medeverdachte]) woning ter beschikking gesteld. Verdachte woont sinds februari 2011 bij hem in huis. Ten tijde van de verloven heeft verdachte aan [naam medeverdachte] verteld dat hij wapens in diens huis en een machinegeweer diens tuin had verstopt. [naam medeverdachte] heeft verdachte desondanks in zijn woning laten wonen, omdat ‘het traject al ingezet was’. Ook heeft verdachte hem verteld dat er een aantal handgranaten in zijn huis verstopt waren.

Gelet op het vorenstaande, acht de rechtbank de feiten 1 tot en met 5 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte alle wapens en munitie genoemd onder feit 1 en de handgranaat genoemd onder feit 3 tezamen en in vereniging met [naam medeverdachte] voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen onder de feiten 2, 4 en 5, omdat uit de inhoud van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken van enige betrokkenheid van [naam medeverdachte] bij deze drie feiten.

De rechtbank is het eens met de officier van justitie en de raadsman, dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 6, omdat hiervoor onvoldoende bewijsmiddelen in het dossier voorhanden zijn.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander, wapens van categorie II en/of categorie III voorhanden heeft gehad, te weten

- een hagelgeweer en/of

- een pistool (merk/type Browning 9x19 mm) en/of

- een pistool (kaliber .45) en/of

- een revolver (kaliber .45) en/of

- een pistool (merk/type Safari Arms) en/of

- een pistool (kaliber 14 mm) en/of

- een pistool (merk/type Glock 17) en een hoeveelheid munitie (kogels en/of patronen) van categorie II en/of III voorhanden heeft gehad;

2.

op 16 november 2011 in de gemeente Maastricht acht busjes met pepperspray, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

3.

op 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander, een handgranaat, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

4.

op 16 november 2011 in de gemeente Maastricht een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

5.

op 16 november 2011 in de gemeente Maastricht een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

- medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd;

- medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 3:

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

T.a.v. feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;

T.a.v. feit 5:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

5 De strafoplegging

5.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf van maximaal 8 tot 12 maanden, met aftrek van voorarrest. Verdachte realiseert zich dat hij gestraft zal worden voor het aanwezig hebben van verboden wapens, maar niet alle wapens waren van hem en hij heeft voorts volledige openheid van zaken gegeven.

5.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte had een groot aantal wapens en munitie voorhanden. Het voorhanden hebben van wapens zonder de daartoe vereiste vergunningen is gevaarlijk en mede daarom hoogst onwenselijk. Verdachte had zelfs een pistool gebruiksklaar onder een deken op de slaapkamer liggen, waaruit de rechtbank concludeert dat verdachte ook bereid was de wapens te gebruiken. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Ook rekent de rechtbank verdachte zwaar aan dat hij wist dat er een handgranaat in de woning lag. Onderzoek van de handgranaat heeft uitgewezen dat deze deugdelijk was en dat, wanneer de handgranaat tot ontploffing zou zijn gekomen, er niet alleen materiële schade zou zijn ontstaan, maar dat er ook gevaar voor zwaar lichamelijk tot dodelijk letsel bij personen in de omgeving, tot op een afstand in de orde van grootte van enkele tientallen meters, aanwezig zou zijn geweest.

De rechtbank zal het voorgaande mee laten wegen bij het bepalen de straf die zij voor verdachte passend acht. Ook zal de rechtbank mee laten wegen, dat verdachte twee keer eerder is veroordeeld voor overtreding van bepalingen van de Wet wapens en munitie.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel, dat een straf, zoals door de officier van justitie is gevorderd, zonder meer recht doet aan de ernst van de feiten.

De rechtbank heeft vervolgens overwogen of matiging van de straf aan de orde is, omdat wellicht niet alle wapens eigendom van verdachte waren en een deel van de wapens mogelijk op initiatief van de medeverdachte in de woning is gebracht, zoals door de verdediging is betoogd. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden geen matiging rechtvaardigen. Verdachte kon zich vrij bewegen door de gehele woning en had dus gemakkelijk alle wapens uit de woning kunnen verwijderen. Ook had hij zelf de woning kunnen verlaten en elders gaan wonen. Verdachte heeft dit alles echter nagelaten en in plaats hiervan aan de medeverdachte voorgesteld dat alle aanwezige wapens van hun beiden waren.

De rechtbank zal verdachte dan ook conform de eis van de officier van justitie veroordelen tot een gevangenisstraf van 14 maanden, met aftrek van voorarrest.

