Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW8106

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
08-06-2012
Datum publicatie
13-06-2012
Zaaknummer
478303 CV EXPL 12-2489
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Woningstichting vordert ontruiming van verhuurde woning wegens door huurder veroorzaakte aanhoudende overlast voor overige bewoners in het complex, bestaande in onder meer geluidsoverlast, bedreigingen en intimidatie. Gedaagde niet verschenen. Vordering toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2013/3021
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

zaaknr: 478303 CV EXPL 12-2489

typ: RK

vonnis in kort geding van 8 juni 2012

in de zaak van

WONINGSTICHTING MEERSSEN,

statutair gevestigd en kantoorhoudend te Meerssen op het adres Bunderstraat 28,

eisende partij,

verder te noemen: eiseres,

gemachtigde: C.J.P. Schellekens, advocaat te Best

tegen

[gedaagde],

wonend te [adres],

gedaagde partij,

verder te noemen: gedaagde,

niet verschenen.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Op 1 juni 2012 heeft eiseres de voorzieningenrechter verzocht datum en tijdstip te bepalen waartegen gedaagde zou kunnen worden gedagvaard in kort geding voor het treffen van een of meer onmiddellijke voorziening(en) bij voorraad als bedoeld in artikel 254 Rv.

De voorzieningenrechter heeft aan dit verzoek voldaan en tevens bepaald voor welke uiterste datum (4 juni 2012) het exploot van dagvaarding betekend diende te worden.

Bij exploot van dagvaarding van 4 juni 2012 heeft eiseres onder medebetekening van producties gedaagde in kort geding gedagvaard en opgeroepen voor de zitting van donderdag 7 juni 2012 te 10:30 uur.

Ter zitting zijn namens eiseres verschenen de heer [woonconsulent] en mevrouw

[woonconsulent], werkzaam bij eiseres als woonconsulenten, bijgestaan door mr. Schellekens voornoemd.

Gedaagde is zonder bericht niet verschenen en heeft ook niet om uitstel verzocht dan wel anderszins van zich doen horen.

Daarna is vonnis bepaald op heden.

MOTIVERING

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken staat tussen partijen vast dat gedaagde vanaf 8 juli 2011 van eiseres de woning gelegen aan de [adres] huurt.

Eiseres stelt dat zij er een spoedeisend belang bij heeft om op een zo kort mogelijke termijn over een ontruimingstitel te beschikken.

Zij vordert thans de veroordeling van gedaagde - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - om het gehuurde binnen één dag na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te ontruimen en te verlaten, onder afgifte van de sleutels, met al het zijne en al de personen die zijdens hem in het gehuurde verblijven en het gehuurde ter vrije beschikking van eiseres te stellen, onder verwijzing van gedaagde in de proceskosten.

Eiseres voert ter onderbouwing van haar vordering aan dat gedaagde structureel en bij voortduring ernstige overlast veroorzaakt voor de overige - veelal oudere - bewoners van het complex waar het gehuurde deel van uitmaakt, bestaande in onder meer:

- geluidsoverlast door harde muziek;

- spelen op zijn gitaar in de binnentuin van het complex en daarbij vals zingen;

- ’s nachts aanbellen/kloppen op de ramen bij/van buurtbewoners;

- het laten schrikken en/of aanstaren van buurtbewoners;

- liggen op het pad naast het complex in dronken “comateuze” toestand;

- door de regen lopen in zijn onderbroek.

Op 23 mei 2012 heeft gedaagde met een groot koksmes door het complex gelopen en heeft daarmee, hoewel niemand direct door hem is bedreigd, de overige bewoners ernstig geïntimideerd. De politie is ter plaatse geweest en heeft het mes in beslag genomen. De dag erna heeft gedaagde een bewoonster bedreigd om nooit meer de politie te bellen.

De bewoners van het complex zijn bang voor gedaagde en durven in hun eigen woonomgeving niet meer naar buiten. Er is op dit moment sprake van een onhoudbare situatie.

Eiseres heeft haar stellingen geadstrueerd aan de hand van in het geding gebrachte producties, waaronder twee “mutatierapporten” van de Politie Regio Limburg Zuid betreffende door gedaagde veroorzaakte overlast en een brief van woonconsulent [woonconsulent] aan gedaagde van 9 augustus 2011 waarin hij gedaagde er op wijst dat er herhaaldelijk over zijn gedrag geklaagd wordt en dat hij adequate maatregelen dient te nemen om de overlast te beëindigen.

Eiseres stelt dat gedaagde ernstig tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder, en dat van haar niet kan worden gevergd de uitkomst van een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in een bodemprocedure af te wachten.

Van de zijde van gedaagde is geen verweer gevoerd.

Van een spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vordering, overtuigend gebleken.

Om een voorziening te kunnen treffen als gevorderd, dient met redelijke mate van zekerheid aangenomen te worden dat in een eventuele bodemprocedure geoordeeld zal worden dat een daarmee overeenstemmende of vergelijkbare vordering zal slagen. Deze vaststelling moet geschieden op basis van hetgeen in deze korte procedure met de daaraan eigen beperkingen naar voren gebracht is.

Gelet op hetgeen in de inleidende dagvaarding en ter zitting onweersproken gesteld is, is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat een eventuele vordering van eiseres tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in een bodemzaak zal slagen, zodat in kort geding bevel tot ontruiming gegeven zal worden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter rechtvaardigt de onbetwist gebleven - en daarmee in deze procedure vaststaande - overlast toewijzing van de gevorderde ontruiming als onmiddellijke voorziening. Die overlast is als een ernstige tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van gedaagde als huurder aan te merken.

De voorzieningenrechter zal, gelet op vorenstaande overwegingen, de gevorderde ontruiming toewijzen. De daarbij door [gedaagde] in acht te nemen termijn zal evenwel worden gesteld op tien dagen na betekening van dit vonnis.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij tot betaling van de aan de zijde van eiseres gevallen proceskosten veroordeeld worden.

BESLISSING

Veroordeelt gedaagde om de woning aan [adres] binnen tien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten, onder afgifte van de sleutels, met al het zijne en al de personen die zijdens hem in het gehuurde verblijven en het gehuurde ter vrije beschikking van eiseres te stellen.

Veroordeelt gedaagde tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot de datum van dit vonnis begroot op € 603,33, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde,

€ 109,00 aan griffierecht en € 94,33 aan explootkosten.

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken.