Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMAA:2012:BW5805

Instantie
Rechtbank Maastricht
Datum uitspraak
27-04-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
03-703568-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte ter zake van het medeplegen van mensenhandel tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met aftrek van voorarrest, met hoofdelijke veroordeling tot het betalen van een schadevergoeding aan de slachtoffers. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn waarbinnen een strafzaak moet worden afgedaan en om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit, heeft de rechtbank een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd.

Verdachte heeft samen met zijn partner gedurende enkele jaren verschillende Thaise vrouwen uitgebuit door ze onvrijwillig in de prostitutie te laten werken en heeft zichzelf met de opbrengsten daaruit bevoordeeld. De vrouwen moesten bijna al hun verdiensten afstaan. Verdachte heeft samen met zijn partner een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vrouwen. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan. De slachtoffers waren jonge vrouwen uit arme families op zoek naar manieren om hun familie in Thailand te onderhouden. Verdachte was op de hoogte van de penibele situatie waarin de slachtoffers zich bevonden. De rechtbank acht de mensenhandel zoals gepleegd door verdachte en zijn mededader een vorm van moderne slavernij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht

parketnummer: 03/703568-06

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 april 2012

in de strafzaak tegen

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte].

Raadsman is mr. J.M.J.H. Coumans, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 12 en 13 april 2012. De verdachte is, hoewel goed opgeroepen, niet verschenen. De raadsman heeft te kennen gegeven dat hij niet bepaaldelijk gevolmachtigd is om de verdediging bij afwezigheid van verdachte te voeren. Tegen verdachte is verstek verleend. De officier van justitie heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Ter terechtzitting van 12 april 2012 heeft de officier van justitie een vordering tot wijziging van de tenlastelegging ingediend. De rechtbank heeft de vordering toegewezen en het onderzoek aanstonds voortgezet op de gewijzigde tenlastelegging aangezien verdachte door het achterwege blijven van een kennisgeving van de wijziging redelijkerwijs niet in haar verdediging is geschaad.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1 tot en met 3: zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel.

3 De voorvragen

3.1 De bevoegdheid van de rechtbank

Gelet op het feit dat verdachte militair is, overweegt de rechtbank het volgende.

Vooropgesteld dient te worden dat bij de berechting van militairen voor het plegen van strafbare feiten de rechtbank Arnhem ingevolge de artikelen 2 en 3 van de Wet militaire strafrechtspraak (Wms) bij uitsluiting bevoegd is. Artikel 4 van de Wms bepaalt echter dat in het geval van deelneming aan strafbare feiten van iemand die geen militair is, de vervolging bij voorkeur plaatsvindt voor de rechter in Nederland die tot kennisneming van de door de deelnemer begane feiten bevoegd is. Gelet hierop is de rechtbank bevoegd om van de tenlastegelegde feiten kennis te nemen.

3.2 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Verdachte is op 9 juni 2005 door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 3.2.1. van de APV [plaatsnaam] 2000 tot een geldboete van € 500,00 waarvan € 250,00 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte werd veroordeeld wegens het exploiteren van een seksinrichting zonder vergunning. De vervolging en de veroordeling vonden plaats naar aanleiding van een inval op 17 augustus 2004 te [plaatsnaam] in een pand aan de [adresgegevens]. Die inval was ook de aanleiding voor het onderzoek in de onderhavige zaak.

De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een dubbele vervolging, nu het exploiteren van een seksinrichting zonder vergunning een ander verwijt betreft dan de onderhavige tenlastegelegde mensenhandel. De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat feiten 1, 2 en 3 bewezen kunnen worden gelet op de aangiftes, de verklaringen van de getuigen, de bevindingen van de politie bij uitgevoerde controles, de opgenomen tapgesprekken en de getuigenverklaringen bij de rechter-commissaris. Zij heeft daarbij een uitzondering gemaakt voor de feiten gepleegd jegens [naam benadeelde partij 1]. Zij acht daarvoor geen bewijzen in het dossier voorhanden.

4.2 Het oordeel van de rechtbank

4.2.1 Feit 1

De aanleiding voor het onderzoek

Naar aanleiding van diverse publicaties op de internetsite Hookers.nl in 2004 betreffende een massagesalon (privéhuis met escortmogelijkheden) genaamd “[naam]”, gevestigd te [plaatsnaam], is een nader onderzoek ingesteld. Op basis van dit onderzoek heeft de vreemdelingenpolitie besloten om op 17 augustus 2004 een controle uit te voeren op het adres [adresgegevens] te [plaatsnaam], zijnde de woning van medeverdachte [naam medeverdachte] (hierna ook: [naam medeverdachte]) en verdachte (hierna ook: [naam verdachte]) van waaruit “[naam]” op dat moment werd gedreven. Hierbij waren volgens het proces-verbaal waarin hierover wordt gerelateerd tevens twee mensen van de wijkzorg en twee rechercheurs van het team commerciële zeden (verbalisanten), allen onder leiding van een hulpofficier van justitie, aanwezig. Uit genoemd proces-verbaal maakt de rechtbank op dat er niet werd opengedaan en dat drie vrouwen met een Aziatisch uiterlijk probeerden de woning te verlaten via het balkon aan de achterzijde. Na overleg kreeg de vreemdelingenpolitie van de aanwezige hulpofficier van justitie toestemming de woning binnen te treden. In de woning werden behalve [naam medeverdachte] onder andere ook de drie in de tenlastelegging onder 1 genoemde vrouwen aangetroffen.

Op grond van artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden dient een machtiging tot binnentreden schriftelijk te worden gegeven. Het is de rechtbank niet duidelijk of hieraan in het onderhavige geval is voldaan. Uit genoemd proces-verbaal maakt de rechtbank op dat de hulpofficier van justitie een mondelinge machtiging heeft afgegeven. In het dossier heeft de rechtbank geen schriftelijke machtiging aangetroffen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat er geen schriftelijke machtiging is afgegeven en dat er onrechtmatig is binnengetreden. Dit betekent dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Gelet op het belang dat het geschonden voorschrift dient, namelijk het huisrecht, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt – waarbij de rechtbank voor wat betreft dit laatste opmerkt dat het niet ontdekt worden van het strafbare feit geen rechtens te respecteren belang is gelet op HR NJ 2011/145 – is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met de vaststelling dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan.

De getuigenverklaringen

[benadeelde partij 6] is gehoord met behulp van een tolk in de Thaise taal. Zij heeft bij de politie verklaard dat zij in Thailand niet genoeg kon verdienen om in haar onderhoud en dat van haar dochter te voorzien. Zij wist dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. Iemand heeft haar reis betaald. Die schuld heeft zij inmiddels terugbetaald. Zij had met [naam medeverdachte] afgesproken dat zij in [plaatsnaam] zou gaan masseren. [benadeelde partij 6] heeft desgevraagd aangegeven dat zij onder masseren verstaat het geven van een bodymassage en soms ook aftrekken. De klant betaalde € 80,- voor een massage en [benadeelde partij 6] kreeg daarvan de helft. Haar werknaam was [werknaam benadeelde partij 6]. Als klanten extra dingen wilden, zoals seks, dan betaalden ze dat rechtstreeks aan [benadeelde partij 6].

[benadeelde partij 6] is op 14 juli 2010 in Thailand in een meditatiecentrum nogmaals gehoord. Ze heeft verklaard dat ze in een woning in [plaatsnaam] heeft gewerkt als masseuse. Daar werkten nog twee dames namelijk ‘[werknaam benadeelde partij 7]’ en ‘[werknaam benadeelde partij 8]’. De eigenaresse van de woning was [naam medeverdachte]. [naam verdachte] was bewoner van het huis. Hij lette een beetje op. Ook bracht hij de dames naar een andere werkplek. [benadeelde partij 6] heeft verder verklaard dat ze van de inkomsten de helft zelf mocht houden. Ze heeft aangegeven dat ze klanten heeft gemasseerd en klanten heeft afgetrokken. Pijpen viel ook onder masseren.