6 Het beslag

6.1 De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat de voorwerpen met de volgnummers 9 tot en met 25, 27, 28, 33, 35, 36, 38, 39, 41, 42, 44, 47 tot en met 54, 56, 58, 60, 62 tot en met 70, 72 en 73 van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Bij gelegenheid van het onderzoek naar het misdrijf waarvoor de verdachte is vervolgd, zijn de in de beslissing als zodanig te noemen voorwerpen met de volgnummers 26, 29, 34, 37, 40, 43, 45, 46, 55, 57, 59, 61 en 71 in beslag genomen. Zij behoren aan de verdachte toe, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Deze voorwerpen zijn van zodanige aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Uit de aard van deze voorwerpen volgt dat zij kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Deze voorwerpen zullen eveneens aan het verkeer worden onttrokken.

De rechtbank heeft deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen opgevat, waarop het voorgaande van toepassing is.

6.2 De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing nader genoemde in beslag genomen geldbedragen aan verdachte, aangezien deze geldbedragen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

7 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 2 juni 2009 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet geen reden tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 6 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de voorwerpen de volgende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten;

nr. 9: 76 stuks munitie, S & B 45 AUTO;

nr.10: 29 stuks munitie, Luger;

nr.11: 100 stuks munitie, Luger;

nr.12: een patroonhouder, Lock;

nr.13: 31 stuks munitie, Luger;

nr.14: 67 stuks munitie, Luger;

nr.15: 4 patroonhouders en 1 tasje;

nr.16: 3 patroonhouders, Walther P22;

nr.17: 2 pistoolholsters, Safariland en Iron;

nr.18: 11 pistoollopen, Luger;

nr.19: 7 busjes pepperspray;

nr.20: 1 ploertendoder in foudraal;

nr.21: 1 mes, Eickhorn;

nr.22: 1 paralyzer;

nr.23: 1 busje pepperspray, Police RSG Gel;

nr.24: 1 mes, KM 2000;

nr.25: 25 stuks munitie;

nr.26: 1 kist;

nr.27: 68 stuks munitie;

nr.28: 11 patroonhouders;

nr.29: 1 tas, Harry Potter;

nr.33: 1 spuitbus;

nr.34: 1 koffer, trolley;

nr.35: 16 stuks munitie;

nr.36: 415 stuks munitie:

nr.37: 1 tas;

nr.38: 16 stuks munitie;

nr.39: 25 stuks munitie;

nr.40: 1 tas, Eastpak;

nr.41: 20 stuks munitie;

nr.42: 73 stuks munitie:

nr.43: 1 tas;

nr.44: 135 stuks munitie;

nr.45: een koffer, Samsonite;

nr.46: 3 verpakkingen voor kogels;

nr.47: 16 stuks munitie;

nr.48: 13 dozen munitie;

nr.49: 16 stuks munitie;

nr.50: 37 stuks munitie in wit potje;

nr.51: 57 stuks munitie;

nr.52: 31 stuks munitie;

nr.53: 136 stuks munitie;

nr.54: 12 stuks munitie in koffer;

nr.55: 1 kist;

nr.56: 20 stuks munitie;

nr.57: 1 kist;

nr.58: 6 dozen munitie;

nr.59: 1 tas, pukkel;

nr.60: 13 stuks munitie;

nr.61: 1 tas, pukkel;

nr.62: 44 stuks munitie;

nr.63: 1 hagelgeweer (AACO4377NL);

nr.64: 1 wapen, Browning (AAEF3941NL);

nr.65: 1 wapen (AAEF3942NL);

nr.66: 1 wapen (AAEF3943NL);

nr.67: 1 wapen, Safari Arms (AAEF3944NL);

nr.68: 1 wapen (AAEF3945NL);

nr.69: 2 stuks munitie;

nr.70: 1 wapen, Glock (AAEF3947);

nr.71: elastiek welke om handgranaat gebonden was;

nr.72: 1 granaat, betreft granaat lichaam;

nr.73: 1 stuk munitie;

- gelast de teruggave aan verdachte voornoemd van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

nr. 7: een geldbedrag van € 2.780,00;

nr. 8: een geldbedrag van € 8.550,00.

De vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis d.d. 2 juni 2009 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 03/702632-09 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 6 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Kessels, voorzitter, mr. E.W.A. van den Berg en

mr. J. Wöretshofer, rechters, in tegenwoordigheid van L.A.J.W. Schoutese, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 maart 2012.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie II en/of categorie III voorhanden heeft gehad, te weten

- een hagelgeweer en/of

- een pistool (merk/type Browning 9x19 mm) en/of

- een pistool (kaliber .45) en/of

- een revolver (kaliber .45) en/of

- een pistool (merk/type Safari Arms) en/of

- een pistool (kaliber 14 mm) en/of

- een pistool (merk/type Glock 17) en/of een hoeveelheid munitie (kogels en/of patronen) van categorie II en/of III voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, acht, in elk geval een of meer, busjes met pepperspray, zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een handgranaat, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

4.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

5.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 16 november 2011 in de gemeente Maastricht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag (11.330 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.