Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW7883

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
06-06-2012
Datum publicatie
08-06-2012
Zaaknummer
472386 RV VERZ 12-1947, 472387 RV VEZR 12-1948, 422260 RV VERZ 11-2529
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- samenloop van beschermingsbewind en schuldsanering

- verrekening van vorderingen tijdens schuldsanering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Kanton

Locatie Maastricht

Zaaknummers: 472386 RV VERZ 12-1947

472387 RV VEZR 12-1948

422260 RV VERZ 11-2529

BMnr: 12712

Typ: FB

6 juni 2012

beschikking goedkeuring rekening en verantwoording over de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 en toekenning bewindvoerdersbeloning

op het verzoek van

mr. R.H.M.C. Libotte (voorheen handelende onder de naam Budgetbeheer Limburg B.V., thans onder de naam Cirkel Bewindvoeringen B.V.),

[postadres],

in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de rechthebbende:

[naam rechthebbende]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adresgegevens],

verder te noemen: de rechthebbende.

1. verloop van de procedure

1.1. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de ter griffie op 12 oktober 2009,

11 mei 2010 en 9 maart 2011 ingekomen rekeningen en verantwoordingen over de periode

1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 en het op 22 april 2011 ingekomen overzicht met “eindafrekeningen” en de daarbij gevoegde bescheiden.

1.2. De bewindvoerder is bij beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 11 oktober 2011, zaaknummer 447668 BM VERZ 11-1786 per 1 december 2011 wegens slecht beheer ontslagen. Bij beschikking van 30 november 2011 is Bewindvoerderkantoor Verheijden B.V. als opvolgend bewindvoerder benoemd.

2. beoordeling van de rekening en verantwoording

2.1. De kantonrechter merkt op dat de voormelde rekeningen en verantwoordingen zijn gecontroleerd op de onderdelen bewindvoerdersbeloning, de in rekening gebrachte kosten en het gebruik van een derdergeldenrekening op naam van Budgetbeheer Limburg B.V..

2.2. De kantonrechter merkt op dat in 2010 en 2011 met de bewindvoerder diverse evaluatiegesprekken zijn gevoerd over het door hem in al zijn dossiers gevoerde bewind omtrent de toe te kennen bewindvoerdersbeloning in 2008, 2009 en 2010, alsmede andere bij een rechthebbende in rekening te brengen kosten die verband houden met zijn beheer over de goederen van de rechthebbende, waaronder de kosten voor de software applicatie SmartFMS (hierna SmartFMS) en advocaatkosten vergoed aan zijn eigen advocatenkantoor. In het dossier met zaaknummer HV 200.075.752/01 heeft de bewindvoerder de beschikking van de kantonrechter van 19 juli 2010, na bekrachtiging door het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch op 20 januari 2011 met betrekking tot beloning, kosten voor SmartFMS en advocaatkosten, voorgelegd aan de Hoge Raad der Nederlanden met betrekking tot de beslissingen over de SmartFMS- en advocaatkosten. De Hoge Raad heeft bij beschikking van 9 september 2011, LJN BR1653, deze zaak, na cassatie op het punt van de kosten voor SmartFMS verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem. Daarmee is deze beschikking van het hof Den Bosch op het punt van de berekening van de beloning en van de advocaatkosten in kracht van gewijsde gegaan. De kantonrechter zal het hof in zijn oordeel op deze punten dan ook volgen. Voorzover thans bij de kantonrechter bekend, is voormelde zaak door de bewindvoerder nog niet bij het Gerechtshof te Arnhem aangebracht.

Inmiddels heeft het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch op 28 november 2011 in het dossier met zaaknummer HV 200.093.989/01 wederom beslist dat de kosten van SmartFMS aan de rechthebbende moeten worden terugbetaald. De kantonrechter zal het hof in zijn oordeel op dit onderdeel volgen.

Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling

2.3. Op 28 oktober 2008 is de rechthebbende toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, hierna: wsnp, onder nummer R.08/655 met aanstelling van mevrouw G.M. Dols tot bewindvoerder en benoeming van mr. W.E. Elzinga tot rechter-commissaris. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de rechthebbende bij vonnis van 25 oktober 2011 een schone lei heeft gekregen en dat op 16 december 2011 de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Op grond van het bepaalde in artikel 307 Fw mogen de vorderingen van de bewindvoerder op de rechthebbende worden verrekend met openstaande schulden van vóór die datum. De kantonrechter zal derhalve ambtshalve onderzoek of er tussen de bewindvoerder en de rechthebbende voor 28 oktober 2008 nog vorderingsrechten zijn ontstaan.

Indien komt vast te staan dat de bewindvoerder nog bedragen aan de rechthebbende zou moeten terugbetalen dienen deze, nu het alle vorderingsrechten van rechthebbende zijn die tijdens de toepassing van de wettelijke schuldsanering zijn ontstaan, aan de schuldsaneringsbewindvoerder te worden betaald als nagekomen baat.