[benadeelde partij 7] is gehoord met behulp van een tolk in de Thaise taal. Zij heeft bij de politie verklaard dat haar financiële situatie in Thailand slecht was en dat zij haar dochter niet kon onderhouden. Zij heeft in [plaatsnaam] bij [naam medeverdachte] gewerkt in de massagesalon. Haar werknaam was [werknaam benadeelde partij 7].

[benadeelde partij 7] is in 2007 opnieuw gehoord door de politie en heeft toen verklaard dat zij in januari 2004 in [plaatsnaam] is gekomen en voor [naam medeverdachte] en [naam verdachte] is gaan werken als prostituee. Zij wilde dat helemaal niet, maar had geen keus. Ze had geen geld, geen huis, geen visum en geen werk. Ook was haar retourticket verlopen. Zowel [naam medeverdachte] als [naam verdachte] wisten dat ze illegaal in Nederland was. Verder heeft [benadeelde partij 7] in dit verhoor verklaard dat ze zeven dagen per week moest werken. ‘s Ochtends kwamen er mannen naar het appartement en ’s avonds werd ze door [naam verdachte] naar mannen toegebracht. [naam medeverdachte] ontving het geld en zij kreeg aan het eind van de dag de helft. [naam verdachte] kreeg € 20,- voor het rijden. Dat bedrag ging af van haar helft. Ze moest altijd werken, ook als ze ongesteld was. Voor kost en inwoning diende ze € 50,- of € 60,- per week te betalen. [benadeelde partij 7] heeft verklaard dat ze er op een gegeven moment niet meer tegen kon en is weggelopen. Ze is toen in Schiedam in een restaurant gaan werken, maar kreeg daar alleen kost en inwoning, omdat ze illegaal in Nederland was.

[benadeelde partij 7] is ook nog door de rechter-commissaris gehoord en daar heeft zij onder meer verklaard dat ze voor [naam medeverdachte] en [naam verdachte] in [plaatsnaam] heeft gewerkt als prostituee en dat haar werknaam [werknaam benadeelde partij 7] of [werknaam benadeelde partij 7] was. Over de verdiensten heeft [benadeelde partij 7] verklaard dat ze 50 % kreeg en dat de andere 50 % voor [naam medeverdachte] en/of [naam verdachte] was. Als ze buiten de deur werkte, kreeg ze minder. [naam verdachte] bracht haar dan naar een klant en rekende af. Dan werd er

€ 80/100,- per uur betaald waarvan zij € 40/50,- kreeg. Daarnaast betaalde ze per maand ongeveer € 300 aan woonkosten. [benadeelde partij 7] heeft verklaard dat ze altijd moest werken van [naam medeverdachte] ook als ze ongesteld was. [benadeelde partij 7] heeft verklaard dat [naam medeverdachte] op haar schold als ze geen zin had om te werken. [benadeelde partij 7] heeft aangegeven dat ze een beetje angstig was. Ze was niet bang voor mishandeling, maar wel voor het feit dat ze geen verblijfplaats meer zou hebben. Ze was ook bang dat ze bij de politie zou worden aangeven, omdat ze illegaal was. Ze mocht ook niet zomaar weg. Ze moest zeggen waar ze naartoe ging en ze moest ook de tijd aangeven waarop ze terug zou zijn. Verder heeft [benadeelde partij 7] verklaard dat ze bang was voor de man van [naam medeverdachte], omdat hij militair was. Ook heeft [naam medeverdachte] tegen haar gezegd dat haar zoon in Thailand woont. Deze zoon zou crimineel zijn en handelen in drugs. Er werd tegen haar gezegd dat de zoon van alles kon regelen. [benadeelde partij 7] heeft aangegeven dat ze bang was voor haar dochter in Thailand. [benadeelde partij 7] heeft verder nog verklaard dat ze niet uit vrije wil werkte. Ze wilde dat werk eigenlijk niet doen maar ze werd door de omstandigheden gedwongen. Ze had immers geen geld, geen plaats om te wonen en ze wist niet waar ze naartoe moest gaan. Ten slotte heeft [benadeelde partij 7] nog verklaard dat ze samen met de andere vrouwen veel klanten heeft moeten bedienen. Ze schat dat als ze buiten werkte ze 2 à 3 klanten had en wanneer ze binnen werkte ze ongeveer 4 à 5 klanten per dag had. Ze werkte elke dag zowel binnen als buiten.

Getuige [getuige 1], de toenmalige vriend van [benadeelde partij 7], heeft verklaard dat hij [benadeelde partij 7] in januari 2004 heeft leren kennen toen ze escortwerk deed. Hij betaalde € 80,- per uur. Hij betaalde dit altijd aan de chauffeur of de eigenaresse. Nooit rechtstreeks aan [benadeelde partij 7]. Verder heeft hij verklaard dat hij haar een keer is komen ophalen bij de flat in [plaatsnaam], maar dat de eigenaresse dat niet mocht weten. Hij moest dan een eind verderop op de parkeerplaats gaan staan met zijn auto en niet vlakbij de ingang, omdat er overal camera’s zouden hangen.

De verklaring van [naam verdachte]

[naam verdachte] heeft bij de politie verklaard dat de massagesalon in [plaatsnaam] in 2004 uit de hand is gelopen en dat het een seksmassagesalon is geworden. De klanten konden komen voor massage, pijpen, aftrekken, neuken en beffen. Daarnaast verzorgde hij het vervoer voor de escortactiviteiten. Hij adverteerde op het internet met privéhuis, escort en Thaise massages. Dit gebeurde onder andere in de Amersfoortse Courant. De dames betaalden hem € 20,-vervoerskosten en wachtgeld. De dames gingen op escort om hun schuld af te betalen en om geld naar Thailand te kunnen sturen. Op de vraag hoeveel geld de meisjes moesten afstaan heeft [naam verdachte] verklaard dat van het basisbedrag van € 40,- de helft voor de salon was. De overige € 20,- was voor de contracthouder. Van het extra verdiende geld moesten de meiden ook nog € 50,- afgeven voor kost en inwoning. Dat was als ze er een hele week waren. Anders € 10,- per dag. [naam verdachte] heeft desgevraagd verklaard dat het klopt dat de dames geen geld overhielden aan het masseren en daardoor verplicht waren om meer te doen. Ze moesten seksuele handelingen met klanten verrichten om geld te verdienen of ze het wilden of niet. [naam verdachte] heeft verder verklaard dat tijdens de inval op 17 augustus 2004 [werknaam benadeelde partij 6], [werknaam benadeelde partij 8] en een andere vrouw bij hem en [naam medeverdachte] werkzaam waren. Zij waren tijdens de inval ook aanwezig. Het geld dat [werknaam benadeelde partij 6] en de andere vrouw verdienden, werd door ene [S.] opgehaald. [werknaam benadeelde partij 6] en die andere vrouw hadden ergens schulden. Zij moesten een deel van hun zelfverdiende geld afstaan. Met betrekking tot contracten heeft [naam verdachte] nog verklaard dat vrouwen die onder contract stonden in een netelige situatie zaten. Zij hebben niet vrijwillig seks als ze onder contract staan. Ze moeten immers aflossen, aldus [naam verdachte].

De verklaring van [naam medeverdachte]

[naam medeverdachte] heeft bij haar verhoor verklaard dat de drie meiden die zijn aangetroffen tijdens de inval in 2004 bij haar hebben gewerkt. Zij heten [werknaam benadeelde partij 6], [werknaam benadeelde partij 8] en [werknaam benadeelde partij 7]. Ze wist dat [werknaam benadeelde partij 6] en [werknaam benadeelde partij 7] geen visum (meer) hadden en het visum van [werknaam benadeelde partij 8] niet meer lang geldig was. Ze hebben alle drie in haar salon seks moeten hebben met klanten om hun schuld af te betalen. Ze hebben ook alle drie wel eens aan escort gedaan. Verder heeft [naam medeverdachte] verklaard dat de vrouwen die door een derde naar haar toe werden gebracht een schuld hadden die ze moesten terugbetalen uit de verdiensten. Zij heeft ook expliciet verklaard dat ze wist dat die derden mensenhandelaren waren. De vrouwen kregen de helft van hetgeen verdiend werd in de salon. De andere helft was voor de salon. Ook moesten de vrouwen € 50,- betalen voor kost en inwoning. Over de persoonlijke situatie van de vrouwen heeft [naam medeverdachte] verklaard dat ze uit arme gezinnen komen. Ze komen naar Nederland om hun ouders in Thailand te kunnen onderhouden. De vrouwen moeten eerst afbetalen en daarna mogen ze zelf bepalen wat ze willen doen. [naam medeverdachte] heeft verklaard dat zij een salon heeft geopend en als iemand een vrouw naar haar bracht, zij die vrouw bij haar heeft laten werken. [naam verdachte] heeft de vrouwen naar de klanten gebracht voor de escort. Daarvoor heeft hij ook advertenties gezet op aandringen van [naam medeverdachte].

Bewijsoverweging ten aanzien van de feit 1

Onder feit 1 is aan [naam medeverdachte] en aan de medeverdachte [naam verdachte] mensenhandel ten laste gelegd zoals dat strafbaar was gesteld in artikel 250a (oud) Wetboek van Strafrecht (Sr). In dat artikel werd het seksueel uitbuiten van mensen strafbaar gesteld. De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet, is of in het onderhavige geval sprake is geweest van seksuele uitbuiting in de zin van genoemd artikel.

De rechtbank is gelet op de hierboven aangehaalde verklaringen van [benadeelde partij 6], [benadeelde partij 7], [getuige 1], [naam verdachte] en van [naam medeverdachte] van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [naam medeverdachte] en de medeverdachte [naam verdachte], [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, terwijl [naam medeverdachte] en [naam verdachte] wisten dat [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelden en beide vrouwen door datzelfde misbruik hebben bewogen hen uit de opbrengst van hun seksuele handelingen met een derde te bevoordelen. Voor [benadeelde partij 7] komt daar nog bij dat een en ander tevens is gebeurd door bedreiging met geweld.

[benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] hebben aangegeven dat zij afkomstig waren uit Thailand. Ze zijn beiden naar Nederland gekomen, omdat ze in Thailand niet in het levensonderhoud van zichzelf en hun kind konden voorzien. Eenmaal in Nederland verkeerden zij naar het oordeel van de rechtbank niet in een situatie waarin een onafhankelijke en zelfstandige opstelling mogelijk was (zoals een mondige Nederlandse prostituee waarover in de wetsgeschiedenis is te lezen). In tegendeel, beide vrouwen waren naar eigen zeggen en volgens [naam medeverdachte] en [naam verdachte] illegaal in Nederland. [naam medeverdachte] heeft bovendien verklaard dat zij wist dat beide vrouwen een schuld hadden bij mensenhandelaren die moest worden afgelost. [naam verdachte] heeft verklaard dat beide vrouwen schulden bij derden hadden en dat ze het geld dat ze in de (seks)massagesalon en met de escort verdienden voor het overgrote deel moesten afstaan aan de salon en derden. De rechtbank stelt vast dat [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] hierdoor niet of nauwelijks beschikten over eigen financiële middelen. [naam medeverdachte] en [naam verdachte] hebben verder verklaard dat [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] niet of nauwelijks een vrije keuze hadden in het zichzelf wel of niet prostitueren. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [benadeelde partij 7]. Als ze het niet zouden doen, hadden ze geen inkomen en zouden ze mogelijk op straat worden gezet, hun schuld niet kunnen afbetalen en geen geld kunnen sturen naar familie. [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6] bevonden zich aldus in een kwetsbare positie. [benadeelde partij 7] werd bovendien, zo volgt uit haar verklaring, door [naam medeverdachte] bedreigd met geweld. [naam medeverdachte] heeft immers gedreigd met haar zoon die in Thailand woonachtig zou zijn, crimineel zou zijn en die van alles zou kunnen regelen. [naam medeverdachte] en [naam verdachte] wisten naar het oordeel van de rechtbank van deze omstandigheden van [benadeelde partij 7] en [benadeelde partij 6], waaruit het overwicht voortvloeide. Dat volgt zonder meer uit hun eigen verklaringen.

De rechtbank komt bij feit 1 tot vrijspraak voor mensenhandel gepleegd ten aanzien van[benadeelde partij 8] ([werknaam benadeelde partij 8]). De rechtbank acht in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden dat [naam medeverdachte] en [naam verdachte] dit feit hebben gepleegd.

4.2.2 Feiten 2 en 3

De getuigenverklaringen

[naam benadeelde partij 2] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat ze ook wel ‘[werknaam benadeelde partij 2]’ genoemd wordt. Bij de politie heeft ze verklaard dat ze in december 2004 naar Nederland is gekomen. Hoeveel de reis gekost heeft weet ze niet. Ze heeft € 15.000,- aan mevrouw [T.] en [C.] moeten terugbetalen. In maart 2005 is [naam benadeelde partij 2] in de massagesalon van [naam medeverdachte] in [plaatsnaam] gaan werken. De Nederlandse man van [naam medeverdachte] werkte als chauffeur voor de escort. [naam benadeelde partij 2] heeft verklaard dat ze zelf niets verdiende. Ze kreeg alleen af en toe een fooitje van een klant en dat kon ze zelf houden. De helft van haar inkomen ging naar [naam medeverdachte] en de andere helft ging naar [C.]. In [plaatsnaam] werkten onder andere ook ‘[P.]’, ‘[werknaam banadeelde partij 4]’ en ‘[roepnaam benadeelde partij 5]’. Zij hadden ook een schuld die ze moesten afbetalen. [C.] kwam het geld iedere week ophalen. Hij vroeg dan aan [naam medeverdachte] hoeveel klanten ieder meisje had gehad. Vervolgens werd er afgerekend. [naam benadeelde partij 2] heeft verklaard dat haar was beloofd dat ze haar schuld in drie maanden zou kunnen terugbetalen, maar dit heeft uiteindelijk een jaar en drie maanden geduurd. [naam benadeelde partij 2] heeft verder verklaard dat ze in [plaatsnaam] € 50,- eetgeld per week moest betalen.

[naam benadeelde partij 2] heeft ook verklaard dat ze eigenlijk geen seks wilde met klanten, maar dat zij dit toch gedaan heeft, omdat ze geld moest verdienen. [naam medeverdachte] had tegen haar gezegd dat [naam benadeelde partij 2] gepakt zou worden als de politie zou komen, omdat haar visum niet meer geldig was. Ze werkte minimaal 5 uur per week. Klanten kwamen overdag naar de massagesalon en ’s avonds was er werk in de escort. [naam verdachte] bracht de meisjes dan naar de klanten. Ze heeft verklaard dat ze minder dan een jaar in [plaatsnaam] heeft gewerkt. Eind 2005 is ze weggegaan uit [plaatsnaam]. [benadeelde partij 2] heeft verder verklaard dat ze daarna wederom bij [naam medeverdachte] is gaan werken, toen [naam medeverdachte] op een andere plaats een massagesalon had. De salon in [plaatsnaam] was weg. Het was ook een soort escortbedrijf. Ze heeft daar nog ongeveer 2 à 3 maanden gewerkt.