Toekenning bewindvoerdersloon

2.4. De kantonrechter merkt allereerst op dat bij beschikking van 20 mei 2008 aan de bewindvoerder in dit dossier een beloningsmachtiging is gegeven voor een bedrag van

€ 845,70 inclusief BTW en ongespecificeerde kosten voor het beheer over de periode van

14 december 2006 tot en met 31 december 2007. In deze beschikking is in het dictum opgenomen de zinsnede “wijst af het meer of anders verzochte”. Uit de rekening en verantwoording over de voormelde periode blijkt dat de bewindvoerder aan beloning een bedrag van € 910,- bij de rechthebbende in rekening heeft gebracht. Tegen voormelde salarisbeschikking heeft de bewindvoerder geen hoger beroep ingesteld. De bewindvoerder heeft derhalve een bedrag van € 64,30 zonder machtiging van de kantonrechter bij de rechthebbende geïnd.

Van een bewindvoerder mag worden verwacht dat hij in een dergelijk geval het bedrag dat hij ten onrechte bij de rechthebbende in rekening heeft gebracht, aanstonds op eigen initiatief aan de rechthebbende terugbetaalt of, indien hij dat niet doet, deze vordering expliciet vermeldt in de rekening en verantwoording en toelicht waarom deze vordering in dat jaar niet is betaald. In de rekening en verantwoording van 2008 is deze vordering niet vermeld, is geen terugbetaling van dit bedrag terug te vinden, noch een toelichting waarom dit niet is geschied. In de rekeningen en verantwoordingen van 2009 en 2010 is dit evenmin het geval.

De kantonrechter zal derhalve op de voet van het bepaalde in artikel 1:362 juncto 1:444 BW de bewindvoerder tot terugbetaling van dit bedrag veroordelen.

2.5. De kantonrechter zal het salaris van de bewindvoerder over het jaar 2008 als volgt berekenen. Over de periode 1 januari 2008 tot en met november 2008 geldt een bedrag dat is berekend conform de afspraken gemaakt in het kantonoverleg van de rechtbank Maastricht van 13 februari 2008 voor een professionele bewindvoerder geen lid van de branche-organisatie, te weten een bedrag van € 65,06 inclusief BTW en kosten per maand.

In november 2008 is de bewindvoerder als volledig lid toegelaten tot de branchevereniging BPBI en zal hem op basis van de aanbevelingen van het LOVCK een beloning worden toegekend van € 86,27 inclusief BTW en kosten vanaf 1 december 2008, conform voormelde beschikking van het Hof Den Bosch van 20 januari 2011. De kantonrechter merkt op dat deze berekeningswijze ook in overeenstemming is met het standpunt van de BPBI, dat aan de bewindvoerder is medegedeeld bij brief van 14 november 2008 en aan de kantonrechter ter kennis is gebracht door de directeur van deze organisatie. Deze brief vermeldt:“Uw definitieve lidmaatschap gaat in vanaf 1 december 2008 (…) zodat u gerechtigd bent vanaf die datum de tarieven voor een Professionele Bewindvoerdersorganisatie te berekenen”.

De bewindvoerder heeft bij beschikking van 19 januari 2007 een machtiging ontvangen voor het innen van intakekosten ad € 172,55 inclusief BTW. Dit brengt de in rekening te brengen beloning voor 2008 in totaal op een bedrag van € 974,48 inclusief BTW en kosten. De bewindvoerder heeft geïnd € 1012,55 inclusief een geïnde intakevergoeding van € 172,55 inclusief BTW en dient derhalve nog € 38,07 aan de rechthebbende terug te betalen.

2.6. De bewindvoerder heeft in 2009 op basis van de aanbevelingen van het LOVCK recht op een beloning van € 1071,00 inclusief BTW en kosten op jaarbasis. De bewindvoerder heeft aan beloning geïnd een bedrag van € 1179,50. Dit bedrag komt niet overeen met de aanbevelingen van het LOVCK.

Er dient dus een bedrag van € 108,50 aan te veel geïnde beloning te worden gerestitueerd.

2.7. Over de periode 2010 heeft de bewindvoerder bij de rechthebbende een bedrag van

€ 1101,33 als bewindvoerdersloon in rekening gebracht terwijl hij op basis van de aanbevelingen van het LOVCK recht had op € 1111,46 dus € 10,13 te weinig. De bewindvoerder heeft dan ook recht op een nabetaling van € 10,13.

2.8. Op grond van het hiervoor onder 2.3 tot en met 2.7 overwogene dient de bewindvoerder in totaal een bedrag van € 200,74 aan ten onrechte geïnde beloning terug te betalen.