[naam benadeelde partij 5] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat haar roepnaam ‘[roepnaam benadeelde partij 5]’ is en dat ze in Thailand is benaderd om in Nederland als masseuse te komen werken. De schuld zou

€ 18.000,- bedragen. In Thailand was niet tegen haar verteld dat ze ook seks moest hebben met klanten. [naam benadeelde partij 5] heeft verklaard dat ze, eenmaal vanuit Thailand in Nederland aangekomen, op 12 september 2005 is gaan werken in de massagesalon van [naam medeverdachte] en [naam verdachte]. Ene [naam baas] was haar baas en ze moest aan hem haar schuld terugbetalen voor de reis en dergelijke. [naam benadeelde partij 5] heeft bij haar aangifte verklaard dat [naam medeverdachte] tegen haar heeft gezegd dat ze seks moest hebben met klanten om haar schuld af te betalen. Bij de rechter-commissaris heeft ze verteld dat ze als ze weigerde problemen kreeg met [naam medeverdachte]. Verder heeft [naam benadeelde partij 5] verklaard dat ze niets verdiende, omdat ze haar schuld moest afbetalen aan [naam baas]. Ze kreeg ongeveer de helft van het bedrag dat door de klant betaald werd, maar die helft werd vervolgens door [naam medeverdachte] ingehouden om haar schuld af te lossen. Daarnaast moest ze betalen voor kost en inwoning. Ook mocht ze van [naam medeverdachte] het huis niet uit en had ze geen sleutel. Ze kon alleen naar buiten in gezelschap van [naam medeverdachte]. Ze wilde ook liever niet alleen naar buiten, omdat ze de taal niet machtig was en ze de weg niet kende. [naam verdachte] bracht de vrouwen die werkten naar de massagesalon en weer terug. In de salon werden de klanten ontvangen door [naam medeverdachte]. Zij sprak met de klanten af wat er ging gebeuren en rekende vervolgens ook af. [naam benadeelde partij 5] heeft verklaard dat ze eigenlijk alleen wilde masseren, maar dat ze alleen werk kon vinden met masseren en seks om haar schuld af te lossen.

[naam benadeelde partij 3] heeft bij de politie verklaard dat ze vier maanden bij [naam medeverdachte] en [naam verdachte] in [plaatsnaam] heeft gewerkt. Uit het inreisstempel in haar paspoort blijkt dat ze op 3 juli 2005 het land is binnengekomen. Na [plaatsnaam] heeft ze 2 à 3 maanden in Helmond gewerkt. [naam benadeelde partij 3] heeft verklaard dat haar gouden bergen zijn beloofd. Zo zou ze maar drie maanden hoeven te werken om haar schuld terug te betalen. Uiteindelijk kreeg ze eenmaal in Nederland maar € 25,- om van te leven. Bij de rechter-commissaris heeft [naam benadeelde partij 3] verklaard dat ze ook wel ‘[werknaam banadeelde partij 3]’ genoemd wordt en dat ze in Thailand is benaderd om naar Nederland te komen en dat een en ander vervolgens voor haar is geregeld. De schuld die ze vervolgens had, moest ze afbetalen. Totdat ze die schuld had afbetaald, had ze geen inkomsten. Haar verdiensten werden verdeeld tussen [naam medeverdachte] en haar baas. [naam benadeelde partij 3] heeft verder verklaard dat ze niet kon stoppen met werken, omdat ze haar schuld moest afbetalen.

De man van [naam medeverdachte], [naam verdachte], bracht [naam benadeelde partij 3] naar de salon en naar klanten. [naam medeverdachte] regelde in de salon de toegang van de klanten en wat er vervolgens ging gebeuren. [naam benadeelde partij 3] heeft aangegeven dat ze de taal niet sprak en daarom ook niet goed met de mannen kon communiceren. Verder heeft ze verklaard dat ze zelden klanten kon weigeren. [naam medeverdachte] was altijd ontevreden als ze klanten weigerde, omdat er dan geen geld binnenkwam. [naam benadeelde partij 3] heeft verklaard dat ze bij [naam medeverdachte] en [naam verdachte] in huis woonde en dat [naam medeverdachte] altijd meeging als ze naar buiten ging. Door [naam medeverdachte] werd bovendien gezegd dat [naam benadeelde partij 3] vooral binnen moest blijven, anders zou ze worden opgepakt door de politie, omdat ze illegaal was. Er werd ook gedreigd de politie te bellen.

[naam benadeelde partij 4] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat ze ook wel ‘[werknaam banadeelde partij 4]’ wordt genoemd en dat ze bij [naam medeverdachte] en [naam verdachte] in [plaatsnaam] heeft gewerkt. Het betrof massagewerk met seksuele handelingen. Ze is daartoe in Thailand benaderd en heeft voor de reis een schuld van

€ 18.000,- moeten terugbetalen. Haar verdiensten in de massagesalon gingen naar [naam medeverdachte] en haar baas, [naam baas]. [naam benadeelde partij 4] heeft verder nog verklaard dat ze pas kon stoppen met het werk als de schuld was afbetaald en niet eerder. [naam benadeelde partij 4] heeft tijdens haar verhoor in Bangkok (Thailand) verklaard dat ze naar Nederland is gereisd, waarna ze op 12 september 2005 bij [naam medeverdachte] in [plaatsnaam] terecht is gekomen. Ze betaalde €50,- per week voor kost en inwoning en werkte als masseuse, waarbij ze soms ook seks met klanten had. Soms had ze buiten het huis klanten en dan werd ze gebracht door [naam verdachte]. Het was noodzakelijk om ook seksuele gemeenschap te hebben om iets extra’s te verdienen om de schuld af te kunnen betalen. [naam benadeelde partij 4] heeft verklaard dat ze continu moest werken, iedere dag. Ze heeft 3 maanden in [plaatsnaam] gewerkt en vervolgens 1 maand in Helmond. [naam medeverdachte] en [naam verdachte] wisten dat ze illegaal in Nederland was. Ze vertelden haar dat ze zich moest verbergen als de politie kwam.

De verklaringen van [naam verdachte]

[naam medeverdachte] had in 2005 een massagesalon genaamd [naam massagesalon] in de [straatnaam]in [plaatsnaam]. Ik heb haar geholpen bij het opstarten van die zaak en ik haalde ook af en toe mensen op van het station. Toen wij in Helmond woonden, verbleven [werknaam banadeelde partij 3], [werknaam benadeelde partij 2] en nog een derde meisje bij ons. [naam medeverdachte] wilde in Helmond ook een massagesalon opstarten. Daar heb ik toen voor geadverteerd. In mei 2006 zijn we gestopt met de massagesalon in Helmond.

De verklaringen van [naam medeverdachte]

[naam medeverdachte] heeft verklaard dat zij in het jaar 2005 een traditioneel massagehuis in [plaatsnaam] had, maar dat dat niet zo goed liep. Deze massagesalon heette [naam massagesalon]. [werknaam banadeelde partij 3], [werknaam banadeelde partij 4], [werknaam benadeelde partij 2] en [werknaam benadeelde partij 5] werkten bij haar in de massagesalon op de [straatnaam]in [plaatsnaam] als prostituees. In de periode dat ze bij haar werkten, sliepen en aten de vrouwen ook bij haar, zowel in de [straatnaam]in [plaatsnaam] als in Helmond. Zij betaalden haar €50,- per week voor huur en eten. Van het bedrag dat de klant betaalde, ging de helft naar haar en de andere helft naar ene [T.]. [T.] en zijn vriendin [S.] hadden ervoor betaald om deze vrouwen naar Nederland te krijgen. Zij hadden vervolgens gevraagd of de vrouwen bij haar konden werken. [T.] kwam elke week het geld van zijn vrouwen halen. [naam medeverdachte] hield op papier bij hoeveel klanten zij hadden gehad. Zij gaf het bedrag van [T.] aan hem totdat de meisjes de €15.000,- hadden afbetaald. [werknaam benadeelde partij 2], [werknaam banadeelde partij 3] en [werknaam banadeelde partij 4] waren illegaal in Nederland. Zij wist al sinds 2004 dat [T.] en [S.] aan mensenhandel deden.

[werknaam banadeelde partij 3] had bij haar gewerkt vanaf juni 2005 tot maart 2006. [werknaam benadeelde partij 2] had voor haar gewerkt vanaf maart 2005 tot maart 2006, maar in augustus 2005 tot januari 2006 was ze in Rotterdam gaan werken. [werknaam banadeelde partij 4] had bij haar gewerkt vanaf augustus 2005 tot januari 2006. [werknaam benadeelde partij 5] kwam samen met [werknaam banadeelde partij 4] in augustus 2005. Zij had maar een week bij [naam medeverdachte] gewerkt.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 2 en feit 3

De rechtbank is gelet op de hierboven aangehaalde verklaringen van [naam benadeelde partij 2], [naam benadeelde partij 5], [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4], alsmede de verklaringen van [naam verdachte] en [naam medeverdachte], van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [naam medeverdachte] en de medeverdachte, [benadeelde partij 2], [naam benadeelde partij 5], [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4], door misbruik van een kwetsbare positie hebben geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting en tevens genoemde vrouwen door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare situatie hebben bewogen hen uit de opbrengst van hun seksuele handelingen met een derde te bevoordelen en opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting van genoemde vrouwen.