Gebruik derdengeldenrekening

2.9. De kantonrechter stelt voorts vast dat de bewindvoerder in dit dossier bij zijn beheer over de periode 21 april 2008 tot en met 2 februari 2009 gebruik heeft gemaakt van een derdengeldenrekening. Blijkens de het bij de rekening en verantwoording gevoegde overzicht heeft de bewindvoerder kennelijk vanaf deze rekening leefgeld betalingen voorgeschoten aan de rechthebbenden en later weer naar de derdengeldenrekening teruggestort. Tevens zijn er kennelijk via deze derdengeldenrekening betalingen ten behoeven van de rechthebbende gedaan en zijn die later weer door de bewindvoerder naar de derdengeldenrekening teruggestort.

De bewindvoerder heeft echter onvolledige en onbegrijpelijke overzichten van de derdengeldenrekening overgelegd. Bij brief van 18 april 2012 is de bewindvoerder de mogelijkheid geboden om alsnog een inzichtelijk overzicht van de derdengeldenrekening te overleggen. De bewindvoerder heeft niet binnen de gestelde termijn gereageerd. De kantonrechter zal daarom geen goedkeuring verlenen aan de betalingen gedaan aan de derdengeldenrekening.

De kantonrechter acht het tevens bezwaarlijk dat de derdengeldenrekening, betrekking hebbende op het jaar 2008 en 2009, door de bewindvoerder pas bij de ingediende rekening en verantwoording over 2010 is bijgevoegd. Gezien het feit dat er via deze derdengeldenrekening transacties hebben plaatsgevonden voor de rechthebbende is het aan de bewindvoerder dit overzicht samen met de rekening en verantwoording in te dienen over het betreffende jaar.

Op 30 oktober 2008 hebben er klaarblijkelijk nog een drietal terugbetalingen aan de derdengeldenrekening plaatsgevonden in verband met voorgeschoten betalingen door de bewindvoerder. Het betreft hier een terugbetaling “i.o.v. client voorschot factuur Essent”, een terugbetaling “i.o.v. client voorschot leefgeld” en nog een terugbetaling “i.o.v. client voorschot leefgeld”. Het gaat om een totaalbedrag van (€ 104,24 + € 50,- + € 24,35 =)

€ 178,59. De bewindvoerder heeft deze facturen kennelijk op 12 en 17 september 2008 en op 17 oktober 2008 via de derdengeldenrekening betaald. Echter, na toelating van de wsnp mocht de bewindvoerder op grond van het bepaalde in artikel 299 juncto 306 Fw niet meer aflossen op schulden die voor die datum zijn ontstaan; de aflossingen van 30 oktober 2008 zijn dus nietig. De kantonrechter zal goedkeuring aan de verantwoording van de transacties via de derdengeldenrekening onthouden en de bewindvoerder dient derhalve € 178,59 terug te betalen.

SmartFMS

2.10. De kantonrechter stelt vast dat de bewindvoerder in 2009 en 2010 ten laste van rechthebbende een bedrag van (€ 62,51 + € 115,72 =) € 178,23 heeft uitbetaald aan Idieka B.V. ten behoeve van de software applicatie SmartFMS waarmee de rechthebbenden online 24 uur per dag inzage hebben in hun beheer- en leefgeldrekening.

Het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch heeft op 28 november 2011 in het dossier met zaaknummer HV 200.093.989/01 beslist dat deze applicatie niet nodig is voor het beheer van de financiën van de rechthebbende. Voor de bewindvoerder zijn er voordelen aan verbonden (geen papieren betalingsoverzichten meer voor de rechthebbenden en minder vragen aan de bewindvoerder over verrichte betalingen). Voor sommige rechthebbenden heeft dit systeem ongetwijfeld ook voordelen, voor anderen niet of nauwelijks. Tegenover de voordelen staat voor de rechthebbende een maandelijkse extra kostenpost van € 8,93.

De kantonrechter verwijst naar aanbeveling 2 van het LOVCK, dat voorafgaande goedkeuring van de kantonrechter bij extra kantoorkosten aanbeveelt, en naar artikel 19 lid 2 van de kwaliteitsverordening van zijn branchevereniging BPBI, dat vermeldt:”De kosten voor het digitaal raadplegen van de gegevens mogen nimmer, direct of indirect, ten laste van de cliënt worden gebracht”.

De bewindvoerder dient derhalve deze kosten ad € 178,23 terug te betalen.

Kosten betaald aan het aan de bewindvoerder gelieerde advocatenkantoor

2.11. De kantonrechter merkt voorts op dat de bewindvoerder de navolgende advocaatkosten heeft vergoed aan zijn eigen advocatenkantoor. Voor deze kostenposten heeft de bewindvoerder geen enkele toelichting gegeven.

datum bedrag declaratienummer

2 april 2008 € 297,50 0711.343.01b

2 juli 2008 € 94,00 0804.139.01b

14 augustus 2009 € 94,00 0902.037.01b

14 augustus 2009 € 47,00 0812.404.01b

Tijdens de evaluatiegesprekken die in 2010 met de bewindvoerder zijn gehouden, hebben de kantonrechters hun bezwaren tegen het optreden van de bewindvoerder als advocaat in zijn bewindsdossiers toegelicht. Daarbij is als voornaamste grond genoemd de schijn van belangenverstrengeling, nu de bewindvoerder aan zichzelf als advocaat een opdracht verstrekt waarbij hij (ook) een financieel belang heeft, dit mede in het licht van het gegeven dat de rechthebbenden in de bewindsdossiers zelf niet of nauwelijks in staat zijn hun vermogensrechtelijke belangen goed te behartigen. Dat is immers ook de grond voor het bewind. In een aantal dossiers was aan het licht gekomen dat rechtsbijstand werd ingeschakeld hoewel de bewindvoerder als zodanig een brief had behoren te schrijven of een eenvoudig bezwaarschrift had behoren in te dienen zoals andere bewindvoerders niet-advocaat. Inschakeling van een advocaat was in die gevallen dus niet nodig.

Tijdens voormelde gesprekken is afgesproken dat de bewindvoerder in het vervolg aan de kantonrechter een machtiging tot procederen zou vragen als hij zijn eigen advocatenkantoor voor rechtsbijstand wilde inschakelen en in gevallen waarin deze kosten reeds waren gemaakt hij deze alsnog zou toelichten en onderbouwen en de facturen zou bijvoegen, zodat beoordeeld zou kunnen worden of deze kosten noodzakelijk waren, waarna mogelijk alsnog machtiging tot betaling van deze facturen zou kunnen worden gegeven.

De facturen met betrekking tot de voornoemde advocaatkosten zijn door de bewindvoerder niet overgelegd.

De bewindvoerder heeft bij brief van 17 januari 2012 de gelegenheid gekregen om alsnog de facturen van de betreffende advocaatkosten over te leggen en deze te onderbouwen. De bewindvoerder heeft hier niet op gereageerd binnen de gestelde termijn.

De bewindvoerder zal derhalve tot terugbetaling van de betreffende advocaatkosten worden verplicht. Het totaal aan terug te betalen advocaatkosten bedraagt € 532,50

Betaalopdracht

2.12. Op 7 oktober 2011 heeft de bewindvoerder bij de griffie een fotokopie ingeleverd van een print van een elektronische betaalopdracht van een rekening van Budgetbeheer Limburg de dato 8 juni 2011 voor een bedrag van € 130,56 aan de beheerrekening van rechthebbende onder vermelding van “restitutie eindafrekening tm2010”. Dit is geen rechtsgeldig bewijs van betaling en de kantonrechter heeft dit bedrag dan ook niet in de onder 2.13 vermelde verrekening betrokken.

2.13. Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat de bewindvoerder over het gevoerde bewind tot 31 december 2010 aan de rechthebbende een bedrag van in totaal ( € 200,74 + € 178,23 + € 178,59 + € 532,50 = ) € 1090,06 dient terug te betalen. De kantonrechter zal de bewindvoerder op de voet van het bepaalde in artikel 1: 362 BW tot betaling van dit bedrag veroordelen, zij het dat dit bedrag dient te worden betaald aan mevrouw G.M. Dols, de schuldsaneringsbewindvoerder van de rechthebbende, teneinde dit als nagekomen bate uit te delen aan de crediteuren.

2.14. De kantonrechter zal goedkeuring aan de rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 onthouden op de onderdelen beloning, betalingen aan de derdengeldenrekening, kosten SmartFMS en kosten betaald aan het aan de bewindvoerder gelieerde advocatenkantoor, zoals hiervoor is overwogen.

3. beslissing

De kantonrechter:

kent bovengenoemde bewindvoerder een bewindvoerdersbeloning toe voor de periode

1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 van € 801,93, voor de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 van € 1071,- en over de periode 1 januari 2010 tot en met

31 december 2010 van € 1111,46, alle voormelde bedragen inclusief BTW en ongespecificeerde kosten;

onthoudt goedkeuring aan de rekeningen en verantwoordingen betrekking hebbende op de periode 1 januari 2008 tot en met 31 december 2010 op de onderdelen beloning, betalingen aan de derdengeldenrekening, kosten SmartFMS en kosten betaald aan het aan de bewindvoerder gelieerde advocatenkantoor, zoals in het lichaam van deze beschikking is overwogen;

veroordeelt de gewezen bewindvoerder tot betaling van een bedrag van € 1090,06 aan de wsnp-bewindvoerder van de rechthebbende, mevrouw G.M. Dols;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.T.A.C. Russel, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.