Uit de verklaringen [naam benadeelde partij 2], [naam benadeelde partij 5], [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4], alsmede uit de verklaringen van [naam medeverdachte], volgt dat de vier eerstgenoemde vrouwen in Thailand zijn geronseld door mensenhandelaren en bij [naam medeverdachte] en [naam verdachte] te werk zijn gesteld. Eenmaal in Nederland verkeerden zij naar het oordeel van de rechtbank niet in een situatie waarin een onafhankelijke en zelfstandige opstelling mogelijk was (zoals een mondige Nederlandse prostituee waarvan de wetsgeschiedenis spreekt). In tegendeel, de vrouwen waren naar eigen zeggen en volgens [naam medeverdachte] illegaal in Nederland. [naam medeverdachte] heeft bovendien verklaard dat zij wist dat de vrouwen een schuld hadden bij mensenhandelaren die moest worden afgelost. Alle vier de vrouwen, alsook [naam medeverdachte], hebben met betrekking tot de verdiensten, de verdeling ervan en de kosten voor huur en eten eenzelfde verklaring afgelegd. Die verklaringen komen overeen met de verklaringen die zijn afgelegd bij feit 1. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat ook deze vrouwen niet of nauwelijks een vrije keuze hadden in het zichzelf wel of niet prostitueren en dat ook deze vrouwen niet of nauwelijks beschikten over financiële middelen. Als ze zich niet zouden prostitueren, hadden ze geen inkomen en zouden ze mogelijk op straat worden gezet, hun schuld niet kunnen afbetalen en geen geld kunnen sturen naar familie. Ook deze vier vrouwen bevonden zich aldus in een kwetsbare positie.

[naam medeverdachte] en [naam verdachte] wisten naar het oordeel van de rechtbank van deze omstandigheden van de vrouwen en van hun kwetsbare positie, waaruit het overwicht voortvloeide. Voor [naam medeverdachte] geldt dat dit zonder meer voortvloeit uit haar eigen verklaringen. Voor [naam verdachte] geldt, gelet op het feit dat hij dit wel wist voor wat betreft de twee vrouwen die in 2004 in zijn huis verbleven, ook voor deze vrouwen. Dat volgt zonder meer uit hun eigen verklaringen.

Naar het oordeel van de rechtbank hebben [naam medeverdachte] en [naam verdachte] de vier genoemde vrouwen uitgebuit. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de aard van de werkzaamheden (prostitutie), het feit dat de vrouwen er lang over moesten doen voordat zij hun schulden hadden terugbetaald, de beperkingen die het illegaal verblijf in Nederland voor de vrouwen heeft meegebracht en het voordeel dat [naam medeverdachte] en [naam verdachte] hebben behaald. [naam verdachte] en [naam medeverdachte] hebben dan ook gehandeld met het oogmerk van uitbuiting en hebben opzettelijk voordeel getrokken uit die uitbuiting.

De rechtbank komt bij feit 3 tot vrijspraak voor de mensenhandel gepleegd ten aanzien van [naam benadeelde partij 1]. De rechtbank acht in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden dat [naam verdachte] en [naam medeverdachte] dit feit hebben gepleegd.

4.3 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

(t.a.v. [benadeelde partij 7])

1.

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 17 augustus 2004 in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met anderen, een ander, genaamd [benadeelde partij 7] door bedreiging met geweld heeft gedwongen en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat die [benadeelde partij 7] zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelde,

en die [benadeelde partij 7] door bedreiging met geweld heeft gedwongen en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen hen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen,

bestaande die bedreiging met geweld en dat misbruik hieruit dat verdachte en zijn mededaders

- die [benadeelde partij 7] opdracht hebben gegeven en onder druk hebben gezet en ertoe hebben aangezet en gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- één of meer kamers/ruimten in [plaatsnaam] hebben geregeld, alwaar die [benadeelde partij 7] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten en

- die [benadeelde partij 7] naar die plaatsen hebben toegebracht en

- hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en verdiensten daaruit van die [benadeelde partij 7] en

- het afdragen van die verdiensten door die [benadeelde partij 7] aan verdachte en zijn mededaders en

- die [benadeelde partij 7] op het moment dat ze aangaf niet in de prostitutie te willen werken -zakelijk weergegeven- hebben gedreigd dat verdachte en/of zijn mededader naar Thailand zou(den) bellen, alwaar de zoon van verdachte zou wonen en dat die zoon geen lieverdje was en dat die zoon contact(en) heeft met het criminele milieu en men dan een aldaar achtergebleven familie en kind van die [benadeelde partij 7] iets aan zou doen en

- die [benadeelde partij 7] hebben laten werken als zij ziek en/of ongesteld was en

- die [benadeelde partij 7] in een door de verdachte en/of zijn mededaders gecontroleerde situatie hebben gehouden zulks terwijl die hiervoor genoemde [benadeelde partij 7] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste en terwijl die [benadeelde partij 7] onbekend was in Nederland en bijna niemand kende in Nederland, en zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [benadeelde partij 7] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en werkzaamheden te verrichten;

(t.a.v. [benadeelde partij 6])

1.

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 17 augustus 2004 in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met anderen, een ander, genaamd [benadeelde partij 6] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en zijn mededaders wisten dat die [benadeelde partij 6] zich daardoor tot het verrichten van die seksuele handelingen beschikbaar stelde,

en die [benadeelde partij 6] door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht heeft bewogen hen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen,

bestaande dat misbruik hieruit dat verdachte en zijn mededaders

- die [benadeelde partij 6] opdracht hebben gegeven en onder druk hebben gezet en ertoe hebben aangezet en gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- één of meer kamers/ruimten in [plaatsnaam] hebben geregeld, alwaar die [benadeelde partij 6] haar prostitutiewerkzaamheden kon/moest verrichten en

- die [benadeelde partij 6] naar die plaatsen hebben toegebracht en

- hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en verdiensten daaruit van die [benadeelde partij 6] en

- het afdragen van die verdiensten door die [benadeelde partij 6] aan verdachte en zijn mededaders en

- die [benadeelde partij 6] in een door de verdachte en/of haar mededaders gecontroleerde situatie hebben gehouden zulks terwijl die hiervoor genoemde [benadeelde partij 6] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste en terwijl [benadeelde partij 6] onbekend was in Nederland en bijna niemand kende in Nederland, en zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [benadeelde partij 6] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en werkzaamheden te verrichten;

2.

hij in de periode van 1 maart 2005 tot en met november 2005 in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met anderen, anderen genaamd

- [naam benadeelde partij 2] in de periode van 18 maart 2005 tot en met 17 oktober 2005 en

- [naam benadeelde partij 5] in de periode van 12 september 2005 tot en met 17 oktober 2005 en

- [naam benadeelde partij 3] in de periode van 3 juli 2005 tot en met 3 november 2005 en

- [naam benadeelde partij 4] in de periode van 12 september 2005 tot en met 3 november 2005,

door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4],

en die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare situatie heeft gedwongen en bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van dier seksuele handelingen met een derde,

en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4],

bestaande dat misbruik hieruit dat verdachte en zijn mededaders

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] opdracht hebben gegeven en onder druk hebben gezet en ertoe hebben aangezet en gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- één of meer kamers/ruimten in [plaatsnaam] hebben geregeld, alwaar die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] hun prostitutiewerkzaamheden konden/moesten verrichten en

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] naar die plaatsen hebben toegebracht en

- hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en verdiensten daaruit van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] en

- het afdragen van die verdiensten door die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] aan verdachte en zijn mededaders en

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] hebben laten werken als zij ziek en/of ongesteld waren en

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 5] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] in een door de verdachte en zijn mededaders gecontroleerde situatie hebben gehouden, zulks terwijl die hiervoor genoemde [naam benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 5] en [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4] de Nederlandse taal niet en/of niet voldoende beheersten en terwijl die [naam benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 5] en [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4] onbekend waren in Nederland en bijna niemand kenden in Nederland, en zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [naam benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 5] en [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en werkzaamheden te verrichten;

3.

hij in de periode van 4 november 2005 tot en met 8 mei 2006 in Nederland meermalen tezamen en in vereniging met anderen, anderen genaamd [naam benadeelde partij 2] en B. [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4] door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4],

en die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare situatie heeft gedwongen en bewogen hen te bevoordelen uit de opbrengst van dier seksuele handelingen met een derde,

en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4],

bestaande dat misbruik hieruit dat verdachte en zijn mededaders

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] opdracht hebben gegeven en onder druk hebben gezet en ertoe hebben aangezet en gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en

- één of meer kamers/ruimten in Helmond hebben geregeld, alwaar die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] hun prostitutiewerkzaamheden konden/moesten verrichten en

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] naar die plaatsen hebben toegebracht en

- hebben zorggedragen voor controle en toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en verdiensten daaruit van die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] en

- het afdragen van die verdiensten door die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] aan verdachte en zijn mededaders,

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] hebben laten werken als zij ziek en/of ongesteld waren en

- die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] in een door de verdachte en haar mededaders gecontroleerde situatie hebben gehouden, zulks terwijl die hiervoor genoemde [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] de Nederlandse taal niet en/of niet voldoende beheersten en terwijl die [naam benadeelde partij 2] en die [naam benadeelde partij 3] en die [naam benadeelde partij 4] onbekend waren in Nederland en bijna niemand kenden in Nederland, en zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [naam benadeelde partij 2] en [naam benadeelde partij 3] en [naam benadeelde partij 4] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en werkzaamheden te verrichten.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

T.a.v. feit 1:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen

T.a.v. feit 2:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen

T.a.v. feit 3:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 3 jaren met aftrek van voorarrest.

6.2 Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.

Verdachte heeft samen met zijn partner gedurende enkele jaren verschillende Thaise vrouwen uitgebuit door ze onvrijwillig in de prostitutie te laten werken en heeft zichzelf met de opbrengsten daaruit bevoordeeld. De vrouwen werden door anderen in Thailand geronseld. Daarbij werd met hen overeengekomen, zo valt in de verschillende verklaringen te lezen, dat zij de kosten die voor hen gemaakt werden om naar Nederland te gaan, dienden terug te betalen. Die kosten waren echter buiten verhouding hoog. De vrouwen werd verder voorgehouden dat zij die kosten gemakkelijk in drie maanden konden terugverdienen. In werkelijkheid was dat onmogelijk en deden zij daar veel langer over. Al die tijd moesten de vrouwen bijna al hun verdiensten afdragen, deels aan de ronselaars en deels aan verdachte en zijn mededader. Verdachte wist in welke positie de vrouwen verkeerden en dat zij geen alternatief hadden dan op deze wijze voort te gaan. Aldus heeft verdachte de vrouwen in de massagesalon van zijn partner in een dusdanige positie gebracht en gehouden dat van uitbuiting sprake is. Daarnaast heeft zijn partner ook dreigementen geuit om hen onder druk te zetten.

Mensenhandel valt in de categorie strafbare feiten die ernstig inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving veel verontwaardiging veroorzaken. Mensenhandel doorkruist daarbij het overheidsbeleid aangaande bestrijding van illegaal verblijf in Nederland en illegale binnenkomst en doorreis naar andere landen van de Europese Unie, en draagt ook bij aan het in stand houden van een illegaal circuit op het gebied van prostitutie.

Verdachte heeft samen met zijn partner met hun handelwijze een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de vrouwen. Hij heeft ernstig misbruik gemaakt van het uit de feitelijke omstandigheden voortvloeiende overwicht en de omstandigheden waarin de vrouwen zich bevonden en dit alles voor slechts hun eigen gewin. De gebeurtenissen hebben een grote psychische impact op de vrouwen gehad. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan, temeer nu verdachtes partner zelf van Thaise afkomst is en op soortgelijke wijze naar Nederland is gekomen.

De onderhavige mensenhandel betreft jonge vrouwen uit arme families op zoek naar manieren om hun familie in Thailand te onderhouden. Dergelijke personen vormen bij uitstek een kwetsbare groep, waarbij naar algemeen – en zeker bij verdachte nu zijn partner ook op deze manier naar Nederland is gekomen – bekend mag worden verondersteld, dat de kans op uitbuiting in enigerlei vorm groot is. Verdachte was op de hoogte van de penibele situatie waarin de slachtoffers zich bevonden. Verdachte wist immers dat de vrouwen een hoge schuld moesten afbetalen door zichzelf te prostitueren. De rechtbank acht de mensenhandel zoals gepleegd door verdachte en zijn mededader een vorm van moderne slavernij. Op grond hiervan acht de rechtbank een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zonder meer gerechtvaardigd.

De rechtbank rekent het verdachte ook aan dat hij op generlei wijze heeft laten blijken enig inzicht te hebben in zijn eigen handelen en de verwijtbaarheid daarvan.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf acht geslagen op de straffen die zijn opgelegd in de zogenaamde Sneep-I zaak en Koolviszaak. Gelet daarop acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf van 3 jaren, zoals de officier van justitie heeft gevorderd, passend en geboden.

De rechtbank heeft geconstateerd dat de redelijke termijn voor berechting in eerste aanleg als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Het betreft immers feiten uit de periode van 2004 tot en met 2006, terwijl het laatste verhoor van verdachte heeft plaatsgevonden begin 2008. De zaak is in 2006 ingeschreven bij het parket en de eerste zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2008. Daarna heeft het tot vandaag geduurd voordat vonnis werd gewezen. In die omstandigheden en gelet op het blanco strafblad van verdachte ziet de rechtbank redenen om van de 3 jaar gevangenisstraf 1 jaar voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van 2 jaren.

De voorwaardelijke straf geldt tevens als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden gedurende de proeftijd wederom in de fout te gaan.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 5], bijgestaan door Leidraad advocaten te Leiden, vordert een schadevergoeding van € 25.525,20 terzake van feit 2. De vordering valt uiteen in:

- materiële schade ad 10.525,20 bestaande uit inkomsten uit prostitutie ad € 10.000,00 die de benadeelde partij heeft moeten afstaan aan de verdachte, onderbouwd onder verwijzing naar de berekening van de benadeelde partij in het dossier en de verklaringen van de verdachten, reiskosten naar Humanitas ad € 256,00 en medicijnkosten ad € 250,00 wegens vaginale complicaties en reiskosten naar het ziekenhuis ad € 19,20 in verband met baarmoederhalskanker en

- immateriële schade ad € 15.000,00 wegens psychische schade door de verkrachting, mishandeling en gedwongen prostitutie en daarnaast emotionele schade ten gevolge van baarmoederhalskanker.

De officier van justitie heeft gevorderd toe te wijzen €400,00 gederfde inkomsten, € 15.000,00 immateriële schadevergoeding en de daarnaast gevorderde medische kosten. In totaal komt de officier van justitie tot een toewijsbaar bedrag van € 16.175,20.

De rechtbank schat de gederfde inkomsten die de benadeelde partij door toedoen van de verdachte is misgelopen op € 2.450,00 aangezien verdachte heeft verklaard gedurende 5 weken 13-14 klanten te hebben gehad voor een bedrag van ongeveer € 70,- per klant. De helft van dat bedrag heeft ze aan de verdachte moeten afstaan. Voor zover de vordering van [naam benadeelde partij 5] ziet op een hoger bedrag aan schade door gederfde inkomsten, is deze niet nader onderbouwd. Aangezien een verder onderzoek naar deze schade een onevenredig grote belasting van het strafgeding zal meebrengen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan haar vordering dan nog bij de civiele rechter aanbrengen.

De rechtbank gaat ervan uit dat het bewezenverklaarde onder 2 immateriële schade aan [naam benadeelde partij 5] heeft toegebracht. Er bestaat aldus in ieder geval in enige mate een causaal verband tussen de bewezenverklaarde feiten en de schade. Niet duidelijk is echter welk deel van de schade ziet op de periode dat [naam benadeelde partij 5] voor verdachte heeft gewerkt. Immers, zij is ook op andere plaatsen en voor andere personen werkzaam geweest. Nu vaststaat dat [naam benadeelde partij 5] immateriële schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank in goede justitie deze bepalen op een bedrag van in elk geval € 1.000,- en zal zij de vordering tot dit bedrag toewijzen. Aangezien een verder onderzoek naar deze schade een onevenredig grote belasting van het strafgeding zal meebrengen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan haar vordering dan nog bij de civiele rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de gevorderde schade met betrekking tot de posten reiskosten (2x) en medicijnkosten overweegt de rechtbank dat de samenhang met de onderhavige feiten en de schade moeilijk is vast te stellen, aangezien ook hier geldt dat er nog andere gebeurtenissen zijn geweest in die periode waar de tenlastelegging in deze zaak niet op ziet die ervoor kunnen hebben gezorgd dat [naam benadeelde partij 5] deze kosten heeft moeten maken. Ook wat dit deel van de vordering betreft zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

Aangezien is komen vast te staan dat verdachte de feiten samen met een medeverdachte heeft gepleegd zal de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk worden toegewezen. Tevens zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel uitspreken.

De benadeelde partij [naam benadeelde partij 3], bijgestaan door Pieters advocaten te Utrecht, vordert een schadevergoeding van € 38.080,00 terzake van de feiten 2 en 3. De vordering valt uiteen in:

- materiële schade ad € 28.080,00 gebaseerd op de inkomsten uit de prostitutie die de benadeelde partij heeft moeten afstaan aan de verdachte, onderbouwd onder verwijzing naar het ontnemingdossier en

- immateriële schade ad € 10.000,00 omdat de benadeelde partij door toedoen van verdachte psychische klachten heeft zoals huilbuien, nachtmerries, angsten en depressiviteit, onderbouwd door een verklaring van maatschappelijk werk.

De officier van justitie heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij voor een bedrag van € 28.000,00 toe te wijzen.

De rechtbank schat de gederfde inkomsten die de benadeelde partij door toedoen van de verdachte is misgelopen op € 7.800,00 aangezien verdachte heeft verklaard gedurende 52 weken € 200,00/300,00 per week te hebben verdiend De helft van dat bedrag heeft ze aan de verdachte moeten afstaan. Voor zover de vordering van [naam benadeelde partij 5] ziet op een hoger bedrag aan schade door gederfde inkomsten is deze niet nader onderbouwd. Aangezien een verder onderzoek naar deze schade een onevenredig grote belasting van het strafgeding zal meebrengen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan haar vordering dan nog bij de civiele rechter aanbrengen.

De rechtbank gaat ervan uit gaat dat het bewezenverklaarde onder 2 en 3 immateriële schade aan [naam benadeelde partij 3] heeft toegebracht. Er bestaat aldus in ieder geval in enige mate een causaal verband bestaat tussen de bewezenverklaarde feiten en de schade. Niet duidelijk is echter welk deel van de schade ziet op de periode dat [naam benadeelde partij 3] voor verdachte heeft gewerkt. Immers, zij is ook op andere plaatsen en voor andere personen werkzaam geweest. Nu vaststaat dat [naam benadeelde partij 3] immateriële schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank in goede justitie deze bepalen op een bedrag van in elk geval € 5.000,- en zal zij de vordering tot dit bedrag toewijzen. Aangezien een verder onderzoek naar deze schade een onevenredig grote belasting van het strafgeding zal meebrengen, zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering door de rechtbank niet-ontvankelijk worden verklaard. Zij kan haar vordering dan nog bij de civiele rechter aanbrengen.

Aangezien is komen vast te staan dat verdachte de feiten samen met een medeverdachte heeft gepleegd zal de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk worden toegewezen. Tevens zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel uitspreken.

8 Het beslag

Het in beslag genomen valse geld zal worden ontrokken aan het verkeer. Het valse geld is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer omdat het aan de verdachte toebehoort en van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Uit het dossier is gebleken dat de in beslag genomen koffer toebehoort aan[benadeelde partij 8], geboren op 22 februari 1965. De rechtbank is van oordeel dat dit koffer aan haar teruggegeven moet worden.

De overige in beslaggenomen voorwerpen kunnen worden teruggegeven aan de verdachte.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 63, 250a (oud) en 273a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.3 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;

- verklaart verdachte strafbaar;

Straffen

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar schuldig maakt aan een strafbaar feit dan wel ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 5] van € 3.450,00 waarvan € 2.450,00 ter zake van materiële schade en € 1.000,00 ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door een mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 3] van € 12.800,00 waarvan € 7.800,00 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade;

- bepaalt dat voorzover dit bedrag door een mededader is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij, tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- [naam benadeelde partij 5] € 3.450,00 44 dagen hechtenis,

- [naam benadeelde partij 3] € 12.800,00 99 dagen hechtenis,,

- met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voorzover deze bedragen door een mededader zijn betaald, verdachte niet gehouden is die bedragen aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- gelast de onttrekking aan het verkeer van het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

27-016532 72 1.00 STK Papier

-

volgnr.B23a vindpl.code B.1.1.2.3.1. vals geld

- gelast de teruggave aan verdachte van de volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

20300175191 14 1.00 STK Document

-

B 1.4.1.1. div.documenten rekening, notitie etc.

20300175191 16 4.00 STK Papier

-

B 1.4.1.2. moneytransfers receipt

20300175191 17 1.00 STK Schrift

-

B 1.4.1 aantekenschrift

20300175191 22 6.00 STK Condoom

-

B 1.1.1.3

20300175191 44 1.00 STK Papier

-

B 1.3.1.7 div.notities,papieren en naaktfoto's

20300175191 53 1.00 STK Tas

papier

B 0.1.1 met kleding

20300175523/005 48 1.00 STK Cd-Rom

-

- gelast de teruggave aan [benadeelde partij 8], geboren op 22 februari 1965, van het volgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

20300175191 52 1.00 STK Koffer,

POLO CLASSIC,

B 0.1 met dameskleding,

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Klifman, voorzitter, mr. P.H.M. Kuster en mr. S.V. Pelsser, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P.E. Mullers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 april 2012.

Buiten staan

mr. Pelsser is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 17 augustus 2004 in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland en/of in Thailand, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, genaamd [benadeelde partij 7] en/of[benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft/hebben gedwongen en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling en/of onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] zich daardoor tot het verrichten van die (sexuele) handelingen beschikbaar stelde,

en/of die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkheden heeft/hebben gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht en/of door misleiding heeft/hebben bewogen zijn/hen uit de opbrengst van zijn/hun seksuele handelingen met en/of voor een derde te bevoordelen, en/of die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] heeft/hebben aangeworven en/of medegenomen (vanuit Thailand) naar Nederland met het oogmerk die

[benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handeling(en) met en/of voor een derde tegen betaling;

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik en of die misleiding (telkens) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- (in strijd met de waarheid) tegen die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] heeft/hebben gezegd dat ze in Nederland in een restaurant en/of bar en/of massagesalon zou(den) gaan werken en/of

- de/het paspoort(en) van die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] heeft/hebben ingenomen en/of aan zijn/hun beschikkingsbevoegheid onttrokken heeft/hebben gehouden en/of

- die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] heeft/hebben gedwongen om, in plaats van het tevoren afgesproken bedrag (in Thaise Bath) een (veel) hoger bedrag (in Euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) te betalen voor de door verdachte en/of zijn mededader(s) gemaakt onkosten en/of

- die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(n) in [plaatsnaam] heeft/hebben geregeld, alwaar die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] haar prostitutiewerkzaamheden kon(den)/moest(en) verrichten en/of

- die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] naar die plaats(en) heeft/hebben toegebracht en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten (daaruit) van die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] en/of

- het afdragen van die verdiensten door die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] aan verdachte en/of zijn mededader(s), althans die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] geen gedeelte, althans weinig van haar verdiensten heeft/hebben laten behouden en/of

- heeft/hebben verhinderd dat die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou(den) kunnen beëindigen en/of

- die [benadeelde partij 7] (op het moment dat ze aangaf niet in de prostitutie te willen werken) -zakelijk weergegeven- heeft/hebben gedreigd dat verdachte en/of zijn mededader(s) naar Thailand zou(den) bellen, alwaar de zoon van verdachte en/of van zijn mededader(s) zou wonen en/of dat die zoon geen lieverdje was en/of dat die zoon contact(en) heeft met het criminele milieu en/of men dan een aldaar achtergebleven familie en/of kind van die [benadeelde partij 7], zou(den) laten vermoorden of iets aan zou(den) doen en/of

- die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] heeft/hebben laten werken als hij ziek en/of ongesteld was/waren en/of

- die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] in een door de verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer (andere) handeling(en) heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie zulks terwijl die hiervoor genoemde [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste(n) en/of terwijl die [benadeelde partij 7]en en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] onbekend waren/was in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland, en/of zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8] en/of [benadeelde partij 6] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

2.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 maart 2005 tot en met november 2005 in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland en/of Thailand, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, anderen, althans een ander, genaamd

- [naam benadeelde partij 2] (in de periode van 1 maart 2005 tot en met 17 oktober 2005) en/of

- [naam benadeelde partij 5] (in de periode van 12 september 2005 tot en met 17 oktober 2005) en/of

- [naam benadeelde partij 3] (in de periode van 27 juni 2005 tot en met 3 november 2005) en/of

- [naam benadeelde partij 4] (in de periode van 12 september 2005 tot en met 3 november 2005),

door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4],

en/of die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare situatie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen hem/hen te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handeling(en) met en/of voor een derde,

en/of die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] heeft/hebben medegenomen (vanuit Thailand) naar Nederland met het oogmerk die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handeling(en) met en/of voor een derde tegen betaling;

en/of opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat misbruik (telkens) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- (in strijd met de waarheid) tegen die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die

[naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] heeft/hebben gezegd dat ze in Nederland in een

restaurant en/of bar en/of massagesalon zou(den) gaan werken en/of

- de/het paspoort(en) van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3]

en/of die [naam benadeelde partij 4] heeft/hebben ingenomen en/of aan haar/hun

beschikkingsbevoegheid onttrokken heeft/hebben gehouden en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] heeft/hebben gedwongen om, in plaats van het tevoren afgesproken bedrag (in Thaise Bath) een (veel) hoger bedrag (in Euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) te betalen voor de door verdachte en/of zijn mededader(s) gemaakt onkosten en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(n) in [plaatsnaam] heeft/hebben geregeld, alwaar die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] haar prostitutiewerkzaamheden kon(den)/moest(en) verrichten en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] naar die plaats(en) heeft/hebben toegebracht en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten (daaruit) van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of

- het afdragen van die verdiensten door die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] aan verdachte en/of zijn mededader(s), althans die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] geen gedeelte, althans weinig van haar verdiensten heeft/hebben laten behouden en/of

- heeft/hebben verhinderd dat die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou(den) kunnen beëindigen en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] heeft/hebben laten werken als hij ziek en/of ongesteld was/waren en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] in een door de verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer (andere) handeling(en) heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 5] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie zulks terwijl die hiervoor genoemde [naam benadeelde partij 2] en/of [naam benadeelde partij 3] en/of [naam benadeelde partij 4] de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste(n) en/of terwijl die [naam benadeelde partij 2] en/of [naam benadeelde partij 3] en/of [naam benadeelde partij 4] onbekend waren/was in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland, en/of zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [naam benadeelde partij 2] en/of [naam benadeelde partij 3] en/of [naam benadeelde partij 4] niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 4 november 2005 tot en met 8 mei 2006 in de gemeente Helmond, in elk geval in Nederland en/of Thailand, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, anderen, althans een ander, genaamd [naam benadeelde partij 2] en/of [naam benadeelde partij 3] en/of [naam benadeelde partij 4] en/of [naam benadeelde partij 1], door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven en/of vervoerd en/of gehuisvest en/of opgenomen, (telkens) met het oogmerk van uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1],

en/of die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

door bedreiging met geweld en/of bedreiging met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing en/of door misleiding en/of door misbruik uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare situatie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen hem/hen te bevoordelen uit de opbrengst van diens seksuele handeling(en) met en/of voor een derde,

en/of die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] heeft/hebben medegenomen (vanuit Thailand) naar Nederland met het oogmerk die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] in Nederland ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handeling(en) met en/of voor een derde tegen betaling;

en/of opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1],

bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of bedreiging met die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die afpersing en/of die misleiding en/of dat misbruik (telkens) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- (in strijd met de waarheid) tegen die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] heeft/hebben gezegd dat ze in Nederland in een restaurant en/of bar en/of massagesalon zou(den) gaan werken en/of

- de/het paspoort(en) van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] heeft/hebben ingenomen en/of aan zijn/hun beschikkingsbevoegheid onttrokken heeft/hebben gehouden en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] heeft/hebben gedwongen om, in plaats van het tevoren afgesproken bedrag (in Thaise Bath) een (veel) hoger bedrag (in Euro) aan verdachte en/of zijn mededader(s) te betalen voor de door verdachte en/of zijn mededader(s) gemaakt onkosten en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] opdracht heeft/hebben gegeven en/of onder druk heeft/hebben gezet en/of ertoe heeft/hebben aangezet en/of gebracht om een aantal dagen per week en/of een aantal uren per dag als prostituee te werken en/of

- één of meer kamer(s)/ruimte(n) in Helmond heeft/hebben geregeld, alwaar die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] haar prostitutiewerkzaamheden kon(den)/moest(en) verrichten en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] naar

die plaats(en) heeft/hebben toegebracht en/of

- heeft/hebben zorggedragen voor controle en/of toezicht op de prostitutiewerkzaamheden en/of verdiensten (daaruit) van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] en/of

- het afdragen van die verdiensten door die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] aan verdachte en/of zijn mededader(s), althans die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] geen gedeelte, althans weinig van haar verdiensten heeft/hebben laten behouden en/of

- heeft/hebben verhinderd dat die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of -die [naam benadeelde partij 1] uit eigen vrije wil haar prostitutiewerkzaamheden zou(den) kunnen beëindigen en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] heeft/hebben laten werken als hij ziek en/of ongesteld was/waren en/of

- die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] in een door de verdachte en/of zijn mededader(s) gecontroleerde situatie heeft/hebben gehouden, in elk geval één of meer (andere) handeling(en) heeft/hebben verricht, strekkende tot het brengen en/of houden van die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] in een dwang- en/of uitbuitingssituatie, in elk geval in een van verdachte en/of zijn mededader(s) afhankelijke positie zulks terwijl die hiervoor genoemde [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] en/of de Nederlandse taal niet en/of onvoldoende beheerste(n) en/of terwijl die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] en/of onbekend waren/was in Nederland en/of bijna niemand kende(n) in Nederland, en/of zulks terwijl het krachtens het bepaalde in de vreemdelingenwetgeving aan die [naam benadeelde partij 2] en/of die [naam benadeelde partij 3] en/of die [naam benadeelde partij 4] en/of die [naam benadeelde partij 1] en/of niet was toegestaan in Nederland te verblijven en/of werkzaamheden te verrichten;

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

parketnummer: 03/703568-06

proces-verbaal van het voorgevallene ter openbare zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank voornoemd van 27 april 2012 in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren te [geboortegegevens verdachte],

wonende te [adresgegevens verdachte],

Tegenwoordig:

mr. , rechter,

mr. , officier van justitie,

dhr./mevr. , griffier.

De rechter doet de zaak uitroepen.

De verdachte is in de zaal van de zitting aanwezig.

De rechter spreekt het vonnis uit en geeft de verdachte kennis dat hij daartegen binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en getekend door de rechter en de griffier.

Raadsman/vrouwe mr. J.M.J.H. Coumans, advocaat te Amsterdam